Toelatingsnummer 12409 N

     

 

Vydate 10G  

 

12409 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

gelet op artikel 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

 

BESLUIT

 

Enig artikel

 

Het besluit tot toelating van het middel Vydate 10G onder nr. 12409 N d.d. 28 februari 2003, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 januari 2005, wordt op gronden als in bijlage II dezes vermeld, met ingang van heden gewijzigd als volgt:

 

In het gestelde onder § IV.2. e wordt in plaats van “W.1“ gelezen “W.2“.

 

De bijlage 1 bij bovengenoemd besluit wordt vervangen door bijlage 1 dezes.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 25 februari 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)

 

 

Aan:

Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. Agricultural Products(Station 18M)

Baanhoekweg 22
3313 LA  DORDRECHT

 

 


 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN                    

              

BIJLAGE I bij het wijzigingsbesluit van de toelating van het middel Vydate 10G,

toelatingsnummer 12409 N

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als grondbehandelingsmiddel:

  1. in de teelt van bieten, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien;
  2. in de teelt van aardappelen, mits toegepast kort voor of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;
  3. in de teelt van lelies, met dien verstande dat het middel in één arbeidsgang wordt toegepast  en ingewerkt;
  4. in de teelt van wortelen, mits toegepast als rijenbehandeling in een arbeidsgang met het zaaien óf mits toegepast kort voor of tijdens het zaaien op zodanige wijze dat het middel in een arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt.

 

  

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

  

Vydate 10G is een systemisch werkend middel in granulaatvorm dat insecten- en aaltjesdodende eigenschappen bezit. Het wordt in de grond gebracht en van daaruit door de plantwortels opgenomen en in de plant verspreid.

 

Toepassingen

Bieten, tegen bietekevertjes, springstaarten of aaltjes
Ter voorkoming van schade door het bietekevertje, springstaarten of aaltjes het middel tijdens het zaaien in de zaaivoor aanbrengen door middel van een aan de zaaimachine gekoppelde deugdelijke granulaatstrooier of opbouwset.

Met name schade veroorzaakt door aaltjes in de beginontwikkeling van het gewas wordt voorkomen.

Dosering:

 

Aardappelen, tegen aaltjes
Volveldsbehandeling
Ter voorkoming van schade door aaltjes dient het middel vlak voor of tijdens het pootklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid.

Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur, en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm. Het meest geschikt voor het inwerken is een frees, maar ook andere werktuigen waarmee een gelijkmatige menging wordt bereikt, zijn bruikbaar.
Dosering: 40 kg per ha


Toplaagbehandeling
Op percelen waar na de najaarsontsmetting met vloeibare middelen de grond niet kerend is bewerkt, kan voorafgaande aan een eventuele grondbewerking in het voorjaar dit middel worden gestrooid en ingewerkt in de toplaag (5 cm) van de grond. De toplaag wordt bij de najaarsontsmetting namelijk het slechtst ontsmet en verkrijgt zo een extra behandeling. Deze toepassing dient zo kort mogelijk voor het poten te geschieden.
Dosering: 20 kg per ha

Rijenbehandeling tijdens het poten

Bij tegen Globodera pallida (het witte aardappelcystenaaltje) partieel resistente rassen kan het middel tijdens het poten, met behulp van op de pootmachine opgebouwde apparatuur worden uitgestrooid in de aardappelrug op een strook met een breedte van 25-30 cm.
Hierdoor wordt de beginontwikkeling van het gewas bevorderd, waardoor later tijdens het groeiseizoen de resistente eigenschappen beter tot hun recht komen.

Schade, zowel opbrengst- als kwaliteitsverlies, door aaltjes van met name wortellesie- en wortelknobbelaaltjes, wordt grotendeels voorkomen door deze behandeling.
Dosering
: 10 kg per ha.

 

Lelies, tegen aaltjes

Dit middel kan voor of na het planten ingezet worden tegen wortellesieaaltjes

Voor het planten

Het middel dient vlak voor of tijdens het plantklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid. Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm.

Na het planten

Direct na het planten (in ieder geval voor opkomst van het gewas) een éénmalige rijenbehandeling boven de geplante bollen uitvoeren met daarvoor in aanmerking komende apparatuur waarmee het middel in de grond wordt gebracht en direct wordt toegedekt.

Dosering: 40 kg per ha

 

Wortelen, tegen aaltjes.

Dit middel kan als rijenbehandeling tijdens het zaaien of als volveldstoepassing kort voor of tijdens het zaaien worden ingezet tegen vrijlevende aaltjes, wortellesieaaltjes en wortelknobbelaaltjes.

Rijentoepassing 

Het middel tijdens het zaaien in de zaaivoor aanbrengen door middel van een aan de zaaimachine gekoppelde daartoe geëigende granulaatstrooier of apparaat.

Dosering: 10 kg per ha, gebaseerd op een rugafstand van minimaal 50 cm breed.

Volveldstoepassing

Het middel dient vlak voor of tijdens het plantklaar maken van de grond volvelds te worden gestrooid. Het middel zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak verdelen met daarvoor geschikte strooiapparatuur en direct inwerken tot een diepte van 10 à 15 cm.

Dosering: 40 kg per ha.

 

 

Wageningen, 25 februari 2005

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)


HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het wijzigingsbesluit van de toelating van het middel Vydate 10G, toelatingsnummer 12409 N.

 

 

Het betreft een aanvraag tot vereenvoudigde uitbreiding van het middel Vydate 10G, 20040152 VU, een middel op basis van de werkzame stof oxamyl. De uitbreiding betreft de toepassing als grondbehandelingsmiddel in de teelt van wortel.

 

Het middel Vydate 10G is toegelaten als grondbehandelingsmiddel in de teelt van bieten, aardappelen en lelies.

 

Oxamyl is een voor de EU oude stof. In de EU staat de stof op lijst 2. De Rapporteur Member State is Ierland. De stof is nog niet geplaatst op Annex I van Richtlijn 91/414/EG.

 

 

Stand van zaken met betrekking tot de aanvraag

 

De aanvraag is op 7 mei 2004 ontvangen. De aanvraag is op 26 juli 2004 onvolledig bevonden voor het aspect werkzaamheid. Op 16 augustus 2004 werden de ontbrekende gegevens ontvangen. De aanvraag is op 26 augustus 2004 in behandeling genomen.

De 34-weken termijn eindigt op 12 mei 2005.

 

 

Beoordeling fysische en chemische eigenschappen

 

In het kader van de uitbreiding volgens de vereenvoudigde beoordelingwijze worden alleen de relevante residuanalysemethoden beoordeeld.

De uitbreiding wordt aangevraagd in de teelt van wortel. Het middel is toegelaten in de teelt van bieten, aardappelen en lelies.

De gewassen bieten, aardappelen en wortel vallen onder dezelfde gewasgroep (waterig) waardoor extrapolatie mogelijk is voor de gevalideerde analysemethode in deze groep van gewassen.

 

Residuanalysemethoden

 

Food/feed of plant origin (principle of method and LOQ for methods for monitoring purposes)

Netherlands MultiResidue method 2: validated including melon (peel&pulp), sugar beet, potato, citrus fruit (peel&pulp); LOQ = 0.01 mg/kg (oxamyl)

LCMS (ES+): LOQ = 0.01 mg/kg (oxamyl)

Food/feed of animal origin (principle of method and LOQ for methods for monitoring purposes)

Not required (no MRL’s set)

 

De residuanalysemethoden voor lucht, grond en water zijn al bij de oorspronkelijke toelating beoordeeld en geaccepteerd. De uitbreiding geeft geen aanleiding deze residuanalysemethoden opnieuw te beoordelen.

 

Vanuit de toepassing (Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing) dient voor de volgende typen gewassen een residuanalysemethode te worden geleverd: waterig (aardappel, biet en wortel). De residudefinitie van oxamyl in plantaardige producten is oxamyl (oxamyl-oxim maakt geen deel meer uit van de residudefinitie).


De MRL is 0,02 mg/kg voor overige eet- en drinkwaren. De waterige matrices zijn afdoende gevalideerd voor oxamyl.

De residuanalysemethoden voldoen om de MRL gedefinieerd voor overige eet- en drinkwaren te kunnen controleren.

 

Conclusie met betrekking tot fysische en chemische eigenschappen

 

De toepassing in wortel is voor wat betreft de residuanalysemethoden vergelijkbaar met al toegelaten gewassen en daardoor toelaatbaar.

 

 

Profiel werkzaamheid

 

Karakterisering van het middel

 

Vydate 10G is een nematicide op basis van oxamyl. Oxamyl is een contact en systemisch werkend insecticide, acaricide en nematicide. De stof behoort tot de chemische groep van de oxim carbamaten. De werking van het middel berust met name op de inactivatie van acetylcholinesterase, dat betrokken is bij de zenuwprikkeloverdracht. Wanneer acetylcholinesterase geïnactiveerd wordt, leidt dit tot verlamming en kunnen de nematoden zich niet meer voeden.

Het middel wordt gerekend tot de droge grondontsmetters; een naam die ontleent wordt aan het feit dat deze middelen in vaste vorm toegediend worden, in tegenstelling tot de natte grondontsmetters, die in vloeibare vorm worden toegediend. Het middel heeft een relatief korte residuele werking. Een tweede behandeling is echter niet nodig, omdat de toepassing gericht is op het zeker stellen van de opbrengst en de kwaliteit, waarvoor een behandeling in het zaai- en/of plantstadium van deze gewassen volstaat.

 

Aantaster/teelt

 

Nematoden kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan gewassen. Een aantal plantparasitaire soorten zijn in staat zich zeer snel te vermenigvuldigen, wat binnen één tot enkele jaren kan leiden tot een zware aantasting. De nematoden voeden zich aan of in de wortels van de waardplant. Sommige soorten, waaronder enkele Meloidogyne soorten (wortelknobbelaaltjes) hebben een zeer breed waardplantspectrum.

Wijze van bestrijding

 

In de regel staan er een aantal methoden ter beschikking om een nematodenpopulatie onder controle te houden. Enerzijds is er het telen van resistente rassen, waar de nematoden zich niet op kunnen voeden of vermenigvuldigen, daarnaast is het mogelijk met gewasrotatie de populatie tot een zodanig niveau terug te brengen dat er geen gevaar voor schade is. Daarnaast is ook chemische bestrijding (grondontsmetting, dompeling van poot- en plantgoed) mogelijk.

 

Beoordeling werkzaamheid

 

Het betreft een vereenvoudigde uitbreiding, waarbij geconcludeerd is dat voor de deelaspecten effectiviteit en resistentie sprake is van een vergelijkbaar doeleinde. Voor het deelaspect fytotoxiciteit is het niet mogelijk om te extrapoleren en is er geen sprake van een vergelijkbaar doeleinde.

 

 

Benodigd onderzoek

 

Voor de deelaspecten effectiviteit en resistentie zijn geen onderzoeksgegevens noodzakelijk. Wel zijn fytotoxiciteitsgegevens nodig om te toetsen of er geen onaanvaardbare nevenwerkingen zijn op planten of plantaardige producten. Voor de deelaspecten effectiviteit en resistentie is een argumentatie geleverd. Tevens zijn een drietal fytotoxiciteitsproeven geleverd.

Effectiviteit en schadelijke effecten,

 

Er is een motivatie geleverd met betrekking tot de vergelijkbaarheid van de toepassingen in wortel en de toegelaten toepassingen in suikerbiet, aardappel en lelie. Verder zijn onderzoeksgegevens geleverd ter ondersteuning van de argumentatie voor het deelaspect fytotoxiciteit. Getoetst is aan de vijf punten voor toetsing van extrapolatie:

-       de gewasaantaster combinatie is vergelijkbaar,

-       de wijze van toepassing (methode, interval, dosering) en de wijze van werking is vergelijkbaar,

-       verschillen in teeltwijze hebben geen effect op de vergelijkbaarheid,

-       bodemsoort en –omstandigheden hebben geen invloed op de deelaspecten of zijn vergelijkbaar,

-       de gewassen zijn niet resistent tegen de betreffende nematoden, de aantaster is daadwerkelijk een aantaster.

 

Werking

 

Voor de werking in het gewas wortel bestaan er extrapolatiemogelijkheden voor de geclaimde nematodensoorten. De werking tegen Paratrichodorus en Trichodorus kan geëxtrapoleerd worden vanuit de toepassing in suikerbiet, voor de werking tegen Pratylenchus soorten kan er geëxtrapoleerd worden vanuit de toepassing in lelie. De werking tegen Meloidogyne soorten kan geëxtrapoleerd worden vanuit de toepassing in aardappel. De schade die Meloidogyne soorten in aardappel veroorzaken is in de regel ernstiger dan bij wortel. Voor alle gewassen geldt dat toepassing in dezelfde periode plaatst vindt, waarbij ook de wijze van toepassing vergelijkbaar is. Verschillen in werking door verschillende bodemsoorten zijn, of niet aan de orde in verband met vergelijkbaarheid, of niet relevant in verband met de gerichte toepassing in de wortelzone. Van  wortel zijn er geen resistente rassen tegen nematoden bekend, wel kan er een verschil zijn in gevoeligheid tussen de verschillende rassen.

 

Schadelijke effecten

 

De schadelijke effecten van het middel op het gewas wortel kan niet direct geëxtrapoleerd worden uit de reeds toegelaten toepassingen. Geleverd zijn een argumentatie en een rapportage van een drietal proeven.

In de argumentatie wordt aangevoerd dat uit diverse proeven, uitgevoerd in verschillende landen, blijkt dat voor wortel een dosering van 135 kg middel/ha zonder schade kan worden toegepast. Deze waarde geldt ook voor koolsoorten, sla, diverse vruchtgroenten (vollegrondsteelten), aardappel, mais, suikerbiet, rietsuiker en sojabonen. Gevoelige gewassen zijn katoen en aardnoot. De aangevraagde toepassing betreft een dosering van 40 kg/ha bij volvelds toepassing of 10 kg/ha bij rijentoepassing (opgemerkt wordt dat bij rijentoepassing ook maar een kwart van het areaal behandeld wordt en dat per behandeld oppervlakte eenheid de opgebrachte hoeveelheid gelijk is.

In de proeven is de fytotoxiciteit van het middel getoetst bij 7,5; 10; 15 en 20 kg/ha (rijentoepassing), waarbij de hoogste dosering overeenkomt met de dubbele aangevraagde dosering. Bij geen van de behandeling werd enige mate van fytotoxiciteit of andere ongewenste effecten waargenomen.

 

Resistentie-ontwikkeling

 

Voor dit deelaspect kan geconcludeerd worden dat het vergelijkbaar is met de reeds toegelaten toepassingen. Resistentie tegen oxamyl zal zich niet snel ontwikkelen. Wel is het mogelijk dat een zekere mate van adaptatie van de bodem optreed. Hierbij ontwikkelen zich bacteriepopulaties die oxamyl versneld kunnen omzetten in niet actieve metabolieten. Bij goed landbouwkundig gebruik en het voorkomen van een eenzijdig gebruik van het middel gedurende meerdere jaren, zal adaptatie niet snel optreden en vormt het geen gevaar.

Conclusie met betrekking tot werkzaamheid

 

Geconcludeerd wordt dat het middel Vydate 10G in voldoende mate werkzaam zal zijn ter bestrijding van nematoden (Paratrichodorus, Trichodorus, Pratylenchus en Meloidogyne soorten) in de teelt van wortel.

 

 

Beoordeling van het risico voor de toepasser (beroepsmatig/re-entry)

 

De teelt van winterpeen en de toepassing van granulaat is vergelijkbaar met de teelt en de  toepassing in suikerbiet, echter met het verschil dat winterpeen op ruggen wordt geteeld. De teelt van zomerwortelen is daarentegen op bedden. De beheersing van aaltjes zal in het laatste geval alleen mogelijk zijn via een volleveldsbehandeling. Deze toepassing is vergelijkbaar met de toepassing in aardappelen. Er is geen verschil voor winterpeen in toedieningsmethode, model voor blootstellingsschatting, moment van toepassen, frequentie en re-entry met de toepassing in suikerbiet (de dosering in bieten kan ook hoger zijn). Voor zomerwortelen is geen verschil met de toepassing in aardappelen (de dosering in aardappelen kan ook lager zijn). Derhalve is de blootstelling van een toepasser in de teelt van wortelen niet hoger dan de blootstelling bij toepassing in de teelt van aardappelen en bieten.

 

Conclusie met betrekking tot toepasser

 

Aangezien de maximale blootstelling van de toepasser bij gebruik van Vydate 10G in de teelt van wortelen niet hoger zal zijn dan de maximale blootstelling bij het reeds toegelaten gebruik in de teelt van aardappelen en bieten, wordt uitbreiding toelaatbaar geacht wat betreft het risico voor de toepasser.

 

Beoordeling van het risico voor de volksgezondheid

 

Metabolisme en residugedrag in planten en landbouwhuisdieren, residuanalyse, residudefinitie, monsterstabiliteit

 

Deze onderwerpen zijn voldoende beschreven in de beoordeling van de toelating en zijn ook van toepassing op de huidige uitbreidingsaanvraag in de teelt van wortelen. Echter, wat betreft de residudefinitie is nadere toelichting nodig. De residudefinitie van oxamyl in de Regeling Residuen is oxamyl, waarbij inbegrepen oxamyl-oxim uitgedrukt als oxamyl. De aanvrager heeft echter een uitgebreide statement geleverd waarin wordt onderbouwd dat de correcte residudefinitie oxamyl is. Ook in de concept-monografie van juli 2003 (waarin het gebruik van oxamyl als granulaat in de teelt van aardappel wordt ondersteund) wordt ‘oxamyl’ ondersteund als residudefinitie en niet oxamyl en oxamyl-oxim.


Oxamyl-oxim is toxicologisch niet relevant. Het maakt echter onderdeel uit van de residudefinitie, omdat de residuanalysemethoden voorheen geen onderscheid konden maken tussen oxamyl en oxamyl-oxim. Aangezien er nu wel een gevalideerde multiresidumethode beschikbaar is voor de bepaling van oxamyl, wordt de residudefinitie ‘oxamyl’.

 

Residuen

 

Voor de huidige uitbreidingsaanvraag heeft de aanvrager residuproeven geleverd en een position paper. In aardappelen en bieten is voor oxamyl een nul-residusituatie. Voor de huidige uitbreidingsaanvraag zijn 4 residuproeven met wortel geleverd. Aangezien in deze

4 proeven geen residuen worden gedetecteerd (detectielimiet is 0,007 mg/kg), zijn voldoende proeven geleverd om de nul-residusituatie te bevestigen. Overigens worden, op basis van de eigenschappen van oxamyl, zoals een korte halfwaardetijd in planten, ook geen detecteerbare residuen verwacht wanneer oxamyl wordt toegepast net voor of tijdens het zaaien van een gewas.

 

Afleiden MRL

 

Op dit moment zijn er geen geharmoniseerde MRL’s voor oxamyl in Europa. In de Regeling Residuen is de MRL voor de categorie ‘overige’ 0,02* mg/kg. Gebaseerd op de hierboven beschreven residuproeven met wortel kan deze MRL van 0,02* mg/kg gehandhaafd blijven voor wortel.

 

Conclusie met betrekking tot volksgezondheid

 

Aangezien er na toepassen van oxamyl geen residuen zijn gedetecteerd in wortelen, wordt de uitbreiding toelaatbaar geacht wat betreft het risico voor de volksgezondheid.

 

 

Etikettering

 

De bestaande etikettering kan worden gehandhaafd.

 

 

Beoordeling van het risico voor het milieu

 

De beoordeling vindt plaats op basis van de methode voor vereenvoudigde uitbreiding. De teelten waarmee vergeleken worden zijn aardappelen en bieten. In tabel M.1 is aangegeven of voor de diverse milieu-aspecten sprake is van vergelijkbaar of lager risico.


 

Tabel M.1 Overzicht van risico’s per aandachtspunt

Deelaspect Milieu

Aandachtspunt

Vergelijkbaar of lager risico

Motivering

Persistentie

 

Ja

Gelijke toepassing

Uitspoeling

Dosering

Ja

Dosering gelijk

 

Frequentie

Ja

Frequentie gelijk

 

Fractie op bodem

Ja

Fractie gelijk

 

Tijdstip (voorj./najaar)

Ja

Maart-april

Waterorganismen

% Drift

N.v.t.

Granulaat behandeling

 

Dosering

N.v.t.

Granulaat behandeling

 

Frequentie

N.v.t.

Granulaat behandeling

 

Tijdstip (voorj./naj.)

N.v.t.

Granulaat behandeling

Vogels, zoogdieren

Dosering

Ja

Dosering gelijk

 

Frequentie

Ja

Frequentie gelijk

Bijen

Dosering

Ja

Dosering gelijk

Niet-doelwit Arthropoden

Dosering

Ja

Dosering gelijk

 

Frequentie

Ja

Frequentie gelijk

Regenwormen

Dosering

Ja

Dosering gelijk

 

Frequentie (subletaal onderzoek nodig?)

Ja

Frequentie gelijk (1x)

Geen sublethaal onderzoek nodig

 

Fractie op bodem

Ja

Fractie gelijk

Bodemmicro-organismen

Dosering

Ja

Dosering gelijk

 

Frequentie

Ja

Frequentie gelijk

 

Fractie op bodem

Ja

Dosering gelijk

Emissie naar RWZI (kas)

Dosering, fractie op bodem

N.v.t.

Geen toepassing in kassen

 

De aangevraagde dosering voor gebruik op wortel is maximaal 40 kg/ha. Deze dosering is gelijk aan de maximale dosering voor toepassing op aardappelen. De frequentie en moment van toediening zijn gelijk.

 

Conclusie met betrekking tot het milieu

 

De dosering van Vydate 10G in de teelt van wortel is gelijk aan de dosering in de teelt van aardappel. Derhalve zijn de aangevraagde toepassingen van gelijk of lager risiconiveau dan de reeds toegelaten toepassingen.

De uitbreiding van de toepassing van Vydate 10G met wortel kan worden gehonoreerd.

 

 

Conclusie

 

De uitbreiding van de toepassing van het middel Vydate 10G met de toepassing in wortel betreft een uitbreiding met vergelijkbare doeleinden.

Er is vastgesteld dat de uitbreiding in wortel geen schadelijke uitwerking heeft op de gezondheid van de mens en op het milieu. Derhalve wordt de uitbreiding van het toepassingsgebied van het middel Vydate 10G toelaatbaar geacht.

 


 

Besluit

 

·        Het College besluit de vereenvoudigde uitbreidingsaanvraag van het bestrijdingsmiddel Vydate 10G, 20040152 VU, op basis van oxamyl, toegepast als grondbehandelingsmiddel in de teelt van wortels, te honoreren op grond van artikel 5, lid 7 en 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

 

 

 

Wageningen, 25 februari 2005

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)