Toelatingsnummer 11453 N

 

Score 250 EC  

 

11453 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

gelet op artikel 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

Het besluit tot toelating van het middel Score 250 EC onder nr. 11453 N d.d.

9 september 1994, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 januari 2005, wordt op gronden als in bijlage II dezes vermeld, met ingang van heden gewijzigd als volgt:

 

In het gestelde onder § IV.2. e wordt in plaats van “W.3“ gelezen “W.4“.

 

De bijlage 1 bij bovengenoemd besluit wordt vervangen door bijlage 1 dezes.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

Wageningen, 19 augustus 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

 



(voorzitter)

 

Aan:

Syngenta Crop Protection B.V.

Stepvelden 8
4704 RM  ROOSENDAAL

 

 


 


HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van de toelating van het middel Score 250 EC,

toelatingsnummer  11453 N

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel:

a)      in de teelt van suikerbiet;

b)      in de teelt van knolselderij en bleekselderij;

c)      in de teelt van snijselderij en peterselie;

d)      in de teelt van bloemkool, broccoli, sluitkool en spruitkool, mits niet vaker dan drie keer toegepast;

e)      in de teelt van asperge;

f)        in de teelt van peen.

 

Op percelen die grenzen aan watergangen is toepassing in de teelt van suikerbiet, knolselderij, bleekselderij, snijselderij, peterselie, bloemkool, broccoli, sluitkool, spruitkool, asperge en peen uitsluitend toegestaan met gebruik van doppen uit de driftreductieklasse 75%.

 

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

2 weken voor bloemkool, broccoli en peen;

2 weken voor snijselderij en peterselie;

3 weken voor knolselderij en bleekselderij;

3 weken voor rode kool, savooie kool, witte kool, spitskool en spruitkool;

4 weken voor suikerbieten.

 

 

B.

Gebruiksaanwijzing

 

Algemeen

Score 250 EC is een schimmelbestrijdingsmiddel en een groeiregulator met de werkzame stof difenoconazool en behoort tot de chemische groep van de azolen. Score 250 EC is een systemisch middel dat opgenomen wordt door de vegetatieve delen van de plant en heeft zowel een preventieve als een curatieve werking. Het middel dient te worden toegepast door middel van een gewasbehandeling.

 

Het gebruik in de teelt van knolselderij, peterselie en bleekselderij is op basis van een “derden uitbreiding”. Deze “derden uitbreiding” is aangevraagd door de Stichting Trustee Bijzondere Toelatingen. Hierdoor is voor deze uitbreiding geen werkzaamheids- en fytotoxiciteitonderzoek uitgevoerd.

 

Resistentiemanagement

Indien nodig Score 250 EC afwisselen met middelen met een ander werkingsmechanisme, die een werking hebben tegen de geclaimde organismen, om resistentie of kruisresistentie tegen te gaan.

In koolsoorten mag het middel niet vaker dan drie keer toegepast worden. Bij voorkeur drie opeenvolgende behandelingen afwisselen met middelen met een ander werkingsmechanisme.


 

Toepassingen

 

Suikerbiet, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Cercospora beticola).

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. Indien nodig kan de toepassing worden herhaald.

Dosering: 0,4 liter per hectare.

Een behandeling tegen bladvlekkenziekte heeft ook een werking tegen Ramularia beticola, roest (Uromyces betae) en meeldauw (Erysiphe betae).

 

Knolselderij en bleekselderij, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Septoria apiicola)

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. Eventuele volgende behandelingen met een interval van 2 weken. Maximaal 3 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,4 liter per ha.

 

Snijselderij en peterselie, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Septoria apiicola)

Een behandeling uitvoeren nadat infectie heeft plaatsgevonden tot uiterlijk zodra aantasting wordt waargenomen. Eventuele volgende behandelingen met een interval van 2 weken. Maximaal 2 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,4 liter per ha.

 

Bloemkool en broccoli, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Mycosphaerella brasicicola en Alternaria spp.).

Een behandeling uitvoeren zodra een eerste aantasting wordt waargenomen. Eventuele volgende behandelingen met een interval van 2 tot 3 weken. Maximaal 2 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,5 liter per hectare.

 

Sluitkool (rode kool, savooie kool, spitskool en witte kool), ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Mycosphaerella brasicicola en Alternaria spp.).

Een behandeling uitvoeren zodra een eerste aantasting wordt waargenomen. Eventuele volgende behandelingen met een interval van 2 tot 3 weken. Maximaal 3 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,5 liter per hectare.

 

Spruitkool, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Mycosphaerella brasicicola en
Alternaria spp.).

Een behandeling uitvoeren zodra een eerste aantasting wordt waargenomen. Eventuele volgende behandelingen met een interval van 2 tot 3 weken. Maximaal 3 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,5 liter per hectare.

 

Asperge, ter bestrijding van stengelsterfte (Stemphylium spp.) en grauwe schimmel
(Botrytinia fuckeliana = Botrytis cinerea).

Een behandeling uitvoeren vanaf begin augustus tot en met september met een interval van circa 2 weken. Maximaal 4 toepassingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,5 liter per hectare.


 

Peen, ter bestrijding van loofverbruining (Alternaria dauci).

Een behandeling uitvoeren zodra een eerste aantasting wordt waargenomen. Eventuele volgende behandelingen met een interval van 2 weken. Maximaal 3 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,5 liter per hectare.

 

Wageningen, 19 augustus 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van de toelating van het middel Score 250 EC,

toelatingsnummer  11453 N

 

 

Het betreft een verzoek tot wijziging van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing (WGGA) van het middel Score 250 EC, 11453 N, een middel op basis van de werkzame stof difenoconazool. Het middel is toegelaten als schimmelbestrijdingsmiddel in de teelt van:

a.      suikerbiet;

b.      knolselderij en bleekselderij;

c.      snijselderij en peterselie;

d.      bloemkool, broccoli, sluitkool en spruitkool, mits niet vaker dan drie keer toegepast;

e.      asperge;

f.        peen.

 

De wijziging betreft het inkorten van de veiligheidstermijn van suikerbieten van 42 dagen naar 28 dagen (van 6 weken naar 4 weken).

 

 

Beoordeling humane toxicologie/risico volksgezondheid

 

Achtergrond

 

Op 27 oktober 2004 heeft de toelatinghouder een verzoek ingediend om de veiligheidstermijn voor Score 250 EC in suikerbieten in te korten van 42 naar 28 dagen. Er zijn reeds residustudies beschikbaar bij het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, welke door het RIVM zijn samengevat (Rapport nr. 08653A00, datum dagtekening 12/09/2002).

 

Residuwaarden en MRLs

 

De residuwaarden voor suikerbiet en –blad bij een PHI van 28 dagen en een PHI van
42 dagen zijn weergegeven in tabel T.1. De waarden op PHI=28 en PHI=42 verschillen niet wezenlijk van elkaar. Ook de MRLs wijzigen niet. Het risico voor de volksgezondheid via dierlijke producten, die aan residuen van difenoconazool via vervoedering van suikerbieten en/of –blad zijn blootgesteld, is vergelijkbaar.

 

Tabel T.1 Residuwaarden voor suikerbiet bij PHI=28 en PHI=42

Trial nummer

Residuwaarde

suikerbiet

PHI 42

Residuwaarde

suikerbiet

PHI 28

Residuwaarde

blad

PHI 42

Residuwaarde

blad

PHI 28

2050-88

0,02

0,08

0,39

0,47

2051-88

0,06

0,06

0,60

0,60 1

2052-88

0,02

0,02

0,38

0,43

2053-88

0,02

0,02

0,28

0,53

2148-87

0,06

0,08

0,61

0,61 1

2149-87

0,02

0,02

0,06

0,09

2150-87

0,03 1

0,03 1

0,05

0,11

2059-89

0,08

0,08

0,45

0,74

2073-88

0,03

0,10

0,44 1

0,49

MRL (Meth. 1)

0,10

0,147

1,08

1,2

1 Hierbij is een residuwaarde bij een langere PHI hoger, deze wordt meegenomen i.p.v. de residuwaarde bij de betreffende PHI.

 

Naast bovenstaande gegevens zijn 4 extra residustudies geleverd. De toelatinghouder heeft MRL berekeningen uitgevoerd op basis van bovenstaande studies plus de additionele gegevens. Deze MRLs zijn in lijn met de al eerder voorgestelde MRLs, derhalve zullen de nieuw geleverde studies hier niet beoordeeld worden.

 

Conclusie

 

Het verzoek tot wijziging van de PHI van 42 dagen naar 28 dagen in suikerbiet voor het middel Score 250 EC op basis van de werkzame stof difenoconazool kan gehonoreerd worden. De wijziging heeft geen gevolgen voor het risico voor de volksgezondheid.

 

 

Besluit

 

·         Het College besluit het verzoek tot wijziging van het WGGA van het bestrijdingsmiddel
Score 250 EC, 11453 N, op basis van difenoconazool, toegepast als schimmelbestrijdingsmiddel in de teelt van suikerbiet, knolselderij en bleekselderij, snijselderij en peterselie, bloemkool, broccoli, sluitkool en spruitkool, asperge en peen, te honoreren op grond van artikel 3 en 3a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

·         De veiligheidstermijn voor suikerbieten wordt gewijzigd naar 4 weken.

 

 

 

Wageningen, 19 augustus 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)