Toelatingsnummer 11917 N

 

HALAPUR VLOEIBAAR  

 

11917 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

overwegende, in verband met de implementatie van Richtlijn 2006/8/EG, tot wijziging van bijlage II, III en V bij Richtlijn 1999/45/EG, betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten, dat het besluit tot toelating van het middel

 

HALAPUR VLOEIBAAR

 

nr. 11917 N d.d 29 mei 1998 dient te worden gewijzigd en het in verband daarmee wenselijk is §IV van het bovengenoemde besluit, met uitzondering van punt 2a. en 2b., in te trekken en daarvoor in de plaats, gelet op artikel 5, 5e lid van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288), volgende wijziging aan te brengen, besluit als volgt:

 

§IV, met uitzondering van punt 2a. en 2b. (die ongewijzigd blijven), komt te luiden:

 

 

§ IV Verpakking en etikettering

 

1.       De aanduidingen, welke ingevolge artikel 36 van de Wet milieugevaarlijke stoffen en artikelen 14, 15a, 15b, 15c en 15e van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten (voor gewasbeschermingsmiddelen, voor biociden 15e is 15d) op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

Overeenkomstig artikel 15c, lid 1, onder b van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten:

 

-       aard van het preparaat: vloeistof

 

Overeenkomstig artikel 15d, lid 1 (biociden) en artikel 15e, onder b (gewasbeschermingsmiddelen) van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten:

 

-    Werkzame stof:

-    Gehalte:

 

 

didecyldimethylammoniumchloride

46 g/l

 

 

Overeenkomstig artikel 14, lid 1 tot en met lid 3 van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten:

 

-          andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):  

-

 

 

  1. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Wet Milieugevaarlijke Stoffen en de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

c.      overeenkomstig artikel 14, lid 4 tot en met lid 13 van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten, letterlijk en zonder enige aanvulling, tenzij bij de veiligheidsaanbeveling cursief is aangegeven dat een keuze moet worden gemaakt; dan dient de optie die van toepassing is op het etiket te worden vermeld:

 

-    Gevaarsymbool:

-    Aanduiding:

 

 

Xi

Irriterend

 

 

N

Milieugevaarlijk

 

-          Waarschuwingszinnen:

 

Gevaar voor ernstig oogletsel.

Zeer vergiftig voor in het water levende organismen.

 

-          Veiligheidsaanbevelingen:

 

Niet roken tijdens gebruik.

Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

Een bescherming voor de ogen dragen.

In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren. (Deze zin hoeft niet te worden vermeld op het etiket indien u deelneemt aan het verpakkingenconvenant, en op het etiket het STORL-vignet voert, en ingevolge dit convenant de toepasselijke zin uit de volgende verwijderingszinnen op het etiket vermeldt:

1)    Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.

2)    Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.

3)    Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.)

Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

 

d.      overeenkomstig artikel 14, lid 13 en lid 14 van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten, letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

-          Specifieke vermeldingen:

 

-  

e.   - 

 

f.    n.v.t. 

 

g.   n.v.t. 

 

h.   n.v.t. 

 

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij: het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (Ctb), Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN. Het Ctb heeft niet de mogelijkheid van het elektronisch indienen van een bezwaarschrift opengesteld.

 

 

Wageningen, 2 maart 2007

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(secretaris/directeur)

 

 

Aan:

Veip B.V.

Molenvliet 1
3961 MT  WIJK BIJ DUURSTEDE

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit d.d. 2 maart 2007, in verband met de implementatie van Richtlijn 2006/8/EG, van het middel HALAPUR VLOEIBAAR, toelatingsnummer 11917 N

 

Algemene toelichting met betrekking tot de aanpassing van de etikettering van bestrijdingsmiddelen volgens Richtlijn 2006/8/EG, welke strekt tot wijziging van Richtlijn 1999/45/EG (gevaarlijke preparaten)

 

Richtlijn 2006/8/EG tot wijziging van richtlijn 1999/45/EG (de ‘preparatenrichtlijn’) is 24 januari 2006 gepubliceerd in het publicatieblad van de EG. Daarmee worden de bijlagen II, III en V bij richtlijn 1999/45/EG gewijzigd. Deze bijlagen zijn door middel van een dynamische verwijzing in de Nederlandse wet geïmplementeerd. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk 1 maart 2007 aan deze richtlijn te voldoen. De inhoudelijke veranderingen ten opzichte van huidige etiketteringswijze wordt hieronder puntsgewijs besproken:

 

Indeling voor de gevaren voor de gezondheid - Bijlage II

De wijziging van bijlage II betreft een verduidelijking in het toekennen van de R-zinnen voor kankerverwekkende, mutagene en voor voortplanting vergiftige stoffen, zodat enkel en alleen de R-zin van de zwaarste categorie op het etiket hoeft te worden vermeld. In de praktijk werd de richtlijn door het CTB al zo geïnterpreteerd en behoeft dit geen verdere actie.

 

Indeling voor de gevaren voor de milieu - Bijlage III

Bijlage III betreft de indeling voor de gevaren voor het milieu. De toelatingsbesluiten worden in voorkomende gevallen aangepast: de milieuetikettering van preparaten gaat afhangen van de toxiciteit van de stoffen in dat preparaat, die zijn ingedeeld met R50/53 of R50. Dit geldt voor zowel de werkzame stoffen als de hulpstoffen. Van alle middelen die (een) stof(fen) bevatten met R50/53 of R50 dient daarom de milieuetikettering opnieuw bekeken te worden. Uitzondering zijn de middelen die al met N, R50/53 zijn geclassificeerd; de middeletikettering kan dan immers niet zwaarder worden. Indien alle relevante toxiciteitstesten met het middel aanwezig zijn verandert de etikettering niet. Na een selectie van de betreffende middelen zal het etiket worden aangepast op basis van de richtlijn uit 2006/8/EG. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest recente gegevens die voor het middel bekend zijn. In het algemeen zijn dit de gegevens die bij de heretikettering of toelatingsaanvraag ingediend zijn. Bij wijziging van de milieu-etikettering zal het College een nieuw besluit vaststellen.

 

Specifieke bepalingen voor het kenmerken van bepaalde preparaten - Bijlage V

Bijlage V betreft de zogenaamde DPD-zinnen. In 4 zinnen is de gebruikte terminologie gewijzigd om de tekst preciezer en consistenter te maken. Slechts 1 van deze zinnen wordt bij bestrijdingsmiddelen toegepast. Het betreft DPD-06 ‘Attentie! Niet in combinatie met andere producten gebruiken; er kunnen gevaarlijke gassen (chloor) vrijkomen’. Bij deze zin is het woord Attentie gewijzigd in Let op. Gezien de minimale wijziging is de aanpassing reeds bij het CTB doorgevoerd en wordt dus bij toekenning op nieuwe besluiten reeds opgenomen. Toelatinghouders met middelen met deze zin zal per brief worden verzocht de tekstuele wijziging door te voeren.

Vervallen van S35 door toekenning van S60

Door de aanpassing van 1999/45/EG met richtlijn 2006/8/EG wordt een aantal middelen zwaarder ingedeeld voor milieu. Aan middelen met R50 of R50/53 wordt de veiligheidszin ‘Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren’ (S60) toegekend. Door toekenning van S60 komt S35 te vervallen.


Deze zin ‘Deze stof en de verpakking op veilige wijze afvoeren’ (S35) wordt door het CTB toegekend aan beroepsmatig toegepaste middelen met de volgende eigenschappen: 1) toxicologie: zeer vergiftig (T+), vergiftig (T), corrosief (C) of 2) fysisch-chemische eigenschappen: ontplofbaar (E), zeer licht ontvlambaar (F+), licht ontvlambaar (F), oxiderend (O). Slechts één van de twee veiligheidszinnen kan op het besluit vermeld worden.

 

Overige aandachtspunten bij het vaststellen van de nieuwe etikettering

 

Verschillende etiketteringen voor verschillende verpakkingen van één middel

Indien een middel in meerdere verpakkingen in de handel wordt gebracht, kan dit leiden tot verschillende etikettering van de verpakkingen. Dit wordt op het besluit aangegeven. De criteria hiervoor zijn onveranderd, onderstaande toelichting is overgenomen van de heretikettering.

 

Toelichting:            De criteria uit richtlijn 67/548/EEG voor het toekennen van S-zinnen verschillen voor verpakkingen bestemd voor particulier gebruik of beroepsmatig gebruik. Overeenkomstig artikel 10, 4e lid van richtlijn 1999/45/EG behoeven op verpakkingen £ 125 ml onder bepaalde voorwaarden de R- en/of S-zinnen niet te worden vermeld. Door bovenstaande regels kan de etikettering van één middel verschillen afhankelijk van de verpakking (beroepsmatig gebruik, beroepsmatig gebruik £ 125 ml, beroepsmatig gebruik > 125 ml, particulier gebruik, particulier gebruik £ 125 ml of particulier gebruik > 125 ml). Indien een middel in meerdere verpakkingen in de handel wordt gebracht, én dit leidt tot verschillen in de etikettering van de verpakkingen, is dit in het besluit aangegeven.

 

Etikettering van afgeleide en parallelle toelatingen

De etikettering van afgeleide en parallelle toelatingen is in principe gelijk aan de etikettering van de originele toelating. De indeling voor milieu is niet afhankelijk van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing. Bij sommige middelen is de afgeleide/parallelle toelating alléén voor particulier gebruik bestemd, terwijl de originele toelating bedoeld is voor beroepsmatig gebruik. Aangezien de criteria uit richtlijn 67/548/EEG voor het toekennen van S-zinnen verschillen voor verpakkingen bestemd voor particulier gebruik of beroepsmatig gebruik kan dit leiden tot verschillen in de etikettering tussen de afgeleide/parallelle toelating en de originele toelating. Tevens kan een verschil in verpakkingsgrootte (zie toelichting hierboven) leiden tot verschillen in de etikettering tussen de afgeleide/parallelle toelating en de originele toelating.

 

Aanpassingen niet ten gevolge van richtlijn 2006/8/EG

Eventuele omissies die gemaakt zijn bij de vorige (her)etikettering zijn eveneens betrokken bij de besluitvorming en hebben mogelijk geleid tot aanpassing van de etikettering.

In voorkomende gevallen is daarvoor, zonodig, overleg gevoerd met de toelatinghouder.

De wijziging is toegelicht in onderstaande tabel.

 

Etiketteringsvoorstel

 

De aangepaste besluiten zijn het gevolg van de wijzigingen in Bijlage III. Naar aanleiding van eerder door de toelatinghouder ingediende gegevens zijn de veiligheidsvoorschriften vastgesteld in onderstaande tabel. In de tabel is tevens een toelichting gegeven op de verschillen met de huidige etikettering.


 

Middel:

HALAPUR VLOEIBAAR

Toelatingsnummer:

11917

Gevaarsymbool:

N

aanduiding:

milieugevaarlijk

R-zinnen

R50

Zeer vergiftig voor in het water levende organismen.

 

 

 

S-zinnen:

S60

Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

(Deze zin hoeft niet te worden vermeld op het etiket indien u deelneemt aan het verpakkingenconvenant, en op het etiket het STORL-vignet voert, en ingevolge dit convenant de toepasselijke zin uit de volgende verwijderingszinnen op het etiket vermeldt:

1) Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.

2) Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.

3) Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.)

 

S61

Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

 

 

Eventuele toelichting op verschil met huidige etikettering:

Er was geen milieu-etikettering voor 19 A. Met ingang van 2006/08/EG verandert dit in N, R50, S60, 61 voor beroepsmatige toepassing gebaseerd op de toxiciteit van de werkzame stof  voor algen en kreeftachtigen.