Datum: 21 november 2007

Opsteller: Jan Willem Andriessen

Akkoord secretaris:


Vastgesteld door College

Datum: 30 november 2007

Voorzitter:


            (HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

                Focus Plus, 10866 N

 

Ingevolge het door u op woensdag 13 juni 2007 (C-182.4) vastgestelde Plan van Uitvoering voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zijn reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden geëvalueerd. De evaluatie heeft plaatsgevonden conform de werkwijze en procedure die in de notitie “Aanwijzingen (her)beoordeling niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden is beschreven (11 juli 2007, C-183.5).Bijgaande treft u het beoordelingsrapport aan van het gewasbeschermingsmiddel Focus Plus (10866 N).

 

Voor dit gewasbeschermingsmiddel is een aanvraag als bedoeld in artikel 25d Bestrijdingsmiddelenwet 1962 ingediend. Dit middel bevat de werkzame stof cycloxydim. Het voor een beoordeling van dit middel verschuldigde tarief is op dd-md-jaar ontvangen. Uit het beoordelingsrapport volgt dat de effecten van het middel op mens, dier en milieu aanvaardbaar zijn, gelet op het gehanteerde toetsingskader.

 

Uit de beoordeling blijkt dat het middel in beginsel niet geplaatst kan worden op de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1. Na overleg met de toelatinghouder wordt voorgesteld om het WG/GA als volgt te wijzigen:

bestrijding van kweekgras in het najaar wordt ingetrokken en de restrictiezin: “Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermings-gebieden." wordt toegevoegd.

 

Met deze maatregel voldoet het middel alsnog aan de uitgangspunten voor de plaatsing op de lijst als bedoeld in artikel 122, lid. Voorgesteld wordt om in te stemmen met deze wijziging van het gebruiksvoorschrift, zoals verwoord in het hoofdstuk Etikettering en WG/GA van het beoordelingsrapport.

 

Voorgesteld wordt om het middel op te nemen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

Een parallelle en afgeleide toelating volgt het toelatingsregiem van het gewasbeschermings-middel waar het van is afgeleid. Van het hier beoordeelde gewasbeschermingsmiddel zijn geen gewasbeschermingsmiddel afgeleid dan wel parallel toegelaten.

 

Voor de verdere toelating van het middel Focus Plus (10866 N) moet een nieuwe toelatingstermijn worden vastgesteld. Gelet op het Europese beoordelingsprogramma voor de beoordeling van werkzame stoffen wordt voorgesteld een periode voor verdere toelating vast te stellen die aansluit op het tempo waarin het Europese beoordelingsprogramma wordt afgerond.

 

Het Ctgb stelt de toelatingstermijn daarom vast totdat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel met betrekking tot de opname van de werkzame stof in de Bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn 91/414/EEG.

 


Besluit:

 

Het Ctgb besluit:

-          Het gewasbeschermingsmiddel Focus Plus (10866 N) wordt opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocide;

-          Een nieuw WG/GA vast te stellen conform bijlage 2;

-          Het middel wordt toegelaten voor de termijn die afloopt op de dag dat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel betreffende de opname van de werkzame stof cycloxydim in Bijlage I van richtlijn 91/414/EEG.

 

 


 

 

(HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BEOORDELINGSRAPPORT

 

GEWASBESCHERMINGSMIDDEL

 

 

 

FOCUS PLUS, 10866 N

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Wageningen


INHOUDSOPGAVE

 

 

Inleiding

Beschrijving van het reeds toegelaten middel

Risico-evaluatie HUMANE TOXICOLOGIE

Risico-evaluatie MILIEU

Eindconclusie

Bijlage 1 GAP tabel

Bijlage 2 WG/GA


INLEIDING

 

In artikel 122 van  de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is een voorziening getroffen om (toegelaten) een middel met een niet-geprioriteerde werkzame stof op een lijst te plaatsen en de toelating van dat middel te verlengen totdat voldaan moet zijn aan het bepaalde in de communautaire maatregel betreffende de werkzame stof. Om voor deze toelating in aanmerking te komen moet er een aanvraag zijn ingediend op grond van artikel 25d van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en moet bij de verdere toelating van het middel naar behoren rekening worden gehouden met de effecten van dat middel op de mens, het dier, alsmede op het milieu, op basis van een dossier dat de nodige informatie bevat.

 

In dit kader is een doelmatige en doeltreffende werkwijze en procedure vastgesteld in het Plan van Uitvoering van 13 juni 2007. De beoordeling is uitgewerkt in de notitie “Aanwijzingen voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden”. De voor dit middel uitgevoerde evaluatie, waarvan in dit beoordelingsrapport verslag wordt gedaan, strekt ertoe zeker te stellen dat de betrokken middelen inderdaad elk afzonderlijk afdoende op hun risico’s zijn beoordeeld.

 

BESCHRIJVING REEDS TOEGELATEN MIDDEL EN MEEST KRITISCHE TOEPASSING

 

Het middel is toegelatenals onkruidbestrijdingsmiddel

         I.      in de teelt van:

-          consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen;

-          suikerbieten en voederbieten;

-          landbouwerwten, landbouwstambonen;

-          roodzwenkgras (zaadteelt) en hardzwenkgras (zaadteelt);

-          winterkoolzaad

-          tuinbonen;

-          winterwortelen

-          zaaiuien, eerste –en tweedejaars plantuien en prei;

-          bloembollen;

-          boomkwekerijgewassen;

       II.       onder houtige beplantingen;

      III.       in de bloemen –en bloemenzaadteelt.

 

De meest kritische toepassing, waarbij  het meeste risico verwacht wordt, is de toepassing in suiker- en voederbieten.

 

Plaatsing annex I 91/414

Nee

 

Toetsingskader

HTB 0.2

RISICO-EVALUATIE HUMANE TOXICOLOGIE

 

Bevindingen

er zijn geen onaanvaardbare effecten vastgesteld

 

 

 

De toxicologie van het bestrijdingsmiddel FOCUS PLUS, op basis van de werkzame stof cycloxydim, is in Nederland in 1989 beoordeeld (RIVM adviesrapport 88/78804/005).

Het risico voor de toepasservan het bestrijdingsmiddel FOCUS PLUS, op basis van de werkzame stof cycloxydim, is in Nederland in 1991 beoordeeld (TNO rapport nr 7602-090).

Er is tevens een DAR (November 2006) opgesteld door RMS Oostenrijk. Op deze DAR is commentaar geleverd door Nederland. Nederland heeft m.b.t. de aspecten “mammalian toxicology” (B6) en “Residues” (B7) geen commentaar geleverd.

 

De NL beoordelingen voor de toxicologie en het risico voor de toepasser zijn oud, summier, en niet volgens de huidige methodes uitgevoerd. Aangezien Nederland geen commentaar heeft geleverd op de aspecten mammalian toxicology” (B6) en “Residues” (B7) zal de huidige herbeoordeling van de cycloxydim op de gegevens uit de EU-DAR gebaseerd worden.

 

N.B. Commentaar van andere MSs is nog niet beschikbaar en cycloxydim is (dus) nog niet in een EPCO/PRAPer meeting behandeld.

 

Beschikbare commentaren van lidstaten en EFSA leiden momenteel niet tot aanpassingen van voor de rsicobeoordeling relevante toxicologische eindpunten in de list of end points in de DAR.

 

 

 

Toepassingsgegevens

Het betreft het middel FOCUS PLUS (99-005 TV), een onkruidbestrijdingsmiddel in de teelt van aardappelen, suiker- en voederbieten, landbouwerwten, landbouwstambonen, graszaadteelt, winterkoolzaad, tuinbonen, winterwortelen, uien en prei, bloembollen, boomkwekerijgewassen en bloemisterijgewassen, op basis van de werkzame stof cycloxydim.

 

Meest kritische toepassing(en)

Behandeling van consumptie-, poot- en fabrieksaardappelen ter bestrijding van éénjarige en overblijvende grassen, onbedekte teelt, grondbehandeling voor de gewassen in de rijen sluiten.

Behandeling van consumptie-, poot- en fabrieksaardappelen ter bestrijding van kweek, onbedekte teelt, grondbehandeling voor de gewassen in de rijen sluiten, gedeelde toepassing bij open gewassen.

 

Verwachte blootstelling

 

In 1991 is door TNO een blootstellingsschatting uitgevoerd voor Focus en Focus plus. De blootstellingsschatting is summier beschreven en wijkt af van de huidige gehanterde methodes. Ook de afleiding van het veilig geachte blootstellingsniveau (No-Effect-Level voor de werker in 1991) wijkt beduidend af van de tegenwoordig gehanteerde methode voor afleiding van de AOEL.

In C-28.3.7 (1994) wordt voorgesteld om de arbeidstoxicologische risico-evaluatie te laten bijstellen, o.m. omdat de WG/GA gewijzigd/uitgebreid is, ander spuitvolumina worden gebruikt, de dermale pentratie te hoog is ingeschat en er sinds 1991 verdere ontwikkelingen m.b.t. tot de risico-evaluatie zijn geweest.

 

 

Gezien bovenstaande opmerkingen m.b.t. tot de NL beoordeling van 1991 zal voor de huidige herbeoordeling worden uitgegaan van de EU-DAR, November 2006, RMS Oostenrijk. Het in de DAR beschreven gebruik komt grotendeels overeen met het gebruik in Nederland.

 

N.B. afwijkingen GAP-NL en aannames in blootstellingsschatting EU-DAR:

 

NL-GAP

EU-DAR

Water l/ha

250-400

150

Conc w.s. in spuitvloeistof

(kg/100 l)

0,03-0,24 (toepas frequentie 1)

 

0,1-0,16 (toepas frequentie 2)

0,6 (toepas frequentie 1)

Dosering w.s.

(kg/ha)

0,1-0,6 (toepas frequentie 1)

 

0,4-0,4 (toepas frequentie 2)

0,6 (toepas frequentie 1)

 

 

 

Het wordt niet verwacht dat de afwijkingen in de NL-GAP t.o.v. de aannames in de EU-DAR grote verschillen in blootstellingsschattingen zullen opleveren.

SASKIA,HEIN, INGRID, ZIJN JULLIE HET MET DEZE AANNAME EENS????

 

Nederland heeft geen commentaar geleverd op de blootstellingsschattingen.

Onderstaande blootstellingsschatting voor de professionele toepasser, werker en bystander is overgenomen uit de EU-DAR voor cycloxydim, Annex B, B.6 Toxicology and Metabolism.






Risicobeoordeling volgens HTB 0.2

Toepasser

Omdat het Duitse en het UK-model in Nederland niet worden gebruikt is conform HTB 0.2 een schatting van de blootstelling van de toepasser gemaakt met EUROPOEM. Hierbij is de hoogste voorgeschreven dosering genomen (6 L Focus Plus/ha) en de waarden van de AOEL en de dermale absorptie in de list of endpoints in de DAR.

 

 

 

 

 

 

 

 

Route

Estimated internal exposure a (mg /day)

Systemic     AOEL     (mg/day)

Risk-index b

Mechanical downward spraying on cereals

Mixing/

Respiratory

0.03

7

0.00

Loading

Dermal

37.20

7

5.31

Application

Respiratory

0.048

7

0.01

Dermal

6.84

7

0.98

 

Total

44.1

7

6.30

 

Omstander

De blootstelling van omstanders bij neerwaartse toepassingen is ca 5% van die van de toepasser.

 

Herbetreding

In de periode na otepassing is het niet nodgi werkzaamheden te verrichten waarbij intensief contact optreedt met behandeld gewas.

 

Blootstelling via dieet

In de EU-DAR is de geschatte chronische en acute blootstelling van de consument aan cycloxydim vergeleken met respectievelijk de ADI en ArfD. Onderstaande tekst is overgenomen uit de EU-DAR voor cycloxydim, Volume 1, Report and proposed decision.

 

Voor chronische blootstelling via voedsel wordt in de EU-DAR het volgende geconcludeerd:

 

Het risico m.b.t. acute blootstelling via voedsel wordt in de EU-DAR wordt berekend op basis van inname data uit Groot-Brittannië en Duitsland:

 

 

 


Toxicologische grenswaarden

 

Referentie:

AOEL(systemisch)

0.1 (EU-DAR 2006)

mg/kg lg

ADI

0.032 (EU-DAR 2006)

mg/kg lg

ARfD

1.0 (EU-DAR 2006)

mg/kg lg

 

Samenvatting en conclusie toepasser/herbetreder/omstander

Op basis van de blootstellingsschatting van het Duitse modelEUROPOEM is er geen risico voor de toepasser, mits persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) worden gebruikt.

Voor de omstander tijdens het toepassen wordt geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat de blootstelling de AOEL zal overschrijden.

Voor de werker tijdens herbetreding wordt geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat de blootstelling de AOEL zal overschrijden., wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE, “werkkleding”) worden gebruikt.

 

 

Samenvatting en conclusie volksgezondheid

Voor chronische en acute blootstelling aan cycloxydim via voedsel wordt geconcludeerd dat de geschatte chronische en acute blootstellingen de ADI, respectievelijk ArfD slechts ten dele opvullen.

 

Opmerking:

Laatste inhoudelijke beoordeling: 1991 (NL), 2006 EU-DAR, RMS Oostenrijk.

Ontbrekende gegevens: -

 

 

RISICO-EVALUATIE MILIEU

 

TOEPASSINGSGEGEVENS

Meest kritische toepassingen:

Op suiker- en voederbieten, tegen éénjarige en overblijvende grassen, 1 x 0.6 kg as/ha, april-juni.

Op suiker- en voederbieten, tegen kweek, 2 x 0,4 kg as/ha, 14 d interval, april-juni

 

KWALITATIEVE BEOORDELING

Persistentie bodem

Majeure metaboliet TSO. DT50 cycloxydim 0.58 d, DT50 TSO 9.1 d.

Voldoet

Grondwater

Naast cycloxydim zijn ook een viertal metabolieten relevant voor het grondwater: TSO, TSO2, T2SO en T2SO2. Voor Cycloxydim en TSO en T2SO is de uitspoeling < 0.001 µg/L (kremsmunster) bij een toepassing van 2x 400 g voor de 1 x 600 g en 2 x 400 g toepassing op bieten. Voor TSO2 en T2SO2 is de worst-case uitspoeling respectievelijk 0.190 en 0.016 µg/L voor een 2x 400 g toepassing op bieten.

Voldoet niet

Oppervlaktewater (drinkwatercriterium)

Uit de algemene wetenschappelijke kennis die het Ctb heeft achterhaald over het middel en de werkzame stof is het Ctb van oordeel dat er in dit geval geen concrete aanwijzingen zijn voor zorg omtrent de gevolgen van dit middel bij gebruik conform het gebruiksvoorschrift voor oppervlaktewater waaruit drinkwater wordt gewonnen. In het licht van deze benadering verwacht het Ctb geen overschrijding van de drinkwaternorm. Er wordt voldaan aan de norm voor oppervlaktewater bestemd voor de bereiding van drinkwater zoals opgenomen in Bubg.

Zoogdieren

Het risico wordt aanvaardbaar geacht.

Vogels

in eerste tier geen acuut en short-term risico, wel long-term. higher tier voor long-term geeft geen risico.

Waterorganismen

In monografie Focus step 2 PECi voor de a.s. = 0.0061 µg/L, geen risico voor alg, daphnia en vis. Het risico wordt aanvaardbaar geacht voor moederstof en metabolieten.

Bioaccumulatie

Nvt Log Kow < 3 voor moederstof en metabolieten

Bijen en hommels

Het risico wordt aanvaardbaar geacht.

Niet-doelwitarthropoden

Volgens EU: risk mitigation measures noodzakelijk. Commentaar van CTB op EU monografie:

T. pyri test: reproductive effects should be taken into account in the second Tier assessment.

Regenwormen

Het risico wordt aanvaardbaar geacht.

Bodemmicro-organismen

Het risico wordt aanvaardbaar geacht

Terrestrische planten

Nvt (HTB 0.2)

Actief slib RWZI’s

Nvt

Overige opmerkingen

 

 

CONCLUSIE

 

voldoetaanUB*

Persistentiebodem

ja

Uitspoelinggrondwater

Nee

Oppervlaktewater (drinkwatercriterium)

Ja

Risico zoogdieren

Ja

Risico vogels

Ja

Risico waterorganismen

Ja

Risico bijen en hommels

Ja

Risico niet-doelwitarthropoden

nee

Risico regenwormen

Ja

Risico bodemmicro-organismen

Ja

Risico terrestrische planten

nvt

Risico actief slib (RWZI)

nvt

* vermeld: nvt (indien compartiment niet bereikt wordt), ja, of nee.

 

Bevinding

Niet is vastgesteld dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn

 

 

GERAADPLEEGDEBRONNEN

Ctb dossier

FOCUS PLUS BASF dossier, milieu stofdossier en algemene stofdossier

EC Monografie

Draft 2006

 

Commentaar van CTB

 

 

 

 


CONCLUSIE

Niet is vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. Per brief van
13 september 2007 laat de toelatinghouder weten het niet eens te zijn met de beoordeling van het Ctb. Hij verzoekt om uitstel voor het leveren van een reactie. Per e-mail van 20 september 2007 is de aanvrager verzocht uiterlijk 25 september 2007 met een volledige reactie te komen. Op dit verzoek heeft de toelatinghouder niet gereageerd.

Het middel Focus Plus (10866 N) komt niet in aanmerking voor opname in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

 

VERVOLGBEOORDELING

 

Reactie firma:

 

Uitspoeling:

 

Per brief van 1 november is de volgende reactie geleverd:

 

Voorjaarsscenario's

Met behulp van Focus Pearl 2.2.2 zijn berekeningen uitgevoerd (zie bijlage) die laten zien dat de moederstof en zijn metabolieten TSO, T2SO, TSO2 en T2SO2 (in de berekeningen weergegeven als TS2O2 + TS2O3, omdat T2SO2 via 2 verschillende routes kan worden gevormd) onder de norm van 0,1 ug/l zitten.

 

Als worst-case situatie is de toepassing in bloembollen gekozen. Deze dekt tevens de toepassingen van 2 * 400 gai/ha en 1 * 600 gai/ha in aardappels, landbouwstambonen, landbouwerwten, tuinbonen, winterwortelen, zaadteelt van roodzwenk en hardzwenkgras (voorjaarstoepassing), bloembollen, uien, prei , boomkwekerijgewassen en bloemzaden af): 2 * 400 g ai/ha met een interceptie van 0,1 door het gewas en een interval van 14 dagen bedraagt de uitspoeling naar het ondiepe grondwater respectievelijk:

Cycloxydim < 0.001 ug/l

TSO = 0.002 ug/l

TSO2 = 0.007 ug/l

T2SO < 0.001 ug/l

T2SO2 = 0.023 ug/l.

 

Voorwaarden van de parameters is gebruik gemaakt van BASF DocID 2006/1037631 (zie bijlage). Van deze tabel zijn, indien van toepassing, voor de metabolieten de meest worst-case Koc waarden genomen en omgerekend naar Kom waarden (factor 1.724). Voor de metaboliet TSO2 is een DT50 waarde gebruikt van 3.2 dagen ipv 12.4 dagen. Deze DT50 komt van een veld dissipatie studie die reeds is afgerond en momenteel wordt gerapporteerd. De argumentatie waarom deze DT50 waarde gebruikt kan worden wordt gegeven door Dr. B. Jene in BASF Doe ID 2007/1054400 (zie bijlage).

Uit de berekeningen blijkt tevens dat de metabolieten na niet onder de norm voor drinkwaterbeschermingsgebieden blijven (0.001 ug/I) en dat er een restrictie op het etiket zal worden vermeld. "Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden."

 

Najaarsscenario

Voor de uitspoeling naar het grondwater in de najaarsscenario’s bij de toepassing van maximaal 3 liter product in koolzaad en zaadteelt van roodzwenkgras en hardzwenkgras wordt de norm van 0,1 ug/l niet overschreden, echter de norm voor grondwaterbeschermingsgebieden wel. De bestrijding van kweekgras in het najaar met 2 * 4 liter/ha wordt van het etiket genomen.

 

Reactie CTB:

 

Uitspoeling:

 

PEARL berekening:

Voor de invoer van de DT50 heeft de firma gebruik gemaakt van veldstudies.

Allereerst zijn de studies conform de checklist onderzocht op de aanwezigheid van andere blootstellingsroutes. Aan alle criteria wordt voldaan waardoor het gerechtvaardigd is veld DT50 waarden te hanteren voor PEARL. Van de 6 veldstudies worden er 4 representatief geacht voor de NL situatie; te weten (UK, DK en DE (2 maal)). De Chi2 waarde voorde UK site is echter met 20.5 % boven de 15 %, echter de visuele fit en residuen plot worden acceptabel geacht.

De geometrisch gemiddelde SFO DT50 van 3.2 dagen (over 6 veldstudies) als invoer is acceptabel omdat deze hoger is dan het geometrisch gemiddelde over enkel de 4 representatieve gronden (2,7 dagen).

 

Voor de najaarstoepassing in koolzaad bedraagt de uitspoeling naar het ondiepe grondwater respectievelijk:

Cycloxydim < 0.001 ug/l

TSO = 0.009 ug/l

TSO2 = 0.062 ug/l

T2SO < 0.001 ug/l

T2SO2 = 0.032 ug/l.

 

Conclusie

Met inbegrip van de wijzigingen op het etiket (bestrijding van kweekgras in het najaar ingetrokken) en de restrictiezin:

"Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden."

voldoet de werkzame stof cycloxydim en de metabolieten aan de normen voor uitspoeling.


Bijlage 1 GAP tabel



Bijlage 2 WG/GA Focus Plus

 


A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel:

 

                I.              in de teelt van:

-          consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen;

-          suikerbieten en voederbieten;

-          landbouwerwten, landbouwstambonen;

-          roodzwenkgras (zaadteelt) en hardzwenkgras (zaadteelt);

-          winterkoolzaad

-          tuinbonen;

-          winterwortelen

-          zaaiuien, eerste– en tweedejaars plantuien en prei;

-          bloembollen;

-          boomkwekerijgewassen;

 

 

II.                   onder houtige beplantingen;

 

III.                  in de bloemen– en bloemenzaadteelt.

 

 

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

8 weken voor consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, landbouwerwten en landbouwstambonen;

3 weken voor zaaiuien, eerste– en tweedejaars plantuien;

4 weken voor tuinbonen;

6 weken voor winterwortelen en prei.

 

Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

 

Het middel is uitsluitend bestemd voor beroepsmatig gebruik.

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Algemeen

Focus Plus is een bladherbicide voor de bestrijding van zowel éénjarige grassen, inclusief graanopslag als van, overblijvende grassen (kweek).

Straatgras wordt niet bestreden.

Het middel bij voorkeur toepassen onder goede groeiomstandigheden van de onkruiden.

Twee tot vijf weken na toepassing is een volledig effect te verwachten.

Spuit met een fijne druppel op een droog gewas en bij droog weer met 250 à 400 liter spuitvloeistof per ha. Het onkruid moet goed worden geraakt en bevochtigd. Enkele uren droog weer na de bespuiting is gewenst.

 

Het middel bevat een uitvloeier zodat toevoeging van een extra hulpstof aan de spuitvloeistof niet nodig is.

 

Toepassingen van Focus Plus dient plaats te vinden op gezonde en goed groeiende gewassen.

Binnen één week na de bespuiting geen mechanische bewerkingen uitvoeren.

Niet gemengd met andere middelen verspuiten, tenzij dit wordt aangegeven, zoals bij de standaard geadviseerde tankmengsels in de bietenteelt.

 

Toepassingstijdstip

 

Het bespuitingstijdstip richt zich naar de ontwikkeling van de grassen. Tegen eenjarige grassen (inclusief opslag van graan of raaigras) toepassen vanaf het 3 – bladstadium tot einde uitstoeling.

Tegen kweek spuiten zodra dit een lengte van 20 á 25 cm heeft bereikt.

In open gewassen, waarin snel hergroei optreedt, dient een gedeelde toepassing te worden uitgevoerd. De eerste bespuiting uitvoeren wanneer de kweek 10 – 15 cm groot is. Zodra er weer nieuwe kweek aanwezig is van 10 - 15 cm groot, de bespuiting herhalen.

Bestrijding van kweekgras uitsluitend in het voorjaar of zomer uitvoeren.

 

Consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen;

Landbouwerwten (ronde groene erwten, gele erwten, schokkers, kapucijners, rozijnerwten), landbouwstambonen ( bruine bonen, witte bonen, gele bonen, kievitsbonen);

tuinbonen;

winterwortelen;

zaaiuien, eerste– en tweedejaars plantuien, prei.

 

Tegen eenjarige grassen en kweek toepassen vóór de gewassen in de rij sluiten.

In aardappelen dient een periode van 5 dagen te worden aangehouden tussen een bespuiting met Focus Plus en de toepassing van tinbevattende middelen.

In bonen bij temperaturen boven 25°c tegen de avond spuiten. Uien  moeten op het moment van bespuiten afgehard zijn.

 

Suiker- en voederbieten

 

Tegen eenjarige grassen en kweek toepassen voor het gewas in de rij sluit.

Ook  kan het middel worden toegepast ter vernietiging van een aanwezig roggedek.

Toevoeging aan de standaard geadviseerde tankmengsels ter bestrijding van de dicotyle onkruiden is mogelijk. De dosering bedraagt dan 1,0 – 1,5 liter Focus Plus per ha. Men dient met de toepassing van Focus Plus te wachten tot de eerste gekiemde grassen 3 blaadjes hebben ontwikkeld. Ook kleinere later gekiemde grassen worden op deze wijze bestreden.

 

 

Zaadteelt van roodzwenk- en hardzwenkgras

 

Duist, opslag van Engels raaigras en graanopslag kunnen het best in de herfst worden bestreden. Ter bestrijding van kweek kan behalve in de herfst ook in het voorjaar nog een bespuiting worden uitgevoerd. Dit dient zo tijdig mogelijk plaats te hebben, in ieder geval ruim voor de bloeiwijze van het gras zichtbaar wordt.

 

Winterkoolzaad

 

Tegen graanopslag en duist in de nazomer of vroege herfst een bespuiting uitvoeren. Na een toepassing van Butisan S voor opkomst van het gewas kan de dosering van Focus Plus met 0,5 l/ha worden verlaagd.

 

Bloembollen

 

In tulp, hyacint, narcis, gladiool, iris, krokus, lelie alsmede bijgoedgewassen.

Nog niet in alle bijgoedgewassen is ervaring opgedaan. In gladiool niet mengen met metoxuron wegens kans op ernstige schade.

Bij in het najaar geplante gewassen ter bestrijding van graanopslag en kweek een bespuiting  uitvoeren in het voorjaar.

 

Boomkwekerijgewassen en houtige beplantingen

 

Alleen toepassen onder bomen en heesters, voorkomend in plantsoenen, parken, langs wegen, rond openbare voorzieningen e.d.. Nog niet op alle soorten is ervaring opgedaan.

 

Bloemen– en bloemenzaadteelt

 

Ervaringen zijn opgedaan in de soorten: Achilles millefolium, Astilbe hybriden, Delphinium consolida (gezaaid), Delphinium belladonna, Lysimachia clethroïdes, Physostegia virginiana, Scabiosa caucasica.

Toepassingen over het gewas als de grassen aangegeven ontwikkeling hebben bereikt.

 

Doseringen in liters per ha:

 

Onkruiden                                                                             Focus Plus

 

Tegen hanepoot                                                                    1,0 – 2,0

 

Tegen windhalm, duist,

Wilde haver, opslag van raaigras                                         2,0 – 3,0

 

Tegen graanopslag

- algemeen                                                                            2,0 – 3,0

 

- in bloembollen                                                                     4,0

 

- stuifdek granen                                                                   2,0 – 3,0

 

Tegen kweekgras

- algemeen                                                                            6,0

 

- bij een gedeelde

  toepassing                                                                          4,0

 

 

De dosering aanpassen aan de ontwikkeling van de te bestrijden grassen. Onder gunstige weersomstandigheden kan vanaf het 3 –blad stadium tot begin uitstoeling de laagste dosering worden gebruikt.