MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Toelatingsnummer 8242 N

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
in overeenstemming met
DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER en
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID,

beslissende op de aanvraag d.d. 1 oktober 1996 (aanvraagnummer 96-363 TV) tot verkrijging van een verlenging van de toelating voor het middel Halamid, toelatingsnummer 8242 N,

gelet op de artikelen 3, 3a, 4, en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

BESLUIT:

Enig artikel

In zijn besluit van 12 februari 1992 betreffende de toelating van het bestrijdingsmiddel

Halamid

onder toelatingsnummer 8242 N, wordt het bepaalde onder § 1, onder 2, op gronden als in bijlage 1 dezes vermeld, vervangen door:

"2. De toelating geldt tot 1 september 2001."

Een belanghebbende kan tegen dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Als een bezwaarschrift wordt ingediend, moet dit binnen 6 weken na dagtekening van dit besluit worden verzonden naar: Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, t.a.v. het Bureau bezwaarschriften en geschillen, Postbus 20401, 2500 EK DEN HAAG.

Wageningen, 19 maart 1999

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

Aan:

AKZO NOBEL CHEMICALS B.V.
BARCHMAN WUYTIERSLAAN 10
3818 LH AMERSFOORT

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE I bij het verlengingsbesluit van het middel Halamid,

toelatingsnummer 8242 N

Betreft verlenging van de toelating van het middel Halamid, 96-363 TV, - een desinfectiemiddel op basis van de werkzame stof natrium-p-tolueensulfonchlooramide- na
1 maart 1999 (einddatum van de werkzame stof natrium-p-tolueensulfonchlooramide). Het middel is uitsluitend toegelaten als middel ter bestrijding van bacteriën (excl. mycobacteriën en bacteriesporen), en gisten in of op oppervlakken, die in contact kunnen komen met eet- en drinkwaren en de grondstoffen hiervoor, echter met uitzondering van melkwinningsapparatuur op de boerderij, alsmede in ruimten bestemd voor het verblijf van mensen.

Daar de tijd tussen afgifte van het laatste besluit en expiratiedatum van het onderhavige middel minder dan 18 maanden bedraagt is geen aanvraag tot verlenging noodzakelijk en geldt de eerder daartoe ingediende aanvraag.

Inleiding

In Collegevergadering C-67.3.4 is in afwachting van nadere besluitvorming op basis van nog te verschaffen gegevens en op te stellen beoordelingen de toelating van Halamid verlengd en is als einddatum voor de stof natrium-p-tolueensulfonchlooramide 1 maart 1999 vastgesteld.

Inmiddels is een samenvatting van de toxicologie beschikbaar.

Het dossier van Halamid is volledig bevonden.

In het kader van het Besluit milieutoelatingseisen niet-landbouwbestrijdingsmiddelen (Bmnl) hoeven voor het middel geen extra milieuvragen gesteld te worden.

Werkzaamheid

Op grond van de destijds bij de aanvragen tot toelating overgelegde gegevens alsmede de praktijkervaringen, kan worden geconcludeerd dat het middel werkzaam is voor de doelen waarvoor het is bestemd.

Fysische en chemische eigenschappen

Het middel is een vaste stof en bestaat voor vrijwel 100% uit werkzame stof.

Voor Halamid-d dienen nog gegevens geleverd te worden betreffende:

• Explosiegevaar (thermische en mechanisch) van Halamid volgens EG richtlijn 67/548/EEC annex V part A, A.14 (onderdeel C.5 van het aanvraagformulier).

• UV-, IR-, NMR-, MS-spectra van natrium-p-tolueensulfonchlooramide volgens onderdeel D.8 van het aanvraagformulier.

• Residu-analysemethoden voor de werkzame stof, en/of van zijn omzettingsproducten, resp. voor andere bestanddelen van het bestrijdingsmiddel in oppervlaktewater en in drinkwater volgens onderdeel G.2.5 van het aanvraagformulier. De methode dient te voldoen aan het bepaalde in bijlage II van de EG richtlijn 91/414, onderdeel A.4 en bijlage III onderdeel A.4 : Analysemethoden. Bij de aanvraag ontbreken de prestatiekenmerken voor oppervlaktewater.

Toxicologisch profiel van de stof

De toxicologie van natrium-p-tolueensulfonchlooramide (N-P-TCA) is samengevat door de werkgroep voor fytofarmacie in 1976 en recent is daarop door TNO een aanvulling geschreven (1997, rapportnr: 257734-225).

Toxicokinetiek

Er zijn geen metabolismestudies beschikbaar.

Toxicodynamiek

Acute toxiciteit

N-P-TCA hoeft niet geclassificeerd te worden voor orale toxiciteit (LD50 rat 2100 mg/kg). De LD50 muis is >940 mg/kg, waarbij 940 mg/kg de hoogste dosis is die bij de muis getest werd. In een nieuw aangeleverde acute inhalatoire toxiciteitsstudie, waarbij de zuiverheid van de geteste stof niet gegeven is, is de LC50 rat > 275 mg/m3 voor 4-uur blootstelling. Indien nadere informatie wordt verstrekt over de zuiverheid van de geteste stof behoeft N-P-TCA op basis van deze gegevens niet te worden geclassificeerd voor inhalatoire toxiciteit.

N-P-TCA is corrosief voor de huid en ogen en heeft sensibiliserende eigenschappen.

Sub-acuut en (semi-)chronische toxiciteit

In een 4-weken orale studie met de rat werd bij de laagst geteste dosis nog een toename van het relatieve gewicht van de nieren en de lever gevonden (NOAEL <150 mg/kg lg/dag). Bij deze studie zijn verschillende parameters niet gerapporteerd, zoals bijvoorbeeld de absolute orgaangewichten, zodat de bruikbaarheid beperkt is. In een drie weken dermale toxiciteitsstudie bij het konijn werd een NOAEL gevonden van 25 mg/kg lg/dag, gebaseerd op lokale effecten als bloedingen in en corrosie van de huid. Een NOAEL voor systemische effecten kon niet afgeleid worden, omdat alleen een tendens voor een verhoogd relatief levergewicht is beschreven. Bij welke doseringen dit optreedt is niet duidelijk. Verder dient opgemerkt te worden dat de huid niet afgedekt was gedurende de blootstelling.

In een 90-dagen orale studie bij de rat werd bij 15 mg/kg lg/dag een significante verhoging van het relatieve gewicht van de schildklier en het ovarium gevonden. De NOAEL werd vastgesteld op 5 mg/kg lg/dag. Bij deze studie zijn echter verschillende parameters niet gerapporteerd, zodat de bruikbaarheid beperkt is.

Genotoxiciteit en carcinogeniteit

Een recent uitgevoerde beenmerg micronucleus test in muizen en een DNA-repair studie in

E-Coli, beide met onbekende zuiverheid van de teststof, gaven een negatief resultaat. De beschikbare Ames testen waren niet geschikt voor een uitspraak over de potentiële mutageniteit van N-P-TCA in bacteriën. Vanwege de beperkte hoeveelheid evalueerbare genotoxische gegevens over N-P-TCA kan geen uitspraak gedaan worden over de genotoxiciteit van N-P-TCA.

Er is geen carcinogeniteitsonderzoek met N-P-TCA beschikbaar.

Reprotoxiciteit en teratogeniteit

Beschikbaar zijn een reproductiestudie met ortho-tolueensulfonamide (O-TSA), een samenvatting van een reproductiestudie met para-tolueensulfonamide (P-TSA) en een teratogeniteitsstudie met beide componenten (68% P-TSA en 32% O-TSA). Para-tolueensulfonamide is een afbraakproduct van N-P-TCA. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de hoeveelheid P-TSA die uit N-P-TCA gevormd wordt en over de snelheid waarmee dit gebeurt. Uit de samenvatting van de reproductiestudie met P-TSA kan geen NOAEL afgeleid worden, omdat de gegevens van veel parameters niet vermeld zijn en er te weinig dieren zijn gebruikt.

Over de relatie tussen O-TSA en N-P-TCA zijn eveneens geen gegevens beschikbaar. Derhalve kan geen uitspraak gedaan worden over de reprotoxische en teratogene eigenschappen van N-P-TCA.

Tabel T.1 Relevante NOAEL’s en LOAEL’s

Diersoort

Route

Duur

NOAEL

mg/kg lg/dag

LOAEL

mg/kg lg/dag

Effecten

rat

oraal

4 wk.

-

150

lever- en niergewicht­

konijn

dermaal

3 wk.

25 obv lokale effecten

?

bloedingen en corrosie huid

rat

oraal

90 d.

5

15

schildklier- en ovariumgewicht­

Gezien het ontbreken van vele gegevens in het dossier wordt het niet verantwoord geacht om een ‘overall-NOAEL’ af te leiden.

Voorstel voor vragen ter completering van het dossier:

• informatie over de zuiverheid van de geteste stof in de acute inhalatie studie;

• informatie over de zuiverheid van de gebruikte stof in de micronucleusstudie en in de DNA-repair studie;

• een genmutatietest met bacteriën met de werkzame stof (natrium-p-tolueensulfonchloor-amide) volgens E.7 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 471). Aanbevolen wordt de "Ames"-test met Salmonella typhimurium.

• een test voor chromosoomafwijkingen met zoogdiercellen in vitro met de werkzame stof (natrium-p-tolueensulfonchlooramide) volgens E.7 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 473);

• afhankelijk van de resultaten van de genotoxiciteitsstudies: carcinogeniteitsstudie met de werkzame stof (natrium-p-tolueensulfonchlooramide) volgens E.8 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 451 of, indien gecombineerd met chronische toxiciteit, OECD-richtlijn 453);

• 2-generatie reproductie toxicologie van de werkzame stof (natrium-p-tolueensulfonchloor-amide) volgens E.9 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 416);

• teratogeniteit van de werkzame stof (natrium-p-tolueensulfonchlooramide) volgens E.9 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 414);

• metabolisme onderzoek met de werkzame stof (natrium-p-tolueensulfonchlooramide) volgens E.10 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 417).

Risicobeoordeling volksgezondheid

In verband met het beperkte toxicologische dossier en het ontbreken van een overall-NOAEL is het opstellen van een definitieve risicobeoordeling voor de volksgezondheid op dit moment niet mogelijk.

In de residubeschikking van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 wordt een residutolerantie voor N-P-TCA aangegeven van 0,1 mg/kg voor alle voedingsmiddelen. Het residu wordt hierbij uitgedrukt als p-tolueensulfonamide (P-TSA).

De toepassing als desinfectiemiddel is in het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing in die mate beperkt dat ofwel:

• bij toepassing op materialen die met eet- en drinkwaren en grondstoffen in contact kunnen komen, grondig naspoelen met schoon water vereist is;

• bij algemene(re) toepassing in verblijfsruimten voor mensen, verneveling niet toegestaan is en goed naspoelen met water vereist is;

• bij toepassing in dierverblijfplaatsen en bijbehorende ruimten, verneveling niet toegestaan is en de dieren niet in direct contact met de middelen mogen komen;

• bij toepassing in of op fruit- en aardappelkisten en lege bewaarplaatsen het risico als laag kan worden ingeschat gegeven de lage gebruiksconcentratie en het feit dat slechts een klein deel van de inhoud van een kist of bewaarplaats in contact komt met het behandelde oppervlak en daarenboven de appelen en/of aardappelen veelal zullen worden geschild voor consumptie. Kwantitatieve gegevens omtrent afgifte van N-P-TCA uit kisten en van vloeren en wanden van bewaarplaatsen aan fruit/aardappelen ontbreken echter.

Voorstel voor vragen ter completering van het dossier:

• gegevens van kwantitatieve aard omtrent de afgifte van natrium-p-tolueensulfonchloor-amide uit kisten, en van vloeren en wanden van bewaarplaatsen die behandeld zijn met Halamid-d, aan fruit en aardappelen volgens F.3.3 van het aanvraagformulier.

Risico voor de toepasser

In verband met het beperkte toxicologische dossier en het ontbreken van een overall-NOAEL is het opstellen van een definitieve risicobeoordeling voor de toepasser op dit moment niet mogelijk.

Voor het opstellen van het risico voor de toepasser is het nodig dat de blootstellingssituatie van de verschillende toepassingen zo nauwkeurig mogelijk in kaart wordt gebracht. Hiertoe zijn gegevens nodig over de actuele blootstelling onder gebruiksomstandigheden.

Hierbij wordt aan de volgende aspecten gedacht:

• het per werkdag met een desinfectiemiddel behandelde oppervlak per soort toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen);

• het aantal uren per dag werkzaam met een desinfectiemiddel, eveneens per toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen);

• de dosering desinfectiemiddel (per oppervlakte) per soort toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen).

Voorstel voor vragen ter completering van het dossier:

• gegevens omtrent de actuele blootstellings situatie bij professioneel gebruik van natrium-p-tolueensulfonchlooramide. De gegevens dienen per toepassing betrekking te hebben op:

- het per werkdag met een desinfectiemiddel behandelde oppervlak per soort toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen);

- het aantal uren per dag werkzaam met een desinfectiemiddel, eveneens per toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen);

- de dosering desinfectiemiddel/oppervlakte per soort toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen).

Milieu

Een aanvulling op de samenvatting van de milieugegevens dient opgesteld te worden en tevens een aanvulling op de risicobeoordeling milieu.

Conclusie

Gezien het feit dat het niet tijdig kunnen afronden van de besluitvorming niet geheel te wijten is aan de aanvrager, dient de toelating van Halamid verlengd te worden op grond van artikel 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962, jo. artikel 7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995.

Met de afronding van de besluitvorming is de volgende termijn gemoeid:

Uitvoering van toxicologie studies

ca. 15 maanden

Volledigheidsbeoordeling

ca. 3 maanden

Samenvatten en beoordelen toxicologie- en milieugegevens

ca. 4 maanden

Opstellen risicobeoordelingen toepasser/milieu

ca. 4 maanden

Behandeling in College, voorbereiding en afwerking Besluit

ca. 2 maanden

Hoortermijn

ca. 2 maanden

Totaal

ca. 30 maanden

Voorgesteld wordt om de toelating van het middel op basis van natrium-p-tolueensulfonchlooramide te verlengen voor de duur van de afronding van de besluitvorming door het College, met 30 maanden.

In deze 30 maanden wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om het dossier van Halamid te completeren en kunnen aanvullingen gemaakt worden op de samenvatting van toxicologie- en milieugegevens en op de risicobeoordeling milieu. Tevens dient een risicobeoordeling voor de toepasser opgesteld te worden.

Besluit

Het College besluit de toelating van het desinfectiemiddel Halamid, op basis van de werkzame stof natrium-p-tolueensulfonchlooramide, te verlengen op grond van artikel 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962, jo. artikel 7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995.

• Als nieuwe einddatum voor natrium-p-tolueensulfonchlooramide wordt 1 september 2001 vastgesteld.

• Als expiratiedatum van het middel Halamid wordt 1 september 2001 (= einddatum natrium-p-tolueensulfonchlooramide) vastgesteld.

• In de verleende verlengingstermijn dient het volgende te geschieden:

* aanvulling maken op de samenvatting van toxicologie- en milieugegevens, aanvulling maken op de risicobeoordeling milieu en opstellen van een risicobeoordeling voor de toepasser.

• De volgende gegevens dienen uiterlijk 14 maanden voor de vastgestelde einddatum te worden geleverd:

* explosiegevaar (thermische en mechanisch) van Halamid volgens EG richtlijn 67/548/EEC annex V part A, A.14 (onderdeel C.5 van het aanvraagformulier);

* UV-, IR-, NMR-, MS-spectra van natrium-p-tolueensulfonchlooramide volgens onderdeel D.8 van het aanvraagformulier;

* residu-analysemethoden voor de werkzame stof natrium-p-tolueensulfonchlooramide, en/of van zijn omzettingsproducten, resp. voor andere bestanddelen van het bestrijdingsmiddel in oppervlaktewater en in drinkwater volgens onderdeel G.2.5 van het aanvraagformulier. De methode dient te voldoen aan het bepaalde in bijlage II van de EG richtlijn 91/414, onderdeel A.4 en bijlage III onderdeel A.4 : Analysemethoden. Bij de aanvraag ontbreken de prestatiekenmerken voor oppervlaktewater.

* de zuiverheid van de geteste stof in de acute inhalatie studie (TNO R5965);

* de zuiverheid van de gebruikte stof in de micronucleusstudie (SRI studie 2307-C01-91) en in de DNA-repair studie (LBI 20998);

* een genmutatietest met bacteriën met natrium-p-tolueensulfonchloor-amide volgens E.7 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 471). Aanbevolen wordt de "Ames"-test met Salmonella typhimurium.

* een test voor chromosoomafwijkingen met zoogdiercellen in vitro met natrium-p-tolueensulfonchlooramide volgens E.7 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 473);

* Afhankelijk van de resultaten van de genotoxiciteitsstudies: carcinogeniteitsstudie met natrium-p-tolueensulfonchlooramide volgens E.8 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 451 of, indien gecombineerd met chronische toxiciteit, OECD-richtlijn 453);

* 2-generatie reproductie toxicologie van natrium-p-tolueensulfonchloor-amide volgens E.9 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 416);

* teratogeniteit van natrium-p-tolueensulfonchlooramide volgens E.9 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 414);

* metabolisme onderzoek met natrium-p-tolueensulfonchlooramide volgens E.10 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 417);

* gegevens van kwantitatieve aard omtrent de afgifte van natrium-p-tolueensulfonchloor-amide uit kisten en van vloeren en wanden van bewaarplaatsen die behandeld zijn met Halamid-d, aan fruit en aardappelen volgens F.3.3 van het aanvraagformulier.

* gegevens omtrent de actuele blootstellingssituatie bij professioneel gebruik van natrium-p-tolueensulfonchlooramide. De gegevens dienen per toepassing betrekking te hebben op:

- het per werkdag met een desinfectiemiddel behandelde oppervlak per soort toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen);

- het aantal uren per dag werkzaam met een desinfectiemiddel, eveneens per toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen);

- de dosering desinfectiemiddel/oppervlakte per soort toepassing (spuiten, schrobben, dompelen, spoelen).

Met het oog op de bestudering van de rapporten en een tijdige herbeoordeling is het noodzakelijk de bovengenoemde gegevens uiterlijk 14 maanden voor de expiratiedatum, -bij een alsdan in te dienen aanvraag tot verlenging- te ontvangen. U dient de betreffende gegevens in één zending aan het College aan te bieden. Voor wat betreft de wijze en tijdstip van indienen van de gevraagde gegevens en de eisen die aan deze gegevens gesteld worden, wordt verwezen naar de algemene instructie voor het indienen van aanvragen tot toelating van bestrijdingsmiddelen.

Wageningen, 19 maart 1999

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)