Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,


Beslissende op het bezwaarschrift van de Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu van 29 november 1999, kenmerk TRCJZ 99/12342, gericht tegen het besluit van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen van 24 september 1999 met betrekking tot het procedureel verlengen tot 1 september 2000 van de toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van de werkzame stof metam-natrium.

Bij wet van 12 november 1998 is de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bmw 1962) gewijzigd (Stb. 1998, 689) in verband met de instelling van een verzelfstandigd College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen. Deze wijziging is op 1 januari 2000 in werking getreden. Gelet op het bepaalde in artikel 1b, eerste lid, Bmw 1962 is het College belast met de uitvoering van de bij of krachtens de wet aan hem opgedragen taken. Op grond hiervan heeft het Ministerie van LNV de behandeling van het bezwaarschrift aan het College overgedragen.

Over het bezwaarschrift is advies gevraagd aan de Adviescommissie voor de bezwaarschriften CTB, verder te noemen de commissie. Een afschrift van het door de commissie uitgebrachte advies de dato 31 mei 2000 is aan partijen toegezonden.

De commissie heeft geadviseerd om de toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van de werkzame stof metam-natrium zo spoedig mogelijk te beëindigen aangezien geen besluit tot een procedurele verlenging genomen had mogen worden, nu het feit dat de beoordeling niet was afgerond op 1 september 1999, aan de aanvragers is te wijten.

Gezien deze conclusie komt de commissie niet toe aan de overige door appellanten ingediende bezwaren.

Het College heeft vastgesteld dat het advies van de Advies Commissie bezwaarschriften CTB op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en kan zich vinden in de overwegingen van de commissie. Het College neemt derhalve de overwegingen en de conclusie van het advies over en besluit als volgt.

BESLISSING OP HET BEZWAARSCHRIFT

Het CTB besluit:

1. Het bezwaar van appellanten dat er geen omstandigheden zijn die, gezien de voorgeschiedenis, een besluit tot procedurele verlenging rechtvaardigen, wordt gegrond verklaard. Er had geen besluit tot procedurele verlenging mogen worden genomen, nu het feit dat de beoordeling niet was afgerond op 1 september 1999, aan de aanvragers is te wijten.

Gezien deze conclusie komt het CTB niet toe aan de overige door appellanten ingediende bezwaren.

De toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van metam-natrium wordt gelet op het vorenstaande per 1 juli 2000 beëindigd.

2. Voor de periode van 1 juli 2000 tot 1 januari 2001 mag het middel nog worden gebruikt en ten behoeve van het gebruiken voorhanden of in voorraad worden gehouden.

3. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Een ieder wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, kan op grond van artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet tegen dit besluit binnen 6 weken na de dag van verzending van het besluit beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ‘s-Gravenhage. Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn ondertekend en bevat tenminste de naam en adres van de indiener, de dagtekening, de omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, zo mogelijk een afschrift van dit besluit, de gronden waarop het beroepschrift rust. Van de indiener van het beroepschrift wordt griffierecht geheven door de griffier van het College. Nadere informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betalen wordt door de afdeling Griffie van het College verstrekt.

Wageningen, 29 juni 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)