Datum: 27 september 2007

Opsteller: Mari Marinussen

Akkoord secretaris:


Vastgesteld door College

Datum: 1 oktober 2007

Voorzitter:


            (HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

                Opus Team, 11407 N

 

Ingevolge het door u op woensdag 13 juni 2007 (C-182.4) vastgestelde Plan van Uitvoering voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zijn reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden geëvalueerd. De evaluatie heeft plaatsgevonden conform de werkwijze en procedure die in de notitie “Aanwijzingen (her)beoordeling niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden is beschreven (11 juli 2007, C-183.5). Bijgaande treft u het beoordelingsrapport aan van het gewasbeschermingsmiddel Opus Team (11407 N).

 

Voor dit gewasbeschermingsmiddel is een aanvraag als bedoeld in artikel 25d Bestrijdingsmiddelenwet 1962 ingediend. Dit middel bevat de werkzame stoffen epoxiconazool en fenpropimorf. Het voor een beoordeling van dit middel verschuldigde tarief is op dd-md-jaar ontvangen. Uit het beoordelingsrapport volgt dat de effecten van het middel op mens, dier en milieu aanvaardbaar zijn, gelet op het gehanteerde toetsingskader.

 

Uit de beoordeling blijkt dat het middel in beginsel niet geplaatst kan worden op de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1. In overleg met de toelatinghouder wordt voorgesteld om de volgende zin op het WG/GA op te nemen:

­        Dit middel mag per teelt maximaal 2 keer worden toegepast.

 

Met deze maatregel voldoet het middel alsnog aan de uitgangspunten voor de plaatsing op de lijst als bedoeld in artikel 122, lid. Voorgesteld wordt om in te stemmen met deze wijziging van het gebruiksvoorschrift, zoals verwoord in het hoofdstuk Etikettering en WG/GA van het beoordelingsrapport.

 

Voorgesteld wordt om het middel op te nemen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

Een parallelle en afgeleide toelating volgt het toelatingsregiem van het gewasbeschermings-middel waar het van is afgeleid. Van het hier beoordeelde gewasbeschermingsmiddel is geen gewasbeschermingsmiddel afgeleid dan wel parallel toegelaten.

 

Voor de verdere toelating van het middel Opus Team (11407 N) moet een nieuwe toelatingstermijn worden vastgesteld. Gelet op het Europese beoordelingsprogramma voor de beoordeling van werkzame stoffen wordt voorgesteld een periode voor verdere toelating vast te stellen die aansluit op het tempo waarin het Europese beoordelingsprogramma wordt afgerond. Het Ctb stelt de toelatingstermijn daarom vast totdat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel met betrekking tot de opname van de werkzame stof in de Bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn 91/414/EEG.

 

 

 

 

Besluit

Het Ctb besluit:

-          Het gewasbeschermingsmiddel Opus Team (11407 N) wordt opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

-          Een nieuw WG/GA vast te stellen conform bijlage 2;

-          Het middel wordt toegelaten voor de termijn die afloopt op de dag dat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel betreffende de opname van de werkzame stoffen epoxiconazool en fenpropimorf in Bijlage I van richtlijn 91/414/EEG.

 


 

 

(HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BEOORDELINGSRAPPORT

 

GEWASBESCHERMINGSMIDDEL

 

 

 

OPUS TEAM, 11407 N

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen

Wageningen


INHOUDSOPGAVE

 

 

Inleiding

Beschrijving van het reeds toegelaten middel

Risico-evaluatie HUMANE TOXICOLOGIE

Risico-evaluatie MILIEU

Eindconclusie

Etikettering en WG/GA

Bijlage 1 GAP tabel

Bijlage 2. Nieuw WG/GA

 

 




INLEIDING

 

In artikel 122 van  de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is een voorziening getroffen om (toegelaten) een middel met een niet-geprioriteerde werkzame stof op een lijst te plaatsen en de toelating van dat middel te verlengen totdat voldaan moet zijn aan het bepaalde in de communautaire maatregel betreffende de werkzame stof. Om voor deze toelating in aanmerking te komen moet er een aanvraag zijn ingediend op grond van artikel 25d van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en moet bij de verdere toelating van het middel naar behoren rekening worden gehouden met de effecten van dat middel op de mens, het dier, alsmede op het milieu, op basis van een dossier dat de nodige informatie bevat.

 

In dit kader is een doelmatige en doeltreffende werkwijze en procedure vastgesteld in het Plan van Uitvoering van 13 juni 2007. De beoordeling is uitgewerkt in de notitie “Aanwijzingen voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden”. De voor dit middel uitgevoerde evaluatie, waarvan in dit beoordelingsrapport verslag wordt gedaan, strekt ertoe zeker te stellen dat de betrokken middelen inderdaad elk afzonderlijk afdoende op hun risico’s zijn beoordeeld.

 

 

BESCHRIJVING REEDS TOEGELATEN MIDDEL EN MEEST KRITISCHE TOEPASSING

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel, toegepast door middel van een gewasbehandeling:

a. in de teelt van wintertarwe en zomertarwe;

b. in de teelt van wintergerst en zomergerst;

c. in de teelt van winterrogge;

d. in de teelt van suikerbieten en rode bieten

e. in de teelt van prei in de vollegrond.

 

 

De meest kritische toepassing, waarbij  het meeste risico verwacht wordt, is de toepassing in prei.

 

 

Plaatsing annex I 91/414

nee

 

Toetsingskader

HTB 0.2 

RISICO-EVALUATIE HUMANE TOXICOLOGIE

 

TOEPASSINGSGEGEVENS

Beroepsmatig gebruik.

Het middel Opus Team op basis van de werkzame stoffen epoxiconazool en fenpropimorf wordt gebruikt als fungicide in de teelt van wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst, winterrogge, suikerbiet, rode biet en prei.

 

GRENSWAARDEN, epoxiconazool:

Semichronische AOEL (systemisch)

0.01

mg/kg lg

Bron: EU-eindpuntenlijst juli 2006

Dermale absorptie

3

%

Bron: EU-eindpuntenlijst juli 2006

ADI

0.008

mg/kg lg

Bron: EU-eindpuntenlijst juli 2006

ARfD

0.03

mg/kg lg

Bron: EU-eindpuntenlijst juli 2006

 

 

GRENSWAARDEN, fenpropimorf (besproken in PRAPeR 14 (jan. 2007) en daar zijn een aantal aanpassingen aan de eindpuntenlijst afgesproken die in deze beoordeling worden meegenomen):

Semichronische AOEL (systemisch)

EU-eindpuntenlijst: AOEL is 0.007. AOEL volgens NL-methode is 0.02 mb/kg lg, gebaseerd op NOAEL van 0.7 mg/kg lg in 90-d rat.

0.02

(1.36 mg/dag)

mg/kg lg

Bron: EU-eindpuntenlijst jan. 2007 + PRAPeR

Dermale absorptie *

10

%

Bron: EU-eindpuntenlijst jan. 2007 + PRAPeR

ADI

0.003

mg/kg lg

Bron: EU-eindpuntenlijst jan. 2007 + PRAPeR

ARfD

0.03

mg/kg lg

Bron: EU-eindpuntenlijst jan. 2007 + PRAPeR

* In de PRAPeR meeting is voor dermale absorptie een default aangehouden van 10%:

Data from the representative formulation, which is based on organic solvents, are not available. Therefore it was proposed to use the default value of 100 %, which could be reduced by expert judgement.

At least data are available from studies performed with fenpropimorph solved in cyclohexanon showing results of 40% (after 8h, in vivo rat).

A study comparing rat and human skin is available resulting in a 15x difference, resulting in 2,7%.

Taking all the data into account the dermal absorption default value was proposed to be 10%, based on expert judgement, presenting a reasonable worst case.

 

Echter, er zijn wel dermale absorptie studies beschikbaar met een SE formulering op waterbasis en Opus Team is ook een SE formulering (zie voor meer details C-173.3.3). Daarom wordt voor de beoordeling van Opus Team een waarde voor dermale absorptie gebruikt van 1,4%, voor het concentraat en de spuitverdunning, gebaseerd op de studies met een SE formulering.

 

KWALITATIEVE BEOORDELING

 

Epoxiconazool

 

Professionele toepasser

De werkzame stof epoxiconazool is het meest recent beoordeeld in C-181.3.14. Dit betrof niet het middel Opus Team, maar de kritische GAP is hetzelfde (0.125 kg w.s./ha) en ook bijna alle teelten zijn hetzelfde. De blootstelling toepasser is berekend m.b.v. EUROPOEM en de risico-index voor de onbeschermde toepasser is 1.3.

Bij onbeschermd gebruik van Opus Team kunnen nadelige gezondheidseffecten niet worden uitgesloten als gevolg van dermale blootstelling aan epoxiconazool. Arbeidshygiënisch verantwoord gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen kan de dermale blootstelling met ca. een factor 10 reduceren. Dit zal voor de toepassingen van Opus Team afdoende reductie opleveren. Op het etiket van het middel Opus Team staat inderdaad o.a. S36/37 (geschikte handschoenen en beschermende kleding dragen).

In C-181.3.14 is beoordeeld volgens HTB 1.0. Aangezien volgens de NL-methode een AOEL is afgeleid die hetzelfde is als de AOEL in de EU-eindpuntenlijst, voldoet deze beoordeling tevens aan HTB 0.2.

 

Particuliere toepasser

Niet van toepassing.

 

Herbetreding

Het is niet noodzakelijk om kort na toepassen enige herbetredingswerkzaamheden uit te voeren waarbij intensief contact met het behandeld gewas zal optreden. Daarom wordt er geen blootstelling voor de werker berekend.

 

Omstander

De blootstelling van de omstander is slechts een fractie van de blootstelling van de toepasser. Gebaseerd op de risico-index voor de toepasser, worden geen blootstellingsberekeningen uitgevoerd voor de omstander.

 

Volksgezondheid

Het middel Opus Team is voor het laatst beoordeeld in C-173.3.3. Kopie uit C-173.3.3:

 

Chronische dieetberekening

Teneinde de toelaatbaarheid van de voorgestelde residutoleranties te toetsen aan de Nederlandse consumptiegegevens en aan de voorgestelde ADI werden NTMDI-berekeningen uitgevoerd. Hierbij werd gebruik gemaakt van Nederlandse consumptiegegevens en bovenstaande MRL’s.

Uit de TMDI berekening blijkt dat de ADI voor de algemene bevolking voor 5,4% wordt opgevuld en voor kinderen van 1-6 jaar voor 10,6%. Aangezien de ADI niet wordt overschreden bij toepassing van epoxiconazool op granen en prei is berekening van de NEDI (National Estimated Dialy Intake) niet noodzakelijk.

 

Acute dieetberekening

Teneinde de toelaatbaarheid van de voorgestelde residutoleranties te toetsen aan de voorgestelde ARfD werden NESTI-berekeningen uitgevoerd. Hierbij werd gebruik gemaakt van Nederlandse consumptiegegevens (‘large portion sizes’; 97,5 percentiel uit consumptie data), ‘unit weights’ uit Groot Britannië en bovenstaande residugetallen. De ARfD wordt opgevuld voor maximaal 15,3% en 30,2% voor respectievelijk de algemene bevolking en kinderen van
1 tot 6 jaar.

 

 

Fenpropimorf

 

Professionele toepasser

Voor machinaal neerwaarts toepassen van Opus Team in de teelt van wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst, winterrogge, suikerbiet, rode biet en prei wordt de blootstelling tijdens mengen/laden en toepassen geschat met behulp van EUROPOEM. Voor de totale dag blootstelling dienen de afzonderlijke handelingen (mengen/laden en toepassen) te worden opgeteld.

In tabel T.1 wordt aangegeven hoe de geschatte dermale en inhalatoire blootstelling aan fenpropimorf bij gebruik van de formulering Opus Team zich verhoudt tot de interne AOEL

 

Tabel T.1 Risicobeoordeling voor dermale en inhalatoire blootstelling aan fenpropimorf bij gebruik van Opus Team

 

Route

Geschatte blootstelling a,b (mg /dag)

AOEL

(mg/dag)

Risico-indexc

Machinaal neerwaarts toepassen

Mengen en laden

Inhalatoir

0.019

1.36

0.01

 

Dermaal

1.05

1.36

0.77

Toepassen

Inhalatoir

0.03

1.36

0.02

 

Dermaal

0.16

1.36

0.12

Totaal

 

1.3

1.36

0.9

a              Blootstelling is geschat met behulp van EUROPOEM

b              Voor fenpropimorf is voor de berekening van de systemische blootstelling uitgegaan van 1.4% dermale absorptie en 100% inhalatoire absorptie.

c              Ratio van geschatte blootstelling en toelaatbaar geachte blootstelling.

 

Op basis van deze arbeidstoxicologische risicobeoordeling kan worden geconcludeerd dat bij zowel dermale als inhalatoire blootstelling als gevolg van onbeschermd gebruik van Opus Team in de teelt van wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst, winterrogge, suikerbiet, rode biet en prei, geen nadelige effecten te verwachten zijn.

 

Particuliere toepasser

Niet van toepassing.

 

Herbetreding

Het is niet noodzakelijk om kort na toepassen enige herbetredingswerkzaamheden uit te voeren waarbij intensief contact met het behandeld gewas zal optreden. Daarom wordt er geen blootstelling voor de werker berekend.

 

Omstander

De blootstelling van de omstander is slechts een fractie van de blootstelling van de toepasser. Gebaseerd op de risico-index voor de toepasser, worden geen blootstellingsberekeningen uitgevoerd voor de omstander.

 

Volksgezondheid

Het middel Opus Team is voor het laatst beoordeeld in C-173.3.3. Kopie uit C-173.3.3:

 

Chronische dieetberekening

In C-144.3.11 worden nieuwe MRLs voorgesteld voor dierlijke producten (deze zijn nog niet opgenomen in de Regeling Residuen). In de Nederlandse Regeling Residuen staan verder MRLs vermeld voor aardbei, framboos, banaan, spruiten, thee, hop, granen en eieren.  De NTMDI-berekening laat zien dat maximaal 83% en 249% van de ADI wordt opgevuld voor respectievelijk de algemene bevolking en kinderen van 1 tot 6 jaar.

 

Alleen consumptie van banaan, tarwe en melk resulteert in een opvulling van > 10% van de ADI:

 

Product  

MRL

Consumptie algemene bevolking

Consumptie kinderen 1-6 jaar

% van ADI

algemene bevolking

% van ADI

kinderen 1-6 jaar

 

(mg/kg)

(gr/persoon/dag)

(gr/persoon/dag)

0,19 mg/dag

0,051 mg/dag

Banaan

2

20

29

21

114

Tarwe

0,5

131

81

35

80

Melk

0,02

413

501

4,4

20

 

Een verfijning van de risicobeoordeling voor banaan en melk door gebruikmaking van de STMR-waarde in plaats van de MRL-waarde levert een aanzienlijke reductie op van residuen in het consumeerbare gedeelte. Voor tarwe is gerekend met de geharmoniseerde MRL van 0,5 mg/kg. Echter, residuproeven uitgevoerd in granen volgens cGAP van Opus Team of hogere doseringen laten zien dat in graankorrels geen residuen boven de detectielimiet van 0,05 mg/kg zijn aangetroffen (deze proeven zijn reeds eerder beoordeeld). Een berekening met een MRL van 0,05 mg/kg voor tarwe levert een aanzienlijke reductie op van de inname van residuen.

Met deze verfijning wordt de ADI voor maximaal 23% en 55% (gebaseerd op alle gewassen waar een MRL voor is afgeleid; in onderstaande tabel zijn alleen die gewassen gepresenteerd waarvoor een verfijning is uitgevoerd) opgevuld voor respectievelijk de algemene bevolking en kinderen van 1 tot 6 jaar. Een eventuele verdere verfijning van de innameberekening voor de overige producten zal leiden tot een nog lagere opvulling van de ADI.

 

Product  

STMR

Consumptie algemene bevolking

Consumptie kinderen 1-6 jaar

% van ADI

algemene bevolking

% van ADI

kinderen 1-6 jaar

 

(mg/kg)

(gr/persoon/dag)

(gr/persoon/dag)

(0,19 mg/dag)

(0,051 mg/dag)

Banaan

0,11 *

20

29

1,1

6,3

Tarwe

0,05

131

81

3,5

8,0

Melk

0,01 **

413

501

2,2

9,8

*     De STMR is afkomstig uit de JMPR (1999) en afkomstig van geschilde bananen

**   De STMR-waarde voor melk is bepaald uit de vervoederingstudie met koeien.

 

Acute dieetberekening

In C-173.3.3 was geen ARfD afgeleid voor fenpropimorf. Voor de huidige beoordeling is daarom een acute dieetberekening uitgevoerd.

Teneinde de toelaatbaarheid van de voorgestelde residutoleranties te toetsen aan de voorgestelde ARfD werden NESTI-berekeningen uitgevoerd. Hierbij werd gebruik gemaakt van Nederlandse consumptiegegevens (‘large portion sizes’; 97,5 percentiel uit consumptie data), ‘unit weights’ uit Groot Britannië en bovenstaande residugetallen. De ARfD wordt opgevuld voor maximaal 27,1% en 53,3% voor respectievelijk de algemene bevolking en kinderen van
1 tot 6 jaar.

 

CONCLUSIE

Risico professionele toepasser

Geen risico bij gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen en beschermende kleding)

Risico particuliere toepasser

n.v.t.

Risico herbetreding

Geen risico

Risico omstanders

Geen risico

Risico volksgezondheid

Geen risico

 

Bevinding

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn

 

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN / MODELLEN

Eindpunten

EU-eindpunten lijst

Blootstelling professionele toepasser

EUROPOEM / model CTB dossier

Blootstelling particulier toepasser

n.v.t.

Blootstelling herbetreding

model CTB dossier

Blootstelling omstanders

model CTB dossier

Blootstelling volksgezondheid

model CTB dossier

* Indien de blootstelling voor 25d berekend is, omdat geen andere gegevens gebruikt kunnen worden uit het CTB dossier, het model aangeven waarmee de blootstelling is berekend.

 

 

 

RISICO-EVALUATIE MILIEU

 

TOEPASSINGSGEGEVENS

Tegen roest op prei, interval 14-28 dagen, juli-november

Fenpropimorf: 3 x 0.375 kg as/ha

Epoxiconazool: 3 x 0.126 kg as/ha

 

BEOORDELING

Persistentie bodem

Fenpropimorf: voldoet aan de normen voor persistentie.

Epoxiconazool: Op basis van labstudies is de gemiddelde DT50 > 90 dagen. Op basis van veldstudies bedraagt de gemiddelde DT50 79 dagen. Derhalve voldoet epoxiconazool aan de normen voor persistentie.

Uitspoeling naar grondwater

Epoxiconazool: voldoet.

Fenpropimorf: drie lysimeter studies zijn aangeleverd. Geen van allen is geschikt om een conclusie te trekken over de uitspoeling. Echter, uit PEARL-berekeningen bleek dat er geen risico is voor uitspoeling. Derhalve voldoet ook fenpropimorf.

Oppervlaktewater (drinkwatercriterium)

Uit de algemene wetenschappelijke kennis die het Ctb heeft achterhaald over het middel en de werkzame stoffen is het Ctb van oordeel dat er in dit geval geen concrete aanwijzingen zijn voor zorg omtrent de gevolgen van dit middel bij gebruik conform het gebruiksvoorschrift voor oppervlaktewater waaruit drinkwater wordt gewonnen. In het licht van deze benadering verwacht het Ctb geen overschrijding van de drinkwaternorm. Er wordt voldaan aan de norm voor oppervlaktewater bestemd voor de bereiding van drinkwater zoals opgenomen in Bubg.

Zoogdieren

De som der normoverschrijdingen voor een dosering van 1 L per ha was 0,93. Bij 1,5 L per ha wordt de norm derhalve overschreden.

Vogels

De som der normoverschrijdingen voor een dosering van 1 L per ha was 0,98. Bij 1,5 L per ha wordt de norm derhalve overschreden.

Waterorganismen (incl sediment)

Voldoet

Bioaccumulatie

Voldoet

Bijen en hommels

Voldoet

Niet-doelwitarthropoden

Voldoet na waarschuwingszin op etiket.

In het C-stuk staat aangegeven:

De onderhavige aanvraag kan worden toegelaten door het plaatsen van een waarschuwingszin op het etiket: “Het middel is gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling”.

Regenwormen

Voldoet

Bodemmicro-organismen

Voldoet

Terrestrische planten

nvt

Actief slib RWZI’s

Nvt

Overige opmerkingen

De doorgerekende dosering in het C-stuk is 1 L per ha, de aanvraag is voor 1,5 L/ha.

 

CONCLUSIE

 

voldoet aan UB*

Persistentie bodem

Ja

Uitspoeling grondwater

Ja

Oppervlaktewater (drinkwatercriterium)

Ja

Risico zoogdieren

Nee

Risico vogels

Nee

Risico waterorganismen (incl sediment)

Ja

Risico bijen en hommels

Ja

Risico niet-doelwitarthropoden

Ja, mits restrictiezin

Risico regenwormen

Ja

Risico bodemmicro-organismen

Ja

Risico terrestrische planten

Nvt

Risico actief slib (RWZI)

Nvt

* vermeld: nvt (indien compartiment niet bereikt wordt), ja, of nee.

 

Bevinding

Niet is vastgesteld dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn

 

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Ctb dossier

Epoxiconazool map algemeen 1 en milieu 2, Fenpropimorf map algemeen 1 , Opus team en Corbel dossier

EC Monografie

 

 

 

 

 

 

 

REACTIE TOELATINGHOUDER

BASF reageert per brief d.d. 13-09-07. Volgens BASF is in de bovenstaande herbeoordeling van het CTB foutief uitgegaan van een dosering in prei van 3x1.5 L middel/ha. De toepassing conform het actuele WGGA is volgens BASF 2x 1.5 L/ha. Dit wordt volgens BASF afgedekt in de milieubeoordeling bij het CTB-besluit d.d. 29-09-06, waarin volgens hen gerekend is met 2 x 1.5 L middel/ha. BASF concludeert daarom dat er op grond van laatstgenoemde beoordeling geen normoverschrijding is voor vogels en zoogdieren.

 

REACTIE CTB

In de milieubeoordeling bij CTB-besluit d.d. 29-09-06 is gerekend met 3 x 1 L middel/ha (en dus niet met 2x1.5 L middel/ha zoals BASF schrijft; dit maakt echter niet uit want in beide gevallen is de totale dosering 3 L middel/ha).

In de herbeoordeling is uitgegaan van 3 x 1.5 L middel/ha, op basis van de GAP tabel d.d. 12-07-07, dit is dus inderdaad hoger dan waar bij de huidige toelating (besluit d.d.29-09-06) vanuit is gegaan.

 

Volgens BASF valt uit het WGGA af te leiden dat de frequentie 2 x is (‘behandeling indien nodig herhalen’), maar m.i. sluit het WGGA meer dan 2x toepassen niet uit. Blijkbaar vindt de PD dat ook, want die hebben voor prei een frequentie van 3 aangegeven in de GAP-tabel als worst case.

 

Conclusie: op basis van de GAP-tabel van de PD heeft de aanvrager geen gelijk en blijft de conclusie van de herbeoordeling gelden (risico vogels en zoogdieren), tenzij in het WG/GA wordt aangegeven dat het middel maximaal 2 keer mag worden toegepast.

 

Omdat BASF te kennen heeft gegeven dat het middel slechts 2 keer wordt toegepast, wordt in het WG/GA de restrictie opgenomen:

 

“Dit middel mag per teelt maximaal 2 keer worden toegepast”

 

Hiermee is het risico voor milieu aanvaardbaar.

 

 

EINDCONCLUSIE

Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn.

 

 

ETIKETTERING EN WG/GA

De huidige etikettering wordt gehandhaafd.

 

De volgende beperking wordt op het WG/GA geplaatst:

Dit middel mag per teelt maximaal 2 keer worden toegepast.

 


Bijlage 1 GAP tabel

 


 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Bijlage 2 WG/GA

 

A.

Wettelijk gebruiksvoorschrift

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel, toegepast door middel van een gewasbehandeling:

a. in de teelt van wintertarwe en zomertarwe;

b. in de teelt van wintergerst en zomergerst;

c. in de teelt van winterrogge;

d. in de teelt van suikerbieten en rode bieten

e. in de teelt van prei in de vollegrond.

 

Veiligheidstermijn:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

6 weken voor wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst en winterrogge en
2 weken voor prei, suikerbieten en rode bieten.

 

Het loof van suikerbieten en rode bieten mag niet worden vervoederd.

 

Dit middel mag per teelt maximaal 2 keer worden toegepast.

 

Het middel is gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

 

Het middel is bestemd voor beroepsmatig gebruik.

 

 

B.

Gebruiksaanwijzing

 

 

Toepassingen

 

Winter- en zomertarwe, ter bestrijding van bladziekten (zgn. afrijpingsziekten) veroorzaakt door bruine roest (Puccinia recondita f.sp. tritici), meeldauw (Erysiphe graminis f. sp. tritici) en bladvlekkenziekte (Septoria-soorten).

Een éénmalige behandeling uitvoeren in de periode vanaf het verschijnen van het vlagblad tot aan begin bloei.

Een gelijktijdig voorkomende aantasting door gele roest wordt eveneens bestreden.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Wintergerst en zomergerst, ter bestrijding van gele roest (Puccinia striiformis f.sp. hordei) en dwergroest (Puccinia hordei).

Wanneer tussen uitstoeling  en het in de aar komen van het gewas gele roest en/of dwergroest wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Wintergerst en zomergerst, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Rhynchosporium secalis) en netvlekkenziekte (Pyrenophora teres).

Zodra in het voorjaar aantasting door blad- en/of netvlekkenziekte wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Winterrogge, ter bestrijding van bruine roest (Puccinia recondita f.sp. recondita) en bladvlekkenziekte  (Rhynchosporium secalis).

Zodra in het voorjaar aantasting door bruine roest en/of bladvlekkenziekte wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1,5 liter per hectare.

 

Suikerbieten en rode bieten, ter bestrijding van aantasting door bladvlekkenziekten veroorzaakt door Cercospora beticola en Ramularia beticola, meeldauw (Erysiphe betae) en roest (Uromyces betae).

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. Indien nodig de behandeling herhalen.

Dosering: 1 liter per ha

 

Prei in de vollegrond, ter bestrijding van aantasting door roest (Puccinia allii).

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen.

Dosering: 1,5 liter per ha