Toelatingsnummer 10211 N

Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen,


gelet op de aanvraag d.d. 26 februari 1999 (aanvraagnummer 99-124 TV) tot verkrijging van een verlenging van de toelating voor het middel SUMICIDIN SUPER,
toelatingsnummer 10211 N,

gelet op de artikelen 3, 3a, 4, en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

BESLUIT:

Enig artikel

In zijn besluit van 15 februari 1989 betreffende de toelating van het bestrijdingsmiddel

SUMICIDIN SUPER

onder toelatingsnummer 10211 N, wordt het bepaalde onder § 1, onder 2, op gronden als in bijlage 1 dezes vermeld, vervangen door:

"2. De toelating geldt tot 1 juli 2000."

Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 mei 2000.

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan daartegen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

Wageningen, 4 mei 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)

Aan:

SUMITOMO CHEMICAL AGRO EUROPE S.A.
2, RUE CLAUDE CHAPPE, F-69370
SAINT DIDIER AU MONT
D'OR / FRANCE

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

BIJLAGE I bij het verlengingsbesluit van het middel SUMICIDIN SUPER,

toelatingsnummer 10211 N

Betreft een aanvraag tot verlenging van de toelating van het middel SUMICIDIN SUPER (99-124 TV) -een middel op basis van de werkzame stof esfenvaleraat- na 1 mei 2000 (einddatum van de werkzame stof esfenvaleraat). Het middel is toegelaten als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt van:

a. appels en peren;

b. aardappelen, granen, suiker- en voederbieten, erwten, stamslabonen, veldbonen, spruitkool, sluitkool, bloemkool, chinese kool, broccoli, koolrabi, uien en prei;

c. graszaad en graszoden alsmede in weiland en sportvelden met dien verstande dat:

1. in de grasteelt binnen 2 weken na behandeling geen gras mag worden gemaaid ten

behoeve van voederdoeleinden;

2. weiland niet binnen 2 weken na behandeling mag worden beweid;

1. sportvelden niet binnen 5 dagen na behandeling mogen worden betreden;

d. bloembollen;

a. bloemisterijgewassen onder glas.

In de buitenste bomenrij van boomgaarden is toepassing van het middel langs watergangen uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan tenminste een van de volgende voorwaarden:

n indien tussen de watergang en de boomgaard aaneengesloten windscherm is geplaatst en het windscherm niet wordt bespoten;

n indien het middel wordt verspoten met een tunnelspuit;

n indien het middel wordt verspoten met een dwarsstroomspuit die van een reflectiescherm is voorzien.

Onderbouwing van het besluit

Naar aanleiding van C-87.3.20 (juli 1999) besloot het College:
In het kader van de kanalisatie op basis van de oude driftpercentages

Uitgaande van de ‘oude driftpercentages’ besluit het College dat alle toepassingen van het middel op basis van esfenvaleraat voldoet aan de normen voor persistentie, uitspoeling, toxiciteit voor waterorganismen en bioaccumulatie zoals opgenomen in het Bmb.

In het kader van de reguliere planning op basis van de nieuwe driftpercentages

Uitgaande van de ‘nieuwe driftpercentages’ heeft het College het voornemen de toepassing in de teelt van pootaardappelen (tegen Yn-virus), erwten/veldbonen (tegen trips), appels en peren (zowel voor als na 1 mei), prei/uien en diverse koolsoorten te beëindigen met ingang van 1 juli 2000 gelet op het feit dat niet voldaan wordt aan de norm voor waterorganismen zoals opgenomen in het Bmb.

Dit voornemen is de toelatinghouder in een brief d.d. 15 juli 1999 bekend gemaakt.

De toelatinghouder heeft een aanvraag tot verlenging ingediend (99-124 TV). Deze is in afwachting van de reactie op het voornemen tot beëindiging nog niet beoordeeld.

Bij brief d.d. 2 november 1999 heeft de toelatinghouder een ‘aquatic risk assessment’ voor esfenvaleraat opgesteld. De beoordeling hiervan is nog niet afgerond. Deze beoordeling zal worden besproken in de vergadering van 14 juni 2000. Er wordt derhalve besloten de toelating op basis van esfenvaleraat te verlengen tot 1 juli 2000.

Besluit

Het College besluit de toelating voor het middel SUMICIDIN SUPER -op basis van esfenvaleraat op grond van art. 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962, jo. art. 7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995- ten behoeve van de afronding van de besluitvorming te verlengen.

Als expiratiedatum wordt 1 juli 2000 (= nieuwe einddatum esfenvaleraat)

vastgesteld.

Wageningen, 4 mei 2000

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(voorzitter)