Toelatingsnummer 10135 N

Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,


overwegende, dat het besluit tot toelating van het middel

Deltamethrin E.C. 25,

nr. 10135 N d.d. 20 november 1998 dient te worden gewijzigd en het in verband daarmee wenselijk is dit besluit opnieuw vast te stellen, gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

BESLUIT:

§ I. Toelating

1. Het bestrijdingsmiddel Deltamethrin E.C. 25 wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.

2. De toelating geldt tot 1 juni 2001.

§ II. Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:

a. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.

§ III. Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in Bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

§ IV. Verpakking en etikettering

1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

- aard van het preparaat: Emulgeerbaar concentraat

- werkzame stof(fen): deltamethrin

- gehalte(n): 25 g/l

- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

- toxicologische groep(en): synthetische pyrethroïde

- uiterste gebruiksdatum:

2. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

a. letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

b. hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

c. letterlijk en zonder enige aanvulling:

- Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij inademing en opname door de mond.
Irriterend voor de huid.
Gevaar voor ernstig oogletsel.
Ontvlambaar.

- Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet-, en drinkwaren en van diervoeder.
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Spuitnevel niet inademen.
Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.
Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

d. Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: een afbeelding van inwerkend zuur
met als onderschrift: "Bijtend"

e.

f. Ingevolge artikel 8a van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en
etikettering moet uitsluitend op die verpakkingen van bestrijdingsmiddelen die (mede) voor huishoudelijk gebruik zijn bestemd het logo voor klein chemisch afval (kca-logo) worden aangebracht, bestaand uit een afvalbak met een kruis erdoor zoals aangegeven in bijlage III bij deze regeling.

§ V. Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 december 1999.

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan daartegen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

Wageningen, 31 januari 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

Aan:R. VAN WESEMAEL B.V.
ZOUTESTRAAT 109
4561 TB HULST

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel Deltamethrin E.C. 25,

toelatingsnummer 10135 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel

a) in de teelt van pootaardappelen, consumptie-aardappelen en fabrieksaardappelen;

b) in de teelt van suikerbieten en voederbieten;

c) in de teelt van winter- en zomertarwe, winter- en zomergerst, winter- en zomerrogge, haver en triticale;

d) in de teelt van landbouwerwten en conservenerwten

e) in de teelt van landbouwstambonen;

f) in de teelt van veldbonen voor ensilage-doeleinden;

g) in de teelt van graszaad en graszoden alsmede in weiland met dien verstande dat:

1. in de graszaadteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden;

2. weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid;

h) in de teelt van blauwmaanzaad, karwij, vlas, winterkoolzaad en zomerkoolzaad;

a) in de teelt van bladkool, bladrammenas en stoppelknollen;

b) in de teelt van appels en peren;

c) in de teelt van kersen en pruimen;

d) in de teelt van rode bessen, zwarte bessen, kruisbessen en druiven;

e) in de teelt van aardbeien;

f) in de teelt van bramen en frambozen;

g) in de teelt van boerenkool, kropsla, ijsbergsla en andijvie;

h) in de teelt van aubergines, augurken, courgettes, komkommers, tomaten, paprika’s en meloenen;

i) in de teelt van rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool en koolrabi;

j) in de teelt van knolraap (consumptieraap), koolraap, radijs en rammenas;

k) in de teelt van zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers, sjalotten en prei;

l) in de teelt van asperges, mits toegepast na het steken;

m) in de teelt van knolvenkel;

n) in de teelt van champignons;

o) in de teelt van bloembollen en bolbloemen;

p) in de teelt van bloemisterijgewassen;

q) in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten;

r) in de bosbouw ter behandeling van jonge aanplantingen van naaldhout in het eerste of tweede jaar na planten en mits toegepast op de in de gebruiksaanwijzing aangegeven manier.

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

2 dagen voor champignons;

3 dagen voor aubergines, augurken, courgettes, komkommers, tomaten, paprika’s, en meloenen;

4 dagen voor aardbeien;

7 dagen voor pootaardappelen, consumptie-aardappelen, fabrieksaardappelen, landbouwerwten, conservenerwten, landbouwstambonen, appels, peren, kersen, pruimen, rode bessen, zwarte bessen, kruisbessen, druiven, bramen, frambozen, boerenkool, rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool, koolrabi, knolraap (consumptieraap), koolraap, radijs, rammenas, zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers, sjalotten, prei en knolvenkel;

2 weken voor kropsla, ijsbergsla en andijvie;

4 weken voor winter- en zomertarwe, winter- en zomergerst, winter- en zomerrogge, haver en triticale

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Het middel is zeer giftig voor vissen en andere waterorganismen, derhalve het middel zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terecht kan komen.

Gevaarlijk voor niet-doelwitarthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het middel werkt als contact- en maaggif.
Deltamethrin E.C. 25 werkt niet systemisch, heeft geen dampwerking en dringt niet in het blad door; wel penetreert het in de waslaag.

Toepassingen

Pootaardappelen, consumptie-aardappelen en fabrieksaardappelen, ter bestrijding van larven van de Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata).
Een behandeling uitvoeren zodra de larven de grootte van een tarwekorrel hebben bereikt.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Pootaardappelen, ter voorkoming van overdracht door bladluizen van het Yn-virus.
Wekelijks toepassen vanaf de opkomst van het gewas tot één week voor de rooidatum.

Dosering:

0,2 liter per ha in combinatie met minerale olie.
Voor de dosering van de minerale olie raadplege men de publicaties van o.a. de D.L.V.
Het middel dus uitsluitend toepassen in combinatie met minerale olie.

Consumptie- en fabrieksaardappelen, ter bestrijding van bladluizen (Aphidoidae) ter voorkoming van zuigschade.
Een behandeling uitvoeren wanneer gemiddeld meer dan 50 bladluizen per samengesteld blad voorkomen.
Dosering: 0,2 liter per ha.

Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van vroege akkertrips (Thrips angusticeps) en rupsen (Noctuidae).
De bestrijding van vroege akkertrips uitvoeren zodra tripsen worden waargenomen.
Rupsen die in de maand augustus hier en daar worden aangetroffen kunnen soms een aanzienlijke hoeveelheid blad wegvreten. De schade valt doorgaans mee. In een enkel geval kan bestrijding gewenst zijn.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Winter- en zomertarwe, winter- en zomergerst, winter- en zomerrogge, haver en triticale, ter bestrijding van grote graanluis (Sitobion avenae), roos-grasluis (Metopolophium dirhodum) en volgelkersluis (Rhodalosiphum padi).
Een bespuiting uitvoeren als tenminste 70% van de halmen met bladluizen is bezet.
Een gecombineerde bestrijding van bladluizen en afrijpingsziekten is verantwoord wanneer bij begin bloei tenminste 30% van de halmen met bladluizen is bezet.
Dosering: 0,25 liter per ha.

Landbouwerwten en conservenerwten, ter bestrijding van vroege akkertrips (Thrips angusticeps), erwtetrips (Kakothrips robustus).
Een behandeling uitvoeren zodra de vroege akkertrips wordt waargenomen.
Bij het verschijnen van de eerste larven van de erwtetrips een behandeling uitvoeren.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Landbouwerwten en conservenerwten, ter bestrijding van bladrandkever (Sitona lineatus).
Zodra de vreterij van de bladrandkver aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Landbouwerwten, ter bestrijding van de erwtepeulboorder (Laspeyresia nigricana).
Een behandeling van de randen van het perceel uitvoeren zodra de onderste peulen beginnen te zwellen. Het gehele perceel behandelen, zodra de zaden van de verst ontwikkelde peulen in de randen voor de helft zijn volgroeid (op normale tijd gezaaide erwten) of driekwart van hun grootte hebben (eind april, begin mei gezaaide erwten). Bij de teelt van droge erwten een feromoonval gebruiken voor het bepalen van het behandelingstijdstip. Wanneer gemiddeld 5 vlinders per val worden gevonden, ongeveer
10 dagen later een behandeling uitvoeren.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Landbouwstambonen (bruine bonen, witte bonen, gele bonen, kievitsbonen) ter bestrijding van trips (Thysanoptera).
Dosering: 0,3 liter per ha.

Veldbonen voor ensilage-doeleinden, ter bestrijding van de bladrandkever
(Sitona lineatus).
Zodra vreterij van de bladrandkever aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Graszaadteelt, graszodenteelt en in weiland, ter bestrijding van larven van de rouwvlieg (Dilophus tebrilis).
Bij voorkeur spuiten met veel water; regen kort na de toepassing heeft een gunstig effect op de bestrijding. De bestrijding dient in de herfst te worden uitgevoerd. Om de kans op contact van het middel met de larven te vergroten, verdient het aanbeveling weiland eerst te slepen en geen drijfmest kort voor de bespuiting aan te brengen.

N.B.: Het middel heeft geen effect op emelten.

Dosering: 0,3 liter per ha.

Graszaadteelt van veldbeemd, ter bestrijding van de gaszaadstengelgalmug (Mayetiola schoberi).
De eerste bespuiting dient na ca. één week na begin eiafzetting te worden uitgevoerd;
op overjarige percelen dient de bespuiting na 14 dagen te worden herhaald.
Op 1e-jaars percelen kan met één bespuiting worden volstaan, na verwijdering van de dekvrucht.
Dosering: 0,5 liter per ha.

Blauwmaanzaad, ter bestrijding van vroege akkertrips (Thrips angusticeps).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Karwij, ter bestrijding van de karwijmot (Depressaria daucella).
Zodra de eerste rupsjes zich in de schermen inspinnen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 0,2 liter per ha

Vlas:, ter bestrijding van vlastrips (Thrips linarius) en vroege akkertrips (Thrips angusticeps).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Winterkoolzaad en zomerkoolzaad, ter bestrijding van de koolzaadglanskever
(Meligethes aeneus).
Zodra voor de bloei van het gewas gemiddeld 3-5 glanskevers per plant aanwezig zijn een behandeling uitvoeren.
Als het gewas bloeit is een bestrijding niet zinvol meer.
Dosering: 0,2 liter per ha.

Winterkoolzaad en zomerkoolzaad, ter bestrijding van de koolzaadsnuitkever (Ceuthorhynchus assimilis).
Vanaf het moment dat de eerste hauwen gevormd zijn een behandeling uitvoeren zodra gemiddeld per plant 1 of meer snuitkevers aanwezig zijn.
Nadat alle hauwen zijn gevormd, is een bestrijding niet zinvol meer.
Dosering: 0,2 liter per ha.

Bladkool, bladrammenas en stoppelknollen, ter bestrijding van rupsen (Lepidoptera).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Appels en peren

Vóór de bloei, ter bestrijding van rupsen van kleine wintervlinder (Operophtera brumata), grote wintervlinder (Erannis defoliaria), vruchtbladroller (Adoxophyes orana), heggebladroller (Archips rosana), voorjaarsuil (Orthosia-soorten), appelstippelmot (Yponomeuta malinellus) en wants; nevenwerking tegen appel-grasluis (Rhopalosiphum insertum) en rose appelluis (Dysaphis plantaginea).

Kort nà de bloei, ter bestrijding van dan nog voorkomende rupsen, alsmede wants, perebladvlo (Psilla piri) en bladluis (zie voor luis opmerking bij vóór de bloei bespuiting). Met deze bespuiting wordt ook de 1e generatie van appelbladmineermot (Stigmella malella), appeldamschijfmot (Leucoptera malifoliella), appelhoekmijnmot (Stigmella incognitella), kersemineermot (Lyonetia clerkella) en appelvouwmijnmot (Phyllanorycter blancardella) bestreden.

Half juni, ter bestrijding van perebladvlo (Psilla piri), rupsen van de 1e generatie vruchtbladroller (Adoxophyes orana), fruitmot (Cydia pomonella), appelbladmineermot (Stigmella malella), appeldamschijfmot (Leucoptera malifoliella), appelhoekmijnmot (Stigmella incognitella), kersemineermot (Lyonetia clerkella), appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis) en appelvouwmijnmot (Phyllanorycter blancardella); nevenwerking tegen de groene appeltakluis (Aphis pomi). Door de lange werkingsduur kan voor de bestrijding van de 1e generatie van de bladmineerder worden volstaan met één bespuiting

In juli en augustus, ter bestrijding van perebladvlo (Psilla piri), rupsen van de 2e generatie van vruchtbladroller (Adoxophyes orana), appelbladmineermot (Stigmella malella), appeldamschijfmot (Leucoptera malifoliella), appelhoekmijnmot (Stigmella incognitella), kersemineermot (Lyonetia clerkella), appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis) en appelvouwmijnmot (Phyllonorycter blancardella); nevenwerking tegen groene appeltakluis (Aphis pomi).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Zodra de bladluizen een sterke krulling van de bladeren veroorzaken, is menging met een bladluismiddel noodzakelijk.
Omdat Deltamethrin E.C. 25 niet in het blad doordringt moet het worden toegepast voordat de eerste eieren van de bladmineerder uitkomen.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Bij gebruik van nevelapparatuur dient de concentratie zodanig te worden verhoogd dat dezelfde hoeveelheid middel per ha wordt toegepast als bij spuiten.

Appels en peren, tegen gevlekte lapsnuitkever (Othiorynchus singularis).
Wanneer begin april de kever wordt waargenomen - of het beschadigingsbeeld van afgevreten bast, blad en knoppen wordt geconstateerd - enkele bespuitingen uitvoeren. Hierbij stam en takken goed raken.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Druiven, kersen en pruimen, ter bestrijding van diverse rupsensoorten, waaronder mineerrupsen (Lepidoptera).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Rode bessen, zwarte bessen en kruisbessen, ter bestrijding van rupsen van de bonte bessevlinder (Abraxas grossulariata), aardbeibladroller (Sparganothis pilleriana) en de bastaardrups van de bessebladwesp (Nematus ribesii).
Toepassing kort voor de bloei en na de bloei als de eispiegels uitkomen;
wantsen: toepassing bij het verschijnen van de larven.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Het is vrijwel zeker dat bij het juiste bestrijdingsmoment van deze insecten sommige bessen in bloei staan. Dat betekent dat een bespuiting vóór de bloei mogelijk te vroeg is en direct na de bloei herhaald moet worden

Aardbeien, ter bestrijding van aardbeibloesemkever (Antonomus rubi), trips (Thrips fucipennis) en rupsen (Lepidoptera).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water)

Bramen en frambozen, ter bestrijding van aardbeibloesemkever (Antonomus rubi), frambozekever (Byturus fumatus), rupsen (Lepidoptera), groene appelwants (Lygus pabulinus) en andere wantsen (Heterodera).
Eén keer spuiten 10 à 14 dagen vóór de bloei en/of één keer spuiten kort vóór de bloei gevolgd door een keer spuiten vlak na de bloei;
Rupsen (o.a. bladroller): toepassing vóór de bloei en eventueel tegen eerste generatie vruchtbladroller (Adoxophyes orana) (+ half juni);
Wantsen vóór de bloei bij het uitkomen van de eieren.
Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Boerenkool, kropsla, ijsbergsla en andijvie, ter bestrijding van rupsen (Lepidoptera)

Dosering:

0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m2 bij gebruik van een straalmotorspuit

Aubergines, augurken, courgettes, komkommers, tomaten, paprika’s en meloenen, ter bestrijding van rupsen (o.a. Mamestra-, Plusia-, Spodoptera- en Clepsis-soorten), bladroller, kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum), tabakswittevlieg (Bemisia tabaci), chrysantevlieg (Chromatomyia syngenesiae), floridamineervlieg (Lyriomyza trifolii), koolmineervlieg (Phytomyza huidobrensis), nerfmineervlieg (Liriomyza huidobrensis), tomatemineervlieg (Liriomyza bryoniae) en tabakstrips (Thrips tabaci).

Dosering:

0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m2 bij gebruik van een straalmotorspuit.

De behandeling enige malen herhalen met een interval van plm. 7 dagen.

Rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool en koolrabi, ter bestrijding van groot koolwitje (Pieris Brassicae) klein koolwitje (Pieris rapae), koolbladroller (Clepsis spectrana), koolmot (Plutella xylostella) en kooluil (Evergestis forficalis); nevenwerking tegen bladluis en bij spruitkool tegen de late koolvlieg (Delia brassicae).
Spuiten zodra eerste vreterij zichtbaar wordt.

Ter bestrijding van koolgalmug (Contarinia nasturtii) het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet. De bespuiting zonodig herhalen.
Dosering: 0,3 liter per ha.

N.B.:

Voor een afdoende bestrijding van melige koolluis (Brevicoryne brassicae) en groene perzikluis (Myzus persicae) is menging met een specifiek bladluismiddel noodzakelijk.

Knolraap (consumptieraap), koolraap, radijs en rammenas, ter bestrijding van rupsen en tabakstrips (Thrips tabaci); nevenwerking tegen bladluis.
Spuiten zodra aantasting optreedt
Dosering: 0,3 liter per ha.

Zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers, sjalotten en prei, ter bestrijding van preimot (Acrolepiopsis assectella); tabakstrips (Thrips tabaci) en uiemineervlieg (Lyriomyza cepae).
Dosering: 0,3 liter per ha.

Asperges, tegen blauwe aspergekever (Crioceris asparagi), rode aspergekever (Crioceris duodecimpunctata) en aspergevlieg (Platyperea poeciloptera).

in 1- en 2-jarige velden:
Zodra de stengels boven de grond komen een behandeling uitvoeren.

in productievelden:
Direct na de oogst een behandeling uitvoeren. De behandeling desgewenst herhalen.

Dosering: 0,3 liter per ha.

Knolvenkel, ter bestrijding van rupsen (Lepidoptera) en mineervlieg (o.a. Phytomyza-soorten).
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Champignons, ter bestrijding van champignonvliegen (Phoridae) en -muggen (Sciaridae).
Toepassen na afdekken tot de oogst. Bij een ruimtebehandeling moeten de champignons tijdens de behandeling en enige tijd daarna droog blijven en vanaf het moment van behandeling de ventilatie en circulatie gedurende 1 uur stopzetten en de verlichting inschakelen.

Dosering:

Spuitbehandeling: 30 ml in 50-100 liter water per 100 m2 teeltoppervlak.
Ruimtebehandeling: (toepassen met behulp van straalmotorspuit of electrische verdampers): 3 ml per 100 m3 celinhoud.

Bloemisterijgewassen, ter bestrijding van rupsen (o.a. Pieris-, Plusia- en Mamestra-soorten), bladrollers (Tortricidae), mineervlieg (o.a. floridamineermot (Liriomyza trifolii) en nerfmineervlieg (Liriomyza huidobrensis), trips (Thysanoptera), kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) en tabakswittevlieg (Bemisia tabaci); nevenwerking tegen bladluis (Aphidoidae).

Dosering:

0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m2 bij gebruik van een straalmotorspuit.
Behandeling enige malen herhalen met een interval van 5-7 dagen.

Voor de bestrijding van de zgn. Floridarups (Spodoptera exigua) is een dosering van
50-100 ml Deltamethrin E.C. 25 per 100 liter water, of 150-200 ml per 1000 m2 bij gebruik van een straalmotorspuit noodzakelijk.
De eerste behandeling uitvoeren in de hoogst aangegeven dosering, zeker als er grote rupsen aanwezig zijn; de volgende behandelingen eventueel in een lagere dosering uitvoeren.
De behandeling om de 5-10 dagen herhalen, in totaal tenminste 6 behandelingen uitvoeren.

Voor de bestrijding van dop- (Pseudococcidae) en schildluizen (Coccoidae):

Dosering:

0,05-0,1% (50-100 ml per 100 liter water).
In het algemeen zal de laagste dosering voldoende zijn. Bij een zware aantasting is de hogere dosering aan te bevelen.

Boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van diverse rupsen (o.a. spinselmotten (Yponomeuta-soorten), bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea), bladrollers (Tortricidae), trips (Thysanoptera), bladmineerders (Agromyzidae), eiketopgalmug (Arnoldiola queras), dennelotrups (Rhyacionia buoliana)).

Dosering:

0,02% (20 ml per 100 liter water).
Spuiten zodra aantasting optreedt. Bij rupsen van bastaardsatijnvlinder

eventueel ook spuiten in de nazomer voordat de rupsen zich inspinnen.

Het verdient aanbeveling middels een proefbespuiting vast te stellen of het gewas de behandeling verdraagt.

Gladiolen, ter bestrijding van gladioletrips (Taeniothrips simplex) en andere tripsen (Thysanoptera).
Gewasbespuiting uivoeren zodra aantasting wordt waargenomen.
Dosering: 0,3 liter per ha.

Tulp en hyacint, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen. Het middel vanaf de eerste week van mei wekelijks toepassen. Bij tulpen bespuiting voortzetten tot de tweede en derde week van juni en bij hyacinten tot één week voor het oogsten.
Dosering: 0,4 liter per ha.

Lelies, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen. Het middel vanaf de eerste week van mei toepassen; in mei, juni en juli wekelijks toepassen; in augustus/september om de 10 dagen.
Dosering: 0,4 liter per ha.

Gecombineerd toepassen met minerale olie kan het effect verbeteren.
Voor de dosering van minerale olie raadplege men de voorlichting.

Bosbouw, tegen dennesnuitkever (Hylobius abietis).
Ter voorkoming van aantasting na het uitplanten op iedere plant afzonderlijk een bespuiting uitvoeren.
Dosering: 2% (2 liter per 100 liter water).

Wageningen, 31 januari 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van het middel Deltamethrin E.C. 25,

toelatingsnummer 10135 N

Betreft de aanvraag tot verlenging van de toelating van het middel Deltamethrin E.C. 25 (98-036 TTP) op basis van de werkzame stof deltamethrin na 1 december 1999 (einddatum van de werkzame stof deltamethrin). Het middel is toegelaten uitsluitend voor het gebruik als insektenbestrijdingsmiddel in de teelt van groenten, fruit, bloemisterij- en boomkwekerijgewassen en vaste planten, graszaad, graszoden en weiland, en in de bosbouw.

Daar de tijd tussen afgifte van het laatste besluit en expiratie van dit middel minder dan
18 maanden bedraagt, is geen aanvraag tot verlenging noodzakelijk en geldt de eerder daartoe ingediende aanvraag.

Onder paralleltoelating wordt verstaan de toelating van een bestrijdingsmiddel, dat van dezelfde fabrikant afkomstig is als een hier te lande toegelaten middel, daarvan niet wezenlijk verschilt, geïmporteerd wordt uit één van de lidstaten van de Europese Unie en aldaar is toegelaten of geregistreerd.

Dit besluit is van toepassing op het middel dat onder de naam Decis EC 2,5 wordt geïmporteerd uit België en aldaar op de markt wordt gebracht door AgrEvo Belgium te Diegem en overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel Decis, 7774 N.

Dit besluit is, na melding overeenkomstig het bepaalde in de toelichting van het aanvraagformulier tot toelating voor een parallel geïmporteerd bestrijdingsmiddel, tevens van toepassing op een middel dat geïmporteerd wordt uit een ander lidstaat van de Europese Unie, mits dat middel aldaar op de markt wordt gebracht door dezelfde fabrikant als vermeld in de eerste volzin van deze alinea en mits dat middel overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel Decis, 7774 N.

Besluit

• Het College besluit de toelating voor het middel Deltamethrin E.C. 25 op basis van de werkzame stof deltamethrin, - die overeenkomt met de oorspronkelijke toelating Decis,
7774 N - te verlengen.

Als expiratiedatum voor het middel Deltamethrin E.C. 25 wordt 1 juni 2001 (=einddatum deltamethrin) vastgesteld.

In de verleende verlengingstermijn dient het volgende te geschieden:

* In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van het middel Deltamethrin E.C. 25 dient de volgende waarschuwingszin te worden opgenomen:
Gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Wageningen, 31 januari 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)