Toelatingsnummer 7774 N

Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,


overwegende, dat het besluit tot toelating van het middel

Decis,

nr. 7774 N d.d. 11 april 1990 dient te worden gewijzigd en het in verband daarmee wenselijk is dit besluit opnieuw vast te stellen, gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

BESLUIT:

§ I. Toelating

1. Het bestrijdingsmiddel Decis wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.

2. De toelating geldt tot 1 juni 2001.

§ II. Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:

a. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.

b.

§ III. Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in Bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

§ IV. Verpakking en etikettering

1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

- aard van het preparaat: emulgeerbaar concentraat

- werkzame stof(fen): deltamethrin

- gehalte(n): 25 g/l

- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

- toxicologische groep(en): synthetische pyrethroïde

- uiterste gebruiksdatum:

2. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

a. letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

b. hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

c. letterlijk en zonder enige aanvulling:

- Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij inademing en opname door de mond.
Irriterend voor de huid.
Gevaar voor ernstig oogletsel.
Ontvlambaar.

- Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Spuitnevel niet inademen.
Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.
Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

d. Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: de afbeelding van inwerkend zuur
met als onderschrift: "Bijtend"

e. Bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding: W.10

§ V. Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 december 1999.

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan daartegen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

Wageningen, 31 januari 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

Aan:

AGREVO NEDERLAND B.V.
OOSTERWEG 127
9751 PE HAREN

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel Decis,

toelatingsnummer 7774 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel

a. in de teelt van appels en peren, kersen en pruimen;

b. in de teelt van rode bessen, zwarte bessen, kruisbessen en druiven;

c. in de teelt van aardbeien, bramen en frambozen;

d. in de teelt van aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloenen, paprika's en tomaten;

e. in de teelt van kropsla, ijsbergsla, kropandijvie, knolvenkel, rammenas, radijs, koolraap, comsumptieraap, spruitkool, rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, chinese kool, bloemkool, broccoli, koolrabi, boerenkool, uien, sjalotten, prei, erwten, veldbonen, stambonen, aardappelen, granen, suiker- en voederbieten, blauwmaanzaad, vlas, bladrammenas, bladkool, stoppelknollen, koolzaad en karwij;

f. in de teelt van asperges, mits toegepast na het steken;

g. in de teelt van eetbare paddestoelen;

h. in de teelt van bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen en vaste planten;

i. in de teet van bloembolgewassen en bolbloemgewassen;

j. in de teelt van graszaad en graszoden alsmede in weiland en sportvelden met dien verstande dat:

1. in de graszaadteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden;

2. weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid;

k. in de bosbouw ter behandeling van jonge aanplantingen van naaldhout in het eerste of het tweede jaar na planten en mits toegepast op de in de gebruiksaanwijzing aangegeven manier.

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

2 dagen voor eetbare paddestoelen;

3 dagen voor aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloenen, paprika's en tomaten;

4 dagen voor aardbeien;

1 week voor de overige consumptiegewassen uitgezonderd kropsla, ijsbergsla en kropandijvie;

2 weken voor kropsla, ijsbergsla en kropandijvie.

4 weken voor granen.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Attentie:

Het middel is zeer giftig voor vissen en andere waterorganismen, derhalve het middel zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terecht kan komen.

Gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het middel werkt niet systemisch, heeft geen dampwerking en dringt niet in het blad door; wel penetreert het in de waslaag. De nawerking op plantenmateriaal is lang. Het middel werkt vooral tegen rupsen, doch is daarnaast werkzaam tegen vele andere insecten en bezit nevenwerking tegen bladluizen voorzover deze goed met het middel in aanraking komen. Bij een specifieke luisaantasting dient hiervoor een speciaal bladluisbestrijdingsmiddel te worden toegepast.

Toepassingen

Appels en peren

Vóór de bloei, ter bestrijding van rupsen van de wintervlinder, vruchtbladroller, heggebladroller, voorjaarsuil, spinselmot en wants; nevenwerking tegen bladluis (appelgrasluis en rose appelluis).

Zodra de bladluizen een sterke krulling van het blad veroorzaken, is menging met een bladluismiddel noodzakelijk

Kort nà de bloei, ter bestrijding van dan nog voorkomende rupsen, alsmede wants, perebladvlo en bladluis (zie voor luisopmerking bij vóór de bloei bespuiting). Met deze bespuiting wordt ook de 1e generatie van de bladmineerder bestreden.

Half juni, ter bestrijding van perebladvlo, rupsen van de 1e generatie vruchtbladroller, fruitmot, bladmineerders, appelglasvlinder en appelvouwmijnmot; nevenwerking tegen bladluis (groene appeltakluis).

Door de lange werkingsduur kan voor de bestrijding van de 1e generatie van de bladmineerder worden volstaan met één bespuiting.

In juli en augustus, ter bestrijding van perebladvlo, rupsen van de 2e generatie van vruchtbladroller, bladmineerders, appelglasvlinder en appelvouwmijnmot; nevenwerking tegen bladluis (groene appeltakluis).

Omdat Decis niet in het blad doordringt moet het worden toegepast voordat de eerste eieren van de bladmineerder uitkomen.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Bij gebruik van nevelapparatuur dient de concentratie zodanig te worden verhoogd dat dezelfde hoeveelheid per ha wordt toegepast.

Appels en peren, tegen gevlekte lapsnuitkever.

Wanneer begin april de kever wordt waargenomen -of het beschadigingsbeeld van afgevreten bast, blad en knoppen wordt geconstateerd- enkele bespuitingen uitvoeren. Hierbij stam en takken goed raken.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Druiven, kersen en pruimen, ter bestrijding van diverse rupsensoorten, waaronder mineerrupsen.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Rode bessen, zwarte bessen en kruisbessen, ter bestrijding van rupsen van de bonte-bessenvlinder, bladrollers en de bastaardrups van de bessebladwesp: toepassing kort voor de bloei en na de bloei als de eispiegels uitkomen; wantsen: toepassing bij het verschijnen van de larven.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Het is vrijwel zeker dat bij het juiste bestrijdingsmoment van deze insecten sommige bessen in bloei staan. Dat betekent dat een bespuiting vóór de bloei mogelijk te vroeg is en direct na de bloei herhaald moet worden.

Aardbeien, ter bestrijding van aardbeibloesemkever, trips en rupsen.

Dosering, 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Bramen en frambozen, ter bestrijding van aardbeibloesemkever en frambozekever;

één keer spuiten 10 à 14 dagen vóór de bloei en/of één keer spuiten kort vóór de bloei gevolgd door een keer spuiten vlak na de bloei;

rupsen (o.a. bladroller): toepassing vóór de bloei en eventueel eerste generatie vruchtbladroller (± half juni);

wantsen: vóór de bloei bij het uitkomen van de eieren.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloenen, paprika's en tomaten, ter bestrijding van rupsen, bladroller, witte vlieg, mineervlieg en trips; nevenwerking tegen bladluis.

Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m² bij gebruik van een
straalmotorspuit.

De behandeling enige malen herhalen met een interval van plm. 7 dagen.

Kropsla, ijsbergsla en kropandijvie, ter bestrijding van rupsen.

Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m² bij gebruik van een
straalmotorspuit.

Knolvenkel, ter bestrijding van rupsen en mineervlieg.

Dosering: 300 ml per ha.

Rammenas (rettich), radijs, koolraap en consumptieraap, ter bestrijding van rupsen en trips; nevenwerking tegen bladluis.

Spuiten zodra aantasting optreedt.

Dosering: 300 ml per ha.

Spruitkool, rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, chinese kool, bloemkool, broccoli, koolrabi en boerenkool, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers; nevenwerking tegen bladluis en bij spruitkool ook tegen de late koolvlieg.

Spuiten zodra eerste vreterij zichtbaar wordt.

Ter bestrijding van koolgalmug het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet.
De bespuiting zonodig herhalen.

Dosering: 300 ml per ha.

N.B.: Voor een afdoende bestrijding van bladluis (melige koolluis, perzikbladluis) is menging met een specifiek bladluismiddel noodzakelijk.

Prei, uien en sjalotten, ter bestrijding van preimot, trips en mineervlieg.

Dosering: 300 ml per ha.

Erwten en veldbonen, ter bestrijding van de bladrandkever.

Zodra vreterij van de bladrandkever aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.

Dosering: 0,3 liter per ha.

Erwten, ter bestrijding van trips en erwtepeulboorder
Dosering: 300 ml per ha.

Stambonen ter bestrijding van trips.

Dosering: 300 ml per ha.

Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van trips en rupsen

Dosering: 300 ml per ha.

De bestrijding van trips kan het beste worden uitgevoerd wanneer de tripsen op de jonge plantjes worden waargenomen.

Rupsen die in de maand augustus hier en daar worden aangetroffen kunnen soms een aanzienlijke hoeveelheid blad wegvreten. De schade valt doorgaans mee. In een enkel geval kan bestrijding gewenst zijn.

Vlas, blauwmaanzaad, ter bestrijding van trips.

Dosering: 300 ml per ha.

Bladrammenas, bladkool en stoppelknollen, ter bestrijding van rupsen.

Dosering: 300 ml per ha.

Asperges, tegen aspergekever en aspergevlieg.

- in 1- en 2-jarige velden:

Zodra de stengels boven de grond komen;

- in productievelden:

Direct na de oogst. De behandeling desgewenst herhalen.

Dosering: 300 ml per ha.

Koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadglanskever.

Zodra voor de bloei van het gewas gemiddeld 3-5 glanskevers per plant aanwezig zijn een behandeling uitvoeren.

Als het gewas bloeit is een bestrijding niet zinvol meer.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadsnuitkever.

Vanaf het moment dat de eerste hauwen gevormd zijn een behandeling uitvoeren zodra gemiddeld per plant 1 of meer snuitkevers aanwezig zijn.

Nadat alle hauwen zijn gevormd, is een bestrijding niet zinvol meer.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Karwij, ter bestrijding van de karwijmot.

Zodra de eerste rupsjes zich in de schermen inspinnen een behandeling uitvoeren.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Champignonteelt, ter bestrijding van champignonvliegen en -muggen.

Spuitbehandeling

Dosering: 30 ml in 50-100 liter water per 100 m² teeltoppervlak.

Hiervan ongeveer twee-derde gedeelte op de bedden en een-derde gedeelte voor de rest van de cel (vloer, plafond, bekisting en muren).

Het is aan te bevelen het middel op de bedden onder lage druk en in de rest van de cel onder hoge druk toe te passen.

Tijdstip van toepassing: Na het afdekken tot en met de oogst met inachtname van de
veiligheidstermijn.

Ruimtebehandeling: met straalmotorspuit of elektrische verdampers.

Dosering: 3 ml per 100 m3 celinhoud.

Toelichting:

Tijdens de behandeling en enige tijd daarna moeten de champignons droog blijven. Vanaf het moment van behandeling de ventilatie en circulatie gedurende 1 uur stopzetten en de verlichting inschakelen.

Aardappelen, ter bestrijding van larven van de Coloradokever

Dosering: 300 ml per ha.

Pootaardappelen, ter bestrijding van virusoverdracht (o.a. bladrolvirus) door bladluizen.

Toepassen zodra 90% van de planten is opgekomen.

De behandeling 14 dagen later herhalen.

Dosering: 400 ml per ha.

Pootaardappelen, ter bestrijding van overdracht door bladluizen van het Yn-virus.

Wekelijks toepassen vanaf de opkomst van het gewas tot één week voor de rooidatum.

Dosering: 0,2 liter per ha in combinatie met minerale olie.
Voor de dosering van de minerale olie raadplegen men de publicaties van o.a. de D.L.V.
Het middel dus uitsluitend toepassen in combinatie met minerale olie.

Consumptie- en fabrieksaardappelen, ter bestrijding van bladluizen ter voorkoming van zuigschade.

Een behandeling uitvoeren wanneer gemiddeld meer dan 50 bladluizen per samengesteld blad voorkomen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Granen, ter bestrijding van bladluizen

Een bespuiting uitvoeren als tenminste 70% van de halmen met bladluizen is bezet.
Een gecombineerde bestrijding van bladluizen en afrijpingsziekten is verantwoord wanneer bij begin bloei tenminste 30% van de halmen met bladluizen is bezet.

Dosering: 0,25 liter per ha.

Bloemisterijgewassen, ter bestrijding van rupsen, bladrollers, mineervlieg, trips en witte vlieg; nevenwerking tegen bladluis.

Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m² bij gebruik van een
straalmotorspuit.

Behandeling enige malen herhalen met een interval van 5-7 dagen.

Voor de bestrijding van de zgn. Floridarups (Spodoptera exigua) is een dosering van 50-100 ml Decis per 100 liter water, of 150-200 ml per 1000 m² bij gebruik van een straalmotorspuit noodzakelijk.

De eerste behandeling uitvoeren in de hoogst aangegeven dosering, zeker als er grote rupsen aanwezig zijn; de volgende behandelingen eventueel in een lagere dosering uitvoeren.

De behandeling om de 5-10 dagen herhalen, in totaal tenminste 6 behandelingen uitvoeren.

Voor de bestrijding van dop- en schildluizen:

Dosering: 0,05-0,1% (50 -100 ml per 100 liter water).

In het algemeen zal de laagste dosering voldoende zijn. Bij een zware aantasting is de hogere dosering aan te bevelen.

Boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van diverse rupsen (o.a. van spinselmotten, bastaardsatijnvlinder, bladroller), trips, bladmineerder, eiketopgalmug, dennelotrups.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Spuiten zodra aantasting optreedt. Bij rupsen van de bastaardsatijnvlinder eventueel ook spuiten in de nazomer voordat de rupsen zich inspinnen.

Gladiolen, ter bestrijding van trips (gewasbespuiting).

Dosering: 300 ml per ha.

Tulp en hyacint, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen
Het middel vanaf de eerste week van mei wekelijks toepassen. Bij tulpen bespuiting voortzetten tot de tweede en derde week van juni en bij hyacinten tot één week voor het oogsten.

Dosering: 400 ml per ha.

Lelies, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen

Het middel vanaf de eerste week van mei toepassen; in mei, juni en juli wekelijks toepassen; in augustus/september om de 10 dagen.

Dosering: 400 ml per ha.

Gecombineerd toepassen met minerale olie kan het effect verbeteren.

Voor de dosering van minerale olie raadpleegt men de voorlichting.

Graszaadteelt, graszodenteelt en in weiland, ter bestrijding van larven van de rouwvlieg.

Bij voorkeur spuiten met veel water; regen kort na de toepassing heeft een gunstig effect op de bestrijding. De bestrijding dient in de herfst te worden uitgevoerd. Om de kans op contact van het middel met de larven te vergroten, verdient het aanbeveling weiland eerst te slepen en geen drijfmest kort voor de bespuiting aan te brengen.

N.B. : Het middel heeft geen effect op emelten.

Dosering: 0,3 liter per ha.

Graszaadteelt van veldbeemd, ter bestrijding van de graszaadgalmug.

De 1e bespuiting dient circa één week na begin eiafzetting te worden uitgevoerd; op overjarige percelen dient de bepuiting na 14 dagen te worden herhaald.

Op 1e jaars percelen kan met één bespuiting worden volstaan, na verwijdering van de dekvrucht.

Dosering: 0,5 liter per ha.

Bosbouw, tegen dennesnuitkever (Hylobius abietis)

Ter voorkoming van aantasting na het uitplanten op iedere plant afzonderlijk een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 2% (2 liter per 100 liter water).

Wageningen, 31 januari 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van het middel Decis,

toelatingsnummer 7774 N

Betreft een aanvraag tot verlenging van de toelating van het middel Decis (98-1072 TV) een middel op basis van de werkzame stof deltamethrin na 1 december 1999 (einddatum van de werkzame stof deltamethrin). Het middel is toegelaten uitsluitend voor het gebruik als insektenbestrijdingsmiddel in de teelt van groenten, fruit, bloemisterij- en boomkwekerijgewassen en vaste planten, graszaad, graszoden en weiland, en in de bosbouw.

De einddatum van de werkzame stof deltamethrin is 1 december 1999.

Eerdere besluitvorming door het College

In Collegevergadering C.27.3.13 (1994) is besloten om de onderhavige toelatingen van

H-middelen te verlengen tot 1 december 1999. Als verlengingsvoorwaarde is gevraagd om een rapport van een sensibilisatiestudie te leveren en beantwoording van de standaard toxicologie-brief. In C-40.3.21 (1995) is voor de V-middelen eveneens besloten om de onderhavige toelatingen te verlengen tot 1 december 1999. De nieuwe einddatum was gebaseerd op spreiding van de werklast van het CTB en gelijkschakeling van de data der middelen met die van de overige categorieën. Deltamethrin in landbouwtoepassingen is in het kader van de versnelde herbeoordeling verlengingsvoorwaarden milieukritische stoffen besproken in Collegevergadering C-53.3.1.a (1996).

Het College besloot toen tot het stellen van de volgende vragen voor de L-toepassingen:

Een studie naar de omzettingssnelheid van de omzettingsproducten mIII = Br2CA =
3-(2,2-dibroomvinyl)-2,2-dimethylcyclo-propaan-carbonzuur en mIV =
3-fenoxybenzoëzuur in tenminste 3 grondsoorten volgens G.1.1 van het aanvraagformulier.

Een schudproef of een kolomproef met de omzettingsproducten mIII = Br2CA =
3-(2,2-dibroomvinyl)-2,2-dimethylcyclo-propaan-carbonzuur en mIV =
3-fenoxybenzoëzuur met tenminste 1 of 3, respectievelijk 3 grondsoorten ter bepaling van de Ks/l volgens G.1.2 van het aanvraagformulier. Indien de pKa-waarde van het omzettingsproduct mIII = Br2CA = 3-(2,2-dibroomvinyl)-2,2-dimethylcyclo-propaan-carbonzuur ligt tussen 2 en 4,4, dienen sorptiegegevens geleverd te worden in tenminste 1 grondsoort met pH >6,4. Indien de pKa echter tussen 4,4 en 6 ligt, dienen sorptiegegevens geleverd te worden in tenminste 3 grondsoorten met pH 7-8. Aangezien de pKa-waarde van het omzettingsproduct 3-fenoxybenzoëzuur ligt tussen 2 en 6, dienen sorptiegegevens geleverd te worden in tenminste 3 grondsoorten met pH 7-8.

Een kolomstudie met verouderd residu in tenminste 1 grondsoort volgens G.1.2 van het aanvraagformulier.

Uitvoering van (semi)-veldonderzoek met betrekking tot de effecten van het bestrijdingsmiddel op aquatische ecosystemen voor de meest kritische toepassing, met speciale aandacht voor de effecten op algen/kreeftachtigen/vissen.

De werkzame stof deltamethrin is in het kader van EU richtlijn 91/414 aangemeld voor plaatsing op Annex 1. Hoechst Schering Agrevo is notifier van het dossier. Er is een concept Monograph opgesteld door Zweden.

Stand van zaken met betrekking tot de aanvraag

De aanvraag van AgrEvo is op 28 december 1998 ontvangen (3 maanden te laat) en pas tussen mei en augustus 1999 (2-5 maanden te laat) niet in behandeling genomen, vanwege het ontbreken van gegevens op de aspecten fysische en chemische eigenschappen, toxicologie en milieu.

AgrEvo heeft op 26 mei 1999 gegevens geleverd ter beantwoording van de vragen voor Decis en Decis Flow 25. De toxicologie is volledig bevonden, ontbrekende fysische en chemische eigenschappen en validatie van een analysemethode voor oppervlaktewater (ten behoeve van alle bovengenoemde aanvragen) zijn op 18 oktober1999 geleverd maar nog niet door het CTB op volledigheid getoetst, de milieuvraag (kolomstudie met verouderd residu in 1 grondsoort, G.1.2) is beantwoord maar nog niet door het CTB op volledigheid getoetst (de wettelijke termijn is hierdoor tenminste met 2 maanden overschreden).

Conclusie

Het College heeft de besluitvorming op de aanvragen tot verlenging van de toelatingen van bestrijdingsmiddelen op basis van deltamethrin niet af kunnen ronden. Dit is niet te wijten aan nalatigheid van de aanvragers. Door achterstanden bij het Collegesecretariaat op het aspect milieu zijn de volledigheidstoetsen van de aanvragen niet binnen de wettelijke termijnen uitgevoerd. De aanvragers hebben toegezegd de ontbrekende gegevens te zullen leveren en een termijn hiervoor aangegeven.

Voorgesteld wordt om voor de afronding van de besluitvorming, waar mogelijk, gebruik te maken van de concept-monograph dan wel aansluiting te zoeken bij de besluitvorming in de EU.

Derhalve wordt voorgesteld om de toelatingen van de bestrijdingsmiddelen op basis van deltamethrin met 18 maanden te verlengen tot 1 juni 2001 op basis van art. 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962, jo. artikel 7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995, voor de duur van de afronding van de besluitvorming door het College.

Deze termijn is als volgt opgebouwd:

Leveren aanvullende gegevens*

p.m.

Uitvoeren volledigheidstoets milieu

3 maanden

Opdrachtverlening EI

1 maand

Samenvatten en beoordelen toxicologie en milieugegevens

4 maanden

Nazorg en opdrachtverlening EI

2 maanden

opstellen risicobeoordelingen volksgezondheid, toepassers en milieu

4 maanden

Opstellen Collegebesluit

2 maanden

administratief afwerken Collegebesluit

2 maanden

Totaal:

18 maanden

Besluit

Het College besluit de toelating van het middel Decis te verlengen op grond van artikel 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962 jo. artikel 7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995, voor de duur van de afronding van de besluitvorming.

Voor deltamethrin wordt 1 juni 2001 als nieuwe einddatum vastgesteld.

Als expiratiedatum voor het middel Decis wordt 1 juni 2001 (=einddatum deltamethrin) vastgesteld.

In de verleende verlengingstermijn dient het volgende te geschieden:

* uitvoeren van volledigheidstoetsen van de geleverde ontbrekende gegevens;

* besluitvorming n.a.v. de EU-besluitvorming, dan wel opstellen van risicobeoordelingen voor de volksgezondheid, de toepassers en het milieu op basis van de concept EU-monograph.

* In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van het middel Decis dient de volgende waarschuwingszin te worden opgenomen:
Gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Wageningen, 31 januari 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)