MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Toelatingsnummer 11407 N

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
in overeenstemming met
DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER en
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID,

gelet op artikel 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 228),

BESLUIT:

Enig artikel

Het besluit tot toelating van het middel OPUS TEAM onder nr. 11407 N d.d. 7 april 1994 wordt met ingang van datum dezes gewijzigd als volgt:

Aan het gestelde onder § IV.2 wordt toegevoegd:

e. Bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding: W.1.

De Bijlage 1 van bovengenoemd besluit wordt met ingang van heden vervangen door Bijlage 1 dezes.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Als een bezwaarschrift wordt ingediend, moet dit binnen 6 weken na dagtekening van dit besluit worden verzonden naar: Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, t.a.v. het Bureau bezwaarschriften en geschillen, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage.

Wageningen, 3 november 1995

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

Aan:

BASF NEDERLAND B.V.
KADESTRAAT 1
6811 CA ARNHEM

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE I bij het toelatingsbesluit van het middel OPUS TEAM,

toelatingsnummer 11407 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel d.m.v. een gewasbehandeling:

a. in de teelt van wintertarwe en zomertarwe;

b. in de teelt van wintergerst en zomergerst;

c. in de teelt van winterrogge.

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 6 weken.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Winter- en zomertarwe, ter bestrijding van bladziekten (zgn. afrijpingsziekten) veroorzaakt door bruine roest (Puccinia recondita f.sp. tritici), meeldauw (Erysiphe graminis f. sp. tritici) en bladvlekkenziekte (Septoria-soorten).

Een éénmalige behandeling uitvoeren in de periode vanaf het verschijnen van het vlagblad tot aan begin bloei.

Een gelijktijdig voorkomende aantasting door gele roest wordt eveneens bestreden.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

Wintergerst en zomergerst, ter bestrijding van gele roest (Puccinia striiformis f.sp. hordei) en dwergroest (Puccinia hordei).

Wanneer tussen uitstoeling en het in de aar komen van het gewas gele roest en/of dwergroest wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

Wintergerst en zomergerst, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Rhynchosporium secalis) en netvlekkenziekte (Pyrenophora teres).

Zodra in het voorjaar aantasting door blad- en/of netvlekkenziekte wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

Winterrogge, ter bestrijding van bruine roest (Puccinia recondita f.sp. recondita) en bladvlekkenziekte (Rhynchosporium secalis).

Zodra in het voorjaar aantasting door bruine roest en/of bladvlekkenziekte wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

Wageningen, 3 november 1995

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)