Toelatingsnummer 12279 N

Pilot  

 

12279 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 9 december 2010 (20101094 UAG) van

 

Nissan Chemical Europe GmbH, Deutsch-Japanisches Center

2 Parc d'Affaires de Crecy

69370 SAINT-DIDIER

FRANKRIJK

 

tot wijziging van de toelating  van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof quizalofop-P-ethyl

 

Pilot

 

gelet op artikel 121, eerste lid, jo. artikel 41, tweede lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

Het middel Pilot is laatstelijk toegelaten tot het tijdstip waarop de lidstaten maatregelen genomen hebben om de nationale toelating in overeenstemming te brengen met het besluit over de werkzame stof van de Europese Commissie. De toelating van het middel Pilot wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen. Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.

 


1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikelen 9.2.3.1 en 9.2.3.2 van de Wet milieubeheer en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: vloeistof

 

werkzame stof:

gehalte:

quizalofop-P-ethyl

50 g/l

 

 

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen): nafta, zwaar aromatisch

 

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

Xn

Schadelijk

N

Milieugevaarlijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

R10                 -Ontvlambaar.

R20                 -Schadelijk bij inademing.

R38                 -Irriterend voor de huid.

R41                 -Gevaar voor ernstig oogletsel.

R43                 -Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

R51/53            -Vergiftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

R65                 -Schadelijk: kan longschade veroorzaken na verslikken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

S21                 -Niet roken tijdens gebruik.

 

S23d               -Spuitnevel niet inademen.

S26                 -Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

S36/37/39b     -Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

S61                 -Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

S62                 -Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

 


Specifieke vermeldingen:

 

DPD01            -Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

1)    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

§         letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

§         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

§         bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.1.

 

 

2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

2.1 Verzoek

Het betreft een verzoek tot wijziging van de toelating van het middel Pilot  (12279 N), een middel op basis van de werkzame stof quizalofop-P-ethyl. Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel:

a.    in de teelt van suikerbieten, voederbieten, consumptie- en fabrieksaardappelen, winterkoolzaad en landbouwerwten;

b.    in de teelt van prei en doperwten;

c.    in de teelt van bloembollen met uitzondering van tulpen;

d.    in de zaadteelt van rood- en hardzwenkgras met dien verstande dat niet binnen 4 weken na behandeling mag worden beweid of gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden.

e.    in de teelt van aardbeien;

f.      in de teelt van boomkwekerijgewassen en onder houtige beplantingen.

 

De gevraagde wijzigingen betreffen:

De uitbreiding van het gebruiksgebied van de toelating met de toepassing in de graszaadteelt van Engels raaigras en veldbeemdgras.

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

n.v.t.

 

2.3 Karakterisering van het middel

n.v.t.

 

2.4 Voorgeschiedenis

De aanvraag is op 21 december 2010 ontvangen; op 17 december 2010 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen.

 


2.5  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het gewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel Pilot op basis van de werkzame stof quizalofop-P-ethyl voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 11 maart 2011

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,
voor deze:
de secretaris,



dr. A.T.C. Bosveld

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 11 maart 2011 tot wijziging van de toelating van het middel Pilot, toelatingnummer 12279 N

 

 

A.

Wettelijk gebruiksvoorschrift

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel:

  1. in de teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen;
  2. in de teelt van suiker- en voederbieten;
  3. in de teelt van droog te oogsten erwten;
  4. in de graszaadteelt van Engels raaigras, veldbeemdgras, rood en hard zwenkgras, met dien verstande dat behandeld gras niet mag worden beweid of gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden;
  5. in de teelt van winterkoolzaad;
  6. in de teelt van aardbeien;
  7. in de teelt van conservenerwten;
  8. in de teelt van prei;
  9. in de teelt van bloembollen, met uitzondering van tulpen;
  10. in de teelt van boomkwekerijgewassen;
  11. onder houtige beplantingen.

 

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

-    21 dagen voor droog te oogsten erwten, aardbeien, conservenerwten en prei;

-    60 dagen voor consumptie- en zetmeelaardappelen.

 

 

B.

Gebruiksaanwijzing

 

Algemeen

 

Pilot is een systemisch contactherbicide dat door het blad wordt opgenomen. Het middel bevat de werkzame stof quizalofop-P-ethyl, afkomstig uit de groep van fenoxypropionverbindingen. Het werkingsmechanisme berust op remming van de vetzuursynthese. Na opname verspreidt het middel zich door de gehele plant (inclusief eventuele wortelstokken). Het hoopt zich op in het groeipunt van de planten waar, na ongeveer één week, de eerste afstervingsverschijnselen zichtbaar worden. De onkruiden sterven langzaam af; volledige afsterving wordt pas na
3-4 weken bereikt.

Pilot bestrijdt onkruidgrassen zoals duist, windhalm, hanenpoot, wilde haver, opslag van raaigrassen, graanopslag en kweek. De werking op straatgras is onvoldoende.

Duist, windhalm, hanenpoot, wilde haver, opslag van raaigrassen en graanopslag zijn tot in de uitstoelingsfase gevoelig voor Pilot, maar kunnen het best in het
3-5-bladstadium worden bestreden.

Kweek kan het beste worden bestreden bij een lengte vanaf 15 cm.

Bestrijding is mogelijk zo lang het gewas niet te groot is om onkruiden goed te raken.

De dosering is afhankelijk van de te bestrijden onkruidsoort, zie onderstaande doseringstabel.


 

Doseringstabel

 

Onkruidsoort

Toepassing afzonderlijk

(liters middel per hectare)

Toepassing in het standaard geadviseerde tankmengsel in bieten (liters middel per hectare)

Hanenpoot

1,0

0,5

Duist, windhalm, wilde haver, graanopslag

1,0-1,5 (*)

0,5-1,0 (*)

als stuifdek ingezaaide granen

1,5

1,0

Raaigrassen

1,5-2,0 (*)

1,0

Kweek

3,0

n.v.t.

(*) de hoogste dosering toepassen indien de grassen al uitgestoeld zijn.

Voor de toepassingen in aardbeien en de zaadteelt van Engels raaigras en veldbeemdgras gelden andere doseringen dan in bovenstaande tabel vermeld, zie aldaar.

 

Pilot bevat geen uitvloeier.

In aardbeien moet in verband met gewasveiligheid het gebruik van uitvloeiers worden afgeraden.

Voor de overige gewassen moet voor een goede bedekking steeds uitvloeier worden toegevoegd aan de spuitoplossing.

Het middel dient te worden verspoten met minimaal 400 liter water per hectare.

Bij toediening in het standaard geadviseerde tankmengsel in bieten dient geen extra uitvloeier te worden toegevoegd. De hoeveelheid spuitvloeistof is in dat geval 100-300 liter per hectare.

 

Toepassingen

 

Consumptie- en zetmeelaardappelen, ter bestrijding van eenjarige grassen en kweek.

Na toepassing kunnen op het gewas chlorotische vlekjes ontstaan. Deze worden snel
vergroeid door nieuw gevormd blad en hebben als regel geen invloed op de opbrengst.

Dosering: zie doseringstabel

 

Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van eenjarige grassen, graanopslag (stuifdek) en kweek.

Naast een afzonderlijke toepassing kan het middel voor de bestrijding van eenjarige grassen (duist, hanepoot en stuifdek) tevens worden toegevoegd aan een standaard geadviseerde tankmengsel.

Men dient met de toepassing van Pilot te wachten tot de eerst gekiemde grassen 3 blaadjes hebben ontwikkeld. Ook kleinere, later gekiemde grassen worden op deze wijze bestreden, zodat herhaling van de toepassing vaak niet nodig is.

Dosering: zie doseringstabel

 

Droog te oogsten erwten, ter bestrijding van eenjarige grassen, graanopslag en kweek.

Dosering: zie doseringstabel

 

Graszaadteelt van rood en hard zwenkgras, ter bestrijding van eenjarige grassen.

Dosering: zie doseringstabel

 

N.B. Voor de bestrijding van opslag van raaigrassen een vroegtijdige behandeling uitvoeren met de hoogst aangegeven dosering.

 


Graszaadteelt van veldbeemdgras, ter bestrijding van tarweopslag.

Een toepassing uitvoeren rond half oktober. Het gewas moet goed ontwikkeld en gezond zijn. Overlapping van spuitbanen dient te worden vermeden om eventuele schade aan het gewas te voorkomen.

Dosering: 0,2 liter middel per hectare

 

Graszaadteelt van Engels raaigras, ter bestrijding van tarweopslag.

Een toepassing uitvoeren rond eind september.

Dosering: 0,2 liter middel per hectare

 

Winterkoolzaad, ter bestrijding van eenjarige grassen, graanopslag en kweek.

Dosering: zie doseringstabel

 

Aardbeien, ter bestrijding van graanopslag.

Graanopslag kan het best worden bestreden in het 3-5-bladstadium. Het is belangrijk om tijdig stro in te leggen zodat alle graanopslag op het moment van toepassing (uiterlijk
3 weken voor de eerste pluk) het optimale stadium heeft bereikt.

Dosering: 1 liter middel per hectare, geen uitvloeier toevoegen

Bij voorkeur ’s avonds spuiten op een droog gewas;

 

Conservenerwten, ter bestrijding van eenjarige grassen en graanopslag.

In bepaalde gevallen is het mogelijk dat chlorose optreedt in het jonge bladweefsel; deze lokale symptomen hebben geen invloed op de verdere ontwikkeling van het gewas.

Dosering: zie doseringstabel

 

Prei, ter bestrijding van eenjarige grassen, graanopslag en kweek.

Dosering: zie doseringstabel

 

Narcis, gladiool, hyacint, iris, lelie en bijgoedgewassen, ter bestrijding van eenjarige grassen, graanopslag en kweek.

Dosering: zie doseringstabel

 

Boomkwekerijgewassen, ter bestrijding van eenjarige grassen en kweek.

Dosering: zie doseringstabel

 

Pilot dient zodanig te worden toegepast dat bladeren van het gewas zo min mogelijk worden geraakt.

 

Houtige beplantingen, ter bestrijding van eenjarige grassen en kweek.

Dosering: zie doseringstabel

 

Pilot dient zodanig te worden toegepast dat bladeren van het gewas zo min mogelijk worden geraakt.



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 11 maart 2011 tot wijziging van de toelating van het middel Pilot, toelatingnummer 12279 N

 

Het betreft een aanvraag tot uitbreiding van het gebruiksgebied van de toelating van het middel Pilot (20101094 UAG) o.b.v. quizalofop-P-ethyl.

 

Op 15 december 2010 verzoekt de toelatinghouder de toelating van Pilot uit te breiden met de toepassing in de graszaadteelt van Engels raaigras en veldbeemdgras

 

Het middel Pilot is een afgeleide toelating van het middel Targa Prestige, 11155 N.

 

Een afgeleide toelating is een toelating voor een bestrijdingsmiddel dat reeds onder een andere handelsnaam is toegelaten en dat in onveranderde samenstelling voor eenzelfde doel zal worden gebruikt als voorzien in de oorspronkelijke toelating.

 

Het middel is Targa Prestige is reeds toegelaten voor toepassing de graszaadteelt van Engels raaigras en veldbeemdgras.

Op grond hiervan kan ook de toelating van het middel Pilot worden uitgebreid met de toepassing de graszaadteelt van Engels raaigras en veldbeemdgras.