Toelatingsnummer 9635 N

Nemasol  

 

9635 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING AMBTSHALVE

 

Ambtshalve wijziging van de toelating van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof metam-natrium

 

Nemasol

 

gelet op artikel 41, vierde lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

1.         De toelating van het middel Nemasol wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen. Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

2.         De toelating geldt tot 31 december 2014.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.

 

1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikelen 9.2.3.1 en 9.2.3.2 van de Wet milieubeheer en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: vloeistof

 

werkzame stof:

gehalte:

metam-natrium

510 g/l

 

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):  

-

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

C

Bijtend

N

Milieugevaarlijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

R20/22            -Schadelijk bij inademing en opname door de mond.

R31                 -Vormt vergiftige gassen in contact met zuren.

R34                 -Veroorzaakt brandwonden.

R40                 -Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten.

R43                 -Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

R50/53            -Zeer vergiftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

S23c               -Damp niet inademen.

S26/28-NL      -Bij aanraking met de ogen of de huid onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

S36/37/39b     -Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

S45                 -Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

S60                 -Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren. (Deze zin hoeft niet te worden vermeld op het etiket indien u deelneemt aan het verpakkingenconvenant, en op het etiket het STORL-vignet voert, en ingevolge dit convenant de toepasselijke zin uit de volgende verwijderingszinnen op het etiket vermeldt:

Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.

Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.

Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.)

S61                 -Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

 

Specifieke vermeldingen:

 

DPD01            -Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

1)    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

§         letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

§         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

§         bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.8.

 

1.5 Aflever- en opgebruiktermijn

n.v.t.

 

 

2 DETAILS VAN DE TOELATING EN DE WIJZIGING

 

2.1 Wijziging toelating

Tengevolge van de niet-opneming van metam-natrium in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt de toelating van het middel Nemasol ingetrokken.

Nederland kan echter voor metam-natrium voor de toepassing in aardappelen (poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen), suiker- en voederbieten, uien, groenten, aardbeien, boomgaarden (heraanplant), sierplanten (inclusief het kweken van bollen), knolcyperus in alle gewassen een “essentieel gebruik” honoreren tot uiterlijk 31 december 2014.

Dit betekent dat de toelating van het middel Nemasol voor alle toepassingen van kracht blijft.

 

Een Aflever- en opgebruiktermijn hoeft niet te worden vastgesteld omdat het gebruiksvoorschrift en toepassingsgebied niet wijzigt.

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

Op 13 juli 2009 is EU beschikking 2009/562/EG van de Raad van kracht geworden betreffende de niet-opneming van metam-natrium in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen o.b.v deze stof op uiterlijk 13 januari 2010.

 

2.3 Karakterisering van het middel

n.v.t.

 

 

3  RISICOBEOORDELINGEN

 

In het kader van het project herbeoordeling art. 122 (25d) is een reguliere risicobeoordeling opgesteld.

 


3.1  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het ongewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel Nemasol op basis van de werkzame stof metam-natrium voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Er zijn geen omstandigheden bekend die het Ctgb thans tot een ander oordeel moeten brengen.

 

4 AFLEVER- EN/OF OPGEBRUIKTERMIJN 

n.v.t.

 

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 6 november 2009

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,





dr. D. K. J. Tommel

voorzitter

 

 

 

Aan:

Taminco N.V.

Panterschipstraat 207
B-9000 GENT

BELGIË

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 6 november 2009 tot wijziging van de toelating van het middel Nemasol, toelatingnummer 9635 N

 

A.
WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik

I.

Als grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes ten behoeve van de teelt in de vollegrond van:

 

a.

consumptie-aardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, met dien verstande dat toepassing in een kalenderjaar waarin op de betreffende grond aardappelen worden geteeld niet mag geschieden voor de aanvang van die teelt;

 

b.

suikerbieten en voederbieten;

 

c.

aardbeien;

 

d.

zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers en sjalotten;

 

e.

vaste planten.

 

 

 

II.

Als grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes en schimmels ten behoeve van de teelt in de vollegrond van:

 

a.

groenten;

 

b.

bloembollen en bolbloemen;

 

c.

bloemisterijgewassen;

 

d.

boomkwekerijgewassen.

 

 

 

III.

Als grondontsmettingsmiddel in de vollegrond ter bestrijding van knolcyperus.

 

 

IV.

Als grondontsmettingsmiddel ten behoeve van de herinplant van boomgaarden.

Bij de onder I t/m IV genoemde toepassingen is gebruik in de vollegrond slechts toegestaan in de periode van 16 maart tot en met 15 november, tenzij de toepassing geschiedt ten behoeve van een op die toepassing direct volgende teelt van boomkwekerijgewassen, lelies, gladiolen, Canna, Eremurus, Liatris, Montbretia, Nerine, Paeonia, Ranunculus, Trigidia of een herinplant van boomgaarden.

 

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

 

Middelen op basis van metam-natrium mogen met ingang van 1 januari 2006 slechts eenmaal in een periode van 5 jaren op hetzelfde perceel of perceelgedeelte worden toegepast.

 

De doseringen zoals aangegeven onder ‘B. GEBRUIKSAANWIJZING’ mogen niet worden overschreden.

 

I.

Toepassing in de vollegrond

Het middel alleen toepassen met daartoe bestemde injectie-apparatuur.

De injectie-apparatuur moet voorzien zijn van lekvrije doppen, b.v. roestvrijstalen antidrup-doppen of een systeem t.b.v. onderzoeksdoeleinden dat het nadruppen van de spuitdoppen voorkomt door middel van het met perslucht doorblazen van vloeistofleidingen voor het lichten van de scharen (bijv. systeem ”Hartenhof”). De apparatuur laden met een lekvrij systeem (onder- of overdrukpomp). Bij het begin van een werkgang dienen eerst de injectiedoppen in de grond geplaats te worden; pas daaarna mag de afgifte worden ingeschakeld.
Het middel op tenminste 10 cm diepte inbrengen.

De afgifte dient tenminste 1 meter voordat de injectiedoppen uit de grond worden gelicht, gestopt te worden.

Na injectie van het middel de grond onmiddellijk aanrollen.

Tijdens alle werkzaamheden ten behoeve van de grondontsmetting en het uitvoeren van de eerste grondbewerking na ontsmetting waarbij huidcontact met het middel kan optreden, doelmatige huidbeschermende kleding, handschoenen met lange schachten en rubberen laarzen dragen.
Verontreinigde kledingstukken onmiddellijk uittrekken.
Handschoenen en laarzen die in contact zijn geweest met het middel altijd direct met veel water wassen.
Handschoenen buiten de cabine opbergen.

Bij het gereedmaken van de toedieningsapparatuur, het verhelpen van storingen en het inwendig schoonmaken van de apparatuur een volgelaatsmasker dragen met B2-P3-filter, bij voorkeur voorzien van een aanblaaseenheid. Het filter tijdig maar niet later dan 1 maand na ingebruikname vervangen. Indien het filter als gevolg van een calamiteit aan hoge concentraties van het middel in de lucht heeft blootgestaan, deze dan direct vervangen.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Algemeen

Grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes, schimmels en knolcyperus. De grond moet voor of tijdens de behandeling zaai- of plantklaar worden gemaakt en moet dus de daarvoor geschikte vochtigheid bezitten; ze moet echter vooral niet te nat zijn.
Het middel bij voorkeur toepassen bij een bodemtemperatuur (gemeten op 15 cm diepte) tussen ongeveer 7 en 16 ºC. Hoe lager de bodemtemperatuur des te langer het middel in de grond aanwezig blijft en des te groter de kans op schade door het middel is. Voor toepassing in de vollegrond geldt een ‘gesloten-periode’, waarin geen grondontsmetting mag worden uitgevoerd.
Het middel onverdund toepassen.
De grond na de behandeling 1 tot 3 weken ongestoord laten liggen. Om resten van het middel sneller te laten verdwijnen de grond vervolgens los maken.
Alvorens te planten of te zaaien na de besmetting een wachtperiode in acht nemen van 3 tot
6 weken.
Onder ongunstige omstandigheden (b.v. hoog vochtgehalte van de grond, lage temperatuur, sterk absorberende grondsoort) kan deze periode veel langer zijn. In die situatie verdient het aanbeveling het einde van de wachtperiode vast te stellen met behulp van de tuinkerstest.

Toepassingen

Consumptie-aardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, ter bestrijding van aardappelcysteaaltjes (Globodera rostochiensis, Globodera pallida), wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp), stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) en wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans).
Dosering: 300 liter per ha

Suikerbieten en voederbieten, ter bestrijding van bietecysteaaltjes (wit bietecysteaaltje Heterodera schachtii en geel bietecysteaaltje Heterodera trifolii f.sp. betae), wortelknobbelaaltjes (Meloidogny spp), stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) en vrijlevende wortelaaltjes (Tri
chodoridae).
Dosering: 300 liter per ha.


Aardbeien in de vollegrond
, ter bestrijding van wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) ter voorkoming van zwart wortelrot.
Dosering: 6-7,5 liter per are.

 

Groenteteelt in de vollegrond, ter bestrijding van wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae), wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp), peenmoeheid en zgn. sigaartjes (veroorzaakt door vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae), bij schorseneren.
Dosering: 6-7,5 liter per are.

Zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers en sjalotten, ter bestrijding van wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp), stengelaaltjes (kroef) (Ditylenchus dipsaci), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae), en wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans)

Dosering: 300 liter per ha.

 

Vaste planten in de vollegrond, ter bestrijding van door wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) veroorzaakt wortelrot bij Convallaria, Dianthus barbatus, Doronicum, Iberis, Pyrethrum, Trollius en Viola.

Dosering: 6-7,5 liter per are

 

Bloembollenteelt en bolbloementeelt, ter bestrijding van schimmels, wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) ten behoeve van de teelt van onder andere hyacint, tulp, iris, gladiool, lelies en krokus ter voorkoming van wortelrot en virusoverbrenging.

Bij het zgn. ‘van de wortel gaan’ bij hyacinten en irissen is in aansluiting op de grondontsmetting een aanvullende behandeling met formaline nodig volgens het hiervoor geldende advies. De bollen dienen vóór het planten op de gebruikelijke wijze te worden ontsmet.

Dosering: 6-7,5 liter per are

                 Voor de bestrijding van droogrot (Stromatinia) bij kleinbloemige gladiolen 10 liter         per are, en bij grootbloemige gladiolen 7,5 liter per are toepassen.

 

Bloemisterijgewassen in de vollegrond, ter bestrijding van wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) en enkele door schimmels veroorzaakte bodemziekten en omvalziekte bij kiemplanten (o.a. Pythium).
Dosering: 6-7,5 liter per are

 

Boomkwekerijgewassen in de vollegrond, ter bestrijding van door wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en andere vrijlevende aaltjes (Trichodoridae) en/of schimmels veroorzaakte ziekteverschijnselen als ‘bodemmoeheid’ en omvalziekten op zaaibedden.

Dosering: 6-7,5 liter per are.

 

Bestrijding van knolcyperus

Toepassen als grondontsmettingsmiddel, dus op dezelfde wijze als voor bestrijding van aaltjes en schimmels is aangegeven.

Dosering: 7 liter per are.

 

Aanvullende bestrijding (pleksgewijs) met een daartoe geschikt onkruidbestrijdingsmiddel zal veelal noodzakelijk zijn.

 

Herinplant van boomgaarden, ter bestrijding van bodemmoeheid veroorzaakt door wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans), al of niet samen met schimmels.
Dosering: 6-7,5 liter per are.

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 7 november 2009 tot wijziging van de toelating van het middel Nemasol, toelatingnummer 9635 N

 

Het betreft een beschikking van de Europese Commissie om de stof metam-natrium niet op te nemen als werkzame stof in Annex I bij Richtlijn 91/414/EEG.

 

Het middel Nemasol is nu uitsluitend toegestaan:

I.

Als grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes ten behoeve van de teelt in de vollegrond van:

 

a.

consumptie-aardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, met dien verstande dat toepassing in een kalenderjaar waarin op de betreffende grond aardappelen worden geteeld niet mag geschieden voor de aanvang van die teelt;

 

b.

suikerbieten en voederbieten;

 

c.

aardbeien;

 

d.

zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers en sjalotten;

 

e.

vaste planten.

 

 

 

II.

Als grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes en schimmels ten behoeve van de teelt in de vollegrond van:

 

a.

groenten;

 

b.

bloembollen en bolbloemen;

 

c.

bloemisterijgewassen;

 

d.

boomkwekerijgewassen.

 

 

 

III.

Als grondontsmettingsmiddel in de vollegrond ter bestrijding van knolcyperus.

 

 

IV.

Als grondontsmettingsmiddel ten behoeve van de herinplant van boomgaarden.

Bij de onder I t/m IV genoemde toepassingen is gebruik in de vollegrond slechts toegestaan in de periode van 16 maart tot en met 15 november, tenzij de toepassing geschiedt ten behoeve van een op die toepassing direct volgende teelt van boomkwekerijgewassen, lelies, gladiolen, Canna, Eremurus, Liatris, Montbretia, Nerine, Paeonia, Ranunculus, Trigidia of een herinplant van boomgaarden.

 

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

 

Middelen op basis van metam-natrium mogen met ingang van 1 januari 2006 slechts eenmaal in een periode van 5 jaren op hetzelfde perceel of perceelgedeelte worden toegepast.

 

De doseringen zoals aangegeven onder ‘B. GEBRUIKSAANWIJZING’ mogen niet worden overschreden.

 

I.

Toepassing in de vollegrond

Het middel alleen toepassen met daartoe bestemde injectie-apparatuur.

De injectie-apparatuur moet voorzien zijn van lekvrije doppen, b.v. roestvrijstalen antidrup-doppen of een systeem t.b.v. onderzoeksdoeleinden dat het nadruppen van de spuitdoppen voorkomt door middel van het met perslucht doorblazen van vloeistofleidingen voor het lichten van de scharen (bijv. systeem ”Hartenhof”). De apparatuur laden met een lekvrij systeem (onder- of overdrukpomp). Bij het begin van een werkgang dienen eerst de injectiedoppen in de grond geplaats te worden; pas daaarna mag de afgifte worden ingeschakeld.
Het middel op tenminste 10 cm diepte inbrengen.

De afgifte dient tenminste 1 meter voordat de injectiedoppen uit de grond worden gelicht, gestopt te worden.

Na injectie van het middel de grond onmiddellijk aanrollen.

Tijdens alle werkzaamheden ten behoeve van de grondontsmetting en het uitvoeren van de eerste grondbewerking na ontsmetting waarbij huidcontact met het middel kan optreden, doelmatige huidbeschermende kleding, handschoenen met lange schachten en rubberen laarzen dragen.
Verontreinigde kledingstukken onmiddellijk uittrekken.
Handschoenen en laarzen die in contact zijn geweest met het middel altijd direct met veel water wassen.
Handschoenen buiten de cabine opbergen.

Bij het gereedmaken van de toedieningsapparatuur, het verhelpen van storingen en het inwendig schoonmaken van de apparatuur een volgelaatsmasker dragen met B2-P3-filter, bij voorkeur voorzien van een aanblaaseenheid. Het filter tijdig maar niet later dan 1 maand na ingebruikname vervangen. Indien het filter als gevolg van een calamiteit aan hoge concentraties van het middel in de lucht heeft blootgestaan, deze dan direct vervangen.

 

Essentieel gebruik

 

Nederland kan voor de werkzame stof metam-natrium “essentieel gebruik” honoreren voor de toepassing in aardappelen (poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen), suiker- en voederbieten, uien, groenten, aardbeien, boomgaarden (heraanplant), sierplanten (inclusief het kweken van bollen), knolcyperus in alle gewassen.

 

Dit betekent dat de toelating van het middel Nemasol voor alle toepassingen van kracht blijft.

 

Dit geldt echter op voorwaarde dat:

 

Uiterlijk 31 december van elk jaar informeert de betrokken lidstaat de Commissie welke maatregelen in dit kader genomen zijn.

 

 

Besluit

 

·     Het College besluit voor de toelating van het middel Nemasol het “essentieel gebruik” conform de in de beschikking van de Europese Raad aangegeven toepassingen te honoreren tot
31 december 2014.

·     De toelating van het middel Nemasol (9635 N) blijft van kracht voor alle toepassingen.