Toelatingsnummer 6443 N

     

 

LUXAN MONAM GECONC.  

 

6443 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

beslissende op de aanvraag d.d. 18 november 1998 (aanvraagnummer 19980944  TVA) van

 

            LUXAN B.V.

            Industrieweg 2

            6662 PA  ELST GLD

 

tot verkrijging van een toelating als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962 (Stb. 288) voor het middel

 

LUXAN MONAM GECONC.,

 

gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,

 

BESLUIT:

 

 

§ I        Toelating

  1. Het bestrijdingsmiddel LUXAN MONAM GECONC. wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.
  2. De toelating geldt tot 1 april 2007.

 

 

§ II  Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrij­dingsmiddelen is bepaald, moeten:

  1. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.
  2.  

 

§ III  Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

 

 


 

§ IV Verpakking en etikettering

  1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpak­king en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

 

-                aard van het preparaat: vloeistof

 

-                werkzame stof(fen): metam-natrium

 

-                gehalte(n): 510 G/L

 

-                andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):  

 

-                toxicologische groep(en): dithiocarbamaat

 

-                uiterste gebruiksdatum: -

 

  1. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samen­stel­ling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

a.         letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

 

b.         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

 

c.         letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

-           Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij inademing.

Irriterend voor de ogen, de ademhalingswegen en de huid.

 

-           Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

Damp niet inademen.

Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water.
Tijdens de ontsmetting in kassen en warenhuizen een geschikt adembeschermingsapparaat dragen.

Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen, laarzen en een beschermingsmiddel voor de ogen.

Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

 

d.         Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling,

verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: een Andreaskruis

met als onderschrift: “Schadelijk”

e.      Bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding: W.7.

 

 

§ V    Een afgeleide toelating is een toelating voor een bestrijdingsmiddel, dat reeds onder een andere handelsnaam is toegelaten en dat in onveranderde samenstelling voor eenzelfde doel zal worden gebruikt als voorzien in de oorspronkelijke toelating.

Een verklaring is overgelegd van de leverancier/toelatinghouder van het betrokken bestrijdingsmiddel, waaruit blijkt dat deze er geen bezwaar tegen heeft dat dit middel onder de naam LUXAN MONAM GECONC. in de handel zal worden gebracht.

 

 

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 22 maart 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I  bij het toelatingsbesluit van het middel LUXAN MONAM GECONC.,

toelatingsnummer 6443 N

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik

I.

Als grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes ten behoeve van de teelt in de vollegrond van:

 

a.

consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, met dien verstande dat toepassing in een kalenderjaar waarin op de betreffende grond aardappelen worden geteeld niet mag geschieden voor de aanvang van die teelt;

 

b.

suikerbieten en voederbieten;

 

c.

aardbeien;

 

d.

zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers en sjalotten;

 

e.

vaste planten.

 

 

 

II.

Als grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes en schimmels ten behoeve van de teelt in de vollegrond van:

 

a.

groenten;

 

 

b.

bloembollen en bolbloemen;

 

 

c.

bloemisterijgewassen;

 

 

d.

boomkwekerijgewassen.

 

 

 

 

 

III.

Als grondontsmettingsmiddel in de vollegrond ter bestrijding van knolcyperus.

 

 

IV.

Als grondontsmettingsmiddel ten behoeve van de herinplant van boomgaarden.

Bij de onder I t/m IV genoemde toepassingen is gebruik in de vollegrond slechts toegestaan in de periode van 16 maart tot en met 15 november, tenzij de toepassing geschiedt ten behoeve van een op die toepassing direkt volgende teelt van boomkwekerijgewassen, lelies, gladiolen, Canna, Eremurus, Liatris, Montbretia, Nerine, Paeonia, Ranunculus, Trigidia of een herinplant van boomgaarden.

De doseringen zoals aangegeven onder ‘B. GEBRUIKSAANWIJZING’ mogen niet worden overschreden.

 

I.

Toepassing in de vollegrond

Het middel alleen toepassen met daartoe bestemde injectie-apparatuur.

De injectie-apparatuur moet voorzien zijn van lekvrije doppen, b.v. roestvrijstalen antidrup-doppen of een systeem t.b.v. onderzoeksdoeleinden dat het nadruppen van de spuitdoppen voorkomt door middel van het met perslucht doorblazen van vloeistofleidingen voor het lichten van de scharen (bijv. systeem ”Hartenhof”). De apparatuur laden met een lekvrij systeem (onder- of overdrukpomp). Bij het begin van een werkgang dienen eerst de injectiedoppen in de grond geplaats te worden; pas daaarna mag de afgifte worden ingeschakeld.
Het middel op tenminste 10 cm diepte inbrengen.

De afgifte dient tenminste 1 meter voordat de injectiedoppen uit de grond worden gelicht, gestopt te worden.

Na injectie van het middel de grond onmiddellijk aanrollen.

 

 

Tijdens alle werkzaamheden ten behoeve van de grondontsmetting en het uitvoeren van de eerste grondbewerking na ontsmetting waarbij huidcontact met het middel kan optreden, doelmatige huidbeschermende kleding, handschoenen met lange schachten en rubberen laarzen dragen.
Verontreinigde kledingstukken onmiddellijk uittrekken.
Handschoenen en laarzen die in contact zijn geweest met het middel altijd direct met veel water wassen.
Handschoenen buiten de cabine opbergen.

Bij het gereedmaken van de toedieningsapparatuur, het verhelpen van storingen en het inwendig schoonmaken van de apparatuur een volgelaatsmasker dragen met B2-P3-filter, bij voorkeur voorzien van een aanblaaseenheid. Het filter tijdig maar niet later dan 1 maand na ingebruikname vervangen. Indien het filter als gevolg van een calamiteit aan hoge concentraties van het middel in de lucht heeft blootgestaan, deze dan direkt vervangen.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Algemeen

Grondontsmettingsmiddel ter bestrijding van aaltjes, schimmels en knolcyperus. De grond moet voor of tijdens de behandeling zaai- of plantklaar worden gemaakt en moet dus de daarvoor geschikte vochtigheid bezitten; ze moet echter vooral niet te nat zijn.
Het middel bij voorkeur toepassen bij een bodemtemperatuur (gemeten op 15 cm diepte) tussen ongeveer 7 en 16 ºC. Hoe lager de bodemtemperatuur des te langer het middel in de grond aanwezig blijft en des te groter de kans op schade door het middel is. Voor toepassing in de vollegrond geldt een ‘gesloten-periode’, waarin geen grondontsmetting mag worden uitgevoerd.
Het middel onverdund toepassen.
De grond na de behandeling 1 tot 3 weken ongestoord laten liggen. Om resten van het middel sneller te laten verdwijnen de grond vervolgens los maken.
Alvorens te planten of te zaaien na de besmetting een wachtperiode in acht nemen van 3 tot 6 weken.
Onder ongunstige omstandigheden (b.v. hoog vochtgehalte van de grond, lage temperatuur. sterk absorberende grondsoort  kan deze periode veel langer zijn. Het einde van de wachtperiode kan worden vastgesteld met behulp van de tuinkerstest.

 

Toepassingen

 

Consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, ter bestrijding van aardappelcysteaaltjes (Globodera rostochiensis, Globodera pallida), wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp), stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) en wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans).
Dosering: 300 liter per ha

Suikerbieten en voederbieten, ter bestrijding van bietecysteaaltjes (wit bietecysteaaltje Heterodera schachtii en geel bietecysteaaltje Heterodera trifolii f.sp. betae), wortelknobbelaaltjes (Meloidogny spp), stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) en vrijlevende wortelaaltjes (Tri
chodoridae).
Dosering: 300 liter per ha.


Aardbeien in de vollegrond
, ter bestrijding van wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) ter voorkoming van zwart wortelrot.
Dosering:6-7,5 liter per are.

 

Groenteteelt in de vollegrond, ter bestrijding van wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae), wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp), peenmoeheid en zgn. sigaartjes (veroorzaakt door vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae), bij schorseneren.
Dosering: 6-7,5 liter per are.

Zaaiuien, 1e-jaars plantuien, 2e-jaars plantuien, zilveruien, picklers en  sjalotten, ter bestrijding van wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp), stengelaaltjes (kroef) (Ditylenchus dipsaci), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae), en wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans)

Dosering: 300 liter per ha.

 

Vaste planten in de vollegrond, ter bestrijding van door wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) veroorzaakt wortelrot bij Convallaria, Dianthus barbatus, Doronicum, Iberis, Pyrethrum, Trollius en Viola.

Dosering: 6-7,5 liter per are

 

Bloembollenteelt en bolbloementeelt, ter bestrijding van schimmels, wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) ten behoeve van de teelt van onder andere hyacint, tulp, iris, gladiool, lelies en krokus ter voorkoming van wortelrot en virusoverbrenging.

Bij het zgn. ‘van de wortel gaan’ bij hyacinten en irissen is in aansluiting op de grondontsmetting een aanvullende behandeling met formaline nodig volgens het hiervoor geldende advies. De bollen dienen vóór het planten op de gebruikelijke wijze te worden ontsmet.

Dosering: 6-7,5 liter per are

                 Voor de bestrijding van droogrot (Stromatinia) bij kleinbloemige gladiolen 10 liter         per are, en bij grootbloemige gladiolen 7,5 liter per are toepassen.

 

Bloemisterijgewassen in de vollegrond, ter bestrijding van wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans), vrijlevende wortelaaltjes (Trichodoridae) en enkele door schimmels veroorzaakte bodemziekten en omvalziekte bij kiemplanten (o.a. Pythium).
Dosering: 6-7,5 liter per are

 

Boomkwekerijgewassen in de vollegrond, ter bestrijding van door wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) en andere vrijlevende aaltjes (Trichodoridae) en/of schimmels veroorzaakte ziekteverschijnselen als ‘bodemmoeheid’ en omvalziekten op zaaibedden.

Dosering: 6-7,5 liter per are.

 

Bestrijding van knolcyperus

Toepassen als grondontsmettingsmiddel, dus op dezelfde wijze als voor bestrijding van aaltjes en schimmels is aangegeven.

Dosering: 7 liter per are.

 

Aanvullende bestrijding (pleksgewijs) met een daartoe geschikt onkruidbestrijdingsmiddel zal veelal noodzakelijk zijn.

 


Herinplant van boomgaarden, ter bestrijding van bodemmoeheid veroorzaakt door wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans), al of niet samen met schimmels.
Dosering:6-7,5 liter per are.

 

 

Wageningen, 22 maart 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het toelatingsbesluit betreffende de toelating van het middel LUXAN MONAM GECONC., toelatingsnummer 6443 N

 

 

Motivering van het besluit

 

Deze toelating is een afgeleide toelating van de toelating van het middel UCB METAM, 9635N.

 

Een afgeleide toelating is een toelating voor een bestrijdingsmiddel, dat reeds onder een andere handelsnaam is toegelaten en dat in onveranderde samenstelling voor eenzelfde doel zal worden gebruikt als voorzien in de oorspronkelijke toelating.

 

Het besluit om de aanvraag voor de verlenging van UCB METAM af te wijzen is herzien. Het betreffende middel is met onmiddellijke ingang weer toegelaten. Als gevolg hiervan wordt ook het afwijzingsbesluit op de verlengingsaanvraag van het middel LUXAN MONAM GECONC. herzien. 

 

Besluit

·       Het College besluit om het besluit tot afwijzing van de verlengingsaanvraag voor LUXAN MONAM GECONC. -19980994 TVA- van 22 december 2000 te herroepen.

·       Het College besluit de toelating van het bestrijdingsmiddel LUXAN MONAM GECONC. met onmiddellijke ingang opnieuw toe te laten op grond van art. 3 en 3 a  Bestrijdingsmiddelenwet.

·       Als (nieuwe) einddatum voor metam-natrium wordt 1 april 2007 vastgesteld.

·       Als expiratiedatum wordt 1 april 2007 (= einddatum metam-natrium) vastgesteld.

 

 

Wageningen, 22 maart 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)