Datum: 06 september 2007

Opsteller: Jan Willem Andriessen

Akkoord secretaris:


Vastgesteld door College

Datum: 1 oktober 2007

Voorzitter:


(HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

††††††††††††††† 19 A, 8348N

 

Ingevolge het door u op woensdag 13 juni 2007 (C-182.4) vastgestelde Plan van Uitvoering voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zijn reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden geŽvalueerd. De evaluatie heeft plaatsgevonden conform de werkwijze en procedure die in de notitie ďAanwijzingen (her)beoordeling niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden is beschreven (11 juli 2007, C-183.5).Bijgaande treft u het beoordelingsrapport aan van de biocide 19 A (8348N).

 

Voor deze biocide is een aanvraag als bedoeld in artikel 25d Bestrijdingsmiddelenwet 1962 ingediend. Dit middel bevat de werkzame stof didecyldimethylammoniumchloride. Het voor een beoordeling van dit middel verschuldigde tarief is op 25-07-2007 ontvangen. Uit het beoordelingsrapport volgt dat de effecten van het middel op mens, dier en milieu aanvaardbaar zijn, gelet op het gehanteerde toetsingskader.

 

Voorgesteld wordt om het middel op te nemen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

Een parallelle en afgeleide toelating volgt het toelatingsregiem van de biocide waar deze van is afgeleid. Van de hier beoordeelde biocide zijn de volgende biociden afgeleid toegelaten:

-          31-RTB-DESINFECTERENDE REINIGER (11557N)

-          A 346 (11355N)

-          Americol Sanitizer 945 (12775N)

-          Apesin daily (12453N)

-          Applied Quatsan (10164)

-          ARD (12034N)

-          Arjo Clean (11119N)

-          Arvo Relasept (8405N)

-          Bac-Steryl (12091N)

-          Beko clean desinfectiemiddel (12327N)

-          Calgonit DS 672 (12793N)

-          CIDIM-100 (12210N)

-          Clean Plus (12253N)

-          CombiCleanDes (12934N)

-          CT-1530 (12039N)

-          Cyclosept (10036N)

-          Debac (11047N)

-          Deltaclean 2020 H (12671N)

-          DEPTIL DAM (8490N)

-          Des-en-Rein (11472N)

-          DESFIX-R (10156N)

-          Desguard 20 NL (12414N)

-          DESIFOR A (12211N)

-          Desinfekterende Reiniger F 300 (12901N)

-          Doyen F 40 (11949N)

-          Eco Steryl Combi (12053N)

-          ECO-DES (11696N)

-          ECO-SEPT (11364N)

-          eOx Cleaner & Desinfector (11618N)

-          Frionett Desinfectant (12722N)

-          Gamma Clean (12672N)

-          Green Clean 4 (12275N)

-          HALAPUR VLOEIBAAR (11917N)

-          Helisept-84 (8902N)

-          Kay Surface Sanitizer††††††††††† (12435N)

-          MEDISEPT IQ (11990N)

-          Micro-pure 50 (12526 N)

-          Microsept (12040N)

-          Microx (11497 N)

-          Mikro Quat NF (11457N)

-          Neoquat Combi (12673N)

-          Nerta BAC-CID 100 (12311N)

-          Oasis Pro 20 NL (12415N)

-          OriŽnza Quat (12127N)

-          PATHOBACT (12565 N)

-          Petroclean Speciaal (11311N)

-          PODISAN (12044N)

-          Praktisan (12961N)

-          Primo Select nr. 23 Combi Clea (11936N)

-          Pureyn D Soap (12080N)

-          Radikaal vloeibaar (11683N)

-          Ryzolin Cleaner & Desinfector (12874N)

-          Sanodes (10016N)

-          Septiquad Soap (8391N)

-          SP Sanodes (11968N)

-          Tensaclean DES (12615N)

-          Wetrok-Sintocid (8760N)

 

Van de afgeleide dan wel parallel toegelaten middelen is geen beoordelingsrapport opgesteld. Het toepassingsgebied van deze middelen is maximaal dezelfde als het toepassingsgebied van het middel waarvan de toelating is afgeleid zodat de conclusie in het rapport van het middel waarvan het is afgeleid dezelfde is. Bij de indiening van de aanvraag is het verschuldigde tarief voldaan.

 

Voor de verdere toelating van het middel 19 A (8348N) moet een nieuwe toelatingstermijn worden vastgesteld. Gelet op het Europese beoordelingsprogramma voor de beoordeling van werkzame stoffen wordt voorgesteld een periode voor verdere toelating vast te stellen die aansluit op het tempo waarin het Europese beoordelingsprogramma wordt afgerond. Het Ctb stelt de toelatingstermijn daarom vast totdat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel met betrekking tot de opname van de werkzame stof in de Bijlage 1 of 1A van de Biocidenrichtlijn 98/8/EG.

 

Besluit

Het Ctb besluit:

-          De biocide 19 A (8348N) wordt opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

-          Het middel wordt toegelaten voor de termijn die afloopt op de dag dat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel betreffende de opname van de werkzame stof didecyldimethylammoniumchloride in Bijlage 1 of 1A van richtlijn 98/8/EG.

 

 

 

(HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BEOORDELINGSRAPPORT

 

BIOCIDE

 

 

 

19 A, 8348N

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen

Wageningen


INHOUDSOPGAVE

 

 

Inleiding

Beschrijving van het reeds toegelaten middel

Risico-evaluatie HUMANE TOXICOLOGIE

Risico-evaluatie MILIEU

Eindconclusie

Etikettering en WG/GA

Bijlage 1 Praktijk Gebruik Biocide (PGB-tabel)


INLEIDING

 

In artikel 122 vande Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is een voorziening getroffen om een (toegelaten) middel met een niet-geprioriteerde werkzame stof op een lijst te plaatsen en de toelating van dat middel te verlengen totdat voldaan moet zijn aan het bepaalde in de communautaire maatregel betreffende de werkzame stof. Om voor deze toelating in aanmerking te komen moet er een aanvraag zijn ingediend op grond van artikel 25d van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en moet bij de verdere toelating van het middel naar behoren rekening worden gehouden met de effecten van dat middel op de mens, het dier, alsmede op het milieu, op basis van een dossier dat de nodige informatie bevat.

 

In dit kader is een doelmatige en doeltreffende werkwijze en procedure vastgesteld in het Plan van Uitvoering van 13 juni 2007. De beoordeling is uitgewerkt in de notitie ďAanwijzingen voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biocidenĒ. De voor dit middel uitgevoerde evaluatie, waarvan in dit beoordelingsrapport verslag wordt gedaan, strekt ertoe zeker te stellen dat de betrokken middelen inderdaad elk afzonderlijk afdoende op hun risicoís zijn beoordeeld.

 

BESCHRIJVING REEDS TOEGELATEN MIDDEL EN MEEST KRITISCHE TOEPASSING

 

Het middel is toegelaten met de toepassing als: middel ter bestrijding van bacteriŽn (excl. mycobacteriŽn en bacteriesporen) en gisten op:

1.      oppervlakken, welke in contact kunnen komen met eet- en drinkwaren en de grondstoffen hiervoor, echter met uitzondering van melkwinningsapparatuur op de boerderij.

  1. oppervlakken in ruimten bestemd voor het verblijf van mensen.

 

HUMANE TOXICOLOGIE

 

MIDDELGEGEVENS

Middel:

19-A (46 g ws/L)

Toelatingsnummer:

8348N

 

 

Plaatsing 98/8

Werkzame stof(fen):

didecyldimethylammoniumchloride

nee

 

 

 

 

Toetsingskader*

HTB 0.2

*Vermelden wat van toepassing is

 

TOEPASSINGSGEGEVENS

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als middel ter bestrijding van bacteriŽn (exclusief mycobacteriŽn en bacteriesporen) en gisten op:

1.      oppervlakken, welke in contact kunnen komen met eet- en drinkwaren en de grondstoffen hiervoor, echter met uitzondering van melkwinningsapparatuur op de boerderij.

2.      oppervlakken in ruimten bestemd voor het verblijf van mensen.

 

 

GRENSWAARDEN, werkzame stof 1:

Chronische AOEL (systemisch)

Niet relevant

mg/kg lg

concept DAR

Semi-chronische AOEL (systemisch)

Niet relevant

mg/kg lg

Acute AOEL (systemisch)

Niet relevant

mg/kg lg

Dermale absorptie

Niet relevant

%

ADI

0.03

mg/kg lg

ARfD

Niet relevant

mg/kg lg

 

Er is een DAR beschikbaar (RMS:NL), die nog niet aan de EU is aangeboden. In deze DAR wordt geconcludeerd dat het afleiden van een AOEL, ARfD en dermale absorptie niet relevant is:

AOEL:

DDAC was tested in several semi-chronic and chronic oral studies in dogs, rats, and mice, in a reproduction study in rats and in teratogenicity studies in rats and rabbits (see Table 6.10.3.2). DDAC is a substance with corrosive properties and induces local effects and secondary local after dermal and oral exposure. In the available repeated dose dermal toxicity study with DDAC at concentrations of 0.1-0.6%, local effects were noted, and no signs of systemic toxicity were noted. Use concentrations of DDAC, for the product considered in the current evaluation (in the DAR), are 0.25 to 5%. Therefore, local effects cannot be excluded and personal protection equipment should be prescribed.

 

Secondary local effects were observed in the oral repeated dose toxicity and teratogenicity studies, and included reduced body weight gain, reduced food consumption. The changes in haematology and clinical biochemistry appear to be secondary to a reduced food intake and dehydration leading to a reduced renal blood flow. These secondary local effects, observed after oral administration of the test substance, were not considered relevant for the dermal and respiratory exposure routes for occupational risk assessment. Effects due to dehydration and reduced food consumption will not occur after dermal and respiratory exposure to the test substance.

No systemic effects are anticipated after dermal or inhalatory exposure. Due to its corrosive characteristics, it will react immediately and DDAC will not become systemically available. Based on these considerations, derivation of a systemic AOEL is not considered appropriate.

 

For the occupational risk assessment, local effects are not considered, since such effects will normally be addressed by classification and labelling and the use of appropriate personal protective equipment.

 

ARfD:

As deaths have been observed below the limit dose for acute LD50 testing (LD50 of DDAC was 1290 mg/kg bw), derivation of an ARfD might be considered. However, the supported use cannot result in residues in food or feed (the formulation is used in horticulture) and there is no concern for acute intake. Therefore, it is concluded that derivation of an ARfD is not considered necessary.

 

Dermal absorption:

No systemic effects are anticipated after dermal exposure. Due its corrosive characteristics, it will react immediately and DDAC will not become systemically available. In addition, it is concluded that for DDAC an occupational risk assessment for systemic effects is not considered appropriate. Based on these considerations, it is concluded that setting of a dermal absorption percentage is not relevant.

 


Dit komt overeen met de laatste beoordeling van DDAC in 127.3.7:

Onderstaand toxicologisch profiel van de werkzame stof idecyldimethylammoniumchloride (DDAC)is overgenomen van C-52.3.2 d.d. 12-9-96, welke is gebaseerd op de toxicologische samenvatting van kwaternaire ammoniumverbindingen (kwats) in RIVM rapportnummer 3355 (5-9-1994).

 

Bij orale en dermale opname zijn kwats schadelijk tot weinig giftig (zeer afhankelijk van de lengte van de alkylgroep). Kwats hebben ernstig irriterende eigenschappen. Ze zijn in meer of mindere mate irriterend voor huid en ogen (afhankelijk van de concentratie). Ze zijn niet huidsensibiliserend (o.a. humane gegevens). De irriterende eigenschappen van kwats komen na orale opname tot uiting in het belangrijkste doelorgaan van deze stoffen: het maagdarm kanaal. De effecten die hierbij optreden zijn concentratie afhankelijk en variŽren van verminderde voedselconsumptie/groei, vochtverlies tot ernstige beschadiging van het gastro-intestinale weefsel.

De dermale penetratie is zeer gering.

De metabolisme gegevens geven aan dat excretie voornamelijk via de feces plaatsvindt. Reprotoxische of teratogene eigenschappen zijn er in de summier uitgevoerde studies vooralsnog niet gesignaleerd. Kwats zijn niet genotoxisch.

 

 

KWALITATIEVE BEOORDELING

 

Professionele toepasser

De blootstelling van de toepasser aan DDAC bij de toepassingen in zwemwater, proceswater, recirculerend koelwater en hulpstofdoseersystemen verwaarloosbaar geacht, omdat de toepassing machinaal gebeurt of via doseersystemen. Voor de desinfectie van oppervlakten (wanden, vloeren, plafond etc) moet een gebruiksoplossing worden aangemaakt, welke vervolgens op de oppervlakten moet worden aangebracht. Hierbij is dermale blootstelling niet uit te sluiten. Gezien de dampspanning van DDAC (<7,5x10-4 Pa), kan blootstelling via de inhalatoire route verwaarloosd worden bij gieten, schrobben, borstelen etc. Bij het spuiten van het middel wordt blootstelling via het inademen van aerosolen ook als verwaarloosbaar geacht, omdat er niet met fijne druppel zal worden gespoten en er tevens een bescherming voor het gezicht moet worden gedragen.

In de beschikbare herhaalde dermale toxiciteitsstudie met DDAC werden bij concentraties van 0,1-0,6% locale effecten waargenomen. Deze formulering o.b.v. DDAC bevat 46 g DDAC/L formulering (4,6%) en de gebruiksoplossingen maximaal 0,46 g w.s./L water (0,046%); derhalve moeten persoonlijke beschermingsmaatregelen (pbm) worden genomen bij mengen en laden. De blootstelling van de toepasser wordt bij juist gebruik van beschermende kleding, handschoenen en bescherming voor het gezicht afdoende gereduceerd.

 

Particuliere toepasser

Sommige formuleringen o.b.v. DDAC hebben toepassingen bestemd voor huishoudelijk gebruik (particulier). De blootstelling van particuliere toepassers kan plaatsvinden via de dermale route. Gezien de dampspanning van DDAC (<7,5x10-4 Pa), kan blootstelling via de inhalatoire route verwaarloosd worden. De dermale absorptie is zeer gering, derhalve wordt de opname via de dermale route niet van belang geacht. Wel zouden er locale effecten op de huid of in het oog kunnen optreden omdat formuleringen o.b.v.DDAC irriterend of bijtend voor huid en ogen zijn. Op de verpakking voor particuliere toepassing dienen dezelfde persoonlijke beschermingsmaatregelen (pbm) te worden voorgeschreven als voor beroepsmatige toepassing. Bij juist gebruik van pbm wordt op basis van deze gegevens het risico voor de particuliere toepasser acceptabel geacht.

 

Risico volksgezondheid agv secundaire blootstelling

Secundaire blootstelling kan plaats vinden na toepassing in ruimten voor het verblijf van mensen via dermaal contact zonder pbm met oppervlakken die niet zijn nagespoeld met water. Op het etiket dient vermeld te worden dat ook deze oppervlakken nagespoeld dienen te worden met water.

 

De secundaire blootstelling wordt verwaarloosbaar geacht: bij toepassing op oppervlakten of materialen die met eet- en drinkwaren in contact kunnen komen, dient eerst grondig met water nagespoeld te worden, en bij toepassing in zwemwater is de concentratie in het water dusdanig laag dat geen locale effecten meer zijn te verwachten.

 

CONCLUSIE

Risico professionele toepasser

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn met pbm (etiket moet aangepast!)*

Risico particuliere toepasser

Desinfectie verblijfsruimten van mensen: Niet is vastgesteld dat er geen onaanvaardbare efecten te verwachten zijn Ėaanpassing van het etiket vereist**.

 

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn met pbm (etiket moet aangepast!)*

Risico volksgezondheid agv secundaire blootstelling

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn

** Op het etiket dient vermeld te worden dat alle oppervlakten, waar mensen dermaal aan kunnen worden blootgesteld, nagespoeld dienen te worden met water.

 

* Persoonlijke beschermingsmaatregelen (pbm) zijn op dit moment niet op het etiket voorgeschreven, muv bescherming voor de ogen. Derhalve dient voor de 25d toelating de etikettering te worden aangepast! De volgende S-zinnen dienen te worden toegevoegd aan de huidige etikettering voor zowel professioneel als particulier gebruik :

S-zinnen

S36/37/39c-NL

Draag geschikte beschermende kleding,handschoenen en een bescherming voor het gezicht tijdens het mengen en laden.

toelichting:

S-zinnen

S36/37/39c-NL wordt voorgeschreven obv de risicobeoordeling voor de toepasser. Gezien het risico van huidirritatie bij (herhaalde) blootstelling aan de formulering, wordt bescherming van het gezicht (niet alleen de ogen) voorgeschreven bij mengen en laden.

 

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN / MODELLEN

Eindpunten

CTB dossier/ concept EU-eindpunten lijst

Blootstelling professionele toepasser

CTB dossier/kwalitatief

Blootstelling particulier toepasser

CTB dossier/kwalitatief

Blootstelling volksgezondheid agv secundaire blootstelling

CTB dossier/kwalitatief

 

 

Reactie toelatinghouder (d.d. 17 september 2007):

Hierin staat dat de aanvrager het niet eens is met de wijziging van additionele etikettering S36/37/39c-NL en met het feit dat oppervlakten nagespoeld moeten worden met water.

 

Reactie CTB n.a.v. reactie toelatinghouder:

Op basis vanbevindingen in humane studies is gebleken dat een concentratie van 0,1% de hoogste niet (huid- en oog-) irriterende concentratie is voor de mens. De formulering 19A bevat 4,6% DDAC, terwijl de gebruiksoplossing maximaal 0,046% w.s. bevat.Vanwege de huid- en oogirriterende eigenschappen is derhalve nodig de toepasser te beschermen tijdens mengen/laden van de formulering. Toepassen gebeurt met een verdunde oplossing waarbij geen persoonlijke beschermingsmaatregelen voorgeschreven hoeven te worden. Vanwege de lage concentratie (<0,1%) is het niet nodig om de oppervlakken na te spoelen.

 

Eindbevinding

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn, mits het etiket wordt aangepast*.

*Met additionele etikettering S36/37/39c-NL ipv S39a.

 

 

MILIEU

 

MIDDELGEGEVENS

Middel:

19 A

Toelatingsnummer:

8348N

 

 

Plaatsing 98/8

Werkzame stof(fen):

didecyldimethylammoniumchloride

nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toetsingskader*

HTB 0.1/0.2

Toepassing middel

Ja

Gebruik behandeld product

Nee

Afvalfase

ja

* Vermelden wat van toepassing is

 

TOEPASSINGSGEGEVENS

Middel ter bestrijding van bacteriŽn (excl. mycobacteriŽn en bacteriesporen) en gisten

-          oppervlakken in ruimten bestemd voor het verblijf van mensen.

-          oppervlakken welke in contact kunnen komen met eet- of drinkwaren en de grondstoffen hiervoor, echter met uitzondering van melkwinningsapparatuur op de boerderij

Gebruiksconcentraties: 460 mg/L

Behandelde oppervlakken of materialen die met eet- en drinkwaren en de grondstoffen daarvoor in contact kunnen komen dienen na de inwerkingstijd grondig met schoon water te worden nagespoeld.

 

Persistentie

Didecyldimethylammoniumchloride is niet persistent. In een shake flask Co2 evolutie test met geadapteerd actief slib werd 81% CO2 gevormd in 28 dagen. Op basis hiervan wordt didecyldimethylammoniumchloride geclassificeerd als readily biodegradable, failing to pass the 10-d window.In bodem is de DT50 23 dagen. Didecyldimethylammoniumchloride is hydrolytisch stabiel in het pH gebied 5-9 bij 25 įC.

Grondwater

Didecyldimethylammoniumchloride is weinig mobiel (Kom = 551900 l/kg).

In principe bereikt de stof de bodem niet of in geringe mate op zeer lokale schaal.

Oppervlaktewater (drinkwatercriterium)

Uit de algemene wetenschappelijke kennis die het CTB heeft achterhaald over het middel en de werkzame stof is het CTB van oordeel dat er in dit geval geen concrete aanwijzingen zijn voor zorg omtrent de gevolgen van dit middel bij gebruik conform het gebruiksvoorschrift voor oppervlaktewater waaruit drinkwater wordt gewonnen. In het licht van deze benadering verwacht het CTB geen overschrijding van de drinkwaternorm. Er wordt voldaan aan de norm voor oppervlaktewater bestemd voor de bereiding van drinkwater zoals opgenomen in Bmbio.

Zoogdieren

Didecyldimethylammoniumchloride is acuut oraal matig giftig voor zoogdieren. LD50: 250-425 mg/kg bw (rat, muis). De NOAEL is 400 mg a.s./kg voer.

Vogels

Geen toxiciteitgegevens beschikbaar, echter ook n.v.t.

Waterorganismen

Voor algen, kreeftachtigen en vissen zijn chronische toxiciteitgegevens beschikbaar. Op basis hiervan is de PNEC 1 mg/L (NOEC Daphnia 0,010 mg/l: 10= 0,001 mg/L).

 

Uitgaande van verdunning met oppervlaktewater (10); verdunning in afvalwater (15000 inwoners met 200 L/dag) en afbraak (ready: 93% afbraak) kan per RWZI 428 gram actieve stof per dag geloosd worden; ofwel 930 liter verse desinfectieoplossing. Het afvalwater kan worden bereikt bij het naspoelen. Bij lozing van restanten (na de 5 minuten inwerktijd) in het spoelwater op het riool kan worden verondersteld, mede gezien de goede afbreekbaarheid, de sterke sorptie, en de te verwachten verdunning in de RWZI, dat de geloosde hoeveelheid actieve stof niet zal leiden tot concentraties in het oppervlaktewater die aanleiding geven tot risico.

Bioaccumulatie

Op basis van een studie met Lepomis macrochirus is de BCF waarde 95 L/kg. Didecyldimethylammoniumchloride is daarom weinig bioaccumulerend.

Bijen en hommels

Nvt

Regenwormen

Didecyldimethylammoniumchloride is weinig toxisch voor regenwormen: LC50 > 1000 mg/kg bij 10% organische stof

Bodemmicro-organismen

Didecyldimethylammoniumchloride heeft in concentraties van 10-1000 mg/kg geen effect
> 25% na 28 dagen op zowel de nitrificatie als de respiratie in bodem.

Actief slib RWZIís

Didecyldimethylammoniumchloride is weinig giftig in actief slib. De EC50 voor remming van de respiratie bedraagt 11 mg/l.

Overige opmerkingen

Beoordeling Overeenkomstig DIVOSAN EXTRA

* vermeld: nvt (indien compartiment niet bereikt wordt), ja, of nee.

 

Bevinding

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn.

 

 

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Ctb dossier

Dossier didecyldimethylammoniumchloride: rivm 88/678801/123 1993.

 

C.127.3.7

 

 

 

EINDCONCLUSIE

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn.

 

 

ETIKETTERING EN WG/GA

Het etiket dient te worden aangepast:

         De volgende S-zinnen dienen te worden toegevoegd aan de huidige etikettering voor zowel professioneel als particulier gebruik :

S-zinnen

S36/37/39c-NL

Draag geschikte beschermende kleding,handschoenen en een bescherming voor het gezicht tijdens het mengen en laden.

toelichting:

S-zinnen

S36/37/39c-NL wordt voorgeschreven obv de risicobeoordeling voor de toepasser. Gezien het risico van huidirritatie bij (herhaalde) blootstelling aan de formulering, wordt bescherming van het gezicht (niet alleen de ogen) voorgeschreven bij mengen en laden.

 

 

Het huidige WG/GA wordt gehandhaafd.


Bijlage 1 Praktijk Gebruik Biocide (PGB-tabel)