Toelatingsnummer 12279 N

     

 

Pilot  

 

12279 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

beslissende op de aanvraag d.d. 19 november 2001 (aanvraagnummer 01-0323 TA) van

 

            Nissan Chemical Europe GmbH, Deutsch-Japanisches Center

            Immermannstr. 45

            40210 DUSSELDORF  

 

tot verkrijging van een toelating als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962 (Stb. 288) voor het middel

 

Pilot,

 

gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,

 

BESLUIT:

 

 

§ I        Toelating

  1. Het bestrijdingsmiddel Pilot wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962, onder nummer en datum dezes.   
  2. De toelating geldt tot 1 juli 2007.

 

 

§ II  Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrij­dingsmiddelen is bepaald, moeten:

  1. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.
  2.  

 

§ III  Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

 

 


 

§ IV Verpakking en etikettering

  1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpak­king en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

 

-                aard van het preparaat: vloeistof

 

-                werkzame stof(fen): quizalofop-P-ethyl

 

-                gehalte(n): 50 g/l

 

-                andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

 

-                toxicologische groep(en):

 

-                uiterste gebruiksdatum:

 

  1. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samen­stel­ling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

a.         letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

 

b.         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

 

c.         letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

-           Bijzondere gevaren:

Ontvlambaar.

Schadelijk bij inademing.

Veroorzaakt brandwonden.

Gevaar voor ernstig oogletsel.

Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

 

-           Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

Spuitnevel niet inademen.

Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken.

Na aanraking met de huid onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

 

 

d.         Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling,

verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: de afbeelding van inbijtend zuur

met als onderschrift: “Bijtend”

 

§ V Een afgeleide toelating is een toelating voor een bestrijdingsmiddel, dat reeds onder een andere handelsnaam is toegelaten en dat in onveranderde samenstelling voor eenzelfde doel zal worden gebruikt als voorzien in de oorspronkelijke toelating.Een verklaring is overlegd van de leverancier/toelatinghouder van het betrokken bestrijdingsmiddel, waaruit blijkt dat deze er geen bezwaar tegen heeft dat dit middel onder de naam Pilot in de handel zal worden gebracht.

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 1 maart 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)


COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I  bij het toelatingsbesluit van het middel Pilot, toelatingsnummer 12279 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel:

a.    in de teelt van suikerbieten, voederbieten, consumptie- en fabrieksaardappelen, winterkoolzaad en landbouwerwten;

b.    in de teelt van prei en doperwten;

c.    in de teelt van bloembollen met uitzondering van tulpen;

d.    in de zaadteelt van rood- en hardzwenkgras met dien verstande dat niet binnen 4 weken na behandeling mag worden beweid of gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden.

e.    in de teelt van aardbeien;

f.      in de teelt van boomkwekerijgewassen en onder houtige beplantingen.

 

 

Veiligheidstermijnen

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:
3 weken voor aardbei, prei, landbouwerwten en doperwten;
60 dagen voor aardappelen.

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Algemeen

Pilot bestrijdt onkruidgrassen zoals duist, windhalm, hanepoot, wilde haver, opslag van raaigrassen, graanopslag en kweekgras.

De werking op straatgras is onvoldoende.

 

Werking

Pilot is een bladherbicide dat snel wordt opgenomen en daarna door de hele plant wordt verspreid. Het middel verplaatst zich ook naar de wortelstokken, waardoor hergroei van kweekgras in belangrijke mate wordt tegengegaan. Het middel hoopt zich op in het groeipunt van de planten waar, na ongeveer één week, de eerste afstervingssymptomen zichtbaar worden. De onkruiden kwijnen langzaam weg. Een volledige afsterving wordt pas na
3 à 4 weken bereikt.

 

Uitvoering

Eénjarige grassen en graanopslag kunnen het best bestreden worden in het 3-5 bladstadium maar zijn gevoelig tot in het uitstoelingsstadium.

Kweekgras kan het best worden bestreden bij een lengte vanaf 15 cm. Zolang het gewas niet te groot is om de onkruiden voldoende te raken is een goede bestrijding mogelijk.

 


Toepassingen

 

Akkerbouwgewassen

 

-        Consumptie- en fabrieksaardappelen
Na toepassing kunnen op het gewas chlorotische vlekjes ontstaan. Deze worden echter snel overgroeid door nieuw gevormd blad en hebben als regel geen invloed op de opbrengst.
Overdoseringen, bijv. door overlapping van de spuitbanen, doet de bladchlorose sterker naar voren komen en dient daarom vermeden te worden.
Het middel niet toepassen in pootaardappelen.

-        Bieten (suiker- en voederbieten)
Naast een afzonderlijke toepassing (zie tabel), kan het middel voor de bestrijding van éénjarige grassen (duist, hanepoot en stuifdek) tevens worden toegevoegd aan het standaard geadviseerde tankmengsel metamitron (70%) + fenmedifam (157 g/l) + ethofumesaat (200 g/l) + hulpstof. Men dient dan met de toepassing van Pilot te wachten tot de eerste gekiemde grassen 3 blaadjes hebben ontwikkeld. Ook kleinere, later gekiemde grassen worden op deze wijze bestreden zodat herhaling van de toepassing vaak niet nodig is.

-        Winterkoolzaad

-        Landbouwerwten

-        Zaadteelt van rood- en hardzwenkgras
Voor de bestrijding van raaigrassen een vroegtijdige behandeling uitvoeren en de hoogste dosering gebruiken (2 liter per ha).

 

Groentegewassen

 

-        Prei

-        Doperwten c.q. conservenerwten (incl. schokkers en capucijners)
In deze teelt wordt toepassing alleen tegen éénjarige grassen en graanopslag aanbevolen in verband met kans op gewasverkleuring. In bepaalde gevallen is het namelijk mogelijk dat na de toedienen chlorose optreedt in het jong bladweefsel; deze lokale symptomen hebben geen invloed op de verdere ontwikkeling van het gewas.

 

Bloembolgewassen

 

-        Narcis, gladiool, hyacint, iris en lelie, alsmede overige bijgoedgewassen.
Nog niet op alle bijgoedgewassen is ervaring opgedaan.
N.B.: Niet toepassen in tulpen, in verband met kans op bloemverkleuring.

 

Boomkwekerijgewassen

 

Algemeen:
Bij de onderstaande toepassingen zijn zowel de variëteiten vermeld waarmee tot nu toe gunstige ervaringen zijn opgedaan met Pilot als de variëteiten waarin toepassing moet worden ontraden.
Het verdient aanbeveling, voorzover geen ervaring werd opgedaan, door middel van een proefbehandeling vast te stellen of de in aanmerking komende variëteiten het middel goed verdragen.
Raadpleeg tevens de voorlichtingsbrochures van de overheid.

 


-        Boomkwekerijgewassen en houtige beplantingen

 

Bespuitingen zodanig uitvoeren dat bladeren van het gewas zo min mogelijk worden geraakt (z.g. “onderdoorspuiten”). In een aantal gevallen kan een bespuiting over het gewas plaatsvinden, zie onder.

Bespuitingen over het gewas.

In de volgende soorten c.q. variëteiten zijn positieve ervaringen opgedaan:

Abies nobilis

Hippophae rhamnoides

Abies nordmanniana

Liquidambar styraciflua

Acer campestre

Mahonia aquifolium

Acer pseudoplatanus

Picea abies

Alnus glutinosa

Picea pungens

Alnus incana

Prunus spinosa

Betula pendula

Pseudotsuga menziesii

Caragana arborescens

Quercus robur

Carpinus betulus

Quercus rubra

Catalpa bignonioides

Robinia pseudoacacia

Euonymus europaeus

Rosa rugosa

Fagus sylvatica

Sambucus nigra

Fraxinus exelsior

Sorbus aucuparia

 

Tillia cordata

 

In de volgende soorten zijn negatieve ervaringen opgedaan met bespuitingen over het gewas:

Abies grandis:

kans op groeiremming

Berberis thunbergii “Atropurpurea”:

kans op bladverbranding

Picea omorika:

kans op groeiremming

 

Doseringstabel

 

Voor de toepassing in aardbeien geldt een aangepaste advisering, zie aldaar.

Voor de overige gewassen is de dosering afhankelijk van de onkruidsoort. Voor de toepassing in bieten toegevoegd aan het standaard geadviseerde tankmengsel (zei ook onder toepassing), gelden lagere doseringen.

 

Onkruidsoort

Toepassing afzonderlijk
(in liters per ha)

Toepassing in het standaard geadviseerde tankmengsel in suikerbieten (in liters per ha)

 

 

 

hanepoot

 

1,0

0,5

duist, windhalm, wilde haver, graanopslag

 

1-1,5¹

0,5-1,0¹

als stuifdek ingezaaide granen

 

1,5

1,0

raaigrassen

 

1,5-2,0¹

1,0

kweekgras

 

3,0

n.v.t.

¹ De hoogste dosering toepassen indien de grassen reeds uitgestoeld zijn.

 

Uitvloeier en waterhoeveelheid

 

Pilot bevat geen uitvloeier.

In aardbeien moet i.v.m. gewasveiligheid het gebruik van uitvloeiers worden ontraden.
Voor de overige gewassen moet voor een goede bevochtiging met een daaraan gekoppelde goede werking steeds 1,5 liter MOXILINE per ha worden toegevoegd aan de spuitoplossing.

Het middel dient verspoten te worden met minimaal 400 liter water per hektare, (code 4M).
Bij toediening in het standaard geadviseerde tankmengsel in bieten dient geen extra uitvloeier te worden toegevoegd. De hoeveelheid spuitvloeistof is in dat geval 100-300 liter per hectare (code 2M - 4M).

 

Zacht fruit

 

-        Aardbei, tegen graanopslag
Graanopslag kan het best worden bestreden in het 3-5 bladstadium. Het is belangrijk om tijdig stro in te leggen zodat alle graanopslag op het moment van toepassing (uiterlijk 3 weken voor de eerste pluk) het optimale stadium heeft bereikt.
Dosering: 1 liter Pilot per hectare
De volgende zaken zijn van essentieel belang:

*     overdosering en overlapping vermijden;

*     het produkt niet mengen met uitvloeier(s) of andere middelen;

*     per hektare minimaal 400 liter spuitvloeistof gebruiken;

*     bij voorkeur ‘s avonds spuiten op een droog gewas;

*     géén EUPAREEN-SPUITKORRELS (tolylfluanide) toepassen binnen 4 dagen na toepassing van Pilot.

 

In aardbeien moet i.v.m. gewasveiligheid het gebruik van uitvloeiers worden ontraden.

 

 

 

Wageningen, 1 maart 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)