Toelatingsnummer 10568 N

Agrichem Ethofumesaat (2)  

 

10568 N

 

 

 

 

 

 

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

1 WIJZIGING TOELATING

 

Gelet op het verzoek d.d. 29 januari 2010 (20100086 WGGAG) van

 

Agrichem B.V.

Koopvaardijweg 9

4906 CV  OOSTERHOUT NB

 

 

tot wijziging van de toelating als bedoeld in artikel 28, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van het gewasbeschermingsmiddel, op basis van de werkzame stof ethofumesaat

 

Agrichem Ethofumesaat (2)

 

gelet op artikel 41, tweede lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

BESLUIT HET COLLEGE als volgt:

 

1.1  Wijziging toelating

De toelating van het middel Agrichem Ethofumesaat (2) is toegelaten tot 28 februari 2013. De toelating van het middel Agrichem Ethofumesaat (2) wordt gewijzigd en is met ingang van datum dezes toegelaten voor de in bijlage I genoemde toepassingen.Voor de gronden van dit besluit wordt verwezen naar bijlage II bij dit besluit.

 

1.2  Samenstelling, vorm en verpakking

De toelating geldt uitsluitend voor het middel in de samenstelling, vorm en de verpakking als waarvoor de toelating is verleend.

 

1.3  Gebruik

Het middel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I onder A bij dit besluit is voorgeschreven.

 

1.4 Classificatie en etikettering

 

Gelet op artikel 29, eerste lid, sub d, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

 

1.    De aanduidingen, welke ingevolge artikelen 9.2.3.1 en 9.2.3.2 van de Wet milieubeheer en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

aard van het preparaat: vloeistof

 

werkzame stof:

gehalte:

ethofumesaat

200 g/l

 

 

letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen): xyleen

 

 

gevaarsymbool:

aanduiding:

Xn

Schadelijk

 

 

Waarschuwingszinnen: 

 

R10                 -Ontvlambaar.

R38                 -Irriterend voor de huid.

R52/53            -Schadelijk voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

R65                 -Schadelijk: kan longschade veroorzaken na verslikken.

 

 

Veiligheidsaanbevelingen:

 

S37d-NL         -Draag geschikte handschoenen tijdens het mengen en laden.

S61                 -Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

S62                 -Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

 

Specifieke vermeldingen:

 

DPD01            -Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

 

1)    Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

§         letterlijk en zonder enige aanvulling:
het wettelijk gebruiksvoorschrift
De tekst van het wettelijk gebruiksvoorschrift is opgenomen in Bijlage I, onder A.

 

§         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:
de gebruiksaanwijzing
De tekst van de gebruiksaanwijzing is opgenomen in Bijlage I, onder B.
De tekst mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding mits deze niet met die tekst in strijd zijn
.

 

§         bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.5.

 

 

2 DETAILS VAN HET VERZOEK EN DE TOELATING

 

2.1 Verzoek

Het betreft een verzoek tot wijziging van de toelating van het middel
Agrichem Ethofumesaat (2)  (10568 N), een middel op basis van de werkzame stof  ethofumesaat. Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de teelt van suiker- en voederbieten en in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras.

 

De wijziging betreft:

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift worden de driftreducerende maatregelen t.b.v. het beperken van het risico voor niet-doelwit planten aangepast.

 

2.2 Informatie met betrekking tot de stof

n.v.t.

 

2.3 Karakterisering van het middel

n.v.t.

 

2.4 Voorgeschiedenis

De aanvraag is op 1 februari 2010 ontvangen; op 5 februari 2010 zijn de verschuldigde aanvraagkosten ontvangen. Bij brief d.d. 18 februari 2010 is de aanvraag in behandeling genomen.

 

 

3  RISICOBEOORDELINGEN

 

Het gebruikte toetsingskader voor de beoordeling van deze aanvraag is weergegeven in de Regeling houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden (RGB).

 

3.1  Risico voor het milieu

Het middel voldoet aan de voorwaarde dat het, rekening houdend met alle normale omstandigheden waaronder het middel kan worden gebruikt en de gevolgen van het gebruik, geen voor het milieu onaanvaardbaar effect heeft, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met het volgende aspect:

-          de gevolgen voor niet-doelsoorten.

(artikel 28, eerste lid, sub b, onderdeel 4 en 5, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

De beoordeling van dit deel van het risico voor het milieu staat beschreven in Bijlage II bij dit besluit.

 

3.2  Eindconclusie

Bij gebruik volgens het gewijzigde Wettelijk Gebruiksvoorschrift/Gebruiksaanwijzing is het middel Agrichem Ethofumesaat (2) op basis van de werkzame stof ethofumesaat voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu (artikel 28, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden).

 

 

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 119, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctgb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 12 maart 2010

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN  GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN  BIOCIDEN,





dr. D. K. J. Tommel

voorzitter

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE I bij het besluit d.d. 12 maart 2010 tot wijziging van de toelating van het middel Agrichem Ethofumesaat (2), toelatingnummer 10568 N

 

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de teelt van suiker- en voederbieten en in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras.

 

De totale dosering in één seizoen mag niet hoger zijn dan 2 kg ethofumesaat (als werkzame stof) per hectare.

 

Toepassing met een luchtvaartuig is niet toegestaan.

 

Na gebruik in Engels en Italiaans raaigras, het gras niet vervoederen.

 

Om niet tot de doelsoorten behorende planten te beschermen is toepassing in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras uitsluitend toegestaan indien gebruikt wordt gemaakt van driftarme doppen.

 

Het middel is uitsluitend bestemd voor professioneel gebruik.

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Algemeen

Agrichem Ethofumesaat (2) is een bodemherbicide met systemische werking via de ondergrondse delen van de onkruiden. Vochtige grond op het moment van toepassen en enige neerslag nadien bevorderen de werking. De gewassen moeten echter bij behandeling droog zijn. Met uitzondering van kamille bestrijdt Agrichem Ethofumesaat (2) een breed spectrum éénjarige onkruiden waaronder kleefkruid. Waterhoeveelheid: 200-300 liter per ha.

 

Toepassing in de teelt van suiker-en voederbieten

Agrichem Ethofumesaat (2) is na-opkomst alleen werkzaam in combinatie met middelen op basis van fenmedifam (157 of 160 g/l). Deze tankmenging geeft een goede bestrijding tot in het 4-6 bladstadium van de meeste tweezaadlobbige zaadonkruiden.

 

Deze combinatie komt vooral in aanmerking voor toepassing op zand- en dalgronden en specifiek voor de bestrijding van veelknopigen en kleefkruid op alle grondsoorten.


 

Dosering:

-        Vanaf het 2 bladstadium (BBCH 12) van de biet:
1,5 liter Agrichem Ethofumesaat (2) + 3,5 liter fenmedifam per hectare.

Zonodig na 10-14 dagen een tweede bespuiting uitvoeren met 1,5 liter Agrichem Ethofumesaat (2) + 3,5 liter fenmedifam per hectare. Tijdelijk kan enige gewasbeschadiging optreden, vooral van kleine bietenplantjes. De eerste 2 echte blaadjes moeten daarom bij alle bieten min. 1 cm groot zijn alvorens een behandeling wordt uitgevoerd en de onderstaande restricties dienen opgevolgd te worden.

 

-        Vanaf het 4 bladstadium (BBCH 14) van de biet:
2,5 liter Agrichem Ethofumesaat (2) + 5,0 liter fenmedifam per hectare als enkelvoudige behandeling.

 

Mengvoorschriften

Agrichem Ethofumesaat (2) toegepast in combinatie met middelen op basis van fenmedifam:

-           Giet 20-50 liter water in de tank

-           Voeg fenmedifam toe en zet het roersysteem in werking

-           Voeg water toe tot de helft van de benodigde hoeveelheid

-           Voeg Agrichem Ethofumesaat (2) toe

-           Vul verder aan met water

 

Laat de roerinrichting in werking, zowel bij het vullen van de tank als tijdens het spuiten.

 

Restricties:

-        Spuit op een afgehard en gezond bietengewas, dat niet verzwakt is door insecten, stuifschade, nachtvorst of herbiciden.

-        Spuit niet bij maximale dagtemperatuur boven 18 °C en niet bij scherp zonnig weer. In deze gevallen bij voorkeur ‘s avonds spuiten.

 

Toepassing in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras

Agrichem Ethofumesaat (2) bestrijdt duist, windhalm, straatgras, muur en herderstasje in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras. Het effect op graanopslag is wisselvallig.

 

Tijdstip van toepassen:

Agrichem Ethofumesaat (2) kan worden gespoten vanaf het moment dat het raaigras 2 spruiten heeft gevormd. Bij toepassing na de oogst van de dekvrucht dient het raaigras afgehard te zijn. Behandeling niet herhalen. Spuit op een gezond gewas.

Dosering:

-   7,5 liter per hectare, indien duist en windhalm kleiner zijn dan 3 spruiten

-   10,0 liter per hectare, indien reeds 3-5 spruiten zijn gevormd.

Grotere duist of windhalm wordt niet meer bestreden.

 

Opvolgende gewassen:
Om schade te voorkomen als gevolg van eventuele residuen van ethofumesaat in de grond moet voor het zaaien of planten eerst kerend worden geploegd, bijvoorbeeld bij een nateelt van wintergranen of bij een mislukte teelt. Bij mislukken van een gewas waarin Agrichem Ethofumesaat (2) werd toegepast kunnen de volgende gewassen na kerend ploegen gezaaid of geplant worden: suiker- en voederbieten, maïs, bruine bonen, tuinbonen, raaigrassen, erwten, spinazie, knolselderij, wortelen, zaai- en plantuien.

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

 

BIJLAGE II bij het besluit d.d. 12 maart 2010 tot wijziging van de toelating van het middel Agrichem Ethofumesaat (2), toelatingnummer 10568 N

 

Het betreft een verzoek tot wijziging van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift van de toelating van het middel Agrichem Ethofumesaat (2), 20100086 WGGAG, o.b.v. ethofumesaat. Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de teelt van suiker- en voederbieten en in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras.

 

Op 29 januari 2010 verzoekt de toelatinghouder naar aanleiding van de publicatie van het document  “Aangepast beoordelingssysteem voor terrestrische niet-doelwit planten in het geval van veldgewassen” de driftreducerende maatregelen t.b.v. het beperken van het risico voor niet-doelwit planten aan te passen.

 

 

Ecotoxicology

 

The Plant Protection Products and Biocides Regulations (RGB) published in the Government Gazette (Staatscourant) 188 of 28 September 2007 came into effect on 17 October 2007, while repealing the Uniform Principles Decree on Plant Protection Products (BUBG) and the Regulation elaborating the uniform principles for plant protection products (RUUBG).

 

Risk assessment is done in accordance with Chapter 2 of the RGB for products based on
- active substances which have already been placed on Annex I of directive 91/414/EEC

- “new” active substances

 

This means that for the current application of Agrichem Ethofumesaat Flowable, Oblix 200 EC en Agrichem Ethofumesaat (2) risk assessment is done in accordance with Chapter 2 of the RGB.

 

The relevant information for terrestrial non-target plants is given below.

 

 

 

7.5.5    Effects on non target-plants

The risk assessment for non-target plants is based on an off-crop situation with a drift percentage of 4.7. The exposure thus equals 0.047 * MAF *the application rate.

The lowest ER50 is for Triticum aestivum: 0.21 kg a.s./ha for seedling emergence and 0.23 kg a.s./ha for vegetative vigour. The TER is presented in table E.1.

 

Table E.1: Overview of exposure concentrations and TERs for non target plants

Use

Substance

Dose

[kg a.s. /ha]

MAF.

Drift% (off-field exposure)

Exposure

(kg a.s./ha)

EC50

[kg a.s./ha]

TER

Trigger value

Ryegrass

Ethofumesate

2.0

-

4.7

0.094

0.21

2.2

5

 

The ratio between EC50 and the exposure concentration is 2.2 and thus < 5. The risk for non-target plants is considered to be high.

 

Based on the available data, a HC5 can be calculated, based on the available values for vegetative vigour. For all species tested, the vegetative vigour test obtained lower endpoints, than the seedling emergence test, except for T. aestivum. For the latter species, the endpoint for vegetative vigour and seedling emergence is considered comparable, and also for this species, the endpoint for vegetative vigour can be used for HC5 calculation.

 

See Table E.2 for input and HC5 determination.

 

Table E.2: EC50 values and calculated HC5 value for non-target plants

Species

parameter

Criterion

Value

ethofumesate

[kg a.s./ha]

Allium cepa

Biomass

ER50

7.27

Triticum aestivum

Biomass

ER50

0.234

Brassica napus

Biomass

ER50

3.2

Glycine max

Biomass

ER50

0.586

Linum usitatissimum

Biomass

ER50

0.475

Lycopersicon esculentum

Biomass

ER50

0.250

HC5

 

 

0.072

 

When using the HC5-value, no safety factor is needed. With an expected exposure of 0.094 kg a.s./ha , the TER is 0.072/0.094 = 0.76, which is still below the relevant trigger of 1. To reach an acceptable risk, the drift must be reduced to 3.6%. This can be reached by applying low drift nozzles.

 

In the risk assessment above only the worst-case application has been assessed. There are also applications in sugar- and fodderbeets. The dose rate of ethofumesate is at least a factor of 4 lower for this use, but the product is applied together with the active substance phenmedipham (0.8 kg as/ha) in a tank mix. From other data it is shown that ehtofumesate shows a higher toxicity to non target plants than phenmedipham. Based on this information it is assumed that application of the low drift nozzles regarding these uses will lead to an acceptable risk for non-target plants.

 

Conclusion non-target plants

The product complies with the RGB, provided that low drift nozzles are applied for all uses.

 


Based on the current assessment, the following has to be stated in the GAP/legal instructions for use:

 

In the WG (legal instructions):

 

Om niet tot de doelsoorten behorende planten te beschermen is toepassing in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras uitsluitend toegestaan indien gebruikt wordt gemaakt van driftarme doppen.”

 

 

Conclusie

 

Het College besluit het verzoek tot wijziging van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift,
20100086 WGGAG,  te honoreren.

De volgende restrictiezin wordt opgenomen in het Wettelijk Gebruiksvoorschrift:

·        Om niet tot de doelsoorten behorende planten te beschermen is toepassing in de zaadteelt van Engels en Italiaans raaigras uitsluitend toegestaan indien gebruikt wordt gemaakt van driftarme doppen.