Toelatingsnummer 8960 N

Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,


gelet op de aanvraag d.d. 27 oktober 1999 (aanvraagnummer 99-665 TV) tot verkrijging van een verlenging van de toelating voor het middel Actisan-5 L, toelatingsnummer 8960 N,

gelet op de artikelen 3, 3a, 4, en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

BESLUIT:

Enig artikel

In zijn besluit van 15 juni 1994 betreffende de toelating van het bestrijdingsmiddel

Actisan-5 L

onder toelatingsnummer 8960 N, wordt het bepaalde onder § 1, onder 2, op gronden als in bijlage 1 dezes vermeld, vervangen door:

"2. De toelating geldt tot 1 november 2010."

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan daartegen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

Wageningen, 13 oktober 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

Aan:

VEIP B.V.
MOLENVLIET 1
3961 MT WIJK BIJ DUURSTEDE

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I bij het verlengingsbesluit van het middel Actisan-5 L,

toelatingsnummer 8960 N

Betreft de aanvraag tot verlenging van de toelating van het middel Actisan-5 L

(99-665 TV) een middel op basis van de werkzame stof natriumdichloorisocyanuraat na

1 november 2000 (einddatum van de werkzame stof natriumdichloorisocyanuraat). Het middel is toegelaten uitsluitend voor het gebruik als middel ter bestrijding of afwering van:

1. bacteriën (incl. mycobacteriën, doch excl. bacteriesporen) en gisten op oppervlakken, welke in contact kunnen komen met eet- en drinkwaren en de grondstoffen hiervoor;

2. bacteriën (incl. mycobacteriën, doch excl. bacteriesporen) en gisten op oppervlakken, in ruimten bestemd voor het verblijf van mensen;

3. bacteriën in dierverblijfplaatsen en bijbehorende ruimten;

4. bacteriën en de volgende virussen in transportmiddelen voor dieren: klassieke varkenspest virus, virus van de ziekte Aujeszky en mond- en klauwzeer virus

a. micro-orgnaismen in zwembadwaterm echter uitsluitend in therapeutische baden;

b. privé-baden, voorzover niet behorend bij hotels, kampeerterreinen, recreatiecentra en internaten en mits het middel zodanig wordt gedoseerd dat:

- het gehalte aan beschikbaar chloor, gemeten met D.P.D.1 minimaal 2 mg/L en maximaal 5 mg/L bedraagt;

- het gehalte aan cyanuurzuur een concentratie van 100 mg/L niet zal overschrijden.

De einddatum van de werkzame stof natriumdichloorisocyanuraat is 1 november 2000.

Stand van zaken met betrekking tot de werkzame stof

Cyaanzuur, natriumdichloorisocyanuraat en trichloorisocyaanzuur worden in Nederland voornamelijk gebruikt voor desinfectiedoeleinden. Binnen Europa worden grote hoeveelheden gebruikt voor industriële toepassingen (o.a. antikrimpmiddelen in de wolindustrie). In het kader van de bestaande stoffenverordening (793/93/EG) zijn voor natriumisocyanuraat en cyanuurzuur door het ECB (European Chemicals Bureau), naar aanleiding van opgaven van producenten, IUCLID (International Uniform Chemical Information Datasheet) samenvattingen opgesteld waarin alle bestaande studies zijn opgenomen.

Ten behoeve van Collegevergadering C-40.3.11 (oktober 1995) zijn voor cyaanzuur, natriumdichloorisocyanuraat en trichloorisocyaanzuur risicobeoordelingen opgesteld waarbij geen onaanvaardbaar risico voor mens en milieu werd verwacht. Daarbij zijn ter completering van het dossier verlengingsvragen gesteld betreffende de dampspanning, vervluchtiging, spectra, huidirritatie (OECD 404), oogirritatie (OECD 405), sensibilisatie (OECD 406), acute tox. algen (OECD 201) en bioaccumulatie in waterorganismen
(OECD 305 E).

In het Collegestuk over de beoordeling van werkzame stoffen die behoren tot de bulkchemicaliën (C-101) wordt aangegeven waarom het niet zinvol wordt geacht om op dit moment voor bestrijdingsmiddelen op basis van die stoffen een dossier te vragen dat geheel voldoet aan de kwaliteitseisen van het CTB.

In lijn hiermee wordt het op dit moment niet nodig geacht om nadere gegevens m.b.t. natriumdichloorisocyanuraat, cyaanzuur en de verwante stof trichloorisocyaanzuur te eisen. De eerder opgestelde risicobeoordelingen laten zien dat bij gebruik van deze stoffen geen onaanvaardbare effecten verwacht worden.

Voorgesteld wordt om voor cyaanzuur, natriumdichloorisocyanuraat en trichloorisocyaanzuur de beoordeling in het kader van de Biocidenrichtlijn af te wachten. Derhalve worden de bestaande toelatingen van middelen op basis van cyaanzuur, natriumdichloorisocyanuraat en trichloorisocyaanzuur verlengd met 10 jaar tot 1 november 2010 op basis van artikel 3, eerste lid van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. Na 5 jaar zal worden nagegaan of er aan de hand van nieuwe ontwikkelingen en inzichten een tussentijdse beoordeling dient plaats te vinden.

Besluit

• Het College besluit de toelating van het middel Actisan-5 L te verlengen met 10 jaar op basis van artikel 3, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

Voor natriumdichloorisocyanuraat wordt 1 november 2010 als nieuwe einddatum vastgesteld.

• Als expiratiedatum voor het middel Actisan-5 L wordt 1 november 2010. (=einddatum natriumdichloorisocyanuraat) vastgesteld. In november 2005 zal worden nagegaan of er aan de hand van nieuwe ontwikkelingen en inzichten een tussentijdse beoordeling dient plaats te vinden.

Wageningen, 13 oktober 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)