Toelatingsnummer 10211 N

Sumicidin Super  

 

10211 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 5 november 2007 (20071162 WGGAG) van

 

SUMITOMO CHEMICAL AGRO EUROPE S.A.

2 RUE CLAUDE CHAPPE,

69370 SAINT DIDIER AU MONT, D'OR

FRANKRIJK

 

tot wijziging van de toelating als bedoeld in artikel 28, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof esfenvaleraat

 

Sumicidin Super

 

gelet op artikel 41, tweede lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

De toelating van het middel Sumicidin Super is laatstelijk bij besluit d.d. 17 maart 2006 verlengd tot 31 juli 2011. De toelating van het middel Sumicidin Super wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen.Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.


 

1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikel 36 van de Wet milieugevaarlijke stoffen en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: vloeistof

 

werkzame stof:

gehalte:

esfenvaleraat

25 g/l

 

 

 

op verpakkingen die (mede)  bestemd zijn voor huishoudelijk gebruik: het kca-logo

(het kca-logo is het logo voor klein chemisch afval bestaande uit een afvalbak met een kruis erdoor als opgenomen in bijlage III bij de genoemde Nadere regels)         

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen): xyleen

 

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

Xn

Schadelijk

N

Milieugevaarlijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

Ontvlambaar.

Schadelijk bij inademing en opname door de mond.

Gevaar voor ernstig oogletsel.

Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Zeer vergiftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Schadelijk: kan longschade veroorzaken na verslikken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

Was alle beschermende kleding na gebruik.

Niet roken tijdens gebruik.

Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

Draag een geschikte adembescherming bij de binnentoepassing.

Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.


(Deze zin hoeft niet te worden vermeld op het etiket indien u deelneemt aan het verpakkingenconvenant, en op het etiket het STORL-vignet voert, en ingevolge dit convenant de toepasselijke zin uit de volgende verwijderingszinnen op het etiket vermeldt:

1)      Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.

2)      Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.

3)      Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.)

Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

 

Specifieke vermeldingen:

 

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

2.    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

a.       letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

b.      hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

c.      bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.15.

 

2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

2.1 Verzoek

Het betreft een verzoek tot wijziging van de toelating van het middel Sumicidin Super 
(10211 N), een middel op basis van de werkzame stof esfenvaleraat. Het middel is toegelaten als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt van granen, aardappelen, suiker- en voederbieten, erwten, stamslabonen, veldbonen, spruitkool, sluitkool, bloemkool, broccoli en koolrabi, graszaad en graszoden alsmede in weiland en sportvelden, bloembollen en bloemisterijgewassen onder glas.

 

De gevraagde wijzigingen betreft een vervroeging van het gebruik in bloembollen (nl. vanaf het moment dat bladluizen worden verwacht) ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen.

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

De werkzame stof is per 1 augustus 2001 geplaatst op Annex I van gewasbeschermingsrichtlijn 91/414/EEG.


 

2.3 Karakterisering van het middel

Esfenvaleraat is een insecticide dat behoort tot de groep van de synthetische pyrethroiden. Deze stoffen werken als zenuwgif en verstoren het ionentransport in de membramen. De zenuwen blijven continu geprikkeld, wat acute verlammingsverschijnselen tot gevolg heeft, waardoor de insecten niet meer kunnen voeden.

 

2.4 Voorgeschiedenis

De aanvraag is op 7 november 2007 ontvangen; op 9 november 2007 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen. Bij brief d.d. 9 juli 2008 is de aanvraag in behandeling genomen.

 

3  RISICOBEOORDELINGEN

Het gebruikte toetsingskader voor de beoordeling van deze aanvraag is Wet Gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

3.1  Fysische en chemische eigenschappen

Gelet op de aard van het verzoek is dit aspect niet beoordeeld omdat de fysische en chemische eigenschappen ongewijzigd blijven (zie Hoofdstuk 2, Physical and Chemical Properties, in Bijlage II bij dit besluit).

 

3.2  Analysemethoden

De aard van het verzoek gaf geen aanleiding tot het opnieuw beoordelen van dit aspect (zie Hoofdstuk 3, Methods of Analysis, in Bijlage II bij dit besluit).

 

3.3  Risico voor de mens

Gelet op de aard van het verzoek is dit aspect niet beoordeeld.

 

3.4  Risico voor het milieu

Het middel voldoet aan de voorwaarde dat het, rekening houdend met alle normale omstandigheden waaronder het middel kan worden gebruikt en de gevolgen van het gebruik, geen voor het milieu onaanvaardbaar effect heeft, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de volgende aspecten:

-          de plaats waar het middel in het milieu terechtkomt en wordt verspreid, met name voor wat betreft besmetting van het water, waaronder drinkwater en grondwater,

-          de gevolgen voor niet-doelsoorten.

(artikel 28, eerste lid, sub b, onderdeel 4 en 5, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

De beoordeling van het risico voor het milieu staat beschreven in Hoofdstuk 6, Environmental Fate and Behaviour, en Hoofdstuk 7, Ecotoxicology, in Bijlage II bij dit besluit.

Het profiel gedrag en lotgevallen staat beschreven in Hoofdstuk 6 in Bijlage II bij dit besluit. Het profiel Ecotoxicology staat beschreven in Hoofdstuk 7 in Bijlage II bij dit besluit.

 

3.5  Werkzaamheid

Het middel voldoet aan de voorwaarde dat het, rekening houdend met alle normale omstandigheden waaronder het middel kan worden gebruikt en de gevolgen van het gebruik, voldoende werkzaam is en geen onaanvaardbare uitwerking heeft op planten of plantaardige producten (artikel 28, eerste lid, sub b, onderdelen 1 en 2, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

De beoordeling van het aspect werkzaamheid staat beschreven in Hoofdstuk 8, Efficacy, in Bijlage II bij dit besluit.

 

3.6  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het gewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel Sumicidin Super op basis van de werkzame stof esfenvaleraat voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 1 augustus 2008

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,





dr. D. K. J. Tommel

voorzitter

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 1 augustus 2008 tot wijziging van de toelating van het middel Sumicidin Super, toelatingnummer 10211 N

 

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt van:

a)      granen

b)      aardappelen, suiker- en voederbieten, erwten, stamslabonen, veldbonen, spruitkool, sluitkool, bloemkool, broccoli en koolrabi met dien verstande dat op percelen die grenzen aan watergangen, gebruik gemaakt dient te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

c)      graszaad en graszoden alsmede in weiland en sportvelden met dien verstande dat:

1.      in de grasteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden;

2.      weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid;

3.      sportvelden niet binnen 5 dagen na behandeling mogen worden betreden.

d)      bloembollen met dien verstande dat bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen gebruik dient gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 90% zonder luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een overkapte beddenspuit.

e)      bloemisterijgewassen onder glas.

 

De toepassing door middel van een luchtvaartuig is verboden.

 

Het middel is gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

 

Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas af te sluiten.

 

Dit middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik.

 

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

7 dagen voor aardappelen, spruitkool, bloemkool,  broccoli, erwten en veldbonen;

10 dagen voor sluitkool, koolrabi en stamslabonen;

28 dagen voor granen.

 

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Algemeen

 

Het middel is giftig voor vissen en andere waterorganismen. Vermijd dat het middel in het oppervlaktewater terecht kan komen.


 

Toepassingen

 

Aardappelen, ter bestrijding van de larven van de Coloradokever. Toepassen zodra aantasting wordt waargenomen en wanneer jonge larven op het gewas worden aangetroffen. Indien nodig de toepassing herhalen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Aardappelen, ter bestrijding van bladluizen ter voorkoming van zuigschade. Toepassen zodra aantasting wordt waargenomen. Een behandeling uitvoeren wanneer gemiddeld meer dan 50 bladluizen per samengesteld blad voorkomen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Pootaardappelen, ter voorkoming van overdracht door bladluizen van het bladrolvirus.

Toepassen zodra 90% van de planten is opgekomen.

De behandeling 14 dagen later herhalen, indien nodig de behandeling elke 14 dagen herhalen tot een maximum van 5 toepassingen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Pootaardappelen, ter voorkoming van overdracht door bladluizen van het Ynvirus.

Wekelijks toepassen vanaf de opkomst van het gewas tot één week voor de rooidatum.

Dosering: 0,2 liter per ha in combinatie met minerale olie.
Het middel uitsluitend toepassen in combinatie met minerale olie. Voor de dosering van de minerale olie raadplege men voorlichtingspublicaties.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Granen, ter bestrijding van bladluizen.

Een bespuiting uitvoeren als tenminste 70% van de halmen met bladluizen is bezet.

Een gecombineerde bestrijding van bladluizen en afrijpingsziekten is verantwoord wanneer bij begin tenminste 30% van de halmen met bladluizen is bezet.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van rupsen van de aardappelstengelboorder.

In gebieden waar aantasting is te verwachten vanaf half mei een behandeling uitvoeren en deze maximaal 1x herhalen met een interval van 7 dagen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,45 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Suiker en voederbieten, ter bestrijding van trips.

Een behandeling uitvoeren zodra op de jonge plantjes trips wordt waargenomen.

Dosering: 0,2 liter per ha

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.


 

Erwten en veldbonen, ter bestrijding van de bladrandkever.

Zodra vreterij van de bladrandkever aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Erwten, ter bestrijding van trips.

Een behandeling uitvoeren zodra op de jonge planten aantasting wordt waargenomen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.


Stamslabonen, ter bestrijding van trips.

Een behandeling uitvoeren zodra op de jonge planten aantasting wordt waargenomen. Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Spruitkool, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers.

Ter bestrijding van de koolgalmug het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet. De bespuiting zonodig herhalen. Maximaal 6 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Sluitkool, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers.

Ter bestrijding van de koolgalmug het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet. De bespuiting zonodig herhalen na 7 tot 10 dagen. Maximaal 3 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Bloemkool, broccoli en koolrabi, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers.

Ter bestrijding van de koolgalmug het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet. Maximaal 1 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%.

 

Graszaadteelt, graszodenteelt, weiland en sportvelden, ter bestrijding van de larven van de rouwvlieg.

Bij voorkeur spuiten met veel water; regen kort na de toepassing heeft een gunstig effect op de bestrijding. De bestrijding dient in de herfst te worden uitgevoerd. Om de kans op contact van het middel met de larven te vergroten verdient het aanbeveling weiland eerst te slepen en geen drijfmest kort voor de bespuiting toe te dienen.

Dosering: 0,3 liter per ha.

 

Tulp, hyacint, iris en gladiool, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen.

Het middel vanaf het moment dat bladluizen verwacht worden wekelijks toepassen.

Bij tulpen de bespuitingen voortzetten tot de tweede/derde week van juni, bij hyacinten en irissen tot tien dagen voor het rooien en bij gladiolen tot een week voor de bloei. Bij gladiolen uitsluitend toepassen op virusvrije partijen.

Dosering: 0,4 liter per ha.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 90% zonder luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een overkapte beddenspuit.

 

Lelies, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen.

Het middel vanaf het moment dat bladluizen verwacht worden toepassen; in april, mei, juni en juli wekelijks toepassen; in augustus/september om de 10 dagen.

Dosering: 0,4 liter per ha.

Gecombineerd toepassen met minerale olie kan het effect verbeteren.

Raadpleeg voor de dosering van minerale olie de voorlichting.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of een dop uit de driftreductieklasse van minimaal 90% zonder luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een overkapte beddenspuit.

 

Bloemisterijgewassen onder glas, ter bestrijding van rupsen, bladrollers, witte vlieg, mineervlieg, trips en bladluizen.

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting optreedt. Volwassen mineervliegen en Floridamotten bestrijden d.m.v. een ruimtebehandeling.

Dosering: 0,05 % (50 ml per 100 liter water).

Bij gebruik van straalmotorspuit 100 ml per 1000 m².



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 1 augustus 2008 tot wijziging van de toelating van het middel Sumicidin Super, toelatingnummer 10211 N

 

RISKMANAGEMENT

 

 

 

Contents                                                                  Page

 

 

1.   Identity of the plant protection product        2

 

2.   Physical and chemical properties                  2

 

3.   Methods of analysis                                         3

 

4.   Mammalian toxicology                                      3

 

5.   Residues                                                            3

 

6.   Environmental fate and behaviour                3

 

7.   Ecotoxicology                                                    3

 

8.   Efficacy                                                               3

 

9.   Conclusion                                                        4

 

10. Classification and labelling                             4

 


1.         Identity of the plant protection product

 

1.1       Applicant

Sumitomo Chemical Agro Europe S.A.S.

2, rue Claude Chappe

69370 St-Didier-au-mont d’Or

Frankrijk

 

1.2       Identity of the active substance

Common name

Esfenvalerate

Name in Dutch

Esfenvaleraat

Chemical name

(S)-a-Cyano-3-phenoxybenzyl-(S)-2-(4-chlorophenyl)-3- methylbutyrate

CAS no

66230-04-4

EC no

not allocated

 

The active substance was included in Annex I of Directive 91/414/EEC on 1 August 2001.

 

1.3       Identity of the plant protection product

Name

Sumicidin Super

Formulation type

EC

Content active substance

25 g pure a.s./L

 

The formulation was not part of the assessment of the active substance for inclusion in the Annex I of Directive 91/414/EEC.

 

1.4       Function

Insecticide.

 

1.5       Uses applied for

An extension of the period of use is applied for for the use in bulb flowers (tulip, hyacinth, iris, gladiolus and lily).

Uses

Dose a.s.

(kg a.s./ha)

Number of applications

Interval between applications

Application time (growth stage and season)

Bulb flowers

0.01

10-20

7 days

Half April-July

 

1.6       Background to the application

It concerns a label change.

 

1.7       Packaging details

1.7.1    Packaging description

Material:

co-extruded HDPE/PA

Capacity:

1 L and 5 L

Type of closure and size of opening:

50 mm opening (1 L)

63 mm diameter (5 L)

Other information

ADR compliant and UN certified

 

1.7.2    Detailed instructions for safe disposal

See application form and MSDS (no particular recommendations).

 

 

2.                  Physical and chemical properties

The physical and chemical properties remain the same.

 

 

3.                  Methods of analysis

No changes occur in methods of analysis.

 

 

4.                  Mammalian toxicology

Mammalian toxicology remains the same.

 

 

5.                  Residues

No changes occur concerning residues.

 

 

6.         Environmental fate and behaviour and

7.         Ecotoxicology

The shift in application timing from the first week of May to the second half of April is such that there is no change in exposure scenarios (the relevant scenario is still the spring scenario) for soil, and surface water and also the fraction of the dose reaching the soil remains unchanged, because there is no shift in BBCH stages. With the exposure being unchanged for all environmental compartments, also the risk for all environmental sections remains unchanged

 

Data requirements

None.

 

Classification and labelling

 

Proposal for the classification and labelling of the formulation concerning the environment

The classification and labelling of the active substance and the formulation can be copied from the last assessment.

 

In the GAP/instructions for use the following has to be stated:

The restrictions can be copied from the last assessment.

 

Overall conclusions regarding the environment

The proposed change of the label can be granted because the exposure for all environmental compartments remains unchanged and therefore also the risk for all environmental sections remains unchanged.

 

 

8.         Efficacy

8.1       Efficacy evaluation

For the extension of period of use in bulb flowers an argumentation is provided. At present the use is restricted starting the first of May. Due to changes in temperature, the earlier development of the flowers and earlier appearance of the aphids, the pest may already appear around half of April and transmit viruses. Apart from the date there are no significant changes in the moment of application (growth stage of the crop and appearance of the pests). The efficacy of the product in controlling aphids, thus preventing virus transmission, has already been proven, when applying the product starting at the moment that aphids are expected. In former years, this moment was normally after the 1st of May. At present this moment may occur before the 1st of May, starting half April. Changing the first moment of application will not influence the efficacy of the product, because the use of the product still starts at the same growth stage of the crop.

Conclusion

The product complies with the Uniform Principles because, in accordance with article 2.1, it prevents virus transmittance by aphids in flower bulbs starting from the second half of April.

 

8.2       Harmful effects

Advancing the first time of application to the second half of April for the control of aphids in bulb flowers will not cause any increase in harmful effects, as the development of the crop will be similar to the already authorised use, only appearing earlier, due to changing climate conditions.

 

Conclusion

The product complies with the Uniform Principles because it does not, in accordance with article 2.2., induce any unacceptable side effects on plants or plant products, when used and applied in accordance with the proposed label.

 

8.3       Resistance

Sumicidin Super is authorised for the use in a variety of crops. The risk for resistance build up of this product is considered acceptable and no restrictions are given on the label. For the use in flower bulbs, advancing the first time of application will not have any influence on the build up of resistance, because only the first time of application changes and the interval, number of applications and dosage will remain the same. 

 

Conclusion

The product complies with the Uniform Principles, article 2.1.3 as the level of control on the long term is not influenced by the use of this product because of the possible build up of resistance.

 

8.4       For vertebrate control agents: impact on target vertebrates

Because no vertebrates are controlled, this point is not relevant.

 

8.5       Any other relevant data / information

No other relevant data or information  was used.

 

 

9.         Conclusion

The product complies with the Uniform Principles.

 

The evaluation is in accordance with the Uniform Principles laid down in appendix VI of Directive 91/414/EEC. The evaluation has been carried out on basis of a dossier that meets the criteria of appendix III of the Directive.

 

The requested change (amendmend of date of first application from “begin mei[1]” to “vanaf het moment dat bladluizen verwacht worden[2]” can be granted.

 

 

10.      Classification and labelling

The classification and labelling of the formulation does not change.

 



[1] Beginning of May

[2] from the moment lice are expected to occur