Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,


Beslissende op het bezwaarschrift van Luxan B.V. van 24 januari 2001, ingeschreven onder nummer 2001-1/2, gericht tegen het besluit van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen van 21 december 2000 met betrekking tot afwijzing van de aanvragen betreffende bestrijdingsmiddelen op basis van de werkzame stof metam-natrium (Luxan Monam Geconc.).

Advies van de adviescommissie voor de bezwaarschriften Ctb

Over het bezwaarschrift is advies gevraagd aan de Adviescommissie voor de bezwaarschriften Ctb, verder te noemen de commissie. Een afschrift van het door de commissie uitgebrachte advies de dato 26 april 2001 is aan partijen toegezonden.

De commissie heeft met betrekking tot de voorliggende bezwaarschriften geadviseerd om:

n de aanvragen tot verlenging van de toelating van de middelen UCB-Metam en BASF Monam Conc. per 1 juli 2000 aan te merken als aanvragen om een nieuwe toelating;

n het bezwaar van appellanten inzake de bodemmicro-organismen ongegrond te verklaren ;

Dit advies moet worden geacht mede betrekking te hebben op het bezwaarschrift van Luxan B.V. van 24 januari 2001 betreffende Luxan Monam Geconc.

Het College heeft vastgesteld dat het advies van de commissie op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het College neemt de overwegingen en conclusies van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften Ctb over en besluit als volgt.

BESLISSING OP HET BEZWAARSCHRIFT

Enig artikel

1. De aanvraag tot verlenging van de toelating van het middel Luxan Monam Geconc. wordt per 1 juli 2000 aangemerkt als aanvraag om een nieuwe toelating;

2. Het bezwaar inzake de bodemmicro-organismen wordt ongegrond verklaard;

3. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Een ieder wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, kan op grond van artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 tegen dit besluit binnen 6 weken na de dag van verzending van het besluit beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ‘s-Gravenhage. Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn ondertekend en bevat tenminste de naam en adres van de indiener, de dagtekening, de omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, zo mogelijk een afschrift van dit besluit, de gronden waarop het beroepschrift rust. Van de indiener van het beroepschrift wordt griffierecht geheven door de griffier van het College. Nadere informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betalen wordt door de afdeling Griffie van het College verstrekt.

Wageningen, 22 juni 2001

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)