Toelatingsnummer 10211 N

     

 

SUMICIDIN SUPER

 

10211 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

gelet op artikel 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

Bijlage I bij het besluit tot toelating van het middel SUMICIDIN SUPER onder nr. 10211 N
d.d 15 februari 1989, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 januari 2002 wordt op gronden als in bijlage II dezes vermeld, met ingang van heden vervangen door bijlage I dezes.


De bijlage 1 bij bovengenoemd besluit wordt vervangen door bijlage 1 dezes.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 21 februari 2003

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

 

 

Aan:

SUMITOMO CHEMICAL AGRO EUROPE S.A.

2 RUE CLAUDE CHAPPE,
69370 SAINT DIDIER AU MONT, D'OR

FRANKRIJK

 




 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van het middel SUMICIDIN SUPER,
toelatingsnummer 10211 N

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt van:

a.      aardappelen, granen, erwten, stamslabonen, veldbonen, spruitkool, sluitkool, bloemkool, broccoli, koolrabi, suiker- en voederbieten met dien verstande dat in de teelt van pootaardappelen bij meervoudige toepassingen ter voorkoming van Ynvirus op percelen die grenzen aan watergangen gebruik gemaakt dient te worden van een grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning f er dient gebruik gemaakt te worden van een zeer grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75%, zonder luchtondersteuning.

b.      graszaad en graszoden alsmede in weiland en sportvelden met dien verstande dat:

1.    in de grasteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden;

2.    weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid;

3.    sportvelden niet binnen 5 dagen na behandeling mogen worden betreden.

c.      bloembollen met dien verstande dat bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen gebruik dient gemaakt te worden van een grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of van een zeer grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 90% zonder luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een overkapte beddenspuit.

d.      bloemisterijgewassen onder glas.

 

De toepassing door middel van een vliegtuig is verboden.

 

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

7 dagen voor aardappelen;

7 dagen voor spruitkool, sluitkool, bloemkool, broccoli en koolrabi;

2 weken voor granen;

7 dagen voor erwten en veldbonen;

10 dagen voor stamslabonen.

 

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Attentie:
Het middel is giftig voor vissen en andere waterorganismen, derhalve het middel zodanig toepassen dat het niet in het oppervlaktewater terecht kan komen.

 

TOEPASSINGEN

 

Aardappelen, ter bestrijding van de larven van de Coloradokever.

Het beste tijdstip voor een bestrijding is wanneer jonge larven op het gewas worden aangetroffen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

 

Aardappelen, ter bestrijding van bladluizen ter voorkoming van zuigschade

Een behandeling uitvoeren wanneer gemiddeld meer dan 50 bladluizen per samengesteld blad voorkomen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Pootaardappelen, ter voorkoming van overdracht door bladluizen van het bladrolvirus

Toepassen zodra 90% van de planten is opgekomen.

De behandeling 14 dagen later herhalen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Pootaardappelen, ter voorkoming van overdracht door bladluizen van het Ynvirus

Wekelijks toepassen vanaf de opkomst van het gewas tot n week voor de rooidatum.

Dosering:

0,2 liter per ha in combinatie met minerale olie.
Voor de dosering van de minerale olie raadplege men publicaties van o.a. de D.L.V.

Het middel dus uitsluitend toepassen in combinatie met minerale olie.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een zeer grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 75% zonder luchtondersteuning.

 

Granen, ter bestrijding van bladluizen

Een bespuiting uitvoeren als tenminste 70% van de halmen met bladluizen is bezet.

Een gecombineerde bestrijding van bladluizen en afrijpingsziekten is verantwoord wanneer bij begin tenminste 30% van de halmen met bladluizen is bezet. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Suiker- en voederbieten, ter bestrijding van rupsen van de aardappelstengelboorder

In gebieden waar aantasting is te verwachten vanaf half mei een behandeling uitvoeren en deze maximaal 1x herhalen met een interval van 7 dagen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,45 liter per ha.

 

Suiker en voederbieten, ter bestrijding van trips

Een behandeling uitvoeren zodra op de jonge plantjes trips wordt waargenomen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha

 

Erwten en veldbonen, ter bestrijding van de bladrandkever

Zodra vreterij van de bladrandkever aan de blaadjes van de jonge planten wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Erwten, ter bestrijding van trips

Een behandeling uitvoeren zodra op de jonge planten aantasting wordt waargenomen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Stamslabonen, ter bestrijding van trips

Een behandeling uitvoeren zodra op de jonge planten aantasting wordt waargenomen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Spruit-, sluit-, bloemkool, broccoli en koolrabi, ter bestrijding van koolrupsen, koolmot en bladrollers; nevenwerking tegen bladluis en bij spruitkool ook tegen late koolvlieg

Ter bestrijding van de koolgalmug het middel toepassen zodra de eerste eitjes zijn afgezet. De bespuiting zonodig herhalen. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Dosering: 0,2 liter per ha.

 

Graszaadteelt, graszodenteelt, weiland en sportvelden, ter bestrijding van de larven van de rouwvlieg

Bij voorkeur spuiten met veel water; regen kort na de toepassing heeft een gunstige effect op de bestrijding. De bestrijding dient in de herfst te worden uitgevoerd. Om de kans op contact van het middel met de larven te vergroten verdient het aanbeveling weiland eerst te slepen en geen drijfmest kort voor de bespuiting toe te dienen.

Dosering: 0,3 liter per ha.

 

Tulp, hyacint, iris en gladiool, ter beperking van verspreiding van nonpersistente virussen

Het middel vanaf de eerste week van mei wekelijks toepassen.

Bij tulpen de bespuitingen voortzetten tot de tweede/derde week van juni, bij hyacinten en irissen tot tien dagen voor het rooien en bij gladiolen tot een week voor de bloei. Bij gladiolen uitsluitend toepassen op virusvrije partijen.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of een zeer grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 90% zonder luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een overkapte beddenspuit.

Dosering: 0,4 liter per ha.

 

Lelies, ter beperking van verspreiding van non-persistente virussen

Het middel vanaf de eerste week van mei toepassen; in mei, juni en juli wekelijks toepassen; in augustus/september om de 10 dagen.

Bij toepassing op percelen die grenzen aan watergangen dient gebruik gemaakt te worden van een grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 50% in combinatie met luchtondersteuning of een zeer grove dop uit de driftreductieklasse van minimaal 90% zonder luchtondersteuning of er dient gebruik gemaakt te worden van een overkapte beddenspuit.

Dosering: 0,4 liter per ha.

 

Gecombineerd toepassen met minerale olie kan het effect verbeteren.

Voor de dosering van minerale olie raadplege men de voorlichting.

 

Bloemisterijgewassen onder glas, ter bestrijding van rupsen, bladrollers, witte vlieg, mineervlieg, trips en bladluizen

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting optreedt. Niet vaker dan 2 maal per jaar toepassen.

Volwassen mineervliegen en Floridamotten bestrijden d.m.v. een ruimtebehandeling.

Dosering:

0,05 % (50 ml per 100 liter water).

Bij gebruik van straalmotorspuit 100 ml per 1000 m.

 

Wageningen, 21 februari 2003

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

 


(voorzitter)


HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van het middel SUMICIDIN SUPER,
toelatingsnummer 10211 N

 

 

Bij brieven van 15 oktober 2001 en 3 januari 2003 verzoekt BASF NEDERLAND B.V. namens SUMITOMO CHEMICAL AGRO EUROPE S.A., toelatinghouder van het middel SUMICIDIN SUPER, -op basis van de werkzame stof esfenvaleraat-, de toepassingen in de teelt van suiker- en voederbieten weer op te nemen in het Wettelijk Gebruiksvoorschrift, terwijl deze wel in de Gebruiksaanwijzing vermeld staan.

De toelatinghouder licht toe dat de bedoelde wijziging gezien kan worden als een correctie van het laatstelijk gewijzigde besluit van 11 januari 2002, aangezien er geen inhoudelijke veranderingen zijn. De W-codering blijft derhalve W.12.

 

In overeenstemming met het verzoek van de toelatinghouder van 15 oktober 2001 en

3 januari 2003 acht het College het verantwoord om het besluit van het middel SUMICIDIN SUPER, 10211 N, van 15 februari 1989, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 januari 2002 te wijzigen.

 

 

Besluit

 

Het College besluit tot wijziging van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van het middel SUMICIDIN SUPER, 10211 N, overeenkomstig het verzoek van de toelatinghouder.

 

 

 

Wageningen, 21 februari 2003

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)