Toelatingsnummer 12873 N

Tramat 200 EC  

 

12873 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 UITBREIDING AFGELEIDE TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 17 september 2013 (20131246 UAG) van

 

Bayer CropScience SA-N.V.

Energieweg 1

3641 RT  MIJDRECHT

 

 

tot uitbreiding van de gebruiksdoeleinden van de afgeleide toelating voor het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof ethofumesaat

 

Tramat 200 EC

 

gelet op artikel 45 Verordening 1107/2009/EG.

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Uitbreiding

1.     Het gebruiksgebied van het middel Tramat 200 EC wordt met ingang van datum dezes uitgebreid met de toepassing als onkruidbestrijdingsmiddel in cichorei. Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van dit besluit.

 

2.     De toelating geldt tot 31 juli 2016

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I bij dit besluit is voorgeschreven.

 


1.4 Classificatie en etikettering

 

Artikel 31, tweede lid Verordening 1107/2009/EG biedt de basis voor het stellen van voorschriften.

 

1.    De aanduidingen die op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: Emulgeerbaar concentraat

 

werkzame stof:

gehalte:

ethofumesaat

200 g/l

 

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen): xyleen

 

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

Xn

Schadelijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

R10                 -Ontvlambaar.

R38                 -Irriterend voor de huid.

R52/53            -Schadelijk voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

R65                 -Schadelijk: kan longschade veroorzaken na verslikken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

S61                 -Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

S62                 -Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

 

 

Specifieke vermeldingen:

 

DPD01            -Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

    1. letterlijk en zonder enige aanvulling:
      het wettelijk gebruiksvoorschrift
      De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I.

 

    1. bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.9.

 

De nieuwe etikettering dient bij de eerstvolgende aanmaak op de verpakking te worden aangebracht. Oude verpakkingen mogen worden opgemaakt.

 


2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

Het betreft een aanvraag tot uitbreiding van het gebruiksgebied van het middel Tramat 200 EC, een middel op basis van de werkzame stof ethofumesaat. Het middel is reeds toegelaten in diverse gewassen. Met onderliggende aanvraag wordt toelating als onkruidbestrijdingsmiddel in cichorei gevraagd.

 

De aanvraag is op 19 september 2013 ontvangen; op 20 september 2013 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen.

 

Het middel Tramat 200 EC is een afgeleide toelating van het middel Oblix 200 EC, 10568 N.

 

Een afgeleide toelating is een toelating voor een bestrijdingsmiddel dat reeds onder een andere handelsnaam is toegelaten en dat in onveranderde samenstelling voor eenzelfde doel zal worden gebruikt als voorzien in de oorspronkelijke toelating.

Bayer CropScience SA-N.V. heeft bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar overlegd van de toelatinghouder Agrichem B.V. van het middel Oblix 200 EC.

 

Het gebruiksgebied van de toelating van het middel Oblix 200 EC  is reeds uitgebreid met de  toepassing als onkruidbestrijdingsmiddel in cichorei.

Op grond hiervan wordt ook de aanvraag tot uitbreiding van het gebruiksgebied van de toelating van het middel Tramat 200 EC gehonoreerd.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 4 van Bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

Wageningen, 18 oktober 2013

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,
voor deze:
de secretaris,



Dr. Ir. L.P. van Duijn



Dit middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 18 oktober 2013 tot wijziging van de toelating van het middel Tramat 200 EC, toelatingnummer 12873 N

 

 

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Toegestaan is uitsluitend het professionele gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.0, Ctgb juni 2011) onder de vermelde toepassingsvoorwaarden

 

Toepassingsgebied

Type toepassing

Te bestrijden organisme

Dosering (middel) per toepassing

Maximaal aantal toepassingen per teeltcyclus

Maximaal aantal liter middel per ha per teeltcyclus of per 12 maanden

Minimum interval tussen toepassingen in dagen

Bieten

na opkomst

eenjarige onkruiden

1,5 l/ha1

2

5 l/ha per teeltcyclus

10

2,5 l/ha2

1

-

0,5 - 1 l/ha3

4

7

Graszaadteelt van Engels- en Italiaans raaigras

over het gewas

eenjarige onkruiden

7,5 - 10 l/ha

1

10 l/ha per 12 maanden

-

1 In combinatie met 3,5 l/ha fenmedifam (160 g/l).

2 In combinatie met 5 l/ha fenmedifam (160 g/l).

3 In LDS-systeem met toegelaten middelen.

 

Het gebruik in de graszaadteelt (met uitzondering van Engels en Italiaans raaigras) en de graszodenteelt is op basis van een “vereenvoudigde uitbreiding”. Er is voor deze uitbreiding geen werkzaamheids- en fytotoxiciteitonderzoek uitgevoerd. Er wordt daarom aangeraden een proefbespuiting uit te voeren, voordat het middel gebruikt wordt. Gebruik van dit middel in deze toepassingsgebieden, komt voor risico en verantwoordelijkheid van de gebruiker.

 

Het gebruik in de teelt van cichorei is beoordeeld conform artikel 51 EG 1107/2009. Er is voor deze toepassing geen werkzaamheids- en fytotoxiciteitonderzoek uitgevoerd. Er wordt daarom aangeraden een proefbespuiting uit te voeren, voordat het middel gebruikt wordt. Gebruik van dit middel in dit toepassingsgebied, komt voor risico en verantwoordelijkheid van de gebruiker.

 

 

Toepassingsgebied

Type toepassing

Te bestrijden organisme

Dosering (middel) per toepassing

Maximaal aantal toepassigen per teeltcyclus of per 12 maanden

Maximaal aantal liter middel per ha per teeltcyclus of per 12 maanden

Minimum interval tussen toepassingen in dagen

Graszaadteelt met uitzondering van Engels en Italiaans raaigras

over het gewas

eenjarige onkruiden

10 l/ha

1 per teeltcyclus

10 l/ha per teeltcyclus

-

Graszodenteelt

over het gewas

eenjarige onkruiden

2,5 - 10 l/ha

1 per 12 maanden

10 l/ha per 12 maanden

-

Cichorei

na opkomst

eenjarige onkruiden

0,25-0,5 l/ha1

4 per teeltcyclus

1 l/ha per teeltcyclus

7

1 In LDS-systeem met toegelaten middelen.

 

Dit middel dient te worden toegepast in 200-300 liter water per ha.

 

Toepassingsvoorwaarden

 

Na gebruik in de graszaadteelt, het gras/hooi niet vervoederen.

 

De totale dosering in één seizoen mag niet hoger zijn dan 2 kg ethofumesaat (als werkzame stof) per hectare.

 

Om niet tot de doelsoorten behorende planten te beschermen is toepassing in de graszaadteelt en graszodenteelt uitsluitend toegestaan indien gebruikt wordt gemaakt van driftarme spuitdoppen.

 

Voor bieten geldt dat tijdelijk enige gewasbeschadiging op kan treden, vooral bij kleine bietenplantjes.

 

Om schade te voorkomen als gevolg van eventuele residuen van ethofumesaat in de grond moet voor het zaaien of planten eerst kerend worden geploegd, bijvoorbeeld bij een nateelt van wintergranen of bij een mislukte teelt. Bij mislukken van een gewas waarin dit middel werd toegepast kunnen de volgende gewassen na kerend ploegen gezaaid of geplant worden: suiker- en voederbieten, maïs, bruine bonen, tuinbonen, raaigrassen, erwten, spinazie, knolselderij, wortelen, zaai- en plantuien.