Toelatingsnummer 7774 N

     

 

Decis  

 

7774 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

gelet op artikel 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

Bijlage I bij het besluit tot toelating van het middel Decis onder nr. 7774 N d.d 5 maart 1990, laatstelijk gewijzigd 31 januari 2000, wordt op gronden als in bijlage II dezes vermeld, met ingang van hedenvervangen door bijlage I dezes.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 21 juni 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(secretaris/directeur)

 

 

Aan:

Aventis CropScience Benelux B.V.

Logistiekweg 18
4906 AB  OOSTERHOUT NB

 

 


 


HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel Decis, toelatingsnummer 7774 N

 

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

voeg na dit commentaar de tekst voor het WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT inToegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel

 

a.   in de teelt van appels en peren, kersen en pruimen;

b.   in de teelt van rode bessen, zwarte bessen, kruisbessen en druiven;

c.   in de teelt van aardbeien, bramen en frambozen;

d.        in de teelt van aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloe­nen, paprika's en tomaten;

e.        in de teelt van sla (met uitzondering van veldsla), kropandijvie, knolvenkel, rammenas, radijs, koolraap, comsumptieraap, spruitkool, rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, chinese kool, bloemkool, broccoli, koolrabi, boerenkool, uien, sjalotten, prei, erwten, veldbonen, landbouwstambonen, aardappelen, granen, suiker- en voederbieten, blauwmaanzaad, vlas, bladrammenas, bladkool, stoppelknollen, koolzaad en karwij;

f.          in de teelt van asperges, mits toegepast na het steken;

g.   in de teelt van eetbare paddestoelen;

h.   in de teelt van bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewas­sen en vaste planten;

i.     in de teet van bloembolgewassen en bolbloemgewassen;

j.     in de teelt van graszaad en graszoden alsmede in weiland en sportvel­den met dien   verstande dat:

     1.  in de graszaadteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid                   ten behoeve van voederdoeleinden;

2.   weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid;

k.    in de bosbouw ter behandeling van jonge aanplantingen van naaldhout in het eerste of het tweede jaar na planten en mits toegepast op de in de gebruiksaanwijzing aangegeven manier.

 

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

2 dagen voor eetbare paddestoelen;

3 dagen voor aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloenen, paprika's en tomaten;

4 dagen voor aardbeien;

1 week voor de overige consumptiegewassen uitgezonderd kropsla, ijsbergsla en kropandijvie;

2 weken voor sla (met uitzondering van veldsla) en kropandijvie.

4 weken voor granen.

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

voeg na dit commentaar de tekst voor de GEBRUIKSAANWIJZING inAttentie:

Het middel is zeer giftig voor vissen en andere waterorganismen, derhalve het middel zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terecht kan komen.

 

Gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

 


Het middel werkt niet systemisch, heeft geen dampwerking en dringt niet in het blad door; wel penetreert het in de waslaag. De nawerking op plantenmateriaal is lang. Het middel werkt vooral tegen rupsen, doch is daarnaast werkzaam tegen vele andere insecten en bezit nevenwerking tegen bladluizen voorzover deze goed met het middel in aanraking komen. Bij een specifieke luisaantasting dient hiervoor een speciaal bladluisbestrijdingsmiddel te worden toegepast.

 

                                                                Toepassingen

 

Appels en peren

 

Vóór de bloei, ter bestrijding van rupsen van de wintervlinder, vruchtblad­roller, heggebladroller, voorjaarsuil, spinselmot en wants; nevenwerking tegen bladluis (appelgrasluis en rose appelluis).

 

Zodra de bladluizen een sterke krulling van het blad veroorzaken, is menging met een bladluismiddel noodzakelijk

 

Kort nà de bloei, ter bestrijding van dan nog voorkomende rupsen, alsmede wants, perebladvlo en bladluis (zie voor luisopmerking bij vóór de bloei bespuiting). Met deze bespuiting wordt ook de 1e generatie van de bladmineerder bestreden.

 

Half juni, ter bestrijding van perebladvlo, rupsen van de 1e generatie vruchtbladroller, fruitmot, bladmineerders, appelglasvlinder en appelvouw­mijnmot; nevenwerking tegen bladluis (groene appeltakluis).

Door de lange werkingsduur kan voor de bestrijding van de 1e generatie van de bladmineerder worden volstaan met één bespuiting.

 

In juli en augustus, ter bestrijding van perebladvlo, rupsen van de 2e generatie van vruchtbladroller, bladmineerders, appelglasvlinder en appel­vouwmijnmot; nevenwerking tegen bladluis (groene appeltakluis).

Omdat Decis niet in het blad doordringt moet het worden toegepast  voordat de eerste eieren van de bladmineerder uitkomen.

Dosering:0,02% (20 ml per 100 liter water).

 

Bij gebruik van nevelapparatuur dient de concentratie zodanig te worden verhoogd dat dezelfde hoeveelheid per ha wordt toegepast.

 

Appels en peren, tegen gevlekte lapsnuitkever.

Wanneer begin april de kever wordt waargenomen -of het beschadigingsbeeld van afgevreten bast, blad en knoppen wordt geconstateerd- enkele bespuitin­gen uitvoeren. Hierbij stam en takken goed raken.

Dosering:0,02% (20 ml per 100 liter water).

 

Druiven, kersen en pruimen, ter bestrijding van diverse rupsensoorten, waaronder mineerrupsen.

Dosering:0,02% (20 ml per 100 liter water).

 

Rode bessen, zwarte bessen en kruisbessen, ter bestrijding van rupsen van de bonte-bessenvlinder, bladrollers en de bastaardrups van de besseblad­wesp: toepassing kort voor de bloei en na de bloei als de eispiegels uitkomen; wantsen: toepassing bij het verschijnen van de larven.

Dosering:0,02% (20 ml per 100 liter water).

 

Het is vrijwel zeker dat bij het juiste bestrijdingsmoment van deze insecten sommige bessen in bloei staan. Dat betekent dat een bespuiting vóór de bloei mogelijk te vroeg is en direct na de bloei herhaald moet worden.

 

Aardbeien, ter bestrijding van aardbeibloesemkever, trips en rupsen.

Dosering,0,02% (20 ml per 100 liter water).

 

Bramen en frambozen, ter bestrijding van aardbeibloesemkever en frambozeke­ver;

één keer spuiten 10 à 14 dagen vóór de bloei en/of één keer spuiten kort vóór de bloei gevolgd door een keer spuiten vlak na de bloei;

rupsen (o.a. bladroller): toepassing vóór de bloei en eventueel eerste generatie vruchtbladroller (ħ half juni);

wantsen: vóór de bloei bij het uitkomen van de eieren.

Dosering:0,02% (20 ml per 100 liter water).

 

Aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloenen, paprika's en tomaten, ter bestrijding van rupsen, bladroller, witte vlieg, mineervlieg en trips; nevenwerking tegen bladluis.

Dosering:0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m² bij gebruik van een
straalmotorspuit.

 

De behandeling enige malen herhalen met een interval van plm. 7 dagen.

 

Sla (met uitzondering van veldsla) en kropandijvie, ter bestrijding van rupsen.

Dosering:0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m² bij gebruik van een
straalmotorspuit.

 

Knolvenkel, ter bestrijding van rupsen en mineervlieg.

Dosering:300 ml per ha.

 

Rammenas (rettich), radijs, koolraap en consumptieraap, ter bestrijding  van rupsen en trips; nevenwerking tegen bladluis.

Spuiten zodra aantasting optreedt.

Dosering:300 ml per ha.

 

Spruitkool, rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, chinese kool, bloemkool, broccoli, koolrabi en boerenkool, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers; nevenwerking tegen bladluis en bij spruitkool ook tegen de late koolvlieg.

Spuiten zodra eerste vreterij zichtbaar wordt.

Ter bestrijding  van koolgalmug het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet.
De bespuiting zonodig herhalen.

Dosering:300 ml per ha.

 

N.B.: Voor een afdoende bestrijding van bladluis (melige koolluis, perzikbladluis) is menging met een specifiek bladluismiddel noodzakelijk.

 

Prei, uien en sjalotten, ter bestrijding van preimot, trips en mineervlieg.

Dosering:300 ml per ha.

 

Erwten en veldbonen, ter bestrijding van de bladrandkever.

Zodra vreterij van de bladrandkever aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.

Dosering:0,3 liter per ha.

 


Erwten, ter bestrijding van trips en erwtepeulboorder
Dosering: 300 ml per ha.

 

Landbouwstambonen ter bestrijding van trips.

Dosering:300 ml per ha.

 

Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van trips en rupsen

Dosering:300 ml per ha.

 

De bestrijding van trips kan het beste worden uitgevoerd wanneer de tripsen op de jonge plantjes worden waargenomen.

 

Rupsen die in de maand augustus hier en daar worden aangetroffen kunnen soms een aanzienlijke hoeveelheid blad wegvreten. De schade valt doorgaans mee. In een enkel geval kan bestrijding gewenst zijn.

 

Vlas, blauwmaanzaad, ter bestrijding van trips.

Dosering:300 ml per ha.

 

Bladrammenas, bladkool en stoppelknollen, ter bestrijding van rupsen.

Dosering:300 ml per ha.

 

Asperges, tegen aspergekever en aspergevlieg.

 

-    in 1- en 2-jarige velden:

     Zodra de stengels boven de grond komen;

 

-    in productievelden:

     Direct na de oogst. De behandeling desgewenst herhalen.

Dosering:300 ml per ha.

 

Koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadglanskever.

Zodra voor de bloei van het gewas gemiddeld 3-5 glanskevers per plant aanwezig zijn een behandeling uitvoeren.

Als het gewas bloeit is een bestrijding niet zinvol meer.

Dosering:0,2 liter per ha.

 

Koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadsnuitkever.

Vanaf het moment dat de eerste hauwen gevormd zijn een behandeling uitvoe­ren zodra gemiddeld per plant 1 of meer snuitkevers aanwezig zijn.

Nadat alle hauwen zijn gevormd, is een bestrijding niet zinvol meer.

Dosering:0,2 liter per ha.

 

Karwij, ter bestrijding van de karwijmot.

Zodra de eerste rupsjes zich in de schermen inspinnen een behandeling uitvoeren.

Dosering:0,2 liter per ha. Champignonteelt, ter bestrijding van champignonvliegen en -muggen.

 

Spuitbehandeling

Dosering:30 ml in 50-100 liter water per 100 m² teeltoppervlak.

                 Hiervan ongeveer twee-derde gedeelte op de bedden en een-derde gedeelte voor de rest van de cel (vloer, plafond, bekisting en muren).

 

Het is aan te bevelen het middel op de bedden onder lage druk en in de rest van de cel onder hoge druk toe te passen.

 

Tijdstip van toepassing: Na het afdekken tot en met de oogst met inachtname van de
 veiligheidstermijn.

 

Ruimtebehandeling: met straalmotorspuit of elektrische verdampers.

Dosering:3 ml per 100 m3 celinhoud.

 

Toelichting:

Tijdens de behandeling en enige tijd daarna moeten de champignons droog blijven. Vanaf het moment van behandeling de ventilatie en circulatie gedurende 1 uur stopzetten en de verlichting inschakelen.

 

Aardappelen, ter bestrijding van larven van de Coloradokever

Dosering: 300 ml per ha.

 

Pootaardappelen, ter bestrijding van virusoverdracht (o.a. bladrolvirus) door bladluizen.

Toepassen zodra 90% van de planten is opgekomen.

De behandeling 14 dagen later herhalen.

Dosering: 400 ml per ha.

 

Pootaardappelen, ter bestrijding van overdracht door bladluizen van het Yn-virus.

Wekelijks toepassen vanaf de opkomst van het gewas tot één week voor de rooidatum.

Dosering: 0,2 liter per ha in combinatie met minerale olie.
Voor de dosering van de minerale olie raadplegen men de publicaties van o.a. de D.L.V.
Het middel dus uitsluitend toepassen in combinatie met minerale olie.

 

Consumptie- en fabrieksaardappelen, ter bestrijding van bladluizen ter voorkoming van zuigschade.

Een behandeling uitvoeren wanneer gemiddeld meer dan 50 bladluizen per samengesteld blad voorkomen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Granen, ter bestrijding van bladluizen

Een bespuiting uitvoeren als tenminste 70% van de halmen met bladluizen is bezet.
Een gecombineerde bestrijding van bladluizen en afrijpingsziekten is verantwoord wanneer bij begin bloei tenminste 30% van de halmen met bladluizen is bezet.

Dosering: 0,25 liter per ha.

 

Bloemisterijgewassen, ter bestrijding van rupsen, bladrollers, mineervlieg, trips en witte vlieg; nevenwerking tegen bladluis.

Dosering:0,05% (50 ml per 100 liter water) of 100 ml per 1000 m² bij gebruik van een
straalmotorspuit.

 

Behandeling enige malen herhalen met een interval van 5-7 dagen.

 

Voor de bestrijding van de zgn. Floridarups (Spodoptera exigua) is een dosering van 50-100 ml Decis per 100 liter water, of 150-200 ml per 1000 m² bij gebruik van een straalmotorspuit noodzakelijk.

De eerste behandeling uitvoeren in de hoogst aangegeven dosering, zeker als er grote rupsen aanwezig zijn; de volgende behandelingen eventueel in een lagere dosering uitvoeren.

De behandeling om de 5-10 dagen herhalen, in totaal tenminste 6 behandelingen uitvoeren.

 


Voor de bestrijding van dop- en schildluizen:

Dosering:0,05-0,1% (50 -100 ml per 100 liter water).

                 In het algemeen zal de laagste dosering voldoende zijn. Bij een zware aantasting                              is de hogere dosering aan te bevelen.

 

Boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van diverse rupsen (o.a. van spinselmotten, bastaardsatijnvlinder, bladroller), trips, bladmineer­der, eiketopgalmug, dennelotrups.

Dosering:0,02% (20 ml per 100 liter water).

                

Spuiten zodra aantasting optreedt. Bij rupsen van de bastaardsatijnvlinder eventueel ook spuiten in de nazomer voordat de rupsen zich inspinnen.

 

Gladiolen, ter bestrijding van trips (gewasbespuiting).

Dosering:300 ml per ha.

 

Tulp en hyacint, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen
Het middel vanaf de eerste week van mei wekelijks toepassen. Bij tulpen bespuiting voortzetten tot de tweede en derde week van juni en bij hyacinten tot één week voor het oogsten.

Dosering: 400 ml per ha.

 

Lelies, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen

Het middel vanaf de eerste week van mei toepassen; in mei, juni en juli wekelijks toepassen; in augustus/september om de 10 dagen.

Dosering: 400 ml per ha.

 

Gecombineerd toepassen met minerale olie kan het effect verbeteren.

Voor de dosering van minerale olie raadpleegt men de voorlichting.

 

Graszaadteelt, graszodenteelt en in weiland, ter bestrijding van larven van de rouwvlieg.

Bij voorkeur spuiten met veel water; regen kort na de toepassing heeft een gunstig effect op de bestrijding. De bestrijding dient in de herfst te worden uitgevoerd. Om de kans op contact van het middel met de larven te vergroten, verdient het aanbeveling weiland eerst te slepen en geen drijfmest kort voor de bespuiting aan te brengen.

 

N.B. : Het middel heeft geen effect op emelten.

Dosering:0,3 liter per ha.

 

Graszaadteelt van veldbeemd, ter bestrijding van de graszaadgalmug.

De 1e bespuiting dient circa één week na begin eiafzetting te worden uitge­voerd; op overjarige percelen dient de bepuiting na 14 dagen te worden herhaald.

Op 1e jaars percelen kan met één bespuiting worden volstaan, na verwijde­ring van de dekvrucht.

Dosering:0,5 liter per ha.

 


Bosbouw, tegen dennesnuitkever (Hylobius abietis)

Ter voorkoming van aantasting na het uitplanten op iedere plant afzonderlijk een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 2% (2 liter per 100 liter water).

 

 

 

Wageningen, 21 juni 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(secretaris/directeur)

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van de toelating voor het middel Decis, toelatingsnummer 7774 N

 

 

Het betreft een aanvraag tot wijziging van de toelating voor het middel Decis
(20020334 WGGAG), een middel op basis van de werkzame stof deltamethrin. Dit middel is toegelaten als insektenbestrijdingsmiddel in de teelt van diverse land- en tuinbouwgewassen.

 

 

Motivatie van het besluit

 

Wijziging omschrijving toepassing in sla

De toelatinghouder van het bovengenoemde middel heeft een aanvraag ingediend tot wijziging van het wettelijk gebruiksvoorschrift en de gebruiksaanwijzing van het middel. Het gaat om de extrapolatie van de toelating in krop- en ijsbergsla naar andere sla-soorten, met uitzondering van veldsla.

 

Dit betreft een mineure wijziging

 

Wijziging term “stambonen”

In het WGGA wordt de toepassing op stambonen vervangen door de toepassing op landbouwstambonen.

Ten behoeve van een uniforme systematiek in de toelatingsbeschikkingen wordt bij de benoeming van de teelten uitgegaan van een standaardlijst (de zogenaamde SOT-lijst (Standaard Opbouw Toelatingsbesluiten). Deze lijst is opgenomen in versie 0.2 van het HTB. Hierin wordt onder 1.6 de term Landbouwstambonen gehanteerd. Teneinde hierbij aan te sluiten wordt de meer term stambonen vervangen door de term landbouwstambonen.

 

Het College besluit de aanvraag te honoreren.

 

Besluit

Het College besluit de toelating van het middel Decis te wijzigen. In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift wordt de toepassing in krop- en ijsbergsla gewijzigd in de toepassing in sla (met uitzondering van veldsla).

De toepassing op stambonen wordt gewijzigd in de toepassing op landbouwstambonen.

 

 

 

Wageningen, 21 juni 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(secretaris/directeur)