Toelatingsnummer 12452 N

Calypso  

 

12452 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 21 januari 2010 (20100044 WGGAG) van

 

Bayer CropScience B.V.

Energieweg 1

3641 RT  MIJDRECHT

 

 

tot wijziging van de toelating van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof thiacloprid

 

Calypso

 

gelet op artikel 121, eerste lid, jo. artikel 41, tweede lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

Het middel Calypso is laatstelijk bij besluit d.d. 20 juni 2003 toegelaten tot 31 december 2014. De toelating van het middel Calypso wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen. Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.

 


1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikelen 9.2.3.1 en 9.2.3.2 van de Wet milieubeheer en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: Suspensie concentraat

 

werkzame stof:

gehalte:

thiacloprid

480 g/l

 

 

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):  

-

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

Xn

Schadelijk

N

Milieugevaarlijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

R20/22            -Schadelijk bij inademing en opname door de mond.

R40                 -Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten.

R43                 -Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

R50/53            -Zeer vergiftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

SPo 2              -Was alle beschermende kleding na gebruik.

S21                 -Niet roken tijdens gebruik.

S23                 -Spuitnevel niet inademen.

S36/37            -Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

S46                 -In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

S60                 -Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren. (Deze zin hoeft niet te worden vermeld op het etiket indien u deelneemt aan het verpakkingenconvenant, en op het etiket het STORL-vignet voert, en ingevolge dit convenant de toepasselijke zin uit de volgende verwijderingszinnen op het etiket vermeldt:

Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.

Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.

Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.)

S61                 -Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

 

Specifieke vermeldingen:

 

DPD01            -Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

1)    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

§         letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

§         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

§         bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.2.

 

2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

2.1 Verzoek

Het betreft een verzoek tot wijziging van de toelating van het middel Calypso  (12452 N), een middel op basis van de werkzame stof thiacloprid.

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrij­dingsmiddel als

 

I Gewasbehandeling:

a.      in de teelt van appels en peren (jong gewas) met dien verstande dat de toepassing langs watergangen voor 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         gespoten wordt met tunnelspuit en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1000 liter per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1000 l.

in de teelt van appels en peren (jong gewas) met dien verstande dat de toepassing langs watergangen na 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of

§         gespoten wordt met een tunnelspuit, of

§         een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 1000 liter spuitvloeistof wordt toegepast, of

§         sensorgestuurd gespoten wordt met maximaal 1000 liter spuitvloeistof per hectare, of

§         een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 950 liter spuitvloeistof per hectare wordt verspoten, of

§         het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 850 liter spuitvloeistof per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1000 l.

in de teelt van appels, peren, pruimen en kersen met dien verstande dat de toepassing langs watergangen voor 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         gespoten wordt met tunnelspuit en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1100 liter per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1100 l.

in de teelt van appels, pruimen en kersen met dien verstande dat de toepassing langs watergangen na 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of

§         gespoten wordt met een tunnelspuit, of

§         een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 1000 liter spuitvloeistof wordt toegepast, of

§         sensorgestuurd gespoten wordt met maximaal 800 liter spuitvloeistof per hectare, of

§         een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 950 liter spuitvloeistof per hectare wordt verspoten, of

§         het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 850 liter spuitvloeistof per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.

in de teelt van peren met dien verstande dat de toepassing langs watergangen ná 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of

§         gespoten wordt met een tunnelspuit, of

§         een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 1000 liter spuitvloeistof wordt toegepast, of

§         sensorgestuurd gespoten wordt met maximaal 800 liter spuitvloeistof per hectare, of

§         een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 950 liter spuitvloeistof per hectare wordt verspoten, of

§         het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 850 liter spuitvloeistof per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.

b.      in de onbedekte teelt van rode-, witte-, zwarte-, blauwe en kruisbes

c.      in de onbedekte teelt van loganbes, taybes, braam en framboos

d.      in de teelt van aardbei met dien verstande dat maximaal 2 bespuitingen per seizoen zijn toegestaan

e.      in de bedekte teelt van aubergine, augurk, courgette, komkommer, paprika, pattison, Spaanse peper en tomaat

f.        in de teelt van aardappel

g.      in de teelt van suiker- en voederbiet met dien verstande dat maximaal 2 bespuitingen per seizoen zijn toegestaan

h.      in de teelt van hennep

i.         in de teelt van bloembol-, bloemknol- en bolbloemgewassen

j.         in de bedekte teelt van bloemisterijgewassen

k.       in de onbedekte teelt  van bloemisterijgewassen met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen per seizoen zijn toegestaan

l.         in de teelt van boomkwekerijgewassen

§         in spillen met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen zijn toegestaan

§         in opzetters met dien verstande dat langs watergangen maximaal 980 liter spuitvloeistof per hectare mag worden verspoten

§         in overige boomkwekerijgewassen met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen met maximaal 1100 liter spuitvloeistof zijn toegestaan

m.    in vaste planten met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen zijn toegestaan

n.      in openbaar groen

 

II Druppelbehandeling, mits toegepast na 1 maart:

o.      in de teelt op substraat van aubergine, paprika, Spaanse peper en tomaat.

 

De gevraagde wijzigingen betreffen:

In de Gebruiksaanwijzing wordt de toepassing in bessen beter gespecificeerd en er wordt een zin toegevoegd over afdekking van de bessen gedurende de laatste weken vóór de oogst. Bij de toepassing in openbaar groen wordt een zin toegevoegd om gebruikers alert te maken op de risico’s.  

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

Thiacloprid is een nieuwe werkzame stof voor de EU. Thiacloprid is geplaatst op Bijlage I van gewasbeschermingsrichtlijn 91/414/EEG per 1 januari 2005 (richtlijn 2004/99/EC d.d.
1 oktober 2004).

 

2.3 Karakterisering van het middel

n.v.t.

 

2.4 Voorgeschiedenis

De aanvraag is op 22 januari 2010 ontvangen; op 21 januari 2010 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen. Bij brief d.d. 26 januari 2010 is de aanvraag in behandeling genomen.

 

2.5  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het gewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel Calypso op basis van de werkzame stof(fen) thiacloprid voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

 

 


Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 12 februari 2010

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,





dr. D. K. J. Tommel

voorzitter

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 12 februari 2010 tot wijziging van de toelating van het middel Calypso, toelatingnummer 12452 N

 

 

A.

Wettelijk gebruiksvoorschrift

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrij­dingsmiddel als

 

I Gewasbehandeling:

a.             in de teelt van appels en peren (jong gewas) met dien verstande dat de toepassing langs watergangen voor 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         gespoten wordt met tunnelspuit en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1000 liter per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1000 l.

in de teelt van appels en peren (jong gewas) met dien verstande dat de toepassing langs watergangen na 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of

§         gespoten wordt met een tunnelspuit, of

§         een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 1000 liter spuitvloeistof wordt toegepast, of

§         sensorgestuurd gespoten wordt met maximaal 1000 liter spuitvloeistof per hectare, of

§         een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 950 liter spuitvloeistof per hectare wordt verspoten, of

§         het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 850 liter spuitvloeistof per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1000 l.

in de teelt van appels, peren, pruimen en kersen met dien verstande dat de toepassing langs watergangen voor 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         gespoten wordt met tunnelspuit en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1100 liter per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij en een maximale hoeveelheid spuitvloeistof van 1100 l.

in de teelt van appels, pruimen en kersen met dien verstande dat de toepassing langs watergangen na 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of

§         gespoten wordt met een tunnelspuit, of

§         een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 1000 liter spuitvloeistof wordt toegepast, of

§         sensorgestuurd gespoten wordt met maximaal 800 liter spuitvloeistof per hectare, of

§         een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 950 liter spuitvloeistof per hectare wordt verspoten, of

§         het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 850 liter spuitvloeistof per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.

in de teelt van peren met dien verstande dat de toepassing langs watergangen ná 1 mei uitsluitend is toegestaan indien:

§         tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of

§         gespoten wordt met een tunnelspuit, of

§         een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 1000 liter spuitvloeistof wordt toegepast, of

§         sensorgestuurd gespoten wordt met maximaal 800 liter spuitvloeistof per hectare, of

§         een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 950 liter spuitvloeistof per hectare wordt verspoten, of

§         het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 850 liter spuitvloeistof per hectare of

§         in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.

b.      in de onbedekte teelt van rode-, witte-, zwarte-, blauwe en kruisbes

c.      in de onbedekte teelt van loganbes, taybes, braam en framboos

d.      in de teelt van aardbei met dien verstande dat maximaal 2 bespuitingen per seizoen zijn toegestaan

e.      in de bedekte teelt van aubergine, augurk, courgette, komkommer, paprika, pattison, Spaanse peper en tomaat

f.        in de teelt van aardappel

g.      in de teelt van suiker- en voederbiet met dien verstande dat maximaal 2 bespuitingen per seizoen zijn toegestaan

h.      in de teelt van hennep

i.         in de teelt van bloembol-, bloemknol- en bolbloemgewassen

j.         in de bedekte teelt van bloemisterijgewassen

k.       in de onbedekte teelt  van bloemisterijgewassen met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen per seizoen zijn toegestaan

l.         in de teelt van boomkwekerijgewassen

§         in spillen met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen zijn toegestaan

§         in opzetters met dien verstande dat langs watergangen maximaal 980 liter spuitvloeistof per hectare mag worden verspoten

§         in overige boomkwekerijgewassen met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen met maximaal 1100 liter spuitvloeistof zijn toegestaan

m.    in vaste planten met dien verstande dat langs watergangen maximaal 3 bespuitingen zijn toegestaan

n.      in openbaar groen

 

II Druppelbehandeling, mits toegepast na 1 maart:

p.      in de teelt op substraat van aubergine, paprika, Spaanse peper en tomaat.

 

Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwitarthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

 

Om de bodemorganismen te beschermen mag u dit product in de toepassing in grootfruit (met uitzondering van jong gewas), klein fruit (met uitzondering van aardbei in de vollegrond), en vruchtgroenten onder glas (met uitzondering van substraatteelt) ten hoogste twee maal gebruiken en in toepassingen in bloemisterijgewassen en boomkwekerijgewassen (in de vollegrond en onder glas) ten hoogste driemaal gebruiken.

 

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

1 dag:         voor bedekte teelt van aardbei, druppelbehandeling van aubergine, paprika, Spaanse peper en tomaat voor augurk, courgette, komkommer, pattison, gewasbehandeling van aubergine, paprika, Spaanse peper, tomaat op de dag van oogst niet toepassen vòòr het oogsten.

3 dagen:     voor onbedekte teelt van aardbei, rode-, witte-, zwarte-, blauwe en kruisbes, loganbes, taybes, braam en framboos.

14 dagen:   voor aardappel, appel, peer, pruim en kers.

35 dagen:   voor biet.

 

 

B.

Gebruiksaanwijzing

 

Algemeen

 

De werking van Calypso komt met name via contactwerking tot stand.

 

Resistentiemanagement

 

Om de kans op verminderde gevoeligheid te beperken, is het aan te bevelen om af te wisselen met insecticiden met een ander werkingsmechanisme, die voor de betreffende toepassing een toelating hebben.

 

Gewasveiligheid

Als er nog geen ervaring is opgedaan met het middel dient een proefbespuiting uitgevoerd te worden om de verdraagzaamheid van het gewas te testen.

 

Toepassingen gewasbehandelingen

 

Appel, ter bestrijding van bladluizen

Bij aanwezigheid van de stammoeders van de roze appelluis of zodra aantasting van één van de overige bladluizen wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025% ( 25 ml per 100 liter water)

 

Appel, ter bestrijding van appelzaagwesp

Als prikken van de zaagwespen worden waargenomen (onder de kelkslippen) een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025% (25 ml per 100 liter water)

 

Peer, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Appel, peer, kers en pruim ter bestrijding van groene appelwants

Zodra larven van de groene appelwants worden waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025% (25 ml per 100 liter water)

 


Kers en pruim, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Onbedekte teelt van rode bes, witte bes, zwarte bes, blauwe bes en kruisbes,  ter bestrijding van groene appelwants

Zodra de larven van de groene appelwants worden waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Indien voor de oogst tijdelijk gebruik wordt gemaakt van regenkappen dan de laatste toepassing 3 dagen voor het plaatsen van de regenkappen uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Onbedekte teelt van rode  bes, witte bes, zwarte bes en kruisbes,  ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Indien voor de oogst tijdelijk gebruik wordt gemaakt van regenkappen dan de laatste toepassing 3 dagen voor het plaatsen van de regenkappen uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Onbedekte teelt van blauwe bes, ter bestrijding van bladluizen, o.a. Fimbriaphis fimbriata

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Indien voor de oogst tijdelijk gebruik wordt gemaakt van regenkappen dan de laatste toepassing 3 dagen voor het plaatsen van de regenkappen uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Onbedekte teelt van braam, framboos, loganbes en taybes, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Indien voor de oogst tijdelijk gebruik wordt gemaakt van regenkappen dan de laatste toepassing 3 dagen voor het plaatsen van de regenkappen uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Aardbei, ter bestrijding van bladluizen, o.a. Fimbriaphis fimbriata

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. Maximaal 2 maal toepassen per seizoen.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water) of 0,25 l middel per hectare (vollegrond)

 

Aardbei, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een bespuiting uitvoeren.

De bespuiting na één week herhalen. Maximaal 2 maal toepassen per seizoen.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water) of 0,25 l middel per hectare (vollegrond)

 

Bedekte teelt van aubergine, augurk, courgette, komkommer, paprika, pattison, Spaanse peper en  tomaat, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Bedekte teelt van aubergine, augurk, courgette, komkommer, paprika, pattison, Spaanse peper en tomaat, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een bespuiting uitvoeren.

De bespuiting na één week herhalen.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 


Aardappel, waaronder zetmeel-,  consumptie- en pootaardappel, ter bestrijding van bladluizen zoals groene perzikluis, aardappeltopluis en vuilboomluis ter voorkoming van zuigschade

Een behandeling uitvoeren wanneer gemiddeld meer dan 50 bladluizen per samengesteld blad voorkomen. Voor vuilboomluis is nog geen schadedrempel vastgesteld voor deze bladluis geldt dat een behandeling uitgevoerd dient te worden zodra aantasting wordt waargenomen.

Dosering: 0,25 l middel per hectare

 

Suikerbiet en voederbiet, ter voorkoming van zuigschade door o.a. groene perzikluis

Zodra aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. Maximaal 2 maal toepassen per seizoen.

Dosering: 0,25 l middel per hectare

 

Hennep, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een bespuiting uitvoeren. De bespuiting na één week herhalen.

Dosering:        0,025% (25 ml per 100 liter water) onder glas of

                        0,25 l middel per hectare in de vollegrond

 

Hennep, ter bestrijding van groene perzikluis

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering:        0,025% (25 ml per 100 liter water) onder glas of

                        0,25 l middel per hectare in de vollegrond

 

Onbedekte teelt van bloembol-, bloemknol- en bolbloemgewassen, ter bestrijding van bladluizen.

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,25 l middel per hectare

 

Bedekte teelt van bloembol-, bloemknol- en bolbloemgewassen ter bestrijding van bladluizen.

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Gladiool, ter bestrijding van gladiolentrips

Bij het verschijnen van het derde blad starten met de bestrijding. De behandelingen daarna nog twee keer herhalen met intervallen van 7 tot 10 dagen.

Dosering:   0,025 % (25 ml per 100 liter water) bedekte teelt of

                   0,25 l middel per hectare in de vollegrond

 

Onbedekte teelt van bloemisterijgewassen, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,25 l middel per hectare

 

Bedekte teelt van bloemisterijgewassen, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Bedekte en onbedekte teelt van bloemisterijgewassen, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een bespuiting uitvoeren. De bespuiting na één week herhalen.

Dosering:   0,025 % (25 ml per 100 liter water) onder glas of

                   0,25 l middel per hectare in de vollegrond

 


Onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering:  0,25 l middel per hectare

 

Bedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van bladluizen

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren.

Dosering: 0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten met uitzondering van opzetters, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een bespuiting uitvoeren. De bespuiting na één week herhalen.

Dosering:   0,025 % (25 ml per 100 liter water)

                  

Bedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een bespuiting uitvoeren. De bespuiting na één week herhalen.

Dosering:   0,025 % (25 ml per 100 liter water)

 

Openbaar groen, ter bestrijding van bladluizen  

Zodra een aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. Toepassing dient op een zorgvuldige manier uitgevoerd te worden. Blootstelling van omstanders en milieu moet voorkomen worden.

Dosering:  0,25 l middel per hectare

 

 

Toepassingen druppelbehandeling

Bedekte teelt van aubergine, paprika, Spaanse peper en tomaat op kunstmatig substraat, ter bestrijding van de larven van kaswittevlieg

Bij aanwezigheid van de larven van de kaswittevlieg een druppelbehandeling uitvoeren.

De druppelbehandeling alleen na 1 maart uitvoeren.

Dosering: 20 ml per 1000 planten

 

 

Gevoeligheid gewassen

Gezien het grote aantal variëteiten en de wisselende teeltomstandigheden van bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen, vaste planten en groenteteeltgewassen en de verschillen in gewasverdraagzaamheid, verdient het aanbeveling om alvorens een middel toe te passen een proefbespuiting uit te voeren.



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 12 februari 2010 tot wijziging van de toelating van het middel Calypso, toelatingnummer 12452 N

 

Het betreft een aanvraag tot wijziging van de Gebruiksaanwijzing van de toelating van het middel Calypso, 20100044 WGGAG, o.b.v. thiacloprid.

 

Op 21 januari 2010 verzoekt de toelatinghouder in de Gebruiksaanwijzing de toepassing in bessen beter te specificeren en een zin toe te voegen over afdekking van de bessen gedurende de laatste weken vóór de oogst. Bij de toepassing in openbaar groen wordt een zin toegevoegd om gebruikers alert te maken op de risico’s.  

 

De voorgestelde wijziging in de Gebruiksaanwijzing met betrekking tot de instructie voor het plaatsen van regenkappen t.b.v. oogst in de teelt van rode bes, witte bes, zwarte bes, blauwe bes, kruisbes, Braam, framboos, Loganbes en taybes zijn conform het reeds toegelaten gebruik en de daarbij vastgestelde veiligheidstermijn.

 

De toevoeging met betrekking tot het op zorgvuldige manier toepassen in openbaar groen zodat blootstelling van omstanders en milieu voorkomen wordt is een instructie voor het gebruik welke binnen de reeds toegelaten toepassing in openbaar groen valt. 

 

Het College besluit het verzoek tot wijziging van de Gebruiksaanwijzing te honoreren.