Toelatingsnummer 11407 N

Opus Team  

 

11407 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 14 maart 2008 (20080262 WGGAG) van

 

BASF Nederland B.V.

Groningensingel 1

6835 EA  ARNHEM

 

 

tot wijziging van de toelating  van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stoffen epoxiconazool en fenpropimorf

 

Opus Team

 

gelet op artikel 121, eerste lid, jo. artikel 41, tweede lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

De toelating van het middel Opus Team is laatstelijk verlengd tot het tijdstip waarop de lidstaten maatregelen genomen hebben om de nationale toelating in overeenstemming te brengen met het besluit over de werkzame stof van de Europese Commissie. De toelating van het middel Opus Team wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen. Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.

 


1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikel 36 van de Wet milieugevaarlijke stoffen en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: vloeistof

 

werkzame stof:

gehalte:

epoxiconazool

84 g/l

fenpropimorf

250 g/l

 

 

op verpakkingen die (mede)  bestemd zijn voor huishoudelijk gebruik: het kca-logo

(het kca-logo is het logo voor klein chemisch afval bestaande uit een afvalbak met een kruis erdoor als opgenomen in bijlage III bij de genoemde Nadere regels)         

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stoffen:  

-

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

Xn

Schadelijk

N

Milieugevaarlijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

Irriterend voor de huid.

Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten.

Vergiftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Mogelijk gevaar voor verminderde vruchtbaarheid.

Mogelijk gevaar voor beschadiging van het ongeboren kind.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

Niet roken tijdens gebruik.

Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

 

Specifieke vermeldingen:

 

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Bevat epoxyverbindingen. Zie de aanwijzingen van de fabrikant.

 

 

 

2.    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

a.       letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

b.      hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

c.      bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.6.

 

2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

2.1 Verzoek

Het betreft een verzoek tot wijziging van de toelating van het middel Opus Team  (11407 N), een middel op basis van de werkzame stoffen epoxiconazool en fenpropimorf. Het middel is toegelaten als schimmelbestrijdingsmiddel voor winter- en zomertarwe, winter- en zomergerst, winterrogge, suikerbieten, rode bieten en prei in de vollegrond.

 

De gevraagde wijzigingen betreffen:

Het toepassingstijdstip bij winter- en zomertarwe “vanaf het verschijnen van het vlagblad tot aan begin bloei” is vervangen door “vanaf einde uitstoeling tot aan begin bloei”.

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

Epoxiconazool is een bestaande stof. Er is gestemd voor plaatsing op Annex I van Richtlijn 91/414/EEG. Richtlijn nog niet beschikbaar. List of Endpoints is beschikbaar. Rapporteur Member State (RMS) is Duitsland.

Fenpropimorf is een bestaande stof. Er is gestemd voor plaatsing op Annex I van Richtlijn 91/414/EEG. Richtlijn nog niet beschikbaar. List of Endpoints is beschikbaar. RMS is Duitsland.

 

2.3 Karakterisering van het middel

Opus Team is een middel op basis van de actieve stoffen epoxiconazool en fenpropimorf.

Het middel is in Nederland toegelaten ter bestrijding van diverse schimmels in granen.

Epoxiconazool behoort tot de DMI-fungiciden (DMI’s). DMI’s remmen de de-methylase in de sterol biosynthese van schimmels. Epoxiconazool werkt systemisch. Uit praktijkervaringen en laboratoriumproeven is gebleken dat DMI’s matig resistentiegevoelig zijn.

Fenpropimorf behoort tot de morfolines en werkt systemisch. Fenpropimorf remt de werking van de ergosterolbiosynthese. Morfolines zijn weinig tot matig resistentiegevoelig. Er is voor fenpropimorf een verminderde gevoeligheid van meeldauw in granen gerapporteerd.

 

2.4 Voorgeschiedenis

De aanvraag is op 14 maart 2008 ontvangen; op 6 mei 2008 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen. Bij brief d.d. 23 september 2008 is de aanvraag in behandeling genomen.


 

 

3  RISICOBEOORDELINGEN

Het gebruikte toetsingskader voor de beoordeling van deze aanvraag is weergegeven in de Regeling houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden (RGB).

 

3.1  Fysische en chemische eigenschappen

Gezien de aard van de aanvraag niet van toepassing.

 

3.2  Analysemethoden

Gezien de aard van de aanvraag niet van toepassing.

 

3.3  Risico voor de mens

Gezien de aard van de aanvraag niet van toepassing.

 

3.4  Risico voor het milieu

Het middel voldoet aan de voorwaarde dat het, rekening houdend met alle normale omstandigheden waaronder het middel kan worden gebruikt en de gevolgen van het gebruik, geen voor het milieu onaanvaardbaar effect heeft, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de volgende aspecten:

-          de plaats waar het middel in het milieu terechtkomt en wordt verspreid, met name voor wat betreft besmetting van het water, waaronder drinkwater en grondwater,

-          de gevolgen voor niet-doelsoorten.

(artikel 28, eerste lid, sub b, onderdeel 4 en 5, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

De beoordeling van het risico voor het milieu staat beschreven in Hoofdstuk 6, Environmental Fate and Behaviour, en Hoofdstuk 7, Ecotoxicology, in Bijlage II bij dit besluit.

 

3.5  Werkzaamheid

Het middel voldoet aan de voorwaarde dat het, rekening houdend met alle normale omstandigheden waaronder het middel kan worden gebruikt en de gevolgen van het gebruik, voldoende werkzaam is en geen onaanvaardbare uitwerking heeft op planten of plantaardige producten (artikel 28, eerste lid, sub b, onderdelen 1 en 2, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

De beoordeling van het aspect werkzaamheid staat beschreven in Hoofdstuk 8, Efficacy, in Bijlage II bij dit besluit.

 

3.6  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het gewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel Opus Team op basis van de werkzame stoffen epoxiconazool en fenpropimorf voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

 

4 AFLEVER- EN/OF OPGEBRUIKTERMIJN 

 

Gezien de aard van wijziging worden geen restricties vastgesteld ten aanzien van het op de markt brengen, in voorraad houden, voorhanden hebben of gebruiken van dit middel volgens niet conform dit besluit aangepaste verpakking en etikettering (Besluit bestuursreglement regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2007, hoofdstuk 17).

 

 


Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 19 december 2008

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,





dr. D. K. J. Tommel

voorzitter

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 19 december 2008 tot wijziging van de toelating van het middel Opus Team, toelatingnummer 11407 N

 

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel, toegepast door middel van een gewasbehandeling:

a. in de teelt van wintertarwe en zomertarwe;

b. in de teelt van wintergerst en zomergerst;

c. in de teelt van winterrogge;

d. in de teelt van suikerbieten en rode bieten

e. in de teelt van prei in de vollegrond.

 

Veiligheidstermijn:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

42 dagen voor wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst en winterrogge en
14 dagen voor prei, suikerbieten en rode bieten.

 

Het loof van suikerbieten en rode bieten mag niet worden vervoederd.

 

Het middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik.

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Toepassingen

 

Winter- en zomertarwe, ter bestrijding van bladziekten (zgn. afrijpingsziekten) veroorzaakt door bruine roest (Puccinia recondita f.sp. tritici), meeldauw (Erysiphe graminis f. sp. tritici) en bladvlekkenziekte (Septoria-soorten).

Een éénmalige behandeling uitvoeren in de periode vanaf einde uitstoeling tot aan begin bloei.

Een gelijktijdig voorkomende aantasting door gele roest wordt eveneens bestreden.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Wintergerst en zomergerst, ter bestrijding van gele roest (Puccinia striiformis f.sp. hordei) en dwergroest (Puccinia hordei).

Wanneer tussen uitstoeling en het in de aar komen van het gewas gele roest en/of dwergroest wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Wintergerst en zomergerst, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Rhynchosporium secalis) en netvlekkenziekte (Pyrenophora teres).

Zodra in het voorjaar aantasting door blad- en/of netvlekkenziekte wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.


 

Winterrogge, ter bestrijding van bruine roest (Puccinia recondita f.sp. recondita) en bladvlekkenziekte  (Rhynchosporium secalis).

Zodra in het voorjaar aantasting door bruine roest en/of bladvlekkenziekte wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Suikerbieten en rode bieten, ter bestrijding van aantasting door bladvlekkenziekten veroorzaakt door Cercospora beticola en Ramularia beticola, meeldauw (Erysiphe betae) en roest (Uromyces betae).

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1 liter per ha

 

Prei in de vollegrond, ter bestrijding van aantasting door roest (Puccinia allii).

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling indien nodig

herhalen.

Dosering: 1,5 liter per ha

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 19 december 2008 tot wijziging van de toelating van het middel Opus Team, toelatingnummer 11407 N

 

RISKMANAGEMENT

 

 

 

Contents                                                                  Page

 

 

1.   Identity of the plant protection product        9

 

2.   Physical and chemical properties                  11

 

3.   Methods of analysis                                         11

 

4.   Mammalian toxicology                                      11

 

5.   Residues                                                            11

 

6.   Environmental fate and behaviour                11

 

7.   Ecotoxicology                                                    12

 

8.   Efficacy                                                               12

 

9.   Conclusion                                                        12

 

10. Classification and labelling                             12

 


1.         Identity of the plant protection product

 

1.1       Applicant

BASF Nederland B.V.

Groningensingel 1

6835 EA  ARNHEM

 

1.2              Identity of the active substance

Epoxiconazole

Identity (Annex IIA, point 1)

Chemical name (IUPAC)

(2RS,3SR)-1-[3-(2-chlorophenyl)-2,3-epoxy-2-(4-fluorophenyl)propyl]-1H-1,2,4-triazole

Chemical name (CA)

rel-1-[[(2R,3S)-3-(2-chlorophenyl)-2-(4-fluorophenyl)oxiranyl]methyl]-1H-1,2,4-triazole

CIPAC No

609

CAS No

135319-73-2 (formerly 106325-08-0)

EEC No (EINECS or ELINCS)

406-850-2

FAO Specification (including year of publication)

none

Minimum purity of the active substance as manufactured (g/kg)

900

Molecular formula

C17H13ClFN3O

Molecular mass

329.8 g/mol

Structural formula

 

 

 

 

 

 

Fenpropimorph

Identity (Annex IIA, point 1)

Chemical name (IUPAC)

(RS)-cis-4-[3-(4-tert-butylphenyl)-2-methylpropyl]-2,6-dimethylmorpholine

Chemical name (CA)

cis-4-[3-[4-(1,1-dimethylethyl)phenyl]-2-methylpropyl]-2,6-dimethylmorpholine

CIPAC No

427

CAS No

67564-91-4

EEC No (EINECS or ELINCS)

266-719-9

FAO Specification (including year of publication)

none

Minimum purity of the active substance as manufactured (g/kg)

Approx 960

Molecular formula

C20H33NO

Molecular mass

303.5 g/mol

Structural formula

 

 

 

 

 

1.3       Identity of the plant protection product

Formulation type (GIFAP code)

SE (suspo-emulsion)

Appearance

White viscous liquid

Explosive properties

Not explosive (statement)

Oxidative properties

Not oxidising (statement)

Autoflammability

410 °C

Flashpoint

> 59°C

pH 1% solution

8.2 (Undiluted)

7.2 (0.37% solution)

7.5 (1% solution)

 

Particle size distribution

After suspension in water :

Less then 10% : ≤ 0.9 µm

Less then 10% : ≥ 4.1 µm

medium particles size: 2.3 µm

Surface tension

0.37% solution: 34.3 mN/m

0.5% solution:   34.1 mN/m

Viscosity

56.2 mPa.s (20°, at 100 s-1)

Relative density

1.022

Storage stability/Shelf life

Stable for 14 days at 54 °C

Stable for 2 years at 20 °C and 30 °C in polyamide lined polyethylene (coex) bottle.

Content active substance (g/l or g/kg)

84 g/L epoxiconazool

250 g/L fenpropimorf

 

 

1.4       Function

Opus Team is a fungicide.


 

1.5       Uses applied for

Uses

Dose a.s.

(g a.s./ha)

Number of applications

Interval between applications

Application time (growth stage and season)

Existing uses

 

 

 

 

Wheat

(Cereal pathogens)

0.375 (Fpm)

0.125 (Epox)

1

-

BBCH 37-61

May-June

Barley

(Cereal pathogens)

0.375 (Fpm)

0.125 (Epox)

2

21-42

BBCH 29-61

April-June

Rye

(Cereal pathogens)

0.375 (Fpm)

0.125 (Epox)

2

21-42

BBCH 29-61

April-June

Leek

(Puccinia allii)

0.375 (Fpm)

0.125 (Epox)

2

14

BBCH 39-49

Sept-Nov

Sugar beets and red beets

(Beet pathogens)

0.250 (Fpm)

0.084 (Epox)

2

21-42

BBCH 39-49

July-Sept

 

 

 

 

 

WGGA change:

 

 

 

 

Wheat

(Cereal pathogens)

0.375 (Fpm)

0.125 (Epox)

1

-

BBCH 29-61

April-June

Fpm: Fenpropimorph

Epox: Epoxiconazole

 

1.6       Background to the application

The application concerns a label change of the plant protection product.

The applicant proposes to change the start of the first period from “from end of tillering to beginning of flowering” into “from appearance of flag leaf to beginning of flowering”.  (In BBCH codes: first application changes from BBCH 32 to BBCH 29).

 

1.7       Packaging details

Packaging details do not change.

 

 

2.                  Physical and chemical properties

 

The chapter Physical and chemical properties does not change.

 

 

3.                  Methods of analysis

 

The chapter Methods of analyisis does not change.

 

 

4.                  Mammalian toxicology

 

The chapter Mammalian toxicology does not change.

 

 

5.                  Residues

 

The chapter Residues does not change.

 

 

6.                  Environmental fate and behaviour

 

The proposed label change is as follows: At present, the application timing in wheat is from appearance of flag leaf to beginning of flowering. The applicant proposes to change this from end of tillering to beginning of flowering.  (In BBCH codes: first application changes from BBCH 32 to BBCH 29). This implies that the first application could be about 2 weeks earlier than according to the current GAP. First application takes place in April/May. This change has no consequences for the environmental risk assessment.

 

Conclusion: the application for label change complies with the environmental standards as laid down in the RGB.

 

 

7.                  Ecotoxicology

 

The proposed label change is as follows: At present, the application timing in wheat is from appearance of flag leaf to beginning of flowering. The applicant proposes to change this from end of tillering to beginning of flowering.  (In BBCH codes: first application changes from BBCH 32 to BBCH 29). This implies that the first application could be about 2 weeks earlier than according to the current GAP. First application takes place in April/May. This change has no consequences for the environmental risk assessment.

 

Conclusion: the application for label change complies with the environmental standards as laid down in the RGB.

 

 

8.                  Efficacy

 

No data was submitted. At present, the application timing in wheat is from appearance of flag leaf to beginning of flowering. This changes from end of tillering to beginning of flowering. It is assumed that this change will not affect efficacy since comparable products already have a similar timing.

 

 

9.                  Conclusion

 

The product complies with the Uniform Principles.

 

The evaluation is in accordance with the Uniform Principles laid down in appendix VI of Directive 91/414/EEC. The evaluation has been carried out on basis of a dossier that meets the criteria of appendix III of the Directive.

 

 

10.      Classification and labelling

Classification and labelling do not change.


Appendix 1      Table of authorised uses

 

Crop and/

or situation

 

 

Member

State

or

Country

Product

name

F

G

or

I

Pests or

Group of pests

controlled

 

 

Formulation

 

Application

 

Application rate          per treatment

PHI

(days)

 

Remarks:

 

(a)

 

 

 

(b)

 

(c)

Type

 

(d-f)

Conc.

of as /l

(i)

method

kind

(f-h)

growth

stage & season

(j)

number

min   max

(k)

interval between applications (min)

kg as/hL

 

min   max

water L/ha

 

min   max

kg as/ha


max

L/ha

(product)
max

 

(l)

m)

 

wheat

NL

BAS 481 08F

F

Cereal pathogens

SE

334

SP

29-61,

April-June

 

1



 

na

 

0.167 – 0.3340

200-400

0.500

=0.125
(Epoxi)

+0.375
(FPM)

1.5

42

 

 

barley

NL

BAS 481 08F

F

Cereal pathogens

SE

334

SP

29-61,
 April-June

 

1-2



 

21-42

 

0.167 – 0.3340

200-400

0.500

=0.125
(Epoxi)

+0.375
(FPM)

1.5

42

 

 

 rye

NL

BAS 481 08F

F

Cereal pathogens

SE

334

SP

29-69, April-June

 

1-2



 

21-42

 

0.167 – 0.3340

200-400

0.500

=0.125
(Epoxi)

+0.375
(FPM)

1.5

42

 

 

Leek

NL

BAS 481 08F

F

Puccinia allii

SE

334

SP

39-49

 

2

 

14

 

0.167 – 0.3340

200-400

0.500

=0.125
(Epoxi)

+0.375
(FPM)

1.5

14

 

Sugarbeet and red beets

NL

BAS 481 08F

F

Sugar beet pathogens

SE

334

SP

39-49, July-Sept

 

1-2

 

21-42

 

0.083

-

0.167

200-400

0.334

=0.084
(Epoxi)

+0.250
(FPM)

1

14

 

Sugarbeets

BE, FR, GR, LU

BAS 481 08F

F

Sugar beet pathogens

SE

334

SP

39-49, July-Sept.

1-2

 

21-42

 

 

 

 

1

 

 

(a)  For crops, the EU and Codex classifications (both) should be used; where                          (h)  Kind, e.g. overall, broadcast, aerial spraying, row, individual plant, between the plant - type of

      relevant, the use situation should be described (e.g. fumigation of a structure)                          equipment used must be indicated

(b) Outdoor or field use (F), glasshouse application (G) or indoor application (I)                         (i)   g/kg or g/l

(c) e.g. biting and suckling insects, soil born insects, foliar fungi, weeds                                   (j)   Growth stage at last treatment (BBCH Monograph, Growth Stages of Plants,  1997, Blackwell,

(d) e.g. wettable powder (WP), emulsifiable concentrate (EC), granule (GR)                                    ISBN 3-8263-3152-4), including where relevant, information on season at time of application

 

(e) GCPF Codes - GIFAP Technical Monograph No 2, 1989                                                          (k)   Indicate the minimum and maximum number of application possible under practical conditions of

                                                                                                                                                                    use

(f) All abbreviations used must be explained                                                                               (l)    PHI - minimum pre-harvest interval

(g) Method, e.g. high volume spraying, low volume spraying, spreading, dusting,                      (m)  Remarks may include: Extent of use/economic importance/restrictions

      drench


Appendix 2  Reference list

 

No data were submitted.