Toelatingsnummer 12409 N

VYDATE 10G  

 

12409 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 7 september 2009 (20090741 WGGAG) van

 

DUPONT DE NEMOURS (NEDERLAND) B.V. CPP ST. 18M

Baanhoekweg 22

3313 LA  DORDRECHT

 

 

tot wijziging van de toelating als bedoeld in artikel 28, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof oxamyl

 

VYDATE 10G

 

gelet op artikel 41, tweede lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

De toelating van het middel VYDATE 10G is laatstelijk bij besluit d.d. 12 oktober 2007 verlengd tot 30 juli 2010. De toelating van het middel VYDATE 10G wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen. Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.

 


1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikelen 9.2.3.1 en 9.2.3.2 van de Wet milieubeheer en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: granulaat of korrel

 

werkzame stof:

gehalte:

oxamyl

10 %

 

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):  

-

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

T

Vergiftig

N

Milieugevaarlijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

R25                 -Vergiftig bij opname door de mond.

R51/53            -Vergiftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

S35                 -Deze stof en de verpakking op veilige wijze afvoeren. (Deze zin hoeft niet te worden vermeld op het etiket indien u deelneemt aan het verpakkingenconvenant, en op het etiket het STORL-vignet voert, en ingevolge dit convenant de toepasselijke zin uit de volgende verwijderingszinnen op het etiket vermeldt:

Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.

Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.

Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.)

S36/37            -Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

S45                 -Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

S61                 -Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

 

Specifieke vermeldingen:

 

DPD01            -Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

1)    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

§         letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

§         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

§         bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.5.

 

2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

2.1 Verzoek

Het betreft een verzoek tot wijziging van de toelating van het middel VYDATE 10G  (12409 N), een middel op basis van de werkzame stof oxamyl.

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als grondbehandelingsmiddel:

  1. in de teelt van bieten, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien;
  2. in de teelt van aardappelen, mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  3. in de teelt van lelies, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast  en ingewerkt;
  4. in de teelt van wortelen, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien óf mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  5. in de teelt van spruitkool, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast en ingewerkt;
  6. in de grondgebonden teelten van bloemisterijgewassen, mits toegepast voor of tijdens het uitplanten en met dien verstande dat het middel direct na toepassing moet worden ingewerkt;
  7. bij potplanten, mits toegepast voor het oppotten;
  8. in de teelt van bloemzaadgewassen met dien verstande dat het middel direct na toepassing moet worden ingewerkt;
  9. in de teelt van boomkwekerijgewassen, met dien verstande dat het middel direct na toepassing moet worden ingewerkt;
  10. op vermeerderingsvelden van aardbeien met dien verstande dat het middel direct na de toepassing moet worden ingewerkt.

 

De gevraagde wijziging betreft:

De toelatinghouder verzoekt de volgende restrictiezin te laten vervallen:

Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

n.v.t.

 


2.3 Karakterisering van het middel

n.v.t.

 

2.4 Voorgeschiedenis

De aanvraag is op 24 september 2009 ontvangen; op 30 september 2009 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen.

 

2.5  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het gewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel VYDATE 10G op basis van de werkzame stof oxamyl voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 16 oktober 2009

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,





dr. D. K. J. Tommel

voorzitter

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 16 oktober 2009 tot wijziging van de toelating van het middel VYDATE 10G, toelatingnummer 12409 N

 

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als grondbehandelingsmiddel:

  1. in de teelt van bieten, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien;
  2. in de teelt van aardappelen, mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  3. in de teelt van lelies, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast  en ingewerkt;
  4. in de teelt van wortelen, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien óf mits toegepast kort voor of tijdens het zaaien op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  5. in de teelt van spruitkool, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast en ingewerkt;
  6. in de grondgebonden teelten van bloemisterijgewassen, mits toegepast voor of tijdens het uitplanten en met dien verstande dat het middel direct na toepassing moet worden ingewerkt;
  7. bij potplanten, mits toegepast voor het oppotten;
  8. in de teelt van bloemzaadgewassen met dien verstande dat het middel direct na toepassing moet worden ingewerkt;
  9. in de teelt van boomkwekerijgewassen, met dien verstande dat het middel direct na toepassing moet worden ingewerkt;
  10. op vermeerderingsvelden van aardbeien met dien verstande dat het middel direct na de toepassing moet worden ingewerkt.

 

Om de vogels en zoogdieren te beschermen moet u gemorst product verwijderen.

 

Het middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik.

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

VYDATE 10G is een systemisch werkend middel in granulaatvorm dat insecten- en aaltjesdodende eigenschappen bezit. Het wordt in de grond gebracht en van daaruit door de plantwortels opgenomen en in de plant verspreid.


 

Toepassingen

Bieten, tegen bietenkevertjes, springstaarten of aaltjes.
Ter voorkoming van schade door het bietenkevertje, springstaarten of aaltjes het middel tijdens het zaaien in de zaaivoor aanbrengen door middel van een aan de zaaimachine gekoppelde deugdelijke granulaatstrooier of opbouwset.

Met name schade veroorzaakt door aaltjes in de beginontwikkeling van het gewas wordt voorkomen.

Dosering:

  • bietencystenaaltjes: 25 kg per ha
  • wortelknobbelaaltjes: 15 kg per ha
  • vrijlevende aaltjes: 10 kg per ha
  • bietenkevertje en springstaarten: 7,5 kg per ha

 

Aardappelen, tegen aaltjes

Volveldsbehandeling
Ter voorkoming van schade door aaltjes dient het middel vlak voor of tijdens het pootklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid.

Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur, en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm. Het meest geschikt voor het inwerken is een frees, maar ook andere werktuigen waarmee een gelijkmatige menging wordt bereikt, zijn bruikbaar.
Dosering: 40 kg per ha

Toplaagbehandeling
Op percelen waar na de najaarsontsmetting met vloeibare middelen de grond niet kerend is bewerkt kan voorafgaande aan een eventuele grondbewerking in het voorjaar
VYDATE 10G volvelds worden gestrooid en ingewerkt in de toplaag (5 cm) van de grond.

De toplaag wordt bij de najaarsontsmetting namelijk het slechtst ontsmet en verkrijgt zo een extra behandeling. Deze toepassing dient zo kort mogelijk voor het poten te geschieden.
Dosering: 20 kg per ha

 

Rijenbehandeling tijdens het poten

Bij tegen Globodera pallida (het witte aardappelcystenaaltje) partieel resistente rassen kan het middel tijdens het poten, met behulp van op de pootmachine opgebouwde apparatuur worden uitgestrooid in de aardappelrug op een strook met een breedte van 25-30 cm.
Hierdoor wordt de beginontwikkeling van het gewas bevorderd, waardoor later tijdens het groeiseizoen de resistente eigenschappen beter tot hun recht komen.

Schade, zowel opbrengst- als kwaliteitsverlies, door aaltjes van met name wortellesie- en wortelknobbelaaltjes, wordt grotendeels voorkomen door deze behandeling.
Dosering
: 10 kg per ha.

 

Lelies, tegen aaltjes

VYDATE 10G kan voor of na het planten ingezet worden tegen wortellesieaaltjes

Voor planten:

Het middel dient vlak voor of tijdens het plantklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid. Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm.

Na het planten:

Direct na het planten (in ieder geval voor opkomst van het gewas) een éénmalige rijenbehandeling boven de geplante bollen uitvoeren met daarvoor in aanmerking komende apparatuur waarmee het middel in de grond wordt gebracht en direct wordt toegedekt.

Dosering: 40 kg per ha

 

Wortelen, tegen aaltjes

VYDATE 10G kan als rijenbehandeling tijdens het zaaien of als volveldstoepassing kort voor of tijdens het zaaien worden ingezet tegen vrijlevende aaltjes, wortellesieaaltjes en wortelknobbelaaltjes.

Rijentoepassing 

Het middel tijdens het zaaien in de zaaivoor aanbrengen door middel van een aan de zaaimachine gekoppelde daartoe geëigende granulaatstrooier of apparaat.

Dosering: 10 kg per ha, gebaseerd op een rugafstand van minimaal 50 cm breed.

 

Volveldstoepassing

Het middel dient vlak voor of tijdens het plantklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid. Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm.

Dosering: 40 kg per ha.

 

Spruitkool, tegen aaltjes

VYDATE 10G kan ingezet worden tegen bietencystenaaltjes.

Ter beperking van schade door bietencystenaaltjes het middel kort voor het uitplanten strooien en direct inwerken met een frees of een ander werktuig waarmee een gelijkmatige menging wordt bereikt.

Dosering: 40 kg per ha.

 

Grondgebonden teelten van bloemisterijgewassen, tegen aaltjes.

Het middel vóór het uitplanten gelijkmatig volvelds uitstrooien en direct daarna inwerken tot een diepte van 15 cm.
Dosering: 400 gram per are.

 

Potplanten, tegen aaltjes.

Ter voorkoming van schade door onder andere wortelknobbelaaltjes de potgrond direct voor het oppotten behandelen.

Dosering: 40 gram per m3 grond.

 

Bloemzaadgewassen, tegen aaltjes.
Het middel vóór het zaaien gelijkmatig volvelds uitstrooien en daarna direct inwerken of tijdens het zaaien met aangepaste zaaiapparatuur een rijenbehandeling uitvoeren in de zaaivoor.

Dosering:  volvelds: 400 gram per are
rijenbehandeling: 0.5 gram per strekkende meter bij een rijafstand van 50 cm.

 

Boomkwekerijgewassen, tegen aaltjes.

Ter voorkoming van schade door aaltjes wordt het middel kort voor het zaaien of planten gelijkmatig volvelds gestrooid en direct daarna ingewerkt. Met deze behandeling wordt meestal geen afname van de aaltjesbesmetting bereikt, maar wordt groeiremming door aaltjes voorkomen.

Dosering: 40 kg per ha.

 

Aardbeien (vermeerderingsvelden),  tegen aaltjes.

Vlak voor het planten het middel gelijkmatig volvelds strooien en ongeveer 15 cm diep inwerken, bij voorkeur met een frees.

Dosering: 40 kg per ha.

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 16 oktober 2009 tot wijziging van de toelating van het middel VYDATE 10G, toelatingnummer 12409 N

 

Het betreft een verzoek tot wijziging van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift van de toelating van het middel VYDATE 10G, 20090741 WGGAG, o.b.v. de werkzame stof oxamyl.

De toelatinghouder verzoekt de grondwaterbeschermingszin van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift te verwijderen

 

 

Beoordeling

 

Environmental fate and behaviour

 

The Uniform Principles Decree on Plant Protection Products (BUBG) came into effect on
23 December 2005 with the publication of the implementation decision in the Bulletin of Acts and Decrees (Staatsblad) 663 of 22 December 2005; at the same time, the Decree concerning Environmental Authorisation Criteria for Pesticides (Staatsblad 413) was repealed.

The Regulation elaborating the uniform principles for plant protection products (RUUBG) published in the Government Gazette (Staatscourant) 248 of 21 December 2005 took effect at the same time, while repealing the Regulation implementation environmental authorisation criteria for pesticides 2000 (RUMB 2000). No transitional provisions were laid down, meaning that the regulation takes immediate effect. All applications for authorisation of plant protection products should be evaluated in accordance with the new regulation.

Risk assessment is done in accordance with HTB 1.0 for products based on
- active substances which have already been placed on Annex I of directive 91/414/EEC

- “new”active substances;

for other plant protection products, HTB 0.2 applies.

 

The underlying risk assessment is based on the final list of endpoints for oxamyl, taken from the EFSA-conclusion (finalised 14 January 2005), on the previous risk assessment for Vydate10G as laid down in C-138.3.3 (CTB decision 10-08-2003) and (if relevant for the risk assessment) data submitted for this and previous national authorisations (added to the list of endpoints in italic).

 

List of Endpoints Fate/behaviour 

 

 


Route of degradation (aerobic) in soil (Annex IIA, point 7.1.1.1.1)

Mineralisation after 100 days

 

CO2 maximum levels = 25.6-108.5% (at final sampling timepoints, 31-179 days) (n = 6 incubations; 5 soils tested – 3 soils incubated at 20 °C, 1 soil incubated at 10 °C and 20 °C, 1 soil incubated at 25 °C)

Non-extractable residues after 100 days

 

NER maximum levels = 17.7-26.4% (time of maximum occurrence = 21-179 days) (n = 6 incubations; 5 soils tested – 3 soils incubated at 20 °C, 1 soil incubated at 10 °C and 20 °C, 1 soil incubated at 25 °C)

Relevant metabolites - name and/or code, % of applied (range and maximum)

 

IN-A2213 and IN-D2708 were major degradation products in soil;

IN-A2213 maximum levels = 7.6-51.0% (time of maximum occurrence = 1-60 days) (n = 6 incubations; 5 soils tested – 3 soils incubated at 20 °C, 1 soil incubated at 10 °C and 20 °C, 1 soil incubated at 25 °C);

IN-D2708 maximum levels = 20.3-39.5% (time of maximum occurrence = 10-90 days) (n = 5 incubations; 4 soils tested – 2 soils incubated at 20 °C, 1 soil incubated at 10 °C and 20 °C, 1 soil incubated at 25 °C)

[In a fifth soil (Drummer #6), which may have had a stressed microbial population due to its strongly acidic nature, IN-D2708 was not detected]

 

 

Route of degradation in soil - Supplemental studies (Annex IIA, point 7.1.1.1.2)

Anaerobic degradation

 

n = 1 soil (11 days aerobic incubation followed by 60 days anaerobic incubation)

Mineralisation: CO2 = 12.0% after 60 days

Non-extractable residues: 18.4% after 60 days

 

Metabolites (soil and flood water extraction):

IN-A2213 maximum = 69.5% at day 20

IN-D2708 maximum = 23.1% at day 32

Soil photolysis

 

n = 2 soils

Mineralisation: CO2 = 7.9-27.4% after 20 days (irradiated samples), CO2 = 37.5-42.9% after 20 days (non-irradiated samples)

Non-extractable residues: 45.4-62.1% after 20 days (irradiated samples), 5.3-7.9% after 20 days (non-irradiated samples)

 

Metabolites:

IN-A2213 – maximum = 12.2-13.4%, at 7-12 days (irradiated samples), maximum = 11.3-18.1%, at 7-20 days (non-irradiated samples)

IN-N0079 – maximum = 3.8-25.0%, at day 7 (irradiated samples), maximum = 0.9-18.3%, at 7-20 days (non-irradiated samples) [Not considered to be a photolysis metabolite. Produced by Fe II catalysis]

Uncharacterised polar fraction – maximum = 21.1-23.8%, at 12-20 days (irradiated samples), maximum = 6.5-11.0% at 7-20 days (non-irradiated samples)

[The oxamyl content of the radiolabelled starting material was only 78%.  Other components were IN-A2213 (9.0%) and a polar fraction (10.9%).]

 

 

 

Rate of degradation in soil (Annex IIA, point 7.1.1.2, Annex IIIA, point 9.1.1)

Method of calculation

Laboratory:

Aerobic studies on parent – non-linear simple first order regression of parent and metabolite(s) in series, simultaneous fit (ModelManager®, version 1.1)

Aerobic studies on metabolites – linear simple first order regression

Anaerobic study – linear simple first order regression

Soil photolysis study – simple first order kinetics, accounting for the effect of non-photolytic degradation

Saturated zone degradation studies – linear simple first order regression

 

Field studies:

Non-linear simple first order regression of parent and two metabolites in series, simultaneous fit (ModelManager®, version 1.1)

Laboratory studies (range or median, with n value, with r2 value)

Aerobic studies:

Oxamyl DT50lab (20-25 °C, aerobic): 3.0, 4.1, 7.9, 11.5 days (r2 = 0.973-0.988), mean = 6.6 days

IN-A2213 DT50lab (20-25 °C, aerobic): 1.7, 1.8, 5.9, 6.4 days (derived from studies on oxamyl – r2 = 0.973-0.988), mean = 4 days

[In one additional soil (Drummer #6), which was strongly acidic (pH of 4.8) and may have had a stressed microbial population, DT50lab values (20 °C, aerobic) were 112 days for oxamyl and 17.5 days for IN-A2213 (r2 = 0.998).]

IN-D2708 DT50lab (20-25 °C, aerobic – derived values): 3.4, 3.6, 5.0, 7.6 days (r2 = 0.973-0.988), mean = 4.9 days; (20 °C, aerobic – direct experimental values): 3.9, 4.8, 6.1 days (r2 = 0.828-0.887), mean = 4.9 days

[Overall mean = 4.9 days (n = 7)]

IN-N0079 DT50lab (23 °C, aerobic – direct experimental values): 4, 25, 41 minutes (r2 = 0.976-0.998), mean = 23 minutes

Degradation data under acidic soils is required.

 

Oxamyl DT90lab (20-25 °C, aerobic): 9.9-38.2 days (n = 4 soils, r2 = 0.973-0.988), mean = 22.0 days

IN-A2213 DT90lab (20-25 °C, aerobic): 5.7-21.3 days (derived from studies on oxamyl – n = 4 soils, r2 = 0.973-0.988), mean = 13.2 days

[In one additional soil (Drummer #6), which was strongly acidic (pH of 4.8) and may have had a stressed microbial population, and was not representative of a conventional European agricultural soil, DT90lab values (20 °C, aerobic) were 373 days for oxamyl and 58.2 days for IN-A2213 (r2 = 0.998).]

IN-D2708 DT90lab (20-25 °C, aerobic – derived values): 11.2-25.4 days (n = 4 soils, r2 = 0.973-0.988), mean = 16.3 days; (20 °C, aerobic – direct experimental values): 12.8-20.2 days (n = 3 soils, r2 = 0.828-0.887), mean = 16.3 days

[Overall mean = 16.3 days (n = 7)]

IN-N0079 DT90lab (23 °C, aerobic – direct experimental values): 13-135 minutes (n = 3 soils, r2 = 0.976‑0.998), mean = 77 minutes

 

(10 °C, aerobic): laboratory values

Oxamyl DT50lab (10 °C, aerobic): 16.4 days (n = 1 soil, r2 = 0.992)

IN-A2213 DT50lab (10 °C, aerobic): 21.5 days (n = 1 soil, r2 = 0.992)

IN-D2708 DT50lab (10 °C, aerobic): 65.9 days (n 1 soil, r2 = 0.992)

Oxamyl DT90lab (10 °C, aerobic): 54.4 days (n = 1 soil, r2 = 0.992)

IN-A2213 DT90lab (10 °C, aerobic): 71.3 days (n = 1 soil, r2 = 0.992)

IN-D2708 DT90lab (10 °C, aerobic): 219 days (n = 1 soil, r2 = 0.992)

 

Arrhenius analysis of nine additional data points from two studies published in the scientific literature gives Q10 (10-20 °C) values for oxamyl of 1.99, 2.66 and 3.17 (refer to ‘Environmental Fate and Behaviour’ addendum of June 2004).  This suggests that a Q10 (10-20 °C) value in the approximate range of 2 to 3 may be more representative for oxamyl than the Q10 (10-20 °C) value of 5.5 reported in the original monograph (which was only based on two data points).

 

Anaerobic soil:

Oxamyl DT50lab (25 °C, anaerobic): 6 days (n = 1 soil, r2 = 0.945)

IN-A2213 DT50lab (25 °C, anaerobic): 24 days (n = 1 soil, r2 = 0.968)

IN-D2708 DT50lab (25 °C, anaerobic): 20 days in 1 soil, r2 = 0.741)

 

Oxamyl DT90lab (25 °C, anaerobic): 19 days (n = 1 soil, r2 = 0.945)

IN-A2213 DT90lab (25 °C, anaerobic): 81 days (n = 1 soil, r2 = 0.968)

IN-D2708 DT90lab (25 °C, anaerobic): 68 days (n = 1 soil, r2 = 0.741)

 

[Rates are whole-system values (soil and flood water combined).]

 

Soil photolysis:

Oxamyl DT50lab (irradiated samples): 1.7-3.1 days (continuous irradiation) (n = 2 soils, r2 = 0.88-0.95)

Oxamyl DT50lab (dark control samples): 17.3-17.9 days (n = 2 soils, r2 = 0.43-0.77)

Oxamyl DT50lab (corrected): 1.9-3.8 days (n = 2 soils, r2: not applicable)

 

Degradation in the saturated zone (10 °C):

Oxamyl DT50lab (aerobic): 37->120 days (n = 2 subsoils, r2 = 0.76 for one subsoil and not calculated for the other subsoil)

Oxamyl DT50lab (anaerobic): 0.9-1.7 hours (n = 2 subsoils, r2 = 0.95 for one subsoil and not calculated for the other subsoil)

 

IN-A2213 DT50lab (aerobic): 239-630 days (n = 2 subsoils, r2 = 0.78-0.83)

IN-A2213 DT50lab (anaerobic): 158-231 days (n = 2 subsoils, r2 = 0.81-0.93)

 

IN-D2708 DT50lab (aerobic): 11-859 days (n = 2 subsoils, r2 = 0.53-0.83)

IN-D2708 DT50lab (anaerobic): 1209-1355 days (n = 2 subsoils; r2 = 0.29-0.42)

 

IN-N0079 DT50lab (aerobic): 1.1-12.4 days (n = 2 subsoils, r2 = 0.72-1.00)

IN-N0079 DT50lab (anaerobic): 10.7-45.3 days (n = 4 subsoils, r2 = 0.76-0.89), mean = 29 days

 

 

Field studies (state location, range or median with n value)

DT50f:

UK, England, Lincolnshire, Spalding (bare soil):

Oxamyl DT50field: 11.0 days (n = 1, r2 = 0.969)

(DT50field standardised to 20 °C = 5.8 d)

 

IN-A2213 DT50field: 4.6 days (n = 1, r2 = 0.969)

IN-D2708 DT50field: 3.4 days (n = 1, r2 = 0.969)

 

The Netherlands, Limburg, Ottersum (bare soil):

Oxamyl DT50field: 9.3 days (n = 1, r2 = 0.979)

(DT50field standardised to 20 °C = 6.0 d)

 

IN-A2213 DT50field: 1.7 days (n = 1, r2 = 0.979)

IN-D2708 DT50field: 6.7 days (n = 1, r2 = 0.979)

 

DT90f:

UK, England, Lincolnshire, Spalding (bare soil):

Oxamyl DT90field: 36.0 days (n = 1, r2 = 0.969)

IN-A2213 DT90field: 14.9 days (n = 1, r2 = 0.969)

IN-D2708 DT90field: 11.4 days (n = 1, r2 = 0.969)

 

The Netherlands, Limburg, Ottersum (bare soil):

Oxamyl DT90field: 30.7 days (n = 1, r2 = 0.979)

IN-A2213 DT90field: 5.63 days (n = 1, r2 = 0.979)

IN-D2708 DT90field: 22.2 days (n = 1, r2 = 0.979)

Soil accumulation and plateau concentration

Not applicable

 

 

Soil adsorption/desorption (Annex IIA, point 7.1.2)

Kf/Koc

 

Kd

 

pH dependence (yes/no) (if yes type of dependence)

Oxamyl:

Kf: 0.05-0.41 mL/g (mean = 0.18 mL/g, 4 soils)
Kfoc: 4-37 mL/g (mean = 16 mL/g, 4 soils)
1/n: 0.946-1.27 (mean = 1.07, 4 soils)
Kd: 0.09-0.44 mL/g (mean = 0.19 mL/g, 5 soils)
Koc: 8-39 mL/g (mean = 17 mL/g, 5 soils) (mean KOM = 10 mL/g)

 

[Kfoc = Kf normalized to organic carbon content, Koc = Kd normalized to organic carbon content]

 

IN-A2213:

Kf: 0.048-0.20 mL/g (mean = 0.11 mL/g, 5 soils)
Kfoc: 4-10 mL/g (mean = 7 mL/g, 5 soils)
1/n: 0.87-1.24 (mean = 1.03, 5 soils)
Kd: 0.051-0.20 mL/g (mean = 0.11 mL/g, 5 soils)
Koc: 4-11 mL/g (mean = 7 mL/g, 5 soils)

(mean KOM = 4.1 mL/g)

 

IN-D2708:

Kf: 0.05-0.39 mL/g (mean = 0.17 mL/g, 5 soils)
Kfoc: 6-14 mL/g (mean = 10 mL/g, 5 soils)
1/n: 0.532-0.762 (mean = 0.67, 5 soils)
Kd: 0.03-0.31 mL/g (mean = 0.11 mL/g, 5 soils)
Koc: 2-10 mL/g (mean = 6 mL/g, 5 soils)

(mean KOM = 3.5 mL/g)

 

IN-N0079 (unstable in the presence of soil):

Kf: not calculated
Kfoc: not calculated
1/n: not calculated
Kd: 0.03-0.31 mL/g (mean = 0.11 mL/g, 5 soils)
Koc: 2-25 mL/g (mean = 8 mL/g, 5 soils)

(mean KOM = 4.7 mL/g)

No pH dependence for oxamyl or its metabolites.

 

 

Mobility in soil (Annex IIA, point 7.1.3, Annex IIIA, point 9.1.2)

Column leaching

Not required

Aged residues leaching

Not required

Lysimeter/ field leaching studies

Not required *

* In previous assessments of oxamyl for national authorisation, three lysimeterstudies in the USA were included in the profile. In the risk assessment for leaching however, it was concluded that these studies were not useful and reliable enough to assess the risk for leaching to groundwater in the Netherlands. Therefore these lysimeterstudies are not added to this list of endpoints.

 

Monitoring data ground water

From a study described by RIZA [Watersysteemverkenningen Carbamaten, 1993] it appears that monitoring for oxamyl in ground water was performed only sporadically. A total of 5 observations are known; no measurements were above the detection limit of 0.02 µg/L.

 

Field monitoring study (evaluated by NOTOX d.d. April 2007)

 

Reference

:

Thompson H.M., 2005 (IIIA 9.2 and IIIA 10.1.7)

 

Guideline

:

no guidelines applicable

Type of study

:

Field monitoring: field dissipation & effects on birds

 

Application rate

:

37-55 kg product/ha (3.7-5.5 kg a.s./ha)

Year of execution

:

2005

 

Number of treatments

:

1, pre-plant, broadcast incorporated.

Test substance

:

Vydate 10G, batch nr not reported, average dry granule weight 0.26-0.30 mg, 97% in size range 0.25-0.85 mm, blue-green appearance.

 

Interval

:

not applicable

A.s. content

 

10% nominal oxamyl

 

Treated area

:

0.4-14.3 ha per field

Test site

:

Potato growing fields in UK

 

Conclusions

:

see study conclusion

GLP statement

:

no

 

Acceptability

:

acceptable

 

Granule count data for the main field (number of granules on the surface/0.25 m2)

Field number

minimum count

maximum count

mean count

median count

90th percentile

95th percentile

1

0

22

5.9

6

11.3

14.4

2

0

1

0.1

0

0.1

1.0

3

0

13

2.3

1

5.2

7.3

4

0

14

1.2

0

2.1

3.6

5

0

13

3.5

2

8.2

10.2

6

0

16

6.7

5.5

14.1

15.1

7

0

4

0.9

0

2.2

4.0

13

0

11

4.7

3.5

10.1

11.0

14

0

3

0.4

0

1.0

1.1

15

0

21

1.8

1

2.1

3.9

17

0

6

1.5

1

3.1

4.1

18

0

14

5.5

4.5

12.2

14.0

19

0

20

9.5

8.5

18.1

19.1

20

0

5

1.1

0

3.2

5.0

21

0

18

5.1

4.5

10.4

14.2

22

1

15

4.8

4

9.0

9.3

23

0

4

1.5

1

3.1

4.0

24

0

5

1.3

1

3.0

3.1

25

0

2

0.2

0

1.0

1.1

27

0

34

11.4

9

22.3

25.5

28

1

24

11.6

10

21.0

21.2

30

0

11

5.1

4.5

10.0

10.1

31

1

41

18.6

13.5

38.0

38.2

33

0

34

14.8

14

23.2

25.5

34

0

4

0.9

0

3.0

3.1

35

0

18

3.3

2

6.0

6.6

36

26

140

71.0

65

98.8

107.7

39

2

14

6.4

6

10.2

12.1

41

0

4

1.6

1

4.0

4.0

all fields

0

140

7.0

2

16.0

25.1

 

Granule count data for cultivated headlands (number of granules on the surface/0.25 m2)

Field number

minimum count

maximum count

mean count

median count

90th percentile

95th percentile

18

0

8

0.6

0

0.4

4.2

21

0

15

5.3

5

14.0

14.1

25

0

2

0.4

0

1.1

2.0

27

0

36

9.4

7

13.6

19.9

34

0

6

0.4

0

1.0

1.3

36

0

110

33.7

28

78.2

98.6

all fields

0

110

8.3

0.5

17.2

50.7

 

Granule count data for uncultivated headlands (number of granules on the surface

/0.25 m2)

Field number

minimum count

maximum count

mean count

median count

90th percentile

95th percentile

1

0

1

0.1

0

0.0

0.1

2

0

2

0.2

0

0.1

1.1

3

0

5

0.8

0.5

1.1

2.2

5

0

16

1.4

0

4.2

6.5

6

0

43

5.8

2

18.5

24.0

7

0

6

0.6

0

2.0

2.2

13

0

1700

90.1

0.5

22.5

119.2

14

0

89

7.5

0

16.5

41.5

15

0

7

1.0

0

4.2

6.1

17

0

47

2.8

0

2.0

4.3

20

0

500

28.8

0

18.0

67.8

22

0

66

8.5

3.5

20.5

27.1

23

0

3

0.25

0

1

1.1

24

0

210

27.7

1

137.0

157.8

28

0

900

55.8

1.5

46.4

178.0

30

0

132

13.3

0

21.5

116.8

31

0

25

3.0

1

7.2

9.7

33

0

59

5.8

1

15.2

19.1

35

0

650

41.9

0

19.8

203.5

39

0

3

0.4

0

1.1

2.1

41

0

140

7.6

0

1.0

14.9

all fields

0

1700

14.5

0

9.3

30.0

 

Granule count data for spills (number of granules on the surface/0.25 m2)

Field number

no of spills

min size (cm2)

max size (cm2)

min count

max count

1

5

280000

280000

0

208

2

1

375

375

-

-

5

1

2000

2000

1000

1000

13

4

160000

160000

800

6000

17

2

-

-

328

926

19

4

2000

80000

900

9000

20

6

10000

80000

150

1000

21

8

5000

15000

108

900

22

4

30000

80000

700

1000

23

1

-

-

1000

1000

27

2

-

-

120

200

28

6

2500

10000

120

900

30

5

250

500

110

370

35

7

2500

120000

270

290

36

5

15000

15000

170

555

39

1

2500

2500

220

220

41

3

2500

2500

160

200

 

Conclusions

A monitoring study was performed on 30 sites in the UK representative for the potato growing area. Vydate 10G (granules, 10% oxamyl) was broadcast incorporated between half March and half May 2005 at rates between 37-55 kg product/ha (3.7-5.5 kg a.i/ha). Application/incorporation was achieved by a variety of techniques which can be considered representative for normal agricultural practice.

Surface exposed granule counts were made on 29 sites in the main field and headlands (row ends, turning areas). Mean surface exposed granule counts (per 0.25 m2) were 7.0, 14.5 and 8.3 for the main field, uncultivated headlands and cultivated headlands, respectively. All fields median values were 2, 0 and 0.5; 90th percentiles 16, 9.3 and 17.2 and 95th percentiles 25.1, 30.0 and 50.7 respectively. Spills occurred on 17 sites (number of spills between 1 and 8, maximum spill per site 200-9000 granules/0.25 m2) and were caused at row ends and headlands (due to incomplete incorporation, failure to stop granule flow, or replacement of containers). Carcass searched performed on 23 sites 24-48 hours after application did not show any wildlife poisoning related to the use of Vydate 10G.

Bird surveys on 23 sites indicated the most prevalent species on the main field was the pied wagtail, followed by crow and rook, black-headed gull, woodpigeon, pheasant, jackdaw, red-legged partridge and skylark. Other observed species were seen on at most 2 fields. The most abundant species was the black-headed gull, followed by the pied wagtail, rook, crow, linnet and common gull. Other species were observed at £25 individuals. On the field margins, the most prevalent species was the chaffinch, followed by the robin, blackbird, wren, woodpigeon, blue tit, great tit, yellowhammer, greenfinch, pied wagtail and dunnock. Other observed species were seen on at most 4 fields. The most abundant species was the chaffinch, followed by the fieldfare, woodpigeon, robin, blue tit and greenfinch. Other species were observed at £19 individuals.

Oxamyl dissipation from granules (studies on 10 sites) ranged from “no dissipation” to a half-life of 0.455 hours and was primarily governed by rainfall events immediately after application. It was estimated that a cumulative rainfall of 0.35 mm would result in 50% dissipation and 90% dissipation will be reached after 1.2 mm of rainfall.

 

 

Route and rate of degradation in water (Annex IIA, point 7.2.1)

Hydrolysis of active substance and relevant metabolites (DT50) (state pH and temperature)

pH 4 and pH 5

Oxamyl DT50 (pH 5, 25 °C): stable (>>31 day)

IN-A2213 DT50 (pH 4, 20 °C): stable (1386 days)

IN-D2708 DT50 (pH 4, 20 °C): stable (386 days)

IN-N0079 DT50 (pH 4, 20 °C): stable (990 days)

IN-T2921 DT50 (pH 4, 20 °C): stable (>1000 days)

 

 

pH 7

Oxamyl DT50 (25 °C): 8 days (first order, r2 = 0.985) [IN-A2213 = 93.2%, at day 30]

IN-A2213 DT50 (20 °C): stable (770 days)

IN-D2708 DT50 (20 °C): stable (981 days)

IN-N0079 DT50 (20 °C): 136 days (first order,
r2 = 0.96) [IN-T2921 = 1.41%, at day 7;
IN-D2708 = 14.17%, at day 30]

IN-T2921 DT50 (20 °C): stable (>1000 days)

 

 

pH 9

Oxamyl DT50 (25 °C): 3 hours (first order, r2 = 0.898) [IN-A2213 = 83.3% after 7 hours and 105.6% by day 15]

IN-A2213 DT50 (20 °C): stable (462 days)

IN-D2708 DT50 (20 °C): stable (8556 days)

IN-N0079 DT50 (20 °C): 3 days (first order,
r2 = 0.97) [IN-T2921 = 18.76%, at day 12;
IN-D2708 = 78.73%, at day 12]

IN-T2921 DT50 (20 °C): stable (337 days)

Photolytic degradation of active substance and relevant metabolites

Oxamyl:

DT50 (pH 5, 25 °C) = 7.4 days continuous irradiation (first order, r2 = 0.961), with IN-A2213 as the major degradation product (75.3%, at day 16).  IN-A2213 stable to further photolysis.  [Irradiation with artificial light, stated to be equivalent to summer sunlight in Delaware, USA.]

Quantum efficiency in water: 0.01870 (calculated using GCSOLAR photolysis model)

Theoretical maximum DT50 in the top layer of aqueous systems (for 30° N, 40° N and 50° N and all seasons): ranging from 6.6 days at 30° N in summer to 27.0 days at 50° N in winter (GCSOLAR – first order values)

 

IN-A2213:

molar absorptivity (ε) at 290 nm: >10 L/mol·cm (45.2 at pH <2, 56.9 at pH 7, 1110 at pH >10) [photolytic stability demonstrated in oxamyl photolysis study]

IN-D2708:

molar absorptivity (ε) at 290 nm: <10 L/mol·cm (2.31 at pH <2, 1.01 at pH 7, 0.375 at pH >10)

IN-N0079:

molar absorptivity (ε) at 290 nm: <10 L/mol·cm (3.28 at pH <2, 5.30 at pH 7, 0.383 at pH >10)

IN-T2921:

molar absorptivity (ε) at 290 nm: <10 L/mol·cm (6.29 at pH <2, 6.03 at pH 7, 2.11 at pH >10)

Readily biodegradable (yes/no)

No [Mean cumulative CO2 production by oxamyl test mixtures reached 11% of the theoretical maximum by day 23 and 19% by the end of the test on day 29.]

Degradation in     - DT50 water

water/sediment    - DT90 water

 

                            - DT50 whole system

                            - DT90 whole system

 

Water phase:

DT50 / DT90 values were not calculated.

Whole system:

[Two different methods used for oxamyl.]

Oxamyl DT50 = 0.4-1.0 days, oxamyl DT90 = 2.8-7.8 days (non-linear multi-compartment fit, n = 2, r2 = 0.920-0.993)

Oxamyl DT50 = 0.7-1.1 days, oxamyl DT90 = 2.4-3.6 days (non-linear first order fit, n = 2, r2 = 0.972-0.990)

IN-A2213 DT50 = 11.4-16.3 days, IN-A2213 DT90 = 37.9-54.1 days (linear first order fit, n = 2, r2 = 0.891-0.930)

IN-D2708 DT50 = 12.2-169 days, IN-D2708 DT90 = 40.5-562 days (linear first order fit, n = 2, r2 = 0.858-0.957)

IN-N0079 DT50 = 4.3-13.2 days, IN-N0079 DT90 = 14.3-43.9 days (linear first order fit, n = 2, r2 = 0.712-0.999)

IN-T2921 DT50 = 2.3-34.5 days, IN-T2921 DT90 = 7.8-115 days (linear first order fit, n = 2, r2: not applicable – only two data points for each fit)

[Due to limited partitioning into sediment, whole-system rates essentially represent the degradation rates in the water phase.  It was not possible to determine degradation rates for the sediment phase.]

 

 

Mineralisation

CO2 = 27.9-60.9% (at 100 days, study end, n = 2)

Non-extractable residues

Non-extractable residues = 9-18% (at 100 days, study end, n = 2)

Distribution in water / sediment systems (active substance)

Water phase:

Oxamyl = 95.8-97.2% (day 0), 36.8-43.1% (day 1) and not detected by day 30 (n = 2 systems)

 

Sediment phase:

Oxamyl = <0.1-0.3% (day 1, n = 2), 1.2% (day 61, n = 1) and otherwise not detected

 

[Dosing method – application to water, no mixing]

 

Distribution in water / sediment systems (metabolites)

IN-A2213:

Stream system – maximum level = 48.8% in water (day 2), 4.4% in sediment (day 2)

Pond system – maximum level = 25.3% in water (day 2), 2.1% in sediment (day 1)

 

IN-D2708:

Stream system – maximum level = 66.8% in water (day 30), 10.4% in sediment (day 30)

Pond system – maximum level = 64.2% in water (day 30), 12.1% in sediment (day 61)

 

IN-N0079:

Stream system – maximum level = 11.3% in water (day 7), 0.7% in sediment (day 7)

Pond system – maximum level = 52.9% in water (day 2), 3.7% in sediment (day 7)

 

IN-T2921:

Stream system – maximum level = 8.6% in water (day 14), 0.4% in sediment (day 14)

Pond system – maximum level = 11.4% in water (day 14), 0.4% in sediment (day 14)

 

IN-L2953:

Stream system – maximum level = 1.8% in water (day 100), 0.2% in sediment (day 7, day 14)

Pond system – maximum level = 3.8% in water (day 7), 0.1% in sediment (day 7, day 14, day 100)

 

PROD1 (unidentified degradate):

Stream system – maximum level = 0.3% in sediment (day 7), not detected in water

Pond system – maximum level = 0.8% in sediment (day 14), not detected in water

 

[Dosing method – application to water, no mixing]

 

Monitoring data surface water

In the table below, surface water monitoring data from a study described by RIZA are reported: [Watersysteemverkenningen Carbamaten, 1993]:

 

Oxamyl monitoring data in surface water

Location and year

Detection limit

o/n#

Mean conc.

Max. conc.

 

[mg/L]

 

[mg/L]

[mg/L]

Bommelerwaard

0,5

1/8

1,10

1,10

Rijnland

0,05

15/65

0,43

1,5

Westland

0,03

2/12

0,25

0,3

Vlotwatering

-

10/10

0,42

0,52

#number of observations above detection limit (o)/total number of observations (n).

 

Observations were mainly one in locations with glasshouse uses. Furtherit is noted that oxamyl was also detected in the Rhine and Maas rivers. In general these observations were confirmed in the CIW/CUWVO (1999) report on 1992-1996.

 

Fate and behaviour in air (Annex IIA, point 7.2.2, Annex III, point 9.3)

Direct photolysis in air

 

Not determined – no data requested

Quantum yield of direct phototransformation

 

Not determined in air (0.01870 in water)

Photochemical oxidative degradation in air

 

DT50 = 5.68 hours (Atkinson method)

Volatilisation

 

from plant surfaces: not applicable (oxamyl is applied as a soil-incorporated granule)

 

from soil: volatilisation loss of oxamyl estimated to be <0.0005% of the applied amount within 24 hours after treatment (Dow method)

 

Definition of the Residue (Annex IIA, point 7.3)

Relevant to the environment

 

Soil:

Oxamyl only (IN-A2213, IN-D2708, IN-N0079 and IN-T2921 adjudged not to be relevant in soil)

 

Water:

Oxamyl only (IN-A2213, IN-D2708, IN-N0079 and IN-T2921 adjudged not to be relevant in water)

 

Air:

No residue

 

 

Monitoring data, if available (Annex IIA, point 7.4)

Soil (indicate location and type of study)

 

Relevant European data not available

Surface water (indicate location and type of study)

Relevant European data not available

Ground water (indicate location and type of study)

 

UK (Anglia and Wales) – groundwater monitoring data from the UK Environment Agency database for 1992-1997

Wales: 26 samples analysed – oxamyl <0.1 μg/L in all cases

Anglia: 169 samples analysed – oxamyl >0.1 μg/L in 3 cases (0.18, 0.329 and 0.541 μg/L)

Air (indicate location and type of study)

 

Not available

 

 

Classification and proposed labelling (Annex IIA, point 10)

with regard to fate and behaviour data

 

No classification necessary

 

 

6.1       Fate and behaviour in soil

 

 

6.1.2        Leaching to shallow groundwater

Article 2.9 of the Plant Protection Products and Biocides Regulations (RGB) describes the authorisation criterion leaching to groundwater.

The leaching potential of the active substance (and metabolites) is calculated in the first tier using Pearl 3.3.3 and the FOCUS Kremsmünster scenario. Because the substance properties of oxamyl and metabolites IN-2213 and IN-A2708 (DT50 < 10 d and Kom < 10 L/kg) the first tier is not appropriate and the second tier of GeoPAERL should be used.

 

Input variables are the actual worst-case application rate 4 kg/ha, the crop [bare soil], application type [soil incorporation to 15 cm depth] and an interception value appropriate to the crop of [0]. Date of yearly application is 25/05/1901 (default for spring application). For metabolites all available data concerning substance properties are regarded. Metabolite IN-A2213 and IN-A2708 are included in the calculations. No other metabolites occurred above > 10 % of AR, > 5 % of AR at two consecutive sample points or had an increasing tendency.

The following input data are used for the calculation:

 

GeoPEARL:

 

Active substance:

Geometric mean DT50 for degradation in soil (20°C): 5.9 days

Arithmetic mean Kom (pH-independent): 10 L/kg

1/n: 1.07

 

Saturated vapour pressure: 5.12 x 10-5 Pa at 25 °C

Solubility in water: 148.1 g/l at 20°C at pH 5.0 (for stability reasons)

Molecular weight: 219.3 g/mol

 

 

Metabolite IN-A2213:

Geometric mean DT50 for degradation in soil (20°C): 3.3 days

Arithmetric mean Kom (pH-independent): 4.1 L/kg

1/n: 1.03

 

Saturated vapour pressure: 5.12 x 10-5 Pa at 25 °C

Solubility in water: 148.1 g/l at 20°C at pH 5.0 (for stability reasons)

Molecular weight: 162.2 g/mol

Maximum fraction of occurence: 0.51

 

Metabolite IN-A2708:

Geometric mean DT50 for degradation in soil (20°C): 4.6 days

Arithmetric mean Kom (pH-independent): 5.6 L/kg

1/n: 0.9

 

Saturated vapour pressure: 5.12 x 10-5 Pa at 25 °C

Solubility in water: 148.1 g/l at 20°C at pH 5.0 (for stability reasons)

Molecular weight: 162.2 g/mol

Maximum fraction of occurence: 0.395

 

Other parameters: standard settings of GeoPEARL 3.3.3

 

The leaching potential of substances to the shallow groundwater in the potential area of use within The Netherlands is calculated using the GeoPEARL model. Additional input is the crop and the number of plots (minimum 250). For results see Table M.2b.

 

Table M.2b Leaching of a.s. oxamyl and metabolites as predicted by GeoPEARL 3.3.3

Use

Substance

Rate a.s. [kg/ha]

Frequency

Interval [days]

Fraction

intercepted

PEC

groundwater [mg/L]

 

 

 

 

 

 

spring

 

Floriculture

Oxamyl

IN-A2213

IN-A2708

4

1

-

0

0.0174

0.0097

0.0069

 

 

GeoPEARL calculations show that the predicted leachate concentrations for oxamyl  and metabolites IN-A2213 and IN-A2708 are smaller than 0.1 µg/L. Hence, the active substance meets the standards laid down in the RGB for the proposed applications. 

Moreover the metabolites IN-A2213 and IN-A2708 are considered non relevant in relation to groundwater (EFSA conclusion).

 

However, as the predicted concentration for oxamyl is larger than 0.01 µg/L, a restriction on the use in groundwater protection areas should be placed on the label.

 

Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

 

 

Degradation in the saturated zone

Experiments of degradation in the saturated zone are available. This information can be used for a revised calculation considering a travelling time of 4 years which predicts a concentration at 10 m depth.

 

The formula used is Ct = C0 * e -ktR

 

The calculation are based on a DT50 values of 0.9-1.7 h (anaerobic). For aerobic subsoil DT50 values of 37-no degradation (> 120 d; study duration) are available. In one subsoil no degradation was observed. A default value of 1000 d is used for calculation.

For time 1460 days (4 years), Because R is not determined 1 is used.

For all 4 locations the concentration at 10 m depth is calculated.

For results see Table M.2c.

 

Table M.2c Leaching of a.s. oxamyl and metabolites predicted at 10 m depth

Use

Substance

Rate a.s. [kg/ha]

Frequency

Interval [days]

Fraction

intercepted

PEC

groundwater [mg/L] at 10 m depth

 

 

 

 

 

 

aerobe

 anaerobe

Floriculture

Oxamyl

4

1

-

0

< 0.001

< 0.001

<0.001

0.006

 

Calculations of predicted concentrations in groundwater at 10 m depth show that the leachate concentrations for oxamyl are smaller than 0.01 µg/L. Hence, the active substance meets the standards laid down in the RGB for the proposed applications. 

No restriction on the use in groundwater protection areas in needed on the label.

 

Lysimeter/field leaching studies

No suitable lysmeter studies available.

 

Monitoring data

Monitoring results from RIZA indicate that the a.s. substance oxamyl was detected at 5 occasions. None of the values measured were above the detection limit of 0.02 µg/L.

Further, monitoring data from the UK are available from the period 1992-1997, for which no elaborate evaluation was performed. The results indicate that oxamyl was detected on a few occasions in the UK.The detected values ranged from <0.025 – 0.541 µ/L. The application rate in the UK is higher than in the Netherlands (5.5 kg .a./ha vs 4 kg a.s./ha).

 

Regarding the presence of metabolites IN-A2213 and IN-D2708 no monitoring data are available

 

The monitoring data give no reason to adjust the conclusions that were made based on the calculations.

 

Conclusions

The proposed application in floriculture of the product complies with the requirements laid down in the RGB concerning leaching in soil.

 

6.4       Appropriate fate and behaviour endpoints relating to the product and approved uses

See List of Endpoints.

 

6.5       Data requirements

None

 

The following restriction sentences were proposed by the applicant:

None

 

Based on the current assessment, the following has to be stated in the GAP/legal instructions for use:

None

 

6.6       Overall conclusions fate and behaviour

It can be concluded that:

  1. all proposed applications in floriculture of the active substance oxamyl meet the standards for leaching to the shallow groundwater as laid down in the RGB.
  2. all proposed applications of metabolite IN-A2213 and IN-A2708 meet the standards for leaching to shallow groundwater as laid down in the RGB.

 

 

Conclusie

Het College besluit het verzoek tot wijziging van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift te honoreren.

·            De restrictiezin “Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden” komt te vervallen.