Toelatingsnummer 12409 N

 

VYDATE 10G  

 

12409 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

gelet op artikel 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

Het besluit tot toelating van het middel VYDATE 10G onder nr. 12409 N d.d. 28 februari 2003, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 25 februari 2005, wordt op gronden als in bijlage II dezes vermeld, met ingang van heden gewijzigd als volgt:

 

In het gestelde onder § IV.2. e wordt in plaats van “W.2“ gelezen “W.3“.

 

De bijlage 1 bij bovengenoemd besluit wordt vervangen door bijlage 1 dezes.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

Wageningen, 26 augustus 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

 

 

 

Aan:

Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. Agricultural Products(Station 18M)

Baanhoekweg 22
3313 LA  DORDRECHT

 

 


 


HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel VYDATE 10G, toelatingsnummer 12409 N

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als grondbehandelingsmiddel:

  1. in de teelt van bieten, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien;
  2. in de teelt van aardappelen, mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  3. in de teelt van lelies, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast  en ingewerkt;
  4. in de teelt van wortelen, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien óf mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  5. In de teelt van spruitkool, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast en ingewerkt.

   

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

  

VYDATE 10G is een systemisch werkend middel in granulaatvorm dat insecten- en aaltjesdodende eigenschappen bezit. Het wordt in de grond gebracht en van daaruit door de plantwortels opgenomen en in de plant verspreid.

 

Toepassingen

Bieten, tegen bietenkevertjes, springstaarten of aaltjes.
Ter voorkoming van schade door het bietenkevertje, springstaarten of aaltjes het middel tijdens het zaaien in de zaaivoor aanbrengen door middel van een aan de zaaimachine gekoppelde deugdelijke granulaatstrooier of opbouwset.

Met name schade veroorzaakt door aaltjes in de beginontwikkeling van het gewas wordt voorkomen.

Dosering:

 

Aardappelen, tegen aaltjes

Volveldsbehandeling
Ter voorkoming van schade door aaltjes dient het middel vlak voor of tijdens het pootklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid.

Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur, en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm. Het meest geschikt voor het inwerken is een frees, maar ook andere werktuigen waarmee een gelijkmatige menging wordt bereikt, zijn bruikbaar.
Dosering: 40 kg per ha

Toplaagbehandeling
Op percelen waar na de najaarsontsmetting met vloeibare middelen de grond niet kerend is bewerkt kan voorafgaande aan een eventuele grondbewerking in het voorjaar
VYDATE 10G volvelds worden gestrooid en ingewerkt in de toplaag (5 cm) van de grond.


De toplaag wordt bij de najaarsontsmetting namelijk het slechtst ontsmet en verkrijgt zo een extra behandeling. Deze toepassing dient zo kort mogelijk voor het poten te geschieden.
Dosering: 20 kg per ha

 

Rijenbehandeling tijdens het poten

Bij tegen Globodera pallida (het witte aardappelcystenaaltje) partieel resistente rassen kan het middel tijdens het poten, met behulp van op de pootmachine opgebouwde apparatuur worden uitgestrooid in de aardappelrug op een strook met een breedte van 25-30 cm.
Hierdoor wordt de beginontwikkeling van het gewas bevorderd, waardoor later tijdens het groeiseizoen de resistente eigenschappen beter tot hun recht komen.

Schade, zowel opbrengst- als kwaliteitsverlies, door aaltjes van met name wortellesie- en wortelknobbelaaltjes, wordt grotendeels voorkomen door deze behandeling.
Dosering
: 10 kg per ha.

 

Lelies, tegen aaltjes

VYDATE 10G kan voor of na het planten ingezet worden tegen wortellesieaaltjes

Voor planten:

Het middel dient vlak voor of tijdens het plantklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid. Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm.

Na het planten:

Direct na het planten (in ieder geval voor opkomst van het gewas) een éénmalige rijenbehandeling boven de geplante bollen uitvoeren met daarvoor in aanmerking komende apparatuur waarmee het middel in de grond wordt gebracht en direct wordt toegedekt.

Dosering: 40 kg per ha

 

Wortelen, tegen aaltjes

VYDATE 10G kan als rijenbehandeling tijdens het zaaien of als volveldstoepassing kort voor of tijdens het zaaien worden ingezet tegen vrijlevende aaltjes, wortellesieaaltjes en wortelknobbelaaltjes.

Rijentoepassing 

Het middel tijdens het zaaien in de zaaivoor aanbrengen door middel van een aan de zaaimachine gekoppelde daartoe geëigende granulaatstrooier of apparaat.

Dosering: 10 kg per ha, gebaseerd op een rugafstand van minimaal 50 cm breed.

 

Volveldstoepassing

Het middel dient vlak voor of tijdens het plantklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid. Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm.

Dosering: 40 kg per ha.

 

Spruitkool, tegen aaltjes

VYDATE 10G kan ingezet worden tegen bietencystenaaltjes.

Ter beperking van schade door bietencystenaaltjes het middel kort voor het uitplanten strooien en direct inwerken met een frees of een ander werktuig waarmee een gelijkmatige menging wordt bereikt.

Dosering: 40 kg per ha.

 

Wageningen, 26 augustus 2005

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van het middel VYDATE 10G, toelatingsnummer 12409 N.

 

Het betreft een aanvraag tot vereenvoudigde uitbreiding van het middel VYDATE 10G, 20050046 VUG, een grondbehandelingsmiddel op basis van de werkzame stof oxamyl, voor de toepassing in de teelt van spruitkool.

 

Het middel is reeds toegelaten als grondbehandelingsmiddel:

a.      in de teelt van bieten, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien;

b.      in de teelt van aardappelen, mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;

c.      in de teelt van lelies, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast  en ingewerkt;

d.      in de teelt van wortelen, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien óf mits toegepast kort voor of tijdens het zaaien op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt.

 

De einddatum van de werkzame stof oxamyl is 1 januari 2008.

 

 

Stand van zaken met betrekking tot de aanvraag

 

De aanvraag is op 8 februari 2005 ontvangen; op 10 februari 2005 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen. De aanvraag is op 7 juli 2005 in behandeling genomen.

 

Toepassingsoverzicht

 

De toepassing in de teelt van spruitkool wordt aangevraagd voor een éénmalige veldtoepassing kort voor het uitplanten, met een dosering van 40 kg middel per ha, ter bestrijding van bietencystenaaltjes.

 

 

Beoordeling fysische en chemische eigenschappen

 

In het kader van de uitbreiding volgens de vereenvoudigde beoordelingwijze worden alleen de relevante residuanalysemethoden beoordeeld.

De uitbreiding wordt aangevraagd in de teelt van spruitkool. Het middel is toegelaten in de teelt van bieten, aardappelen, wortels en lelies.

De gewassen bieten, aardappelen, wortel en spruitkool vallen onder dezelfde gewasgroep (waterig) waardoor extrapolatie mogelijk is voor de gevalideerde analysemethode in deze groep van gewassen.

 

Residuanalysemethoden

 

Food/feed of plant origin (principle of method and LOQ for methods for monitoring purposes)

Netherlands MultiResidue method 2: validated including melon (peel&pulp), sugar beet, potato, citrus fruit (peel&pulp); LOQ = 0.01 mg/kg (oxamyl)

LCMS (ES+): LOQ = 0.01 mg/kg (oxamyl)

Food/feed of animal origin (principle of method and LOQ for methods for monitoring purposes)

Not required (no MRL’s set)

 

De residuanalysemethoden voor lucht, grond en water zijn al bij de oorspronkelijke toelating beoordeeld en geaccepteerd. De uitbreiding geeft geen aanleiding deze residuanalysemethoden opnieuw te beoordelen.

 

Vanuit de toepassing (Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing) dient voor de volgende typen gewassen een residuanalysemethode te worden geleverd: waterig (aardappel, biet, wortel en spruitkool). De residudefinitie van oxamyl in plantaardige producten is oxamyl (oxamyl-oxim maakt geen deel meer uit van de residudefinitie). De MRL is 0,02 mg/kg voor eet- en drinkwaren (overige gewassen). De waterige matrices zijn afdoende gevalideerd voor oxamyl.

De residuanalysemethoden voldoen om de MRL gedefinieerd voor overige eet- en drinkwaren te kunnen controleren.

 

       Conclusie

De analysemethoden voor spruitkool zijn vergelijkbaar met al toegelaten gewassen, en daardoor toelaatbaar.

 

 

Profiel werkzaamheid

 

Claim

 

Geclaimd wordt de toepassing als nematicide in de teelt van spruitkool, door middel van een grondbehandeling in een dosering van 40 kg/ha.

 

Karakterisering van het middel

 

Vydate is een nematicide op basis van oxamyl. Oxamyl is een contact en systemisch werkend insecticide, acaricide en nematicide. De stof behoort tot de chemische groep van de oxim carbamaten.

De werking van het middel berust met name op de inactivatie van acetylcholinesterase, dat betrokken is bij de zenuwprikkeloverdracht. Dit leidt uiteindelijk tot verlamming, zodat de insecten, mijten en nematoden zich niet meer kunnen voeden. De wortels krijgen hierdoor de mogelijkheid zich goed te ontwikkelen.

Het middel wordt gerekend tot de zogenaamde droge grondonstmetters; een naam die ze ontlenen aan het feit dat deze middelen in vaste vorm (met name als granulaat) toegediend worden, in tegenstelling tot de natte grondontsmetters, die in vloeibare vorm worden toegediend. Het middel heeft een relatief korte residuele werking. Herbehandeling is echter niet nodig omdat de toepassing met name gericht is op het zeker stellen van de opbrengst en de kwaliteit, waarvoor een behandeling in het zaai- en/of plantstadium van deze gewassen volstaat.

Het middel is reeds toegelaten ter bestrijding van nematoden in de teelt van onder andere suikerbieten, aardappelen en lelie.

Aantaster/teelt

 

Nematoden kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan gewassen. Een aantal plantparasitaire soorten zijn in staat zich zeer snel te vermenigvuldigen, wat binnen een tot enkele jaren al kan leiden tot een zware aantasting. De nematoden voeden zich aan of in de wortels van de waardplant. Sommige soorten, waaronder enkele Meloidogyne soorten (wortelknobbelaaltjes) hebben een zeer breed waardplantspectrum.


Wijze van bestrijding

 

Er staan een aantal methoden ter beschikking om een nematodenpopulatie onder controle te houden. Enerzijds is er het telen van resistente rassen, waar de nematoden zich niet op kunnen voeden of vermenigvuldigen, daarnaast is het mogelijk met gewasrotatie, waarbij een waardplantgewas afgewisseld wordt met de teelt gedurende een of meerdere jaren van niet waardplantgewassen de populatie tot een zodanig niveau terug te brengen dat er geen gevaar voor (onacceptabele) schade is. Verder is er de mogelijkheid van chemische bestrijding (grondontsmetting, dompeling van poot- en plantgoed).

 

Beoordeling werkzaamheid


Benodigd onderzoek

 

Het betreft een vereenvoudigde uitbreiding, waarbij geconcludeerd is dat voor het deelaspect resistentie sprake is van vergelijkbaar doeleinde en daarmee extrapolatie mogelijk is. Op grond van de eerdere toelating met een dosering van 50 kg/ha kan gesteld worden dat verwacht wordt dat de kans op fytotoxiciteit bij 40 kg/ha lager is dan voor
50 kg/ha. Aangezien deze dosering voor wat betreft de fytotoxiciteit acceptabel werd geacht, kan deze conclusie ook voor de 40 kg/ha dosering worden getrokken. Fytoxociteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk

Geleverde gegevens

 

Geleverd is de rapportage van onderzoek, waarbij het middel toegediend is in een dosering van 40 kg/ha.

 

Effectiviteit

 

Het middel is tot 1 november 1999 toegelaten geweest als insecten en nematodenbestrijdingsmiddel in de teelt van spruitkool, echter in een dosering van
50 kg/ha. Aangevraagd wordt een dosering van 40 kg/ha.

Vaststellen dosering

 

Het middel is toegelaten geweest in een dosering van 50 kg/ha, destijds de optimale dosering. Ter onderbouwing van de verlaging van de dosering zijn  een motivatie en onderzoeksresultaten geleverd. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat bij een dosering van 40 kg/ha een goede wortelontwikkeling zeker gesteld kan worden, min of meer onafhankelijk van het gewas en de nematodensoort. Op grond hiervan is in het verleden een toelating afgegeven voor toepassing in aardappelen, lelie en wortelen, bij een dosering van
40 kg/ha, zodat gesteld kan worden dat een toepassing van 40 kg/ha voldoende is ter bestrijding van nematoden, waaronder het bietencysteaaltje.

 

Werking

 

Aangezien het een grondbehandeling betreft, gerichte tegen bodemnematoden, kan de werking min of meer los gezien worden van het gewas en kan hier een vergelijking worden getrokken met de overige toepassingen waar 40 kg/ha toegestaan is (aardappel, lelie en wortel). Hieruit kan geconcludeerd worden dat het middel in voldoende mate werkzaam is ter bestrijding van nematoden, waaronder het bietencysteaaltje.

 


Schadelijke effecten

 

Bij de eerdere beoordeling van de toepassing van het middel in spruitkool is geconcludeerd dat bij een dosering van 50 kg middel per ha er geen onaanvaardbare schadelijke nevenwerkingen zijn. Op grond hiervan kan afgeleid worden dat bij een dosering van
40 kg per ha er zeker geen onaanvaardbare schadelijke nevenwerkingen te verwachten zijn en het middel dan ook veilig gebruikt kan worden.

 

Resistentie-ontwikkeling

 

Voor dit deelaspect kan geconcludeerd worden dat dit niet wijzigt ten opzichte van de reeds toegelaten toepassingen. Resistentie tegen oxamyl zal zich niet snel ontwikkelen. Wat wel kan optreden is een zekere mate van adaptatie van de bodem. Hierbij ontwikkelen zich bacteriepopulaties die oxamyl versneld kunnen omzetten in niet actieve metabolieten. Bij goed landbouwkundig gebruik; het voorkomen van een eenzijdig gebruik van het middel gedurende meerdere jaren, zal adaptatie niet snel optreden en vormt dit geen gevaar.

Extrapolatiemogelijkheden

 

Hoewel er verschillende extrapolatiemogelijkheden zijn, is dit voor de onderhavige aanvraag niet van belang omdat hier teruggegrepen kan worden op eerder onderzoek en bevindingen van destijds.

Conclusie werkzaamheid

 

Op grond van de onderzoeksresultaten, de bevindingen in de praktijk en expert judgement kan geconcludeerd worden dat het middel VYDATE 10G in voldoende mate werkzaam is ter bestrijding van bietencysteaaltjes en geen onaanvaardbare nevenwerkingen heeft op planten en plantaardige producten indien toegepast voor het planten van de spruitkool met een dosering van 40 kg per ha.

 

 

Profiel humane toxicologie

 

Het middel VYDATE 10G, op basis van oxamyl, is reeds toegelaten als grondbehandelingsmiddel in de teelt van bieten, aardappelen, lelies en wortelen. De huidige vereenvoudigde uitbreidingsaanvraag betreft het gebruik van VYDATE 10G als grondbehandelingsmiddel in de teelt van spruitkool.

 

 

Beoordeling van het risico voor de toepasser (beroepsmatig/re-entry)

 

Uit een vergelijking tussen de goede landbouwpraktijken van de toegelaten toepassing in aardappel en de gevraagde uitbreiding naar spruitkool blijkt dat de verschillen gering zijn. De beheersing van aaltjes in spruitkool gebeurt door middel van een volveldsbehandeling. Deze is vergelijkbaar met die van aardappelen. Er is geen verschil voor spruitkool in toedieningsmethode, model voor blootstellingsschatting, moment van toepassen, frequentie en re-entry met de toepassing in aardappel. De dosering is dezelfde als de maximale dosering in aardappel. Derhalve is de blootstelling van een toepasser en werker in de teelt van spruitkool niet hoger dan de blootstelling bij toepassing in de teelt van aardappelen.

 


Conclusie

Aangezien de maximale blootstelling van de toepasser en werker bij gebruik van
VYDATE 10G in de teelt van spruitkool niet hoger zal zijn dan de maximale blootstelling bij het reeds toegelaten gebruik in de teelt van aardappelen, wordt uitbreiding toelaatbaar geacht wat betreft het risico voor de toepasser en werker.


 

Beoordeling van het risico voor de volksgezondheid

 

Metabolisme en residugedrag in planten en landbouwhuisdieren, residuanalyse, residudefinitie, monsterstabiliteit

 

Deze onderwerpen zijn voldoende beschreven in de moedertoelating en zijn ook van toepassing op de huidige uitbreidingsaanvraag in de teelt van spruitkool.

Echter, wat betreft de residudefinitie is nadere toelichting nodig. De residudefinitie van oxamyl in de Regeling Residuen is oxamyl, waarbij inbegrepen oxamyl-oxim uitgedrukt als oxamyl. De aanvrager heeft echter bij de vorige uitbreidingsaanvraag voor wortel een uitgebreid statement geleverd waarin wordt onderbouwd dat de correcte residudefinitie oxamyl is. Ook in de concept monografie van juli 2003 (waarin het gebruik van oxamyl als granulaat in de teelt van aardappel wordt ondersteund) wordt ‘oxamyl’ ondersteund als residudefinitie en niet oxamyl en oxamyl-oxim. Oxamyl-oxim is toxicologisch niet relevant. Het maakt echter onderdeel uit van de residudefinitie, omdat de residuanalysemethoden voorheen geen onderscheid konden maken tussen oxamyl en oxamyl-oxim. Aangezien er nu wel een gevalideerde multiresidumethode beschikbaar is voor de bepaling van oxamyl, wordt de residudefinitie ‘oxamyl’.

Met betrekking tot monsterstabiliteit is het volgende beschreven in de moedertoelating:

Een twee jaar durend onderzoek naar de stabiliteit van het residu in ingevroren monsters van onder andere aardappelen en bieten is aangevangen in juni 2000.  De gegevens van de eerste 12 maanden zijn nu beschikbaar. De monsters die bij ‑18°C bewaard zijn, zijn stabiel gedurende 12 maanden. Verder onderzoek volgt.

De aanvrager heeft nu het complete rapport geleverd. De stabiliteit van oxamyl in sla, tomaat, suikerbietwortel, aardappel en sinaasappelschil is bepaald (representatief voor waterige, zure, suiker-, zetmeel- en olieachtige groenten en fruitmonsters). Oxamyl is stabiel in alle matrices gedurende 24 maanden bij ‑18°C.

 

Residuen

 

Voor de huidige uitbreidingsaanvraag heeft de aanvrager residuproeven geleverd en een position paper. In aardappelen, bieten en wortelen is voor oxamyl een nul-residusituatie. Voor de huidige uitbreidingsaanvraag zijn 3 residuproeven met spruitkool geleverd. De proeven zijn uitgevoerd in Nederland in 2004 met 4,59 kg oxamyl/ha (cGAP is 4 kg/ha) en een PHI van
158 dagen (ongeveer 5 maanden; volgens GAP is PHI 5 – 10 maanden). De proeven kunnen beschouwd worden als worst-case. Aangezien in deze 3 proeven geen residuen worden gedetecteerd (detectielimiet is 0,007 mg/kg), zijn voldoende proeven geleverd om de nul-residusituatie te bevestigen. Overigens worden, op basis van de eigenschappen van oxamyl (zoals een korte halfwaardetijd in planten), ook geen detecteerbare residuen verwacht wanneer oxamyl wordt toegepast net voor het planten van een gewas.

 

Afleiden MRL

 

Op dit moment zijn er geen geharmoniseerde MRL’s voor oxamyl in Europa. In de Regeling Residuen is de MRL voor de categorie ‘overige’ 0,02* mg/kg. Gebaseerd op de hierboven beschreven residuproeven met spruitkool kan deze MRL van 0,02* mg/kg gehandhaafd blijven voor spruitkool.

 

Conclusie

 

Aangezien er na toepassen van oxamyl geen residuen zijn gedetecteerd in spruitkool, wordt de uitbreiding toelaatbaar geacht wat betreft het risico voor de volksgezondheid.

 

 

Profiel milieuchemie en –toxicologie

 

Deze aanvraag betreft het gebruik van VYDATE 10G ter beheersing van aaltjes in de teelt van spruitkool volgens de procedure Vereenvoudigde uitbreiding.

 

Beoordeling van het risico voor het milieu

 

De aangevraagde toepassing wordt vergeleken met de volveldstoepassing in aardappelen, mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in één arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt. Zie tabel M.1 voor een overzicht van de genoemde toepassingen.

 

            Tabel M.1 Vergelijking nieuwe toepassing met reeds toegelaten toepassing

Nieuw aangevraagd /reeds toegelaten

Teelt

Veld/ ka

DoseriK kg w.s.

/ha

Aantal

toe-

passingen

Toepassings-

interval (d)

Tijdstip

Nieuw aangevraagd

Spruit-

Kool

Veld

4

1

-

Kort voor uitplanten

Reeds toegelaten

Aard-appel

Veld

4

1

-

Kort voor of tijdens pootklaar maken van de grond

 

Het risico bij gebruik in de onderhavige nieuw aangevraagde teelt is vergelijkbaar met het risico bij de vergelijkbare, reeds toegelaten teelt van aardappelen. Een overzicht per deelaspect van de risico’s voor gebruik in de teelt van spruitkool wordt gegeven in tabel M.2.

 


Tabel M.2 Overzicht van risico’s per aandachtspunt bij onderhavige nieuw aangevraagde teelt vergeleken met reeds toegelaten toepassing in aardappelen.

Deelaspect Milieu

Aandachtspunt

Vergelijkbaar of lager risico

Motivering

 

Persistentie

 

Vergelijkbaar

Persistentie wordt in eerste instantie beoordeeld op stofintrinsieke eigenschappen. Deze zijn gelijk, want het betreft dezelfde stof.

Indien de norm voor persistentie wordt overschreden dient te worden gekeken naar de accumulatie in de bodem in combinatie met toetsing aan het MTRbodem. De accumulatie in de bodem hangt af van dosering, frequentie, interval en tijdstip van toepassing.

Uitspoeling

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

 

frequentie

Vergelijkbaar

Frequentie gelijk

 

Interval

Vergelijkbaar

n.v.t.

 

fractie op bodem

Vergelijkbaar

voor opkomst, dus gelijke belasting van de bodem

 

tijdstip (voorjaar/najaar)

Vergelijkbaar

voorjaarstoepassing

Waterorganismen

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

 

Frequentie

Vergelijkbaar

Frequentie gelijk

 

Interval

Vergelijkbaar

n.v.t.

 

tijdstip

(voorjaar/najaar)

Vergelijkbaar

voorjaarstoepassing

 

% Drift

Vergelijkbaar

In beide gevallen volveldsteelt, waarvoor 1% drift geldt.

Vogels, zoogdieren

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

 

Gewas-dier combinatie en Residue per Unit Dose (RUD)

Vergelijkbaar

Doelsoorten in beide gewassen zijn de kleine vogel en het kleine zoogdier. RUD is in beide gewassen 25 * dosering.

Bijen

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

Niet-doelwit arthropoden

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

 

Frequentie

Vergelijkbaar

Frequentie gelijk

 

Interval

Vergelijkbaar

n.v.t.

Regenwormen

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

 

Frequentie

Vergelijkbaar

Frequentie gelijk

 

Interval

Vergelijkbaar

n.v.t.

 

fractie op bodem

Vergelijkbaar

Voor opkomst, dus gelijke belasting van de bodem

Bodemmicro-organismen

Dosering

Vergelijkbaar

Dosering gelijk

 

Frequentie

Vergelijkbaar

Frequentie gelijk

 

Interval

Vergelijkbaar

n.v.t.

 

fractie op bodem

Vergelijkbaar

Voor opkomst, dus gelijke belasting van de bodem

Emissie naar RWZI (kas)

Dosering

Vergelijkbaar

Geen blootstelling RWZI bij volveldstoepassing.

 

Conclusie voor milieu

Aangezien bij de aangevraagde toepassing in spruitkool de blootstelling van de bodem, oppervlaktewater, vogels, bijen en hommels, niet-doelwit arthropoden, regenwormen, bodemmicro-organismen en een RWZI vergelijkbaar is aan de blootstelling bij de reeds toegelaten toepassing in aardappelen is de conclusie dat uitbreiding van de toepassingen met bovenstaande aangevraagde toepassing geen onaanvaardbaar risico veroorzaakt voor het milieu.

 

 

Etikettering

 

De huidige etikettering, conform richtlijn 1999/45/EG, kan worden gehandhaafd.

 

 

Conclusie

 

De uitbreiding van de toelating van het middel VYDATE 10G met de toepassing als grondbehandelingsmiddel in de teelt van spruitkool, ter bestrijding van bietencystenaaltjes, betreft een uitbreiding met vergelijkbare doeleinden.

Er is vastgesteld dat de aangevraagde uitbreiding in spruitkool geen schadelijke uitwerking heeft op de gezondheid van de mens en op het milieu. Derhalve wordt de uitbreiding van het toepassingsgebied van het middel VYDATE 10G toelaatbaar geacht.

 

 

Besluit

 

·         Het College besluit de aanvraag tot vereenvoudigde uitbreiding van het bestrijdingsmiddel VYDATE 10G, 20050046 VUG, op basis van oxamyl , toegepast als grondbehandelingsmiddel in de teelt van spruitkool, te honoreren op grond van artikel 5, lid 7 en 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

 

 

 

Wageningen, 26 augustus 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)