Aanvraagnummer 98-801 TV

Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,

beslissende op de aanvraag d.d. 28 september 2000 (aanvraagnummer 98-801 TV) van

UCB N.V., REG.AFF.AGRO
PANTSERSCHIPSTRAAT 207
9000 GENT

BELGIË

tot verkrijging van een verlenging voor het middel

UCB-METAM,

gelet op de artikelen 3, 3a, en 4 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (stb. 288),

BESLUIT:

Enig artikel

De bovenvermelde aanvraag wordt op gronden als in bijlage I dezes vermeld, afgewezen.

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

Wageningen, 22 december 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I behorende bij het afwijzingsbesluit van datum dezes inzake het middel
UCB-METAM, aanvraagnummer 98-801 TV.

Een aanvraag tot verlenging kan worden afgewezen indien bij de beoordeling omtrent de toelaatbaarheid is komen vast te staan dat het middel niet voldoet aan het bepaalde in art. 3, 3a en 4 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

Onderbouwing besluit

Het betreft een aanvraag tot verlenging van de toelating als grondontsmettingsmiddel voor een groot aantal teelten. Bij alle toepassingen gaat het om grondbehandeling bij buitenteelten, waarbij tot minstens 10 cm diepte wordt geïnjecteerd.

De verlengingsaanvragen voor 4 middelen zijn in 1998 ingediend. Alle aanvragers kunnen verwijzen naar het dossier ingediend door UCB.

In juli 1999 werd de aanvraag tot toelating van het middel UCB-metam-natrium in behandeling genomen.

In september 1999 werd de toelating verlengd tot 1 september 2000.

Aangezien er onduidelijkheden waren met betrekking tot genotoxiciteit van de werkzame stof metam-natrium werden rapporten, geleverd bij brief d.d. 22 november 1999, beoordeeld.

Vervolgens werd in april 2000 de stof geagendeerd en besloot het College tot een voornemen om toelatingen op basis van metam-natrium te beëindigen per 1 september 2000 aangezien er nog steeds onduidelijkheid bestond omtrent mogelijke genotoxiciteit

Naar aanleiding van een bezwaarschrift van de Stichting Natuur en van 27 oktober 1999 (aangevuld op 29 november 1999) m.b.t. het procedureel verlengen voor de middelen op basis van metam-natrium werd advies gevraagd aan de Advies Commissie bezwaarschriften. Een hoorzitting van deze commissie vond plaats op 26 april 2000.

Bij beslissing op bezwaar van 29 juni 2000 zijn door het College per 1 juli 2000 alle toepassingen van middelen op basis van metam-natrium beëindigd.

Er werd een opgebruiktermijn vastgesteld tot 1 januari 2001.

Vervolgens werd bij wijzigingsbesluit van 28 juli 2000 een aflevertermijn vastgesteld tot 1 januari 2001.

Bij het tot stand komen van dit wijzigingsbesluit heeft het CTB toegezegd om voor 1 januari 2001 een beslissing te nemen met betrekking tot de verlengingsaanvragen voor de onderhavige middelen.

Deze beoordeling is thans uitgevoerd mede aan de hand van de gegevens door UCB geleverd bij de brieven d.d 10 en 20 augustus 1999, 22 november 1999, de brief ontvangen d.d. 8 maart 2000 en de rapporten ontvangen bij brief d.d. 29 maart 2000. Aangezien de geleverde
studies reeds lang bij de aanvrager bekend waren (de meest recente was gedateerd in 1996), had de aanvrager deze reeds in een veel eerder stadium kunnen overleggen. De studies waarbij carcinogeniteit in rat en muis werden geconstateerd dateren van 1994.

Op 24 november 2000 werden studies geleverd met betrekking tot dermale absorptie.

Gezien de korte tijd voor de College behandeling op 13 december 2000, is het niet mogelijk om de betreffende studies te beoordelen en mee te nemen in de voor 1januari 2001 te nemen beslissing.

Deze studies dateren van 1991 en 1994, derhalve had de aanvrager deze reeds eerder kunnen overleggen.

Werkzaamheid

Op grond van voorafgaande onderzoekingen - geleverd bij de aanvragen tot toelating-, gevoegd bij de praktijkervaringen mag worden aangenomen dat de toegelaten middelen op basis van metam-natrium werkzaam zijn en geen onaanvaardbare neveneffecten veroorzaken op planten en plantaardige producten.

Fysisch/chemische eigenschappen

Iso naam

Metam natrium

Scheikundige naam

natrium methyldithiocarbamaat

CAS nummer

137-42-8: [6734-80-1(dihydraat)]

Minimum zuiverheid


Molecuul formule

C2H5NNaS2

Molecuul gewicht

129.2

Structuurformule

Undisplayed Graphic

Metam natrium is een vaste stof dat ontleedt bij verhitten, zonder te smelten. De dampspanning is laag (1,2 x 10-5 Pa bij 200C). De stof is zeer goed oplosbaar in water.

De stof wordt door middel van hydrolyse en/of fotolyse snel omgezet.

De belangrijkste metaboliet is methylisothiocyanaat.

Iso naam

Methyl isothiocyanaat

Scheikundige naam

Methyl isothiocyanaat

CAS nummer

556-61-6

Molecuul formule

C2H3NS

Molecuul gewicht

73.1

Methyl isothiocyanaat is een vaste stof met een smeltpunt van 35-36 0C. De oplosbaarheid in water is 8.2 g/l. De stof is goed oplosbaar in organische oplosmiddelen. De dampspanning is hoog met 2.13 kPa.

De stof hydrolyseert snel in water met halfwaardetijden van 85 uur, 490 uur en 110 uur bij pH waarden van respevtievelijk 5, 7 en 9. Het belangrijkste hydrolyseproduct is methylamine

UCB METAM

UCB METAM is een oplossing in water met een gehalte van 510 g/l aan werkzame stof .

De pH heeft een waarde van 8-10 .

Analytical methode voor de werkzame stof

De CIPAC methode berust op een ontleding door koken met zwavelzuur waarbij
metam-natrium wordt omgezet in zwavelkoolstof. Het gevormde zwavelkoolstof wordt tijdens een destillatie stap opgevangen in een methanolische KOH oplossing waarbij kalium methylxanthaat wordt gevormd, dat vervolgens na neutraliseren jodometrisch wordt bepaald.

Profiel HumaneToxicologie

De samenvatting van de toxicologische gegevens is mede gebaseerd op rapporten opgesteld door het RIVM (nr. 04397A00, 1996 en nr. 08016A00, 2000) en door TNO
(nr. 806712-018).

Toxicokinetiek

Orale opname

Oraal toegediend metam natrium wordt snel en vrijwel volledig geabsorbeerd (ca. 90 %) en grotendeels binnen 24 uur uitgescheiden via urine, faeces en uitgeademde lucht. In de urine wordt de grootste hoeveelheid uitgescheiden als het glutathionconjugaat van methylisothiocyanaat. Bij een lage orale dosering (10 mg/kg lg) worden in de uitgeademde lucht voornamelijk CO2, COS en CS2 uitgescheiden (35 % van toegediende hoeveelheid metam-Na) en een klein gedeelte methylisothiocyanaat. Bij een hogere dosering vindt excretie met name via de longen plaats, waarbij een hoger percentage aan MITC wordt uitgeademd.

Zeven dagen na orale toediening van 14C-metam natrium wordt minder dan 2 % van de radioactiviteit in het lichaam teruggevonden. De hoogste radioactiviteitsniveaus worden gevonden in de schildklier, bijnieren, lever, nieren en longen, maar ook in beenmerg wordt radioactiviteit waargenomen.

Metabolisme van de actieve stof (CH3NCS = methylisothiocyanaat)

H S

\ ||

N - C - S – Na --> CH3NCS --> CO2 +COS

/ (expired air)

H3C Glutathione-S-transferase

CH3-NH-C-SCH2CHCONHCH2CO2H

|| |

S NHCOCH2CH2CHCO2H

|

NH2

y-Glutamyltranspeptidase

CH3-NH-C-SCH2CHCONHCH2CO2H

|| |

S NH2

Cysteinylglycinase

CH3-NH-C-SCH2CCO2H Ü CH3-NH-C-SCH2CHCO2H

|| || || |

S O S NH2

N-Acetyltransferase

CH3-NH-C-SCH2CHCO2H

|| |

S NHCOCH3

Toxicodynamiek

Acute toxiciteit

Metam-natrium is schadelijk na orale inname en na huidcontact. Metam-natrium is ernstig huid- en oog-irriterend, en sensibiliserend na huidcontact.

Subacute toxiciteit en semichronische toxiciteit

In een 21-dagen inhalatie proef in de rat werden bij de hogere doses diverse effecten gevonden, zoals verhoogde waarden voor Hb, Ht, ery’s en bloedplaatjes en verlaging van relatieve lever, milt en thymusgewichten. Bij de hoogste concentratie werden longlesies, veranderingen in de blaas en degeneratie in de neusholte geconstateerd en trad ook sterfte op.

In een 13 weken orale studie trad bij de hoogste dosering (2500 mg/kg voer) sterfte op. Daarnaast waren de voedselopname en het lichaamsgewicht verlaagd, evenals Hb, Ht en ery’s en de relatieve thymus, uterus en prostaatgewichten. In deze studie werd een NOAEL van 100 mg/kg voer (overeenkomend met 5 mg/kg b.w.) gevonden.

Chronische toxiciteit en carcinogeniteit

Voor de beoordeling zijn een carcinogeniteitsstudie (2 jaar orale studie in de muis) en een gecombineerde chronische toxiciteit/carcinogeniteitsstudie in de rat beschikbaar. Uit de studies blijkt dat metam-natrium carcinogeen is in beide soorten.

In de rattenstudie werden afname in groei, veranderingen in bloedparameters en lichte effecten op de luchtweg (neus) waargenomen. Er werd een lichte verhoging van haemangiosarcoma-incidentie waargenomen, die significant was bij mannnetjes in de middelste doseringsgroep. Bij mannetjes uit de hoogste doseringsgroep (0.19 mg
metam-Na/ml) werd een lichte verhoging in de incidentie van levertumoren geconstateerd. Gebaseerd op de neoplastische en niet-neoplastische effecten die worden waargenomen bij een dosering van 0.056 mg/ml is de NOAEL in deze studie 0.019 mg/ml, overeenkomend met 1.5 mg/kg lg/dag.

In de muizenstudie werden eosinofiele granules in epitheelcellen van de urineblaas en effecten op orgaangewichten waargenomen. De overall incidentie van angiosarcomas was in mannetjes bij alle doseringen verhoogd en in vrouwtjes bij de hoogste dosering. Gezien de toename van de angiosarcoma-incidentie in mannetjes, en de niet-neoplastische effecten op lichaamsgewicht, orgaangewichten en histopathologische veranderingen bij het laagste doseringsniveau kan een NOAEL niet worden vastgesteld in deze studie. De LOAEL is 0.019 mg/ml, overeenkomend met 1.9 mg/kg lg/dag.

Genotoxiciteit

In onderstaande tabel worden de uitkomsten van de genotoxiciteitsstudies met metam-natrium gegeven:

Sub

Test

jaar van uitvoering

jaar van evaluatie

resultaat

- metab. act.

resultaat

+ metab. act.

IN VITRO TESTEN (Species, stam)

sA

Ames test (Salm. typh., TA100)

1978

1988

-

-

sA

Ames test (Salm. typh., TA1535)

1978

1988

-

-

sA

1978

1988

-

-

sA

Ames test (Salm. typh., TA1537)

1978

1988

-

-

sA

Ames test (Salm. typh., TA1538)

1978

1988

-

-

sB

cab (humane lymfocyt)

1987

1988

+

+

fB

gmu (mouse lymphoma, L1578Y)

1986

1988

-

-

fB

cab (chinese hamster ovarium cel)

1986

1988

+

+

sB

cab (chinese hamster ovarium cel)

1987

2000

-

-

sB

cab (humane lymphocyt)

1996

2000

-

-

sB

1987

2000

-

-

IN VIVO TESTEN (Species)

sB

1987

1996

+/-

sC

micronucleus test (muis)

1996

2000

-

Metam-natrium is onder in vitro omstandigheden genotoxisch; de stof induceert chromosoom aberraties in CHO cellen en in humane lymfocyten. Echter in een recente studie met humane lymfocyten die volledig is uitgevoerd volgens de OECD richtlijn is metam-natrium negatief.

In vivo blootstelling van chinese hamsters aan metam-natrium induceerde, althans in mannetjes op één tijdpunt bij de hoogste dosering, een verhoging van het percentage chromosoom aberaties (exclusief gaps) in beenmergcellen t.o.v. de controlewaarde (1.8 % vs 0.2 %). Dit percentage chromosoom aberraties was marginaal verhoogd t.o.v. de historische controle data (1.8 % vs. 0-1.6 %). Bij vrouwtjes werd geen toename in het percentage chromosoomaberraties waargenomen.

Na in vivo blootstelling van muizen aan metam natrium werd geen toename van het aantal cellen met micronucleï waargenomen. In deze test werd niet aangetoond dat metam natrium het beenmerg bereikt had. Echter, in een voor de huidige evaluatie beschikbare kinetiek studie wordt aangetoond dat na orale toediening van 14C-metam natrium, radioactiviteit in het beenmerg kan worden teruggevonden. Derhalve kan de micronucleus test als bruikbaar beschouwd worden.

De resultaten uit de in vivo chromosoom aberratietest in het beenmerg van de Chinese hamster, een ongebruikelijk species voor dit soort testen, zijn niet eenduidig te interpreteren. In een, goed uitgevoerde, in vivo micronucleus test in het beenmerg van de muis is Metam-natrium negatief. Hoewel de PCE/NCE ratio in deze studie niet veranderd is, kan op basis van toxicokinetisch onderzoek in de rat geconcludeerd worden dat Metam-natrium het beenmerg wel heeft bereikt. Het negatieve resultaat uit deze test wordt derhalve als valide beschouwd.

Op basis van deze resultaten wordt Metam-natrium als niet genotoxisch in vivo beschouwd. Bij de beoordeling van het risico voor de toepasser kan derhalve van een drempelwaardebenadering worden uitgegaan.

Reproduktietoxiciteit en teratogeniteit

In een 2-generatie reproductie toxiciteitsstudie was de NOAEL voor reproductie toxiciteit 15 mg/kg lg (hoogste dosering). De NOAEL voor toxische effecten was 5 mg/kg lg/d, gebaseerd op verlaagde lichaamsgewichten (pups en moederdieren) en microscopische afwijkingen aan de neusholte bij de F0 en F1-ouderdieren.

Overzicht toxiciteit herhaalde blootstelling.

Studie

jaar van uitvoering

NOAEL

LOAEL

effect

oraal





13 weken rat

25

voedselopname, Hb verlaagd

90 dagen muis

4.4

toename levergewicht, haematologie, histopathologie

2 jaar rat

1994

1.5

verhoogde incidentie haemangiosarcomas (mannetjes), afname in groei, veranderingen bloedparameters, effecten op de luchtweg (neus).

2 jaar muis

1994

< 1.9

1.9

verhoogde incidentie angiosarcomas

2-generatie reproduktie rat

- reproduktie

- parentale toxiciteit

1993

15

5

-

15

teratogeniteit rat

- maternaal

- embryo/foetaal

1987

10

< 10

40

10

voedselopname en lichaamsgewicht verlaagd

postimplantatieverlies (marginaal)

teratogeniteit rat

- maternaal

- embryo/foetaal

1986

<30

30

30

100

voedselopname en lichaamsgewicht verlaagd

postimplantatieverlies, nestgrootte, foetaal gewicht





21 DAGEN RAT

1979

510

1540

HB VERHOOGD, LEVER- EN NIERGEWICHT VERLAAGD, LONGAFWIJKINGEN




GEEN STUDIES BESCHIKBAAR

Overall NOAEL

Voor het meest kritische eindpunt, de inductie van angiosarcomas in de chronische studie in de muis, kan geen NOAEL worden afgeleid. De LOAEL voor de inductie van angiosarcomas is 1.9 mg/kg lg/dag. Aangezien de effecten bij deze dosering marginaal waren wordt een factor 3 gebruikt voor omrekening van LOAEL naar NOAEL. De ‘NOAEL’ voor de muis, en ‘overall NOAEL’, wordt dan 0.6 mg/kg lg/dag.

Aanvullend onderzoek metam-natrium

-

Formuleringstoxicologie

Er zijn geen nieuwe studies met de formulering geleverd.

METHYLISOTHIOCYANAAT (MITC)

Metam-natrium wordt in grond omgezet tot het gasvormige methylisothiocyanaat. De samenvatting van de toxicologische gegevens van deze metaboliet is mede gebaseerd op rapporten opgesteld door het RIVM (nr. 15563a, 1989) en door TNO (nr. 7602-060, 1992).

Toxicokinetiek

Orale opname

Uit studies met ratten en honden blijkt dat de toxicokinetiek van MITC vergelijkbaar is met die van metam-natrium.

7 Dagen na toediening werd bij ratten (orale toediening) 2-4% en bij honden (via gastrische intubatie) 16-25% van de radioactiviteit teruggevonden in weefsels en organen. In de schildklier werd de hoogste concentratie aangetroffen.

Toxicodynamiek

Acute toxiciteit

MITC is oraal en inhalatoir giftig (LD50 rat 97 en 147 mg/kg lg; LD50 muis 114 mg/kg lg; LC50 rat 0,54 mg/l). Dermaal is de stof matig giftig (LD50 rat 1290 mg/kg lg). MITC is corrosief voor huid en oog. Een 10% formulering in alcohol veroorzaakte ernstige huidirritatie en een concentratie van 0,15% veroorzaakte oogirritatie. MITC werkt sensibiliserend bij contact met de huid.

Subacute en semichronische toxiciteit

Er is een 4-weken en een 13-weken inhalatieproef met ratten beschikbaar. In de 4-weken studie werd op basis van diverse effecten (verlaagd lichaamsgewicht, verhoogde relatieve orgaangewichten, verhoogd bilirubinegehalte en verlaagd ureum en glucosegehalte, verhoogde ALAT en thromoplastinetijd en een verhoogd aantal neutrofiele granulocyten en longlesies in de hoogste doseringsgroep) een NOAEL van 5 µg/l vastgesteld.

In de 13-weken studie werden alleen bij de hoogste concentratie effecten gevonden (verlaagd lichaamsgewicht, verhoogde relatieve orgaangewichten, enkele klinische symptomen). De NOAEL was 30 µg/l.

Chronische toxiciteit en carcinogeniteit

Van een chronische proef met de muis en een chronische proef met de rat zijn alleen de samenvattingen beschikbaar. Hieruit kwamen geen aanwijzingen voor een carcinogeen effect naar voren.

Genotoxiciteit

De stof was niet mutageen in de Ames/Salmonella test, een test naar puntmutaties met E. coli en een in vitro test met zoogdiercellen naar genmutaties. Een in vitro test met Chinese hamstercellen naar chromosoomafwijkingen was zowel met als zonder metabole activering positief. Een in vitro test naar chromosoomafwijkingen met humane lymfocyten was negatief. Ook een in vivo micronucleus test met muizen, en verschillende indicatortesten waren negatief. Op grond van deze resultaten wordt MITC als niet genotoxisch in vivo beschouwd.

Reproduktietoxiciteit en teratogeniteit

Er zijn twee geschikte teratogeniteitstesten met de rat, en één met het konijn beschikbaar. In de studies werden geen irreversibele structurele veranderingen bij de foeten waargenomen. In de studies met ratten werden NOAELs van resp. 5 en 10 mg/kg lg vastgesteld, op basis van groeiremming bij de moederdieren en een achterstand in de ontwikkeling bij de foeten. In de studie met konijnen werd op basis van groeiremming bij de moederdieren, afname van gewicht en lengte van de foeten, toename van lichte cardiovasculaire afwijkingen en het aantal foeten met een extra paar ribben, een NOAEL van 3 mg/kg lg vastgesteld.

Er is geen 2-generatie reproductie studie met MITC beschikbaar.

Aanvullend onderzoek methylisothiocyanaat

• DE ORIGINELE STUDIERAPPORTEN VAN HET CHRONISCHE ONDERZOEK BIJ DE RAT EN DE MUIS

• EEN 2-GENERATIE REPRODUCTIESTUDIE

RISICOBEOORDELING VOOR DE TOEPASSER

DE RISICOBEOORDELING VOOR DE TOEPASSER IS MEDE GEBASEERD OP EEN RAPPORT OPGESTELD DOOR TNO (NR. 806712-018).

OVERZICHT TOEPASSINGEN

METAM-NATRIUM WORDT GEBRUIKT IN GRONDONTSMETTINGSMIDDELEN (510 G A.I./ L). DE MAXIMALE DOSERING IS 750 G/L. TOEPASSING VINDT PLAATS DOOR MIDDEL VAN INJECTIE IN DE GROND MET SPECIALE APPARATUUR. DE APPARATUUR DIENT TE WORDEN GELADEN MET EEN LEKVRIJ SYSTEEM (M.B.V. ONDER- OF OVERDRUKPOMP). IN DE GROND ONTLEEDT METAM-NATRIUM (GEDEELTELIJK) TOT HET GASVORMIGE METHYLISOTHIOCYANAAT (MITC). DEZE LAATSTE VERBINDING IS VERANTWOORDELIJK VOOR DE ONTSMETTENDE WERKING.

BEREKENING VAN DE AOEL VOOR METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT (MITC).

VOOR DE WAARGENOMEN EFFECTEN VEROORZAAKT DOOR METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT (MITC) WORDT EEN BEREKENING GEMAAKT VAN HET TOELAATBAAR GEACHTE BLOOTSTELLINGSNIVEAU (ACCEPTABLE OPERATOR EXPOSURE LEVEL, AOEL).

METAM-NATRIUM WORDT BIJ VERDUNNING EN CONTACT MET DE GROND DEELS OMGEZET IN MITC, WAARDOOR BIJ GEBRUIK VAN METAM-NATRIUM BEVATTENDE FORMULERINGEN NIET ALLEEN BLOOTSTELLING KAN OPTREDEN AAN METAM-NATRIUM, MAAR OOK AAN MITC.

UIT DE BLOOTSTELLINGSSCHATTING BLIJKT DAT RELEVANTE BLOOTSTELLING AAN METAM-NATRIUM ALLEEN VIA DE DERMALE ROUTE PLAATSVINDT; INHALATOIRE BLOOTSTELLING AAN METAM-NATRIUM WORDT GEZIEN DE TOEPASSINGSTECHNIEK EN DE VERWAARLOOSBARE DAMPSPANNING VAN METAM-NATRIUM ALS VERWAARLOOSBAAR AANGEMERKT. RELEVANTE BLOOTSTELLING AAN MITC VINDT ALLEEN VIA DE INHALATOIRE ROUTE PLAATS. GELET OP DE TE VERWACHTEN ROUTE VAN BLOOTSTELLING OP DE WERKPLEK WORDT DAAROM EEN DERMALE AOEL VOOR METAM-NATRIUM, EN EEN INHALATOIRE AOEL VOOR MITC BEREKEND.

BIJ HET BEREKENEN VAN DE AOEL-DERMAAL WORDT UITGEGAAN VAN DE CARCINOGENITEITSSTUDIE IN DE MUIS MET METAM-NATRIUM (LOAEL = 1,9 MG/KG LG/D). BIJ HET BEREKENEN VAN DE AOEL-INHALATOIR WORDT UITGEGAAN VAN DE SUBACUTE INHALATIESTUDIE IN DE RAT MET METHYLISOTHIOCYANAAT (NOAEL = 5 µG/L). DEZE UITGANGSPUNTEN LEVEREN DE MEEST KRITISCHE AOELS OP.

GEBRUIKTE ASSESSMENT FACTOREN ZIJN:

• EXTRAPOLATIE VAN MUIS NAAR MENS, OP BASIS VAN CALORISCHE BEHOEFTE:

7

• OVERIGE INTERSPECIES VERSCHILLEN:

3

• INTRASPECIES VERSCHILLEN (TUSSEN WERKERS):

3

• ADEMVOLUME WERKER

10 M3/WERKDAG

• EXTRAPOLATIE LOAEL®NOAEL CARCINOGENITEITSSTUDIE

3

• EXTRAPOLATIE BLOOTSTELLINGSDUUR SUBACUUT®CHRONISCH

(GEZIEN DE EFFECTEN IN DE SEMICHRONISCHE INHALATIESTUDIE WORDT IN DIT GEVAL EEN FACTOR 10 VOLDOENDE GEACHT)

10

• GEWICHT WERKER:

70 KG

• BIOLOGISCHE BESCHIKBAARHEID VIA DE ORALE ROUTE:

90%

(OP BASIS VAN KINETIEK STUDIE)


• BIOLOGISCHE BESCHIKBAARHEID VIA DE DERMALE ROUTE:

100%

WORST CASE


AOELSYSTEMISCH (METAM-NATRIUM)

1,9 × 70 × 0.90 / (7 × 3 × 3 × 3) = 0,63 MG/PERSOON/DAG

AOELDERMAAL (METAM-NATRIUM)

100% OPNAME (WORST CASE) = 0,63 MG/PERSOON/DAG

AOELINHALATOIR, EXTERN (METHYLISOTHIOCYANAAT)

5 MG/M3 × 10 M3/DAG / (3 × 10) = 1,7 MG/PERSOON/DAG

SCHATTING VAN DE BLOOTSTELLING/BEREKENING RISICO INDICES VOOR DE TOEPASSER

ER ZIJN GEEN MEETGEGEVENS VAN DERMALE BLOOTSTELLING BIJ GRONDONTSMETTING MET METAM-NATRIUM. GELET OP DE WIJZE VAN LADEN EN TOEPASSEN ZAL DE DERMALE BLOOTSTELLING AAN METAM-NATRIUM VOORNAMELIJK HET GEVOLG ZIJN VAN CONTACT MET DE INJECTIEVLOEISTOF OP DE APPARATUUR OF VAN CONTACT TIJDENS HET VERHELPEN VAN STORINGEN. OMDAT VERWACHT WORDT DAT DE BLOOTSTELLING BEHOORLIJK LAGER ZAL ZIJN DAN DE BLOOTSTELLING BIJ MENGEN/LADEN VAN EEN STANDAARD SPUITVLOEISTOF IS IN BEGINSEL UITGEGAAN VAN HET NEDERLANDS MODEL VOOR DEZE SITUATIE, GEDEELD DOOR EEN FACTOR 10.

INHALATOIRE BLOOTSTELLING AAN MITC KAN PLAATSVINDEN TIJDENS TOEPASSEN, MET NAME TIJDENS HET VERHELPEN VAN STORINGEN, BIJ HET BETREDEN VAN EEN RECENT BEHANDELD PERCEEL EN BIJ HET BEWERKEN VAN DE GROND NA DE WACHTPERIODE. DE INHALATOIRE BLOOTSTELLING AAN MITC IS GESCHAT OP BASIS VAN VELDSTUDIES.

Activiteit

Route

Blootstelling (mg/dag)

AOEL (mg/dag)

Risico-index1

Grondontsmetting

Machinale toepassing met injectie-apparatuur

Mengen en laden (metam-natrium)

dermaal

15

0,63

24

Machinaal toepassen (MITC)

inhalatoir

1,5

1,7

0,9

1 RATIO VAN GESCHATTE BLOOTSTELLING EN TOELAATBAAR GEACHTE BLOOTSTELLING.

CONCLUSIE RISICO TOEPASSER

OP GROND VAN DE ARBEIDSTOXICOLOGISCHE RISICOBEOORDELING KAN WORDEN GECONCLUDEERD DAT NADELIGE GEZONDHEIDSEFFECTEN NIET UIT TE SLUITEN ZIJN ALS GEVOLG VAN DERMALE BLOOTSTELLING AAN METAM-NATRIUM BIJ GRONDONTSMETTING MET BEHULP VAN INJECTIE-APPARATUUR (INCLUSIEF MENGEN EN LADEN).

HET RISICO IS BEOORDEELD VOOR EEN ONBESCHERMDE WERKER. ARBEIDSHYGIËNISCH GEBRUIK VAN GESCHIKTE PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN KAN DE DERMALE BLOOTSTELLING MET CIRCA EEN FACTOR 10 REDUCEREN, MAAR DIT LEVERT NIET VOLDOENDE REDUCTIE VAN HET RISICO OP. DE AANVRAAG TOT TOELATING KAN DAAROM NIET WORDEN GEHONOREERD.

TEN EINDE EEN REALISTISCHER SCHATTING VAN DE DERMALE BLOOTSTELLING AAN METAM-NATRIUM TE KUNNEN MAKEN, ZIJN AANVULLENDE GEGEVENS NODIG. MET BETREKKING TOT HET SPECIALE LEKVRIJE SYSTEEM IS AL EEN FACTOR 10 INGEBOUWD TEN OPZICHTE VAN DE STANDAARD MODELBEREKENING, VANWEGE HET FEIT DAT VERWACHT WORDT DAT DE BLOOTSTELLING LAGER ZAL ZIJN DAN BIJ EEN STANDAARD SYSTEEM. HOEVEEL LAGER IS ECHTER OP DIT MOMENT NIET VAST TE STELLEN.

OP GROND VAN DE ARBEIDSTOXICOLOGISCHE RISICOBEOORDELING WORDEN GEEN NADELIGE GEZONDHEIDSEFFECTEN VERWACHT ALS GEVOLG VAN INHALATOIRE BLOOTSTELLING AAN METHYLISOTHIOCYANAAT.

RISICO’S BIJ RE-ENTRY EN RISICO’S VOOR OMWONENDEN

ER ZIJN ENKELE GEGEVENS OVER DE CONCENTRATIE METHYLISOTHIOCYANAAT IN DE LUCHT, NA INJECTIE VAN METAM-NATRIUM IN DE BODEM, BESCHIKBAAR. GEDURENDE DE EERSTE 5 - 7 DAGEN WERDEN CONCENTRATIES VAN 1,6 - 3 µG/M3 GEVONDEN. VOOR EEN VOORLOPIGE BEOORDELING VAN HET RISICO VAN OMWONENDEN WORDEN DEZE WAARDEN VERGELEKEN MET DE NOAEL UIT DE SUBACUTE INHALATIEPROEF MET MITC (5 µG/L). DAAR DE MOS (MARGIN OF SAFETY) >1000 IS, WORDT VOORLOPIG GEEN RISICO VOOR OMWONENDEN DIRECT NA INJECTIE VAN METAM-NATRIUM IN DE BODEM VERWACHT.

ER ZIJN NOG ONVOLDOENDE GEGEVENS OM HET RISICO M.B.T. INHALATOIRE BLOOTSTELLING AAN MITC TIJDENS DE EERSTE GRONDBEWERKING VOOR DE TOEPASSER (RE-ENTRY) EN VOOR OMWONENDEN TE KUNNEN VASTSTELLEN. NA INJECTIE VAN HET MIDDEL DIENT DE GROND NA 1 TOT 3 WEKEN TE WORDEN LOSGEMAAKT. ER ZIJN GEEN GEGEVENS VAN DE LUCHTCONCENTRATIE MITC TIJDENS EN NA DEZE EERSTE GRONDBEWERKING BESCHIKBAAR. HET IS MOGELIJK DAT DE LUCHTCONCENTRATIE OP DIT MOMENT HOGER IS DAN TIJDENS HET INJECTEREN VAN HET MIDDEL. DE EERSTE GRONDBEWERKING IN DE AARDAPPELTEELT VINDT IN HET LATE NAJAAR PLAATS. BEKEND IS DAT DAN NOG ENIGE TIENTALLEN PROCENTEN MITC IN DE GROND AANWEZIG KUNNEN ZIJN. ER VAN UITGAANDE DAT HET RESTERENDE MATERIAAL MITC IS EN IN ZIJN GEHEEL VRIJ KOMT EN ALS GEVOLG VAN HET BETREKKELIJK HOGE SOORTELIJK GEWICHT ENIGE TIJD IN DE ZONE TOT 2-3 M BOVEN HET VELD AANWEZIG ZAL ZIJN, IS DE POTENTIËLE BLOOTSTELLING AAN MITC VAN TOEPASSERS (RE-ENTRY) EN OMWONENDEN NIET TE VERWAARLOZEN. DAAROM DIENEN GEGEVENS OVER DE LUCHTCONCENTRATIE MITC TIJDENS DE EERSTE GRONDBEWERKING EN ENKELE DAGEN DAARNA TE WORDEN GELEVERD. OM HET RISICO VOOR OMWONENDEN TE KUNNEN INSCHATTEN DIENEN OOK GEGEVENS OVER DE LUCHTCONCENTRATIE OP ENIGE AFSTAND VAN HET VELD TE WORDEN GELEVERD (50-100 METER).

ONTBREKENDE GEGEVENS METHYLISOTHIOCYANAAT (MITC)

• ER DIENEN GEGEVENS OVER DE LUCHTCONCENTRATIE VAN MITC TIJDENS DE EERSTE GRONDBEWERKING (1 TOT 3 WEKEN NA DE BEHANDELING) EN ENKELE DAGEN DAARNA TE WORDEN GELEVERD. OM HET RISICO VOOR OMWONENDEN TE KUNNEN INSCHATTEN WORDEN OOK GEGEVENS OVER DE LUCHTCONCENTRATIE OP ENIGE AFSTAND VAN HET VELD GEVRAAGD (50-100 METER).

AANVULLENDE GEGEVENS METAM-NATRIUM

• DE RISICOBEOORDELING VOOR DE TOEPASSER KAN MOGELIJK WORDEN AANGEPAST WANNEER SPECIFIEK OP DEZE TOEPASSING GERICHTE GEGEVENS OVER DE DERMALE BLOOTSTELLING BESCHIKBAAR ZIJN.

• ER IS GEEN INFORMATIE VERSCHAFT OVER DE DERMALE OPNAME, DERHALVE IS BIJ DE RISICOBEOORDELING UITGEGAAN VAN DEFAULT WAARDEN. DE RISICOBEOORDELING VOOR DE TOEPASSER KAN MOGELIJK WORDEN AANGEPAST WANNEER AANVULLENDE GEGEVENS OVER DE DERMALE ABSORPTIE VAN METAM-NATRIUM BESCHIKBAAR ZIJN.

ETIKETTERING

VOORSTEL VOOR CLASSIFICATIE WERKZAME STOF

Symbool:

T

met als onderschrift: Vergiftig

R-zinnen

R21/22

Schadelijk bij aanraking met de huid en bij opname door de mond


R31

Vormt vergiftige gassen in contact met zuren


R34

Veroorzaakt brandwonden


R43

Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid


R45

Kan kanker veroorzaken (categorie 2)

VOORSTEL VOOR CLASSIFICATIE FORMULERING

OP BASIS VAN BOVENSTAAND PROFIEL VAN DE STOF, DE EIGENSCHAPPEN VAN DE HULPCOMPONENTEN, DE WIJZE VAN TOEPASSEN EN DE RISICOSCHATTING VOOR DE TOEPASSER WORDT VOORGESTELD HET MIDDEL ALS VOLGT TE ETIKETTEREN:

Symbool:

T

met als onderschrift: Vergiftig

R-zinnen

R21

Schadelijk bij aanraking met de huid


R23/25

Vergiftig bij inademing en bij opname door de mond


R34

Veroorzaakt brandwonden


R43

Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid


R45

Kan kanker veroorzaken (categorie 2)

S-zinnen

S2

Buiten bereik van kinderen bewaren


S13

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder


S20/21

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik


S23

Damp niet inademen


S26/28

Bij aanraking met de ogen of de huid onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen


S36/37/39

Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen, laarzen en een bescherming voor het gezicht


S45

Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)


S53

Blootstelling vermijden - vóór gebruik speciale aanwijzingen raadplegen.

PROFIEL MILIEUCHEMIE EN -TOXICOLOGIE

ACHTERGROND

HET BETREFT EEN AANVRAAG TOT VERLENGING ALS GRONDONTSMETTINGSMIDDEL VOOR EEN GROOT AANTAL TEELTEN. IN BIJLAGE 1 IS HET TOEPASSINGSOVERZICHT VERMELD. BIJ ALLE TOEPASSINGEN GAAT HET OM GRONDBEHANDELING BIJ BUITENTEELTEN, WAARBIJ TOT MINSTENS 10 CM DIEPTE WORDT GEÏNJECTEERD.

VOOR DE RISICOBEOORDELING VAN MILIEU-ASPECTEN IS GEBRUIK GEMAAKT VAN EEN RIVM-ADVIESRAPPORT VAN 19 OKTOBER 1999.

CONFORM ART. 2 SUB D VAN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN IS HET BMB NIET VAN TOEPASSING OP DE OP HET TIJDSTIP VAN INWERKINGTREDING VAN HET BMB TOEGELATEN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN DIE METAM-NATRIUM BEVATTEN EN WAAROP HET BESLUIT REGULERING GRONDONTSMETTINGSMIDDELEN VAN TOEPASSING IS.

GEZIEN HET FEIT DAT GEEN ANDER TOETSINGSKADER BESCHIKBAAR IS HEEFT TOETSING NU TOCH PLAATSGEVONDEN AAN BMB MET INACHTNEMING VAN HETGEEN GESTELD IS IN HET BESLUIT REGULERING GRONDONTSMETTINGSMIDDELEN AANGAANDE DE TOEPASSINGSFREQUENTIE (PER PERCEEL MAG EEN GRONDONTSMETTINGSMIDDEL TOT HET JAAR 2001 EENS IN DE VIER JAAR GEBRUIKT WORDEN).

GEDRAG IN GROND

OMZETTINGSSNELHEID EN OMZETTINGSROUTE IN GROND

METAM-NATRIUM IS GOED AFBREEKBAAR IN DE BODEM TOT MI (METHYLISOTHIOCYANAAT) EN
1,3-DIMETHYLTHIOUREUM (MII).

IN AËROBE LABORATORIUMEXPERIMENTEN ZIJN DE VOLGENDE DT50-WAARDEN GEVONDEN VOOR METAM-NATRIUM:

TABEL M.1 OVERZICHT OMZETTINGSSNELHEID METAM-NATRIUM

grond

dosering

[mg/kg]

pH

T

[°C]

pF

DT50

[d]

DT50 20 °C

[d]

opmerkingen

silty loam

48-3200

8.4

20

-

<0.02

<0,02

geen

loam

-

7.6

5

-

0.01

0.003

geen

loam

-

7.6

25

-

0.0035

0.005

geen

VOOR DE RISICOBEOORDELING WORDEN VOOR METAM-NATRIUM DE DT50’S VAN <0.02, 0.003 EN
0.005 DAGEN GEBRUIKT (GEMIDDELDE 0.009 DAGEN; STANDAARDAFWIJKING 0.009 DAGEN).

IN THEORIE KAN 56,6 (MASSA)% VAN DE TOEGEVOEGDE DOSIS METAM-NATRIUM WORDEN OMGEZET IN MI. IN LABORATORIUMSTUDIES MET 7 GRONDEN BEDROEG DE DT50 8-40 MIN. ONDER ANAËROBE OMSTANDIGHEDEN (INUNDATIE) VERLOOPT DE DEGRADATIE LANGZAMER: DT50 15-600 MIN, EVENALS BIJ LAGERE TEMPERATUREN: 15 MIN. BIJ 5 ºC. IN ENKELE EXPERIMENTEN BLEEK CA. 85% VAN DE MAX. THEORETISCHE HOEVEELHEID MI TE WORDEN GEVORMD. NAAST MI WERD 1,3-DIMETHYLTHIOUREUM (MII) AANGETOOND.

METHYLISOTHIOCYANAAT (MI) IS GOED AFBREEKBAAR IN DE BODEM.

IN AËROBE LABORATORIUMEXPERIMENTEN ZIJN DE VOLGENDE DT50-WAARDEN GEVONDEN VOOR METHYLISOTHIOCYANAAT:

TABEL M.2 OVERZICHT OMZETTINGSSNELHEID METHYLISOTHIOCYANAAT

grond

dosering

[mg/kg]

pH

T

[°C]

pF

DT50

[d]

DT50 20 °C

[d]

opmerkingen

loam

140

7.6

18

-

10

8.5

geen

loam

140

7.6

18

-

4

3.4

geen

silty loam

400

8.4

20

-

5.0

5.0

geen

-

400

8.2

20

-

5.0

5.0

geen

-

400

7.7

20

-

3.3

3.3

geen

-

400

7.5

20

-

4.1

4.1

geen

-

400

7.9

20

-

4.6

4.6

geen

-

400

6.8

20

-

9.9

9.9

geen

VOOR DE RISICOBEOORDELING VAN METHYLISOTHIOCYANAAT WORDEN DT50’S VAN 8.5, 3.4, 5.0, 5.0, 3.3, 4.1, 4.6, EN 9.9 DAGEN GEBRUIKT (GEMIDDELDE 6 DAGEN; STANDAARDAFWIJKING 2 DAGEN).

IN LABORATORIUMSTUDIES IN GESLOTEN SYSTEMEN MET 11 GRONDSOORTEN (% O.S. 0.5-5; PH 5.0-8.4) BEDROEG DE DT50 VAN METHYLISOTHIOCYANAAT 3.3-11 DAGEN BIJ EEN TEMPERATUUR VAN 18-22 ºC. DE DEGRADATIE VOLGT WAARSCHIJNLIJK EEN EERSTE ORDE KINETIEK HOEWEL BIJ LAGERE CONCENTRATIES AFWIJKINGEN OPTREDEN. IN EEN STUDIE UITGEVOERD BIJ 15 ºC TREEDT NA 4-18 DAGEN EEN VERSNELLING VAN DE DEGRADATIE OP, VERMOEDELIJK ALS GEVOLG VAN ADAPTATIE VAN MICRO-ORGANISMEN.

BIJ EEN TEMPERATUUR VAN 4 ºC WERDEN DT50-WAARDEN GEVONDEN VAN >21 DAGEN. IN KWETSBARE GRONDEN MET EXTREEM LAGE ORG. STOFGEHALTEN EN WATERGEHALTEN (LOAMY SAND EN SAND:
% O.S. 0-0.2) OF EXTREEM HOGE ORG. STOFGEHALTEN EN WATERGEHALTEN (VEEN: % O.S. 50) BEDROEG DE DT50 >20 DAGEN. IN EEN ANDERE GROND MET 0.1% O.S. WERD EEN DT50 VAN 4.6 DAGEN GEVONDEN. DE AFBRAAK IN 4 STERIELE GRONDEN VERLIEP EVENEENS LANGZAMER DAN ONDER NIET-STERIELE OMSTANDIGHEDEN: DT50: 11->21 DAGEN. VERVLUCHTIGING IS DE BELANGRIJKSTE VERDWIJNINGSROUTE: IN OPEN SYSTEMEN VERVLUCHTIGDE 75-97% VAN DE TOEGEDIENDE ACTIVITEIT BINNEN ENKELE DAGEN. IN GOED UITGEVOERDE STUDIES WAARBIJ GEWERKT IS MET AFDOENDE MAATREGELEN OM VERVLUCHTIGING TEGEN TE GAAN (GESLOTEN SYSTEMEN, DIEP INBRENGEN VAN DE UITGANGSSTOF, EN GOED AANSTAMPEN VAN DE TOPLAAG) BLEEK DE VERDWIJNSNELHEID 10-30 KEER LAGER TE LIGGEN IN VERGELIJKING MET GENOEMDE OPEN SYSTEMEN.

IN MINDER BETROUWBARE LABORATORIUMSTUDIES BLEEK DE DT50 OP GRONDSOORTEN (% O.S. 2.5-18; PH 4.0-7.4) WAARBIJ NIET EERDER GRONDONTSMETTING HAD PLAATSGEVONDEN BEDUIDEND HOGER TE ZIJN DAN OP GRONDSOORTEN, WAARBIJ DIT WEL EEN OF MEER MALEN HAD PLAATSGEVONDEN: DE DT50-WAARDEN VAN DE EERSTGENOEMDE GROEP WAREN MEESTAL NIET HOGER DAN ENKELE DAGEN, DIE VAN LAATSTGENOEMDE KONDEN OPLOPEN TOT 17 DAGEN. HET VERSCHIL WERD VERKLAARD DOOR SNELLE MICROBIËLE ADAPTATIE. OP TWEE NIET EERDER ONTSMETTE GRONDSOORTEN WAS DE DT50 VAN METHYLISOTHIOCYANAAT ECHTER 24 EN 35 DAGEN. DAN BLEEK OOK DE AFBRAAK OP EERDER ONTSMETTE GRONDSOORTEN — OP DEZELFDE LOCATIE — TRAAG TE VERLOPEN (40-80% METHYLISOTHIOCYANAAT NOG AANWEZIG NA 20 DAGEN). EEN DUIDELIJKE VERKLARING HIERVOOR WAS ER NIET.

IN EEN BETROUWBARE LABORATORIUMSTUDIE — GESLOTEN SYSTEEM, GELABELD METAM-NATRIUM TOEGEDIEND DOOR DRUPPELEN, DUUR 127 DAGEN — MET SAND (% O.S. 0.2; PH 6.9) WAS BINNEN DE EERSTE 24 UUR 82% VAN DE ACTIVITEIT VERVLUCHTIGD ALS METHYLISOTHIOCYANAAT (MI). IN DE BODEM BEVOND ZICH IN DE EXTRAHEERBARE FRACTIE NOG SLECHTS 3.4% (NA 1 DAG), DIE VERVOLGENS VERDER AFNAM TOT 0.3% NA 127 DAGEN. DE HOEVEELHEID METHYLISOTHIOCYANAAT IN DEZE FRACTIE NAM AF VAN CA. 0.20 MG/KG D.W. (NA 1 DAG) TOT 0.02 MG/KG D.W. NA 21 DAGEN (I.E. DE DETECTIELIMIET). DAARNAAST WERDEN IN DEZE FRACTIE 1,3-DIMETHYLUREUM (MIV) (C. 0.40 MG/KG D.W. NA 1 DAG, AFNEMEND TOT 0.08 MG/KG D.W. NA 60 DAGEN) EN EEN ONBEKENDE METABOLIET (0.24 MG/KG D.W. NA 1 DAG, AFNEMEND TOT 0.17 MG/KG D.W. NA 60 DAGEN) AANGETOOND. HIERBIJ MOET WORDEN OPGEMERKT DAT DE GEVORMDE HOEVEELHEDEN METABOLIETEN ELK WELISWAAR MINDER DAN 10% VAN DE TOEGEDIENDE ACTIVITEIT VORMEN, MAAR DAT DE ABSOLUTE CONCENTRATIES IN DE GROND NOG ALTIJD AANZIENLIJK KUNNEN ZIJN, BLIJKBAAR DOOR DE HOGE DOSERING (I.E. 126 MG METAM-NATRIUM/KG D.W.). DE MAX. HOEVEELHEDEN GRONDGEBONDEN RESIDU EN CO2 WAREN IN DEZE STUDIE RESP. 6.8% (NA
1 DAG) EN C. 9.0% (NA 60 DAGEN). AAN HET EINDE VAN DE STUDIE WAREN DEZE PERCENTAGES RESP. 1.6% EN 8.7%.

IN EEN MINDER GOED UITGEVOERDE STUDIE MET 2 GRONDEN MET 14C-GELABELD METHYLISOTHIOCYANAAT EN MET DICHLOORPROPEEN ALS OPLOSMIDDEL WERD OP DE DAG VAN TOEPASSING NOG 70% ALS METHYLISOTHIOCYANAAT TERUGGEVONDEN. IN DE ENE GROND NAM DE OMZETTINGSSNELHEID BIJ LAGERE CONCENTRATIES STERK AF (CA. 19% ALS METHYLISOTHIOCYANAAT NA 14 EN 30 DAGEN), IN DE ANDERE GROND RESTEERDE RESPECTIEVELIJK 51 EN 44%. HET GRONDGEBONDEN RESIDU NAM SNEL TOE: NA
21-30 DAGEN WERDEN PLATEAUWAARDEN VAN 25-60% BEREIKT, IN ENKELE GEVALLEN WERD NA DEZE PERIODE EEN LICHTE DALING VAN HET GRONDGEBONDEN RESIDU WAARGENOMEN. HET GRONDGEBONDEN RESIDU IS VOORNAMELIJK GEASSOCIEERD MET DE ORGANISCHE FRACTIE. NIET GEIDENTIFICEERDE POLAIRE METABOLIETEN WERDEN IN LAGE GEHALTEN AANGETOOND (4-6%), DE GEHALTEN AAN VRIJ SULFAAT BEDROEGEN 10-35% GEDURENDE DE VOLLEDIGE TESTPERIODE VAN 22 DAGEN.

IN VELDSTUDIES MET DRIE GRONDSOORTEN (% O.S. 0.8-3.1; TEMPERATUUR 7-15 ºC EN NEERSLAG
0-54 MM) BEDROEG DE DT50 4 DAGEN. IN EEN POTEXPERIMENT ONDER VELDCONDITIES UITGEVOERD
(% O.S. 2.5; TEMPERATUUR 1.5-15 ºC) BEDROEG DE DT50 30 DAGEN. UITSPOELING EN NEERWAARTSE DIFFUSIE HADDEN GEEN NOEMENSWAARDIGE INVLOED OP HET VERDWIJNINGSPROCES.

IN EEN STUDIE MET DRIE ONDERGROND MATERIALEN UITGEVOERD ONDER ANAEROBE CONDITIES BIJ 10 ºC WERDEN DT50-WAARDEN GEVONDEN VAN 2-9 DAGEN (DT50,20 ºC 0.9-4.0 DAGEN). LANGZAMERE OMZETTING VAN METHYLISOTHIOCYANAAT WERD VASTGESTELD IN EEN BETROUWBARE LABORATORIUMSTUDIE MET VIER GEÏNUNDEERDE ZANDGRONDEN, WAARBIJ DE DT50,20 ºC VARIEERDE VAN 3 TOT 16 DAGEN. DEZE STUDIE GEEFT DERHALVE AAN DAT ONDER BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN, WAARBIJ DE MICROBIËLE ACTIVITEIT BEPERKT IS, METHYLISOTHIOCYANAAT IN WATERVERZADIGDE GROND LANGZAMER WORDT AFGEBROKEN. EEN DT50 VAN 16 DAGEN DUIDT ECHTER NOG ALTIJD OP EEN GOEDE AFBREEKBAARHEID. DE DEGRADATIE KAN VAAK MET EEN EERSTE ORDE KINETIEK WORDEN BESCHREVEN. IN TWEE GRONDSOORTEN NAM DE OMZETTINGSSNELHEID STERK AF NADAT <10% VAN DE DOSERING RESTEERDE. IN EEN VIERDE ONDERGROND BEDROEG DE DT50 70 DAGEN. EEN VERKLARING VOOR DEZE HOGE DT50-WAARDE ONTBREEKT. IN DE GROND TRAD NA 70 DAGEN MOGELIJK EEN VERSNELDE AFBRAAK OP, GEZIEN DE DT90 VAN 115 DAGEN.

MINERALISATIE EN GEBONDEN RESIDU

IN EEN AËROBE, BETROUWBARE LABORATORIUMSTUDIE WAS DE MAX. HOEVEELHEID GRONDGEBONDEN RESIDUE 6.8% (NA 1 DAG). DIT PERCENTAGE DAALDE TOT 1.6% (NA 127 DAGEN). IN EEN ANDERE AËROBE, MAAR MINDER BETROUWBARE STUDIE WERD DOOR HET GRONDGEBONDEN RESIDU NA 21-30 DAGEN EEN PLATEAUWAARDE VAN 25-60% BEREIKT. IN DEZELFDE STUDIE BEDROEG HET MAXIMALE VORMINGSPERCENTAGE CO2 9,0%.

MOBILITEIT

METAM-NATRIUM IS OP GROND VAN SCHUDPROEVEN IMMOBIEL IN DE BODEM. ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE MOBILITEITSGEGEVENS TABEL M.3.

TABEL M.3 OVERZICHT MOBILITEIT METAM-NATRIUM

bodem

% OS

Ks/l

(dm3/kg)

1/n

Kom

(dm3/kg)

Opmerkingen

rivier-sediment

2.3

2.5

1.2

109

no info on recovery and LOD; incubation time maybe too short

sloot-sediment

2.9

6.6

1.0

228

no info on recovery and LOD; incubation time maybe too short

VOOR DE RISICOBEOORDELING VAN METAM-NATRIUM WORDT EEN KOM-WAARDE VAN 228 DM3/KG GEBRUIKT (DE 1/N-WAARDE BIJ HET RIVIERSEDIMENT IS TE HOOG).

METHYLISOTHIOCYANAAT IS OP GROND VAN SCHUDPROEVEN MOBIEL TOT ZEER MOBIEL IN DE BODEM. ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE MOBILITEITSGEGEVENS TABEL M.4.

TABEL M.4 OVERZICHT MOBILITEIT METHYLISOTHIOCYANAAT

bodem

% OS

Ks/l

(dm3/kg)

1/n

Kom

(dm3/kg)

Opmerkingen

sand

3.1

0.12

-

3.9

1/n niet bekend

loamy sand

1.4

0.03

-

2.2

1/n niet bekend

loam

2.3

0.04

-

1.9

1/n niet bekend

VOOR DE RISICOBEOORDELING VAN METHYLISOTHIOCYANAAT WORDEN KOM-WAARDEN GEBRUIKT VAN 3.9, 2.2 EN 1.9 DM3/KG (GEMIDDELDE 3 DM3/KG; STANDAARDAFWIJKING 1 DM3/KG).

METHYLISOTHIOCYANAAT IS OP GROND VAN EEN KOLOMSTUDIE MET VEROUDERD METAM-NATRIUM MOBIEL TOT ZEER MOBIEL IN DE BODEM. IN DEZE MINDER BETROUWBARE KOLOMSTUDIE WERDEN DE VOLGENDE KOM-WAARDEN GEVONDEN (ZIE TABEL M.5).

TABEL M.5 OVERZICHT MOBILITEIT METHYLISOTHIOCYANAAT IN KOLOMSTUDIES

bodem

% OM

% uitspoeling

Ks/l

(dm3/kg)

Kom

(dm3/kg)

Opmerkingen

sand

0.3

63

0.021

7.0

onvolledige rapportage; waterflux te hoog

sand

0.9

62

0.045

5.0

idem

loamy sand

1.1

63

0.084

7.6

idem

sandy clay loam

2.3

57

0.080

3.5

idem

DEZE KOM-WAARDEN ZIJN NIET VOOR DE RISICOBEOORDELING GEBRUIKT.

AANZIENLIJKE UITSPOELING VAN METHYLTHIOISOCYANAAT IS EVENEENS VASTGESTELD IN EEN MINDER BETROUWBARE KOLOMSTUDIE, WAARBIJ IN ZAND 0-18% VAN DE ACTIVITEIT UITSPOELDE BINNEN EEN PERIODE VAN 15 DAGEN. UIT DEZE STUDIE BLEEK DAT HOGERE VOCHTGEHALTEN IN DE BODEM SAMENGAAN MET HOGERE UITSPOELINGSPERCENTAGES.

GEDRAG IN WATER

OMZETTINGSSNELHEID EN OMZETTINGSROUTE IN WATER

WATER SEDIMENTSYSTEMEN

METAM-NATRIUM IS GOED AFBREEKBAAR IN WATER/SEDIMENT SYSTEMEN.

IN EEN AËROOB WATER/SEDIMENT SYSTEEM WERD VOOR METAM-KALIUM EEN DT50-WAARDE (20 °C) GEVONDEN VAN 0,013 DAGEN VOOR ZOWEL HET WATER ALS HET SYSTEEM. IN HET GESLOTEN SYSTEEM VAN DEZE BETROUWBARE STUDIE WERD DE HOOGSTE CONCENTRATIE VAN METHYLISOTHIOCYANAAT (MI) GEMETEN AAN HET EINDE VAN DE TEST: 74% NA 8 UREN (VANAF HET BEGIN EEN REGELMATIGE TOENAME). DE HOOGSTE CONCENTRATIE VAN 1,1’-DIMETHYLTHIURAMDISULFIDE (MIII) WERD EERDER GEMETEN: 29% NA
2 UREN. NA 8 UREN WERD LAATSTGENOEMDE METABOLIET NIET MEER AANGETOOND. ANDERE METABOLIETEN WAREN: 1,3-DIMETHYLUREUM (MIV), 1,3-DIMETHYLTHIOUREUM (MII), EN MOGELIJK METHYLCARBAMO(DITHIOPEROXO)THIOAAT. DAARNAAST WERDEN TWEE ONBEKENDE METABOLIETEN AANGETOOND. DE HOEVEELHEDEN VAN DE VIJF VOORNOEMDE METABOLIETEN OVERSCHREDEN NOOIT DE 5%. DE MEESTE ACTIVITEIT WERD TERUGGEVONDEN IN DE VLUCHTIGE FASE: 43-64% NA 2-8 UREN. 14CO2 IS TIJDENS DE INCUBATIE NIET AANGETOOND. DE HOEVEELHEID SEDIMENTGEBONDEN RESIDU NAM GEDURENDE DE INCUBATIE AF VAN CA. 25-30% (NA 2 UREN) TOT 14% AAN HET EINDE VAN DE TEST.

HYDROLYSE

METAM-NATRIUM IS REDELIJK TOT ZEER GOED HYDROLYSEREND.

DT50-WAARDEN VOOR DE HYDROLYSE VAN METAM-NATRIUM ZIJN 1.0, 7.5 EN 1.9 DAGEN BIJ PH’S VAN RESP. 5, 7 EN 9. IN WATERIGE ONGEBUFFERDE OPLOSSINGEN (PH 9.5) KAN ELEMENTAIR ZWAVEL, H2S (MVI), METHYLAMINE (MV) EN METHYLISOTHIOCYANAAT (MI) WORDEN GEVORMD. IN GEBUFFERDE OPLOSSINGEN (PH 5-6) ONTSTAAT NAAST EEN NIET GEÏDENTIFICEERD NEERSLAG H2S (MVI), CS2 (MVII) 1,1’-DIMETHYLTHIURAMDISULFIDE (MIII) EN METHYLISOTHIOCYANAAT (MI).

VERSCHILLENDE METABOLIETEN ONTSTAAN DOOR ONDERLINGE REACTIES WAARVOOR DE AANWEZIGHEID VAN ZUURSTOF VEREIST IS. ONDER ANAEROBE OMSTANDIGHEDEN WORDEN ALLEEN GERINGE HOEVEELHEDEN VAN METHYLISOTHIOCYANAAT (MI) GEVORMD.

METHYLISOTHIOCYANAAT (MI) IS GOED TOT MATIG HYDROLYSEREND.

VOOR METHYLISOTHIOCYANAAT (MI) ZIJN DT50-WAARDEN VOORHANDEN BIJ 25 ºC EN PH’S 5, 7, EN 9: 2.1-3.4, 11-20 EN 1.0-7.4 DAGEN. HIERBIJ WORDT METHYLAMINE (MV) EN 1,3-DIMETHYLTHIOUREUM (MII) GEVORMD. DE HYDROLYSESNELHEID IS AFHANKELIJK VAN DE AANWEZIGHEID VAN SPORENELEMENTEN EN KAN BOVENDIEN WORDEN BEPAALD DOOR HET BUFFERTYPE.

FOTODEGRADATIE

METAM-NATRIUM IS ZEER GOED AFBREEKBAAR ONDER INVLOED VAN ZONLICHT: BIJ EEN BESTRALING VAN WATERIGE OPLOSSINGEN MET UV-LICHT WORDT NA EEN LAG-FASE VAN 90-120 MIN. 92% VAN DE STOF AFGEBROKEN BINNEN 150 MIN.

METHYLISOTHIOCYANAAT IS REDELIJK TOT MOGELIJK MATIG AFBREEKBAAR ONDER INVLOED VAN ZONLICHT: BIJ BESTRALING VAN WATERIGE OPLOSSINGEN MET KUNSTMATIG ZONLICHT WORDT METHYLISOTHIOCYANAAT OMGEZET MET EEN DT50 >> 190 UREN.

ADSORPTIE IN WATER

MINDER BETROUWBARE SCHUDPROEVEN MET METAM-NATRIUM WIJZEN OP EEN STERKE SORPTIE AAN SEDIMENT (ZIE 7.1.2 BODEMADSORPTIE). GEGEVENS OMTRENT DE ADSORPTIE VAN METAM-NATRIUM AAN SLIBDEELTJES ZIJN NIET BESCHIKBAAR. VOOR DE BEREKENINGEN MET USES 2.0 KUNNEN DE GEGEVENS VOOR BODEM WORDEN GEBRUIKT.

BIOCONCENTRATIE

GEGEVENS OVER DE BIOACCUMULATIE VAN METAM-NATRIUM ZIJN NIET BEKEND, MAAR WORDEN GEZIEN DE SNELLE OMZETTING NIET RELEVANT GEACHT. METHYLISOTHIOCYANAAT IS WEINIG ACCUMULEREND. OP GROND VAN DE KOW KAN EEN BCF-WAARDE VAN 2,6 WORDEN BEREKEND.

GEDRAG IN LUCHT

OMZETTINGSSNELHEID EN OMZETTINGSROUTE IN LUCHT

GEGEVENS OMTRENT OMZETTINGSSNELHEID EN OMZETTINGSROUTE ZIJN NIET VOORHANDEN. IN EEN EXPERIMENT VAN HET STARING CENTRUM ZIJN CONCENTRATIES METHYLISOTHIOCYANAAT IN DE LUCHT GEMETEN OVER EEN PERIODE VAN 7-9 DAGEN NA INJECTIE VAN METAM-NATRIUM IN DE BODEM. GEDURENDE DE EERSTE 5 - 7 DAGEN ZIJN CONCENTRATIES VAN 1,6 - 3 µG/M3 GEVONDEN. NA DEZE PERIODE LAGEN DE CONCENTRATIES ONDER DE DETECTIEGRENS VAN 1-2 µG/L (VAN DER BERG, 1993).

TOXICOLOGIE

TOXICITEIT VOOR AQUATISCHE ORGANISMEN

• ALGEN:
VOOR METAM-NATRIUM ZIJN GEEN GEGEVENS INZAKE DE TOXICITEIT VOOR ALGEN VOORHANDEN.

METHYLISOTHIOCYANAAT IS ZEER GIFTIG VOOR ALGEN. ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE ALGENTOXICITEIT TABEL M.6 (VAN DEN BERG, 1993).

TABEL M.6 OVERZICHT ALGENTOXICITEIT

Teststof

Organisme

72-uurs ErC50 [mg/L]

72-uurs EbC50 [mg/L]

72-uurs NOEC [mg/L]

Opmerkingen

methylisothiocyanaat

Pseudokirchneriella subcapitata

0,58

0,28

0,041

actuele, initiële concentraties

• KREEFTACHTIGEN:
VOOR METAM-NATRIUM ZIJN GEEN GEGEVENS INZAKE DE TOXICITEIT VOOR KREEFTACHTIGEN VOORHANDEN. DEZE WORDEN GEZIEN DE SNELLE OMZETTING IN METHYLISOTHIOCYANAAT OOK NIET NOODZAKELIJK GEACHT.

METHYLISOTHIOCYANAAT IS ACUUT ZEER GIFTIG VOOR KREEFTACHTIGEN. ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE ACUTE TOXICITEIT VOOR KREEFTACHTIGEN TABEL M.7.

TABEL M.7 OVERZICHT ACUTE TOXICITEIT VOOR KREEFTACHTIGEN

Teststof

Organisme

48-uurs LC50 [mg/L]

Opmerkingen

methylisothio-cyanaat

Daphnia magna

0,055

nominaal

METHYLISOTIOCYNAAT IS CHRONISCH ZEER GIFTIG VOOR KREEFTACHTIGEN: ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE CHRONISCHE TOXICITEIT VOOR KREEFTACHTIGEN TABEL M.8.

TABEL M.8 OVERZICHT CHRONISCHE TOXICITEIT VOOR KREEFTACHTIGEN

Teststof

Organisme

21-dagen NOEC [mg/L]

Opmerkingen

methylisothio-cyanaat

Daphnia magna

0,016

nominaal

• VISSEN:

METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT ZIJN ACUUT ZEER GIFTIG VOOR VISSEN: ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE ACUTE TOXICITEIT VOOR VISSEN TABEL M.9.

TABEL M.9 OVERZICHT ACUTE TOXICITEIT VOOR VISSEN

Teststof

Organisme

96-uur LC50 [mg/L]

Opmerkingen

metam-natrium

Oncorhynchus mykiss

0,079

nominaal

methylisothio-cyanaat

Oncorhynchus mykiss

0,090

nominaal

VOOR DE CHRONISCHE TOXICITEIT VAN METAM-NATRIUM VOOR VISSEN ZIJN GEEN GEGEVENS VOORHANDEN. DEZE WORDEN GEZIEN DE SNELLE OMZETTING IN METHYLISOTHIOCYANAAT OOK NIET NOODZAKELIJK GEACHT.
METHYLISOTHIOCYANAAT IS CHRONISCH ZEER GIFTIG VOOR VISSEN. ZIE VOOR EEN OVERZICHT VAN DE CHRONISCHE TOXICITEIT VOOR VISSEN TABEL M.10.

TABEL M.10 OVERZICHT CHRONISCHE TOXICITEIT VOOR VISSEN

Teststof

Organisme

28-dagen NOEC [mg/L]

Opmerkingen

methylisothio-cyanaat

Oncorhynchus mykiss

0,005

nominaal

TOXICITEIT VOOR TERRESTRISCHE ORGANISMEN

VOGELS:
GEGEVENS OVER DE ACUTE ORALE, KORTDURENDE EN CHRONISCHE TOXICITEIT VAN METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT VOOR VOGELS ZIJN NIET VOORHANDEN, MAAR WORDEN GEZIEN DE WIJZE VAN TOEDIENING NIET RELEVANT GEACHT. OOK HET RISICO VIA DOORVERGIFTIGING IS GERING GEZIEN HET FEIT DAT METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT WEINIG BIOACCUMULEREND ZIJN.

BIJEN EN HOMMELS:
INZAKE DE TOXICITEIT VAN METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT VOOR BIJEN ZIJN GEEN GEGEVENS VOORHANDEN. DEZE WORDEN GEZIEN DE TOEPASSINGSWIJZE ECHTER NIET NOODZAKELIJK GEACHT (BLOOTSTELLING WORDT NIET VERWACHT).

NIET-DOELWIT ARTHROPODEN:
INZAKE DE TOXICITEIT VAN METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT VOOR NIET-DOELWIT ARTHROPODEN ZIJN GEEN GEGEVENS VOORHANDEN. BLOOTSTELLING VAN BODEMKRUIPERS WORDT WEL VERWACHT. DERHALVE DIENEN GEGEVENS OMTRENT DE EFFECTEN VAN METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYNAAT OP TENMINSTE TWEE RELEVANTE BODEMKRUIPERS TE WORDEN GELEVERD.

REGENWORMEN:
ER ZIJN GEEN LABORATORIUMGEGEVENS OVER DE ACUTE TOXICITEIT VAN PRODUCTEN MET METAM-NATRIUM OF METHYLISOTHIOCYANAAT VOORHANDEN.
IN EEN MINDER BETROUWBARE VELDSTUDIE MET DAZOMET — DAT EVENALS METAM-NATRIUM IN DE GROND SNEL METABOLISEERT TOT O.A. METHYLISOTHIOCYANAAT — WERDEN PROEFVELDEN OP AKKERS ZOWEL ONTSMET EN MECHANISCH BEWERKT ALS ALLEEN MECHANISCH BEWERKT (GRONDBEHANDELING). DOORDAT ALS GEVOLG VAN DE GERINGE REGENWORMDICHTHEDEN NA DE BEHANDELINGEN EN DE NIET HOMOGENE VERSPREIDING VAN DE REGENWORMEN OVER DE PROEFVELDEN DE TESTRESULTATEN NIET STATISTISCH BEWERKT KONDEN WORDEN, IS HET MOEILIJK OM HET EFFECT VAN DE CHEMISCHE GRONDBEWERKING TE SCHEIDEN VAN DE MECHANISCHE BEWERKING. OP GROND VAN DE TESTRESULTATEN LIJKT HET VERSCHIL NIET GROOT. TIJDELIJKE REDUCTIES VAN REGENWORMPOPULATIES DOOR CHEMISCHE GRONDONTSMETTING OP ZICH KUNNEN ECHTER NIET OP VOORHAND WORDEN UITGESLOTEN.

• BODEMMICRO-ORGANISMEN:
IN EEN MINDER BETROUWBAAR VELDONDERZOEK MET 152 KG METAM-NATRIUM/HA IS EEN TOENAME VAN DE NH4+-N GEVONDEN. DE GRONDONTSMETTING VEROORZAAKT STERFTE VAN MICROORGANISMEN WAARDOOR DE NITRIFICATIE AFNEEMT EN EXTRA SUBSTRAAT BESCHIKBAAR KOMT. DE CONCENTRATIE KAN OPLOPEN TOT 50 KG NH4+-N/HA, DE TOENAME IS ONDER MEER AFHANKELIJK VAN WEERSOMSTANDIGHEDEN EN TOEDIENINGSTIJDSTIP.

NA TOEDIENING VAN 40 EN 80 MG/KG VAN EEN FORMULERING MET 20% METHYLISOYHIOCYANAAT AAN 3 GRONDSOORTEN WERDEN IN SOMMIGE GEVALLEN BIJ DE HOGE DOSERINGEN TOENAMEN GEMETEN VAN 140-500% VAN DE POPULATIES MICROORGANISMEN (FUNGI EN BACTERIËN, WAARONDER NIET-SYMBIONTISCHE STIKSTOFFIXERENDE STAMMEN). NA EEN ZELFDE BEHANDELING VAN 2 GRONDSOORTEN WERD EEN GERINGE (0-40%) BEINVLOEDING VAN DE DEHYDROGENASE-, FOSFATASE- EN UREASE-ACTIVITEIT GEVONDEN. DE FOSFATASE-ACTIVITEIT VERTOONDE IN 1 GRONDSOORT EEN DOSIS-AFHANKELIJKE AFNAME, VOOR DE BEIDE ANDERE ENZYMEN WERD GEEN DOSIS-EFFECT RELATIE GEVONDEN.

IN EEN MINDER BETROUWBARE KASSTUDIE WERDEN AAN 2 GRONDSOORTEN EEN FORMULERING MET METAM-NATRIUM OF MET METHYLISOTHIOCYANAAT TOEGEDIEND: RESP. VAPAM EN TRAPEX. BODEMMONSTERS WERDEN GEANALYSEERD OP HET VOORKOMEN VAN BODEMFUNGI, VOOR EN VLAK NA EN VERVOLGENS 1, 3 EN 12 MAANDEN NA DE GRONDONTSMETTING. VOOR HOOGUIT EEN MAAND WAREN DE BODEMFUNGI GEREMD IN HUN GROEI. DAARNA HERSTELDEN DE POPULATIES ZICH. DE MEEST ABUNDANTE BODEMFUNGI — PENICILLIUM SP. — LEKEN MINDER DOOR METHYLISOTHIOCYANAAT IN DE GROEI TE ZIJN GEREMD DAN DOOR METAM-NATRIUM.

IN EEN MINDER BETROUWBARE LABORATORIUMSTUDIE MET EEN GRANULAIRE FORMULERING (980 G METAM-NATRIUM/KG) WERD IN VIER GRONDSOORTEN ZOWEL DE HYDROLYSE VAN UREA (MAX. –25%, NA 1 DAG; GEEN REMMING MEER NA 7 DAGEN) ALS DE NITRIFICATIE (MAX.-100%, NA 7 DAGEN; -51— -100%, NA 21 DAGEN, EINDE INCUBATIE) GEREMD. DE REMMING VAN DE NITRIFICATIE WERD DERHALVE NIET OPGEHEVEN. UIT DEZE STUDIE KAN EEN VOORLOPIGE EC50 (OVER 7 DAGEN) WORDEN AFGELEID VAN 1 MG METHYLISOTHIOCYANAAT/KG D.W. (WORST-CASE).

BEOORDELING VAN HET RISICO VOOR HET MILIEU

PERSISTENTIE EN UITSPOELING

PERSISTENTIE IN DE BODEM

VOOR METAM-NATRIUM ZIJN DE VOLGENDE DT50-WAARDEN BESCHIKBAAR: <0.02, 0.003 EN
0.005 DAGEN (GEMIDDELDE 0.009 DAGEN). DERHALVE IS DE DT50-WAARDE KLEINER DAN DE NORM VAN 90 DAGEN. TEVENS KAN MET VOLDOENDE ZEKERHEID WORDEN UITGESLOTEN DAT NA 100 DAGEN ER MEER DAN 70% GRONDGEBONDEN RESIDU VAN DE BEGINDOSIS IN COMBINATIE MET MINDER DAN 5% CO2 VAN DE BEGINDOSIS ZAL ZIJN GEVORMD.

VOOR METHYLISOTHIOCYANAAT ZIJN DE VOLGENDE DT50-WAARDEN BESCHIKBAAR: 8.5, 3.4, 5.0, 5.0, 3.3, 4.1, 4.6, EN 9.9 DAGEN GEBRUIKT (GEMIDDELDE 6 DAGEN; STANDAARDAFWIJKING 2 DAGEN).

GEZIEN BOVENSTAANDE WORDT VOLDAAN AAN DE NORMEN VOOR PERSISTENTIE ZOALS OPGENOMEN IN BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB).

UITSPOELING NAAR HET ONDIEPE GRONDWATER

DE RISICO’S VAN DE TOEPASSING VAN METAM-NATRIUM VOOR HET ONDIEPE GRONDWATER WORDEN BEREKEND VOLGENS DE STANDAARDSCENARIO’S VAN HET PESTRAS 3.2 MODEL (VOOR- EN NAJAAR) (ZIE TABEL M.11).

TABEL M.11: BEREKENING VAN UITSPOELING

metam-natrium

DT50

(d)

Kom

(L/kg)

percentage

uitspoeling

(%)

concentratie

grondwater

(µg/L)

gemiddeld

0.009

228

<<0.001

<<0.001

minimum

0.003

228

<<0.001

<<0.001

maximum

0.018

228

<<0.001

<<0.001

OP GROND VAN DEZE STANDAARDBEREKENINGEN VOLDOET METAM-NATRIUM AAN DE NORM VOOR UITSPOELING ZOALS OPGENOMEN IN HET BMB (CONCENTRATIE GRONDWATER <0.001 µG/L).

DE RISICO’S VAN DE TOEPASSING VAN METHYLISOTHIOCYANAAT VOOR HET ONDIEPE GRONDWATER WORDEN BEREKEND VOLGENS DE STANDAARDSCENARIO’S VAN HET PESTRAS 3.2 MODEL (VOOR- EN NAJAAR) (ZIE TABELLEN M.12 EN M.13). DE BEREKENINGEN VOOR DE UITSPOELING VAN METHYLISOTHIOCYANAAT BETREFFEN EEN DOSERING VAN 300 KG METAM-NATRIUM/HA (INJECTIE OP 10 CM DIEPTE), EEN HENRY-COËFFICIËNT VAN 0.0068, EEN OMZETTINGSFACTOR VAN 0.9 EN EEN VORMINGSFACTOR VAN 0.57.

TABEL M.12: BEREKENING VAN UITSPOELING IN HET VOORJAAR

methylisothio-cyanaat

DT50

(d)

Kom

(dm3/kg)

percentage

uitspoeling

(%)

concentratie

grondwater

(µg/l)

gemiddeld

6

3

<0.01

4

minimum

4

4

<0.01

0.15

maximum

8

2

0.03

30

TABEL M.13: BEREKENING VAN UITSPOELING IN HET NAJAAR

methylisothio-cyanaat

DT50

(d)

Kom

(dm3/kg)

percentage

uitspoeling

(%)

concentratie

grondwater

(µg/l)

gemiddeld

6

3

1.8

960

minimum

4

4

1.2

207

maximum

8

2

2.5

2200

OP GROND VAN DEZE STANDAARDBEREKENINGEN VOLDOET METHYLISOTHIOCYANAAT NIET AAN DE NORM VOOR UITSPOELING ZOALS OPGENOMEN IN HET BMB.

MEETGEGEVENS IN GRONDWATER

EEN ANALYSE VAN 117 WAARNEMINGEN IN HET ONDIEPE GRONDWATER VAN PERCELEN DIE MET METAM-NATRIUM ONTSMET ZIJN LAAT ZIEN DAT HET 90% PERCENTIEL BENEDEN DE DETECTIELIMIET LIGT (DEZE WAS MEESTAL 0.05 µG/LITER) EN DAT OP 3 VAN DE 117 WAARNEMINGEN (HET GAAT HIERBIJ OM 3 VAN DE
21 BEMONSTERDE LOCATIES) DE CONCENTRATIES BOVEN DE DETECTIELIMIET LIGGEN (NOTEBOOM, J. ET AL., 1999). DE MAXIMALE GEMETEN CONCENTRATIE IN HET ONDIEPE GRONDWATER IN DEZE REFERENTIE IS
2.5 µG/LITER. IN 1988 ZIJN IN HET ONDIEPE GRONDWATER VAN ZANDGRONDEN MET BOLLENTEELT CONCENTRATIES METHYLISOTHIOCYANAAT GEMETEN VAN 0.08-0.25 µG/LITER (DOSERING: 150 KG METAM-NATRIUM/HA) (RIVM, 1990). EXPERIMENTEN VAN HET STARING CENTRUM WIJZEN OP VRIJ HOGE OMZETTINGSPERCENTAGES VAN METHYLISOTHIOCYANAAT IN WATERVERZADIGDE GROND, EN DIT ZOU DE OVERSCHATTING MET BOVENGENOEMDE MODELBEREKENINGEN KUNNEN VERKLAREN (PERS. MEDED. VAN DER LINDEN, RIVM/LBG). SNELLE OMZETTINGSSNELHEDEN IN WATERVERZADIGDE LAGEN ZIJN OOK EERDER VASTGESTELD MET DT50-WAARDEN TUSSEN 3 EN 16 DAGEN BIJ 20 ºC (BOESTEN ET AL., 1991). IN DEZE REFERENTIE WORDT VERONDERSTELD DAT METHYLISOTHIOCYANAAT NA 10 JAAR OF MEER IN HET DIEPERE GRONDWATER (BIJV. OP 40 METER DIEPTE) TE KUNNEN KOMEN. MEDE GEZIEN DEZE TIJD IN VERHOUDING TOT DE TIJD WAARIN METHYLISOTHIOCYANAAT HYDROLYSEERT (DT50 MAX. 20 DAGEN, (RIVM, 1990)) WORDEN DERHALVE LAGE CONCENTRATIES IN HET DIEPE GRONDWATER VERWACHT. DIT LIJKT IN OVEREENSTEMMING MET DE BEVINDINGEN VAN DE VEWIN DIE VAN 1992 TOT 1995 IN HET DIEPE GRONDWATER GEEN METHYLISOTHIOCYANAAT AAN HEBBEN KUNNEN TONEN (NOTEBOOM ET AL., 1999). HET LIJKT OOK IN OVEREENSTEMMING MET DE SLECHTS INCIDENTEEL HOGE CONCENTRATIES IN HET ONDIEPE GRONDWATER.

OP GROND VAN BOVENSTAANDE MEETGEGEVENS KAN WORDEN GECONCLUDEERD DAT HET RISICO VOOR UITSPOELING VAN METHYLISOTHIOCYANAAT NAAR HET DIEPE GRONDWATER GERING IS. DERHALVE WORDT VOORALSNOG VOLDAAN AAN DE NORM VOOR UITSPOELING ZOALS OPGENOMEN IN HET BMB. HET IS ECHTER VAN GROOT BELANG BESCHIKBAAR KOMENDE MEETGEGEVENS VAN HET DIEPE GRONDWATER NAUWKEURIG TE BLIJVEN VOLGEN.

RISICOBEOORDELING VOOR AQUATISCHE ORGANISMEN

RISICOBEOORDELING VOOR WATERORGANISMEN

UITGAANDE VAN HET INJECTEREN VAN DE FORMULERING MET METAM-NATRIUM TOT MINSTENS 10 CM IN DE GROND IS CONTAMINATIE VAN OPPERVLAKTEWATER VIA DRIFT NIET TE VERWACHTEN. CONTAMINATIE VAN OPPERVLAKTEWATER DOOR DE AFVOER VIA DRAINS KAN NIET OP VOORHAND WORDEN UITGESLOTEN. OP DIT MOMENT BESTAAT ER ECHTER GEEN MODEL OM DE BLOOTSTELLING VAN HET OPPERVLAKTEWATER VIA DEZE ROUTE IN TE SCHATTEN.

MEETGEGEVENS IN OPPERVLAKTEWATER

METHYLISOTHIOCYANAAT IS OP ENKELE LOCATIES IN NEDERLAND IN HET OPPERVLAKTEWATER AANGETOOND (PHERNAMBUCQ A.J.W., 1996). IN DE REGIO RIVIEREN EN MEREN IS METHYLISOTHIOCYANAAT IN 1993 SLECHTS 1 KEER AANGETOOND OP 44 WAARNEMINGEN: 0.1 µG/LITER BIJ HET GEMAAL WESTLAND. DIT KAN TE MAKEN HEBBEN MET HET GEBRUIK VAN METAM-NATRIUM IN DE BOLLENTEELT. IN DATZELFDE JAAR IS METHYLISOTHIOCYANAAT 3 KEER AANGETOOND — OP 16 WAARNEMINGEN — LANGS DE NOORDZEEKUST EN IN DE ZEEUWSE WATEREN (MAX. 0.4 µG/LITER) EN IS HET 2 KEER AANGETOOND — OP 44 WAARNEMINGEN — IN DE WADDENZEE (MAX. 0.2 µG/LITER). IN REGIONAAL ZOETWATER IS METHYLISOTHIOCYANAAT VAN 1992 TOT EN MET 1996 OP 6-34 LOCATIES GEMETEN (VAN DER GEEST, G.M., 1999). HIERBIJ WERD HET IN 1992 OP 11 LOCATIES AANGETOOND (CONCENTRATIES NIET GERAPPORTEERD). IN 1993 - 1996 WERD HET OP EEN VEEL GERINGER AANTAL LOCATIES AANGETOOND.
IN 1997 EN 1998 IS METHYLISOTHIOCYANAAT OP ALLE 39 ONDERZOCHTE LOCATIES AANGETOOND (CIW, 2000). OVERIGENS NOEMT HET CIW METAM-NATRIUM (EN HIERMEE OOK METHYLISOTHIOCYANAAT) EEN POTENTIËLE PROBLEEMSTOF, WAARVAN OP GROND VAN DE OMVANG VAN HET GEBRUIK, HET GEBRUIK IN ALGEMENE TEELTEN EN DE GIFTIGHEID WORDT VERWACHT DAT HET OP LANDELIJKE SCHAAL EEN PROBLEEM VOOR DE WATERKWALITEIT VORMT, MAAR WAARVOOR TE WEINIG METINGEN BESCHIKBAAR ZIJN OM DIT VERMOEDEN TE ONDERSTEUNEN.

NORMSTELLING

UITGEGAAN WORDT VAN METHYLISOTHIOCYANAAT OMDAT METAM-NATRIUM IN DE BODEM ZEER SNEL WORDT OMGEZET IN DEZE STOF EN BLOOTSTELLING VAN HET OPPERVLAKTEWATER MET NAME VIA HET GRONDWATER ZAL PLAATSVINDEN.

DE NORMEN VOOR ACUTE BLOOTSTELLING ZIJN 0,01 MAAL DE L(E)C50-WAARDE (KREEFTACHTIGEN EN VISSEN) EN 0,1 DE LAAGSTE NOEC-WAARDE VOOR ALGEN. PER ORGANISME WORDT DE LAAGSTE WAARDE ALS NORM GENOMEN. DE NORMEN VOOR CHRONISCHE BLOOTSTELLING ZIJN 0,1 MAAL DE LAAGSTE NOEC-WAARDE VOOR ZOWEL KREEFTACHTIGEN ALS VISSEN. PER ORGANISME WORDT DE LAAGSTE WAARDE ALS NORM GENOMEN. IN TABEL M.14 STAAT HET OVERZICHT VAN DE AFGELEIDE NORMEN.

TABEL M.14 OVERZICHT NORMEN

Organisme

Laagste

Veiligheidsfactor

Norm


L(E)C50 [mg/L]

NOEC [mg/L]


[mg/L]

[µg/L]

Acuut






Alg


0,041

10

0,0041

4,1

Kreeftachtigen

0,055


100

0,00055

0,55

Vissen

0,090


100

0,00090

0,9

Chronisch






Kreeftachtigen


0,016

10

0,0016

1,6

Vissen


0,005

10

0,0005

0,5

WORDEN DE BOVENGENOEMDE BESCHIKBARE MEETGEGEVENS VERGELEKEN MET DE NORMEN DAN BLIJKT DAT DE NORMEN NET NIET WORDEN OVERSCHREDEN. DE HOEVEELHEID MEETGEGEVENS ZIJN ECHTER ZODANIG SUMMIER DAT DUIDELIJKE CONCLUSIES OP DIT MOMENT NIET KUNNEN WORDEN GETROKKEN. VOORALSNOG WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR WATERORGANISMEN ZOALS OPGENOMEN IN HET BMB.

RISICOBEOORDELING VOOR BIOCONCENTRATIE

GEZIEN HET FEIT DAT ZOWEL METAM-NATRIUM ALS METHYLISOTHIOCYNAAT WEINIG BIOACCUMULEREND ZIJN WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR BIOCONCENTRATIE ZOALS OPGENOMEN IN HET BMB.

RISICOBEOORDELING VOOR TERRESTRISCHE ORGANISMEN

RISICOBEOORDELING VOOR VOGELS

GEZIEN DE WIJZE VAN TOEPASSING ZIJN DE RISICO’S VOOR VOGELS MIDDELS DIRECTE BLOOTSTELLING NAAR VERWACHTING GERING. OOK HET RISICO VOOR VOGELS MIDDELS DOORVERGIFTIGING ZIJN NAAR VERWACHTING GERING, GEZIEN HET FEIT DAT METAM NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT WEINIG BIOACCUMULEREND ZIJN. DERHALVE WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR VOGELS ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN (UB).

RISICOBEOORDELING VOOR ZOOGDIEREN

GEZIEN DE WIJZE VAN TOEPASSING ZIJN DE RISICO’S VOOR ZOOGDIEREN MIDDELS DIRECTE BLOOTSTELLING NAAR VERWACHTING GERING. OOK HET RISICO VOOR ZOOGDIEREN MIDDELS DOORVERGIFTIGING ZIJN NAAR VERWACHTING GERING, GEZIEN HET FEIT DAT METAM NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT WEINIG BIOACCUMULEREND ZIJN. DERHALVE WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR ZOOGDIEREN ZOALS OPGENOMEN IN DE UB.

RISICOBEOORDELING VOOR BIJEN EN HOMMELS

GEZIEN DE WIJZE VAN TOEPASSING WORDT HET RISICO VOOR BIJEN EN HOMMELS GERING GEACHT. DERHALVE WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR BIJEN EN HOMMELS ZOALS OPGENOMEN IN DE UB.

RISICOBEOORDELING VOOR NIET-DOELWIT ARTHROPODEN

ER ZIJN GEEN GEGEVENS INZAKE DE EFFECTEN VAN METAM-NATRIUM OP NIET-DOELWIT ARTHROPODEN. OP VOORHAND KAN ECHTER WORDEN GESTELD DAT DE EFFECTEN BINNEN HET GEWAS AANZIENLIJK ZULLEN ZIJN. BUITEN HET GEWAS TREED GEEN BLOOTSTELLING OP VAN NIET-DOELWIT ARTHROPODEN AAN DE FORMULERING GEZIEN HET FEIT DAT HET MIDDEL IN DE BODEM WORDT GEINJECTEERD. WELLICHT KAN METHYLISOTHIOCYANAAT VIA ATMOSFERISCHE DEPOSITIE WEL TERECHTKOMEN IN GEBIEDEN BUITEN HET GEWAS, MAAR DE BLOOTSTELLING VIA DEZE ROUTE IS OP DIT MOMENT NIET IN TE SCHATTEN. VOORALSNOG WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR NIET-DOELWIT ARTHROPODEN ZOALS OPGENOMEN IN DE UB.

RISICOBEOORDELING VOOR REGENWORMEN

OP GROND VAN EEN VELDSTUDIE MET DAZOMET (DAT EVENALS METAM-NATRIUM IN DE GROND SNEL METABOLISEERT TOT O.A. METHYLISOTHIOCYANAAT) WAARBIJ PROEFVELDEN OP AKKERS ONTSMET EN MECHANISCH BEWERKT WERDEN ZIJN VERGELEKEN MET PROEFVELDEN DIE ALLEEN MECHANISCH BEWERKT WERDEN KAN WORDEN GECONCLUDEERD DAT TIJDELIJKE REDUCTIES VAN REGENWORMPOPULATIES DOOR CHEMISCHE GRONDONTSMETTING NIET KUNNEN WORDEN UITGESLOTEN. GEZIEN DE AARD VAN HET MIDDEL WAS DIT OOK DE VERWACHTING. ECHTER, NA 15 MAANDEN (DE DUUR VAN DE STUDIE) WAS ER NAUWELIJKS EEN VERSCHIL MEER TUSSEN DE ONTSMETTE EN MECHANISCH BEWERKTE PROEFVELDEN EN DE PROEFVELDEN DIE ALLEEN MECHANISCH BEWERKT WAREN. DIT DUIDT OP EEN HERSTEL VAN DE REGENWORMPOPULATIES. GEZIEN HET FEIT DAT HET MIDDEL NIET JAARLIJKS OP HETZELFDE TOEGEPAST MAG WORDEN WORDT HET RISICO VOOR POPULATIES VAN REGENWORMEN ALS GEVOLG VAN HET GEBRUIK VAN HET MIDDEL AANVAARDBAAR GEACHT. DERHALVE WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR REGENWORMEN ZOALS OPGENOMEN IN DE UB.

RISICOBEOORDELING VOOR BODEMMICRO-ORGANISMEN

UIT EEN STUDIE NAAR DE EFFECTEN VAN METAM-NATRIUM OP DE NITRIFICATIE MET ALS RESULTAAT EEN REMMING VAN 100% NA 7 DAGEN EN 51 - 100% NA 21 DAGEN (EINDE INCUBATIE) KAN WORDEN GECONCLUDEERD DAT VOORALSNOG NIET WORDT VOLDAAN AAN DE NORM VOOR BODEMMICROÖRGANISMEN ZOALS OPGENOMEN IN DE UB. DERHALVE DIENT EEN ADEQUATE RISICOEVALUATIE TE WORDEN GELEVERD DIE AANTOONT DAT ER, ONDER VELDOMSTANDIGHEDEN, GEEN ONAANVAARDBARE EFFECTEN OP DE MICROBIËLE ACTIVITEIT ZIJN NA TOEPASSING VAN HET GEWASBESCHERMINGSMIDDEL VOLGENS DE VOORGESTELDE GEBRUIKSAANWIJZING, REKENING HOUDEND MET HET VOORTPLANTINGSVERMOGEN VAN DE MICRO-ORGANISMEN.

CONCLUSIE M.B.T. MILIEU

GECONCLUDEERD KAN WORDEN DAT:

1. METAM-NATRIUM VOLDOET AAN DE NORM VOOR PERSISTENTIE ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB).

2. DE METABOLIET METHYLISOTHIOCYANAAT VOLDOET AAN DE NORM VOOR PERSISTENTIE ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB).

3. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM VOLDOEN AAN DE NORMEN VOOR UITSPOELING NAAR HET ONDIEPE GRONDWATER ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB).

4. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN DE METABOLIET METHYLISOTHIOCYANAAT VOORALSNOG VOLDOEN AAN DE NORMEN VOOR UITSPOELING NAAR HET GRONDWATER ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB). BESCHIKBAAR KOMENDE MEETGEGEVENS DIENEN NAUWKEURIG BEKEKEN TE WORDEN.

5. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM VOORLOPIG VOLDOEN AAN DE NORMEN VOOR TOXICITEIT WATERORGANISMEN ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB). BESCHIKBAAR KOMENDE MEETGEGEVENS DIENEN NAUWKEURIG BEKEKEN TE WORDEN.

6. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN DE METABOLIET METHYLISOTHIOCYANAAT VOORLOPIG VOLDOEN AAN DE NORMEN VOOR TOXICITEIT WATERORGANISMEN ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB). BESCHIKBAAR KOMENDE MEETGEGEVENS DIENEN NAUWKEURIG BEKEKEN TE WORDEN.

7. METAM-NATRIUM EN DE METABOLIET METHYLISOTHIOCYANAAT VOLDOEN AAN DE NORMEN VOOR BIOCONCENTRATIE ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB).

8. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM VOLDOEN AAN DE NORM VOOR VOGELS ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN (UB).

9. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM VOLDOEN AAN DE NORM VOOR ZOOGDIEREN ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN (UB).

10. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM VOLDOEN AAN DE NORM VOOR BIJEN EN HOMMELS ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN (UB).

11. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM OP GROND VAN DE HUIDIGE GEGEVENS VOLDOEN AAN DE NORM VOOR NIET-DOELWIT ARTHROPODEN ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN (UB). BLOOTSTELLING VIA ATMOSFERISCHE DEPOSITIE IS OP DIT MOMENT NIET IN TE SCHATTEN.

12. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM VOLDOEN AAN DE NORM VOOR REGENWORMEN ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN

13. DEZE TOEPASSINGEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM OP GROND VAN DE HUIDIGE GEGEVENS NIET VOLDOEN AAN DE NORM VOOR BODEMMICRO-ORGANISMEN ZOALS OPGENOMEN IN DE UNIFORME BEGINSELEN (UB). ER DIENT EEN ADEQUATE RISICOEVALUATIE TE WORDEN GELEVERD DIE AANTOONT DAT ER, ONDER VELDOMSTANDIGHEDEN, GEEN ONAANVAARDBARE EFFECTEN OP DE MICROBIËLE ACTIVITEIT ZIJN NA TOEPASSING VAN HET GEWASBESCHERMINGSMIDDEL VOLGENS DE VOORGESTELDE GEBRUIKSAANWIJZING, REKENING HOUDEND MET HET VOORTPLANTINGSVERMOGEN VAN DE MICRO-ORGANISMEN.

REFERENTIES

• BOESTEN J.J.T.I., VAN DER PAS L.J.T. , SMELT J.H. & LEISTRA M. (1991) TRANSFORMATION RATE OF METHYL ISOTHIOCYANATE AND 1,3-DICHLORPROPENE IN WATER-SATURATED SANDY SUBSOILS. NETH. J. AGRIC. SCI. 39: 179-190.

• CIW (2000). BESTRIJDINGSMIDDELENRAPPORTAGE 2000. UITGAVE CIW.

• NOTEBOOM J., VERSCHOOR A., VAN DER LINDEN A., VAN DE PLASSCHE E. & REUTHER C. (1999) PESTICIDES IN GROUNDWATER: OCCURRENCE AND ECOLOGICAL IMPACTS. RIVM REPORT NO. 601506002 (IN PRESS).

• PHERNAMBUCQ A.J.W. (1996) SPEUREN NAAR SPOREN III. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR MILIEUSCHADELIJKE STOFFEN IN DE ZOETE EN ZOUTE WATERSYSTEMEN VAN NEDERLAND. METINGEN 1993. RIZA RAPPORT NR. 96.035/RIKZ RAPPORT NR. 96.016.

• RIVM (18-01-1990) ADVIESRAPPORT OVER METHYLISOTHIOCYANAAT (LAATSTE AANPASSING
E. PANMAN EN J. LINDERS, 28-09-1989) EN HET BIJBEHORENDE RIVM MILIEUFICHE.

• VAN DER BERG, F. (1993), MEASURED AND COMPUTED CONCENTRATIONS OF METHYL ISOTHIOCYANATE IN THE AIR AROUND FUMIGATED FIELD. ATMOSPHERIC ENVIRONMENT 27A, P. 63-71.

• VAN DER GEEST, G.M. (1999), BESTRIJDINGSMIDDELENRAPPORTAGE 1998. HET VOORKOMEN VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN IN HET NEDERLANDSE OPPERVLAKTEWATER IN DE PERIODE 1992 T/M 1996. UITGAVE CIW.

BESLUIT

BIJ BESLISSING OP BEZWAAR VAN 29 JUNI 2000 ZIJN DOOR HET COLLEGE PER 1 JULI 2000 ALLE TOEPASSINGEN VAN MIDDELEN OP BASIS VAN METAM-NATRIUM BEËINDIGD.

IN HET KADER VAN DOOR DE AANVRAGERS INGESTELD BEROEP WERD EEN AFLEVERTERMIJN VASTGESTELD TOT 1 JANUARI 2001.

OP BASIS VAN EVALUATIE VAN GELEVERDE GEGEVENS BESLUIT HET COLLEGE THANS OM NIET TOT TOELATING VAN UCB-METAM OVER TE GAAN.

DIT GELET OP HET FEIT DAT:

NIET IS VASTGESTELD DAT DE BETREFFENDE MIDDELEN, WANNEER ZIJ OVEREENKOMSTIG HET BEPAALDE BIJ OF KRACHTENS DE BESTRIJDINGSMIDDELENWET WORDEN GEBRUIKT:

• DE GEZONDHEID NIET SCHADEN OF DE VEILIGHEID NIET IN GEVAAR BRENGEN VAN DEGENE DIE HET MIDDEL TOEPAST (ART. 3, EERSTE LID, BESTRIJDINGSMIDDELENWET 1962).

OP BASIS VAN EEN BEOORDELING VAN GENOTOXICITEITSSTUDIES KAN METAM-NATRIUM ALS NIET GENOTOXISCH WORDEN BESCHOUWD. OP BASIS VAN DE GEËVALUEERDE CARCINOGENITEITSTUDIES BLIJKT DAT METAM-NATRIUM CARCINOGEEN IS IN RAT EN MUIS. ER KAN EEN DREMPELWAARDE BENADERING WORDEN GEBRUIKT. NA VASTSTELLING VAN EEN AOEL, BLIJKT (BIJ DERMALE BLOOTSTELLING) DE RISICO-INDEX VOOR DE TOEPASSER TE HOOG TE ZIJN.

GEGEVENS MET BETREKKING TOT DE VOLGENDE ASPECTEN ONTBREKEN (TENMINSTE). (DIT IN VERBAND MET EEN EVENTUELE NIEUWE AANVRAAG)

METHYLISOTHIOCYANAAT

DE ORIGINELE STUDIERAPPORTEN VAN HET CHRONISCHE ONDERZOEK BIJ DE RAT EN DE MUIS

EEN 2-GENERATIE REPRODUCTIESTUDIE

ER DIENEN GEGEVENS OVER DE LUCHTCONCENTRATIE VAN MITC TIJDENS DE EERSTE GRONDBEWERKING (1 TOT 3 WEKEN NA DE BEHANDELING) EN ENKELE DAGEN DAARNA TE WORDEN GELEVERD. OM HET RISICO VOOR OMWONENDEN TE KUNNEN INSCHATTEN WORDEN OOK GEGEVENS OVER DE LUCHTCONCENTRATIE OP ENIGE AFSTAND VAN HET VELD GEVRAAGD (50-100 METER).

METAM-NATRIUM

ER IS GEEN INFORMATIE VERSCHAFT OVER DE DERMALE OPNAME, DERHALVE IS BIJ DE RISICOBEOORDELING UITGEGAAN VAN DEFAULT WAARDEN. DE RISICOBEOORDELING VOOR DE TOEPASSER KAN MOGELIJK WORDEN AANGEPAST WANNEER AANVULLENDE GEGEVENS OVER DE DERMALE ABSORPTIE VAN METAM-NATRIUM BESCHIKBAAR ZIJN. N.B. OP 24 NOVEMBER 2000 WERDEN STUDIES GELEVERD MET BETREKKING TOT DERMALE ABSORPTIE.

GEZIEN DE KORTE TIJD VOOR DE COLLEGE BEHANDELING OP 13 DECEMBER 2000, IS HET NIET MOGELIJK OM DE BETREFFENDE STUDIES TE BEOORDELEN EN MEE TE NEMEN IN DE VOOR 1 JANUARI 2001 TE NEMEN BESLISSING.

MILIEU

BESCHIKBAAR KOMENDE MEETGEGEVENS VOOR METAM-NATRIUM EN METHYLISOTHIOCYANAAT DIENEN NAUWKEURIG BEKEKEN TE WORDEN MET BETREKKING TOT DE VEREISTEN TEN AANZIEN VAN DE TOXICITEIT WATERORGANISMEN EN BIOCONCENTRATIE ZOALS OPGENOMEN IN HET BESLUIT MILIEUTOELATINGSEISEN BESTRIJDINGSMIDDELEN (BMB).

ER DIENT EEN ADEQUATE RISICO-EVALUATIE TE WORDEN GELEVERD DIE AANTOONT DAT ER, ONDER VELDOMSTANDIGHEDEN, GEEN ONAANVAARDBARE EFFECTEN OP DE MICROBIËLE ACTIVITEIT ZIJN NA TOEPASSING VAN HET GEWASBESCHERMINGSMIDDEL VOLGENS DE VOORGESTELDE GEBRUIKSAANWIJZING, REKENING HOUDEND MET HET VOORTPLANTINGSVERMOGEN VAN DE MICRO-ORGANISMEN

WAGENINGEN, 22 DECEMBER 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(VOORZITTER)